Rondje Val d’Aran( bis).

“Toeren onder de schaduw van Pic d'Aneto”

Kaarten:mogelijkheden
-Online kaart
-carte de randonnées nr 22 pica d’estats-aneto (1:50000)
-editorial alpina carte de randonnées: Val d’aran

Ik had deze laatste 1:40000 kaart bij.
Ze bestrijkt een veel kleiner gebied als carte de randonnées nr 22.
Op beide kaarten mis je een klein stuk van het begin en eind van de route maar dat hoeft geen probleem te zijn


Fotoalbum


Periode:
2 oktober tem 13 oktober 2012

-In de vermelde duur zijn pauzes en missers inbegrepen

In het voorjaar werd mijn advies gevraagd over enkele routes door de Pyreneeën.
Welke, uit de suggesties, ik het meest aantrekkelijk vond?
Het ging daarbij ook over het Parc National d’Aigüestortes. Mijn andere correspondenten die dezelfde vraag kregen voorgelegd schoven dit gebied naar voor.
Ooit was ik er geweest met mijn dochter maar mist heeft toen een deel van de tijd roet in het eten gestrooid.
Naar aanleiding van die gebeurtenissen en aangewakkerd door de motivering van collega bergwandelaars besloten om dit jaar eens terug te keren.
Variaties op een eerdere routes in dat gebied.
Nu hou ik het liefst van tochten in lijn, waar er een zekere druk is om het eind te halen.
Terwijl ik voor korte tochten waar in een rondje wordt gelopen soms met het gevoel achter blijf dat ik rond een kerktoren aan het lopen ben waardoor ik ze gevoelsmatig als niet zo uitdagend ervaar.
Ik heb het rondje dan maar wat groter gemaakt. Starten zou ik in Luchon met Coll d’Airoto als meest oostelijke punt.
Dan zuidelijk naar Aigüestortes om daar de noordkant aan te doen om zo terug naar Luchon te lopen.
Het plan nog niet in detail uitgewerkt maar met de natte vinger gaf ik mezelf 12 stapdagen om deze klus te klaren.
De voorbereiding van de tocht liep wat hectisch omdat ik nog wat eigen gemaakt gerief wilde meenemen. Gerief dat qua ontwikkelingsfase soms nog een vage idee in het hoofd was.
Als voornaamste een rechthoekige klassieke tarp.
De laatste dagen voor het vertrek keerde de rust terug en voor mijn doen leefde ik relatief ontspannen naar het moment toe dat ik de voordeur achter mij zou sluiten.
De eerste dagen werd er volop zon beloofd. Het heeft het voordeel dat ik na enkele dagen in een ritme ben zodat ik veranderingen wat beter de baas kan. Ik begin op bekend terrein, dat scheelt ook.
Ik stel over het algemeen weinig eisen hoe ik reis maar met de nachttrein kies ik altijd het onderste bed van de drie omdat ik mij rugzak dan veel beter kwijt geraak dan dat ze mij in de nok steken.
Voor de goedkoop zou de terugreis in een zetel gebeuren.
Het rondje zou ik in wijzers zin lopen.
Iets vriendelijker terrein in het begin waar ik nog niet geconfronteerd zou worden met brokken zones
en Coll de Molières op de terugweg van zijn gemakkelijkst kant bedwongen kon worden terwijl het gewicht van de rugzak tegen dan al flink gereduceerd zou zijn.
Voor de zekerheid toch maar de stijgijzers meegenomen en qua kledij ben ik ook ingesteld op winterse toestanden.
Drieëntwintig kg hef ik op mijn rug als ik de deur uit stap. Eten voor 12 dagen, de twee liter water en de wandelstokken reeds vastgemaakt op de rugzak inbegrepen.
Niet slecht, het is ooit anders geweest.


Dag een:Een voorzichtige aanloop
Duur:6 uur

Ik heb er in de nacht niets van gemerkt maar met een vertraging van twee uur kwam ik in Toulouse aan. De trein was ingereden op een stel roekeloze herten.
De rechtstreeks trein naar Luchon was al lang vertrokken. Nu zou het met een overstap moeten waarbij het laatste stuk met de bus wordt afgelegd.
Vanaf het station zoek ik de GR10 op.

Bij Artigue vul ik de drinkbussen en nog eens de twee extra lege 500ml flesjes die ik heb meegenomen uit de trein. Twee liter vond ik bij nader inzien wat krap.
Zo ging het richting grens tot bij Col des Taons de Baconère waar een restant staat van een toren toen hier een kabelbaan liep voor het transport van erts van Spanje richting Frankrijk.
Kom tegen het eind van deze klim nog een druppelend bron tegen die ijzerhoudend water geeft.
Vooral voor de verre uitzichten vond ik het traject tussen Artigue en Cabane de Sauères bijzonder.
De gletsjer van de Aneto duidelijk in beeld en gedurende deze tocht zou dat niet de laatste keer zijn.
Volg het advies van Louis Audoubert die een bivak voorstelt onder Pic de Montmajor (2082m).
De bron die water moet leveren aan een cascade van drinkbakken staat droog. Zet me op een heuveltje en heb van daar een mooi overzicht op de route van morgen.

Dag twee:Een stille maar niet lege hoek.
Duur:8.30u

Beneden in het dal brandt het licht nog in de dorpjes Bausen en Canejan wanneer ik voor een eerste keer op sta. Nog niets aan de horizon doet vermoeden dat er een nieuwe dag staat aan te komen. De afstand tussen ik en zij benadrukt nog eens extra de stilte die er in deze hoek heerst.
Het is een warme nacht geweest maar toch flink wat condens opbouw.

Het eerste zonlicht valt relatief snel op mijn bivakplek. Bij een cabane in verval was het even zoeken naar “échelle de Sa Plan” die me tot Bausen moet brengen. Dit pad is een overblijfsel toen hier aan mijnbouw werd gedaan.
Als vanzelf geraak ik in Bausen waar het me opvalt dat het hoger in deze vallei noordelijk van Rio de Bausen het ooit een levendig gebeuren moet zijn geweest. Nu resten er slechts verlaten terrassen en verkommerde boerderijen.
Op een man na die hout aan het hakken is, kom ik niemand tegen in dit slapend dorp. Typisch zo’n dorp waar er hoogstens in de zomermaanden nog leven is en waar de leegloop jaren geleden is ingezet.
Vul mijn drinkbussen aan een bron in het dorp en over een onverhard pad loop ik naar het dal. Afstekers van de verharde weg.
Steek Pont Dera Lana over om het pad op de rechter oever van de Garone te volgen. Er zijn in het begin wat trappen en kabels aangebracht om een wat steiler stuk te overbruggen.
Op een asfaltweg moet het even naar links om dan het GR pad op te pikken naar Canejan.
Ik loop over een heel mooi breed, goed onderhouden pad en ooit de hoofdbaan uit de tijd toen er nog geen auto’s waren. De terrassen houden nog goed stand tegen de druk die de berg geeft op de muren. Ik blijf altijd vol bewondering voor de energie die het de bewoners moet hebben gekost om deze bergen in cultuur te brengen.
Het is tegen de middag als ik op het pleintje voor het gemeentehuis mijn middagpauze hou en de slaapzak en tarp laat verluchten.
In Canejan is er wat meer leven dan Bausen. Verrast hoe zo’n vesting ontstaat midden een steile helling.
Vul opnieuw alle bussen met fris water uit een fontein omdat ik niet zeker ben of ik hogerop nog iets zal vinden en zoek bij de kerk het pad op dat mij langzaam via Pujol-Amelech naar de grens zal brengen.

Het kost de man wel een uur
Om de straat uit te lopen
Voetje voor voetje schuifelt hij voort
Met een hand aan de muur


zingt Bram Vermeulen in het lied ‘Willem Twee’. Ik voel me even net zo oud.
De conditie, die moet duidelijk nog wat groeien.
Buiten alle verwachting kom ik vrij hoog tegen de flank van de helling bij een stel drinkbakken nog een bron tegen die spaarzaam water geeft.
Ik vul terug bij.
Verrast als ik twee Duitsers tegen kom op mijn pad die net als ik, zich na de laatste bomen ongebaand een weg zoeken door hoge varens en heide tot de grens.
Stoot daar langs Franse kant, rechts van Tuc de Pan op een goed pad dat ik volg tot de col onder Cap de la Pique. Onderweg een grijs, door de zon gebleekt perkament omhulsel wat ooit een rund was.
Vakkundig uitgehold door de gieren. In het noodwesten diep in het dal ligt het Franse dorpje Fos
Van daaruit is het ook mogelijk om via Bois de Mont Caubech de graat te bereiken bij Pas de Trentenada.
Probeer verbinding te maken met het thuisfront maar dat lukt niet
Veesporen en hier en daar een steenman maar vooral op eigen inzicht loop ik naar Cabane dera Trauèssa die ik al van ver zie liggen.

Ik heb al flink wat voorsprong op de Duitsers die blijkbaar ook mijn kant uitkomen.
De herder maakt, al is het niet rechtstreek, snel duidelijk dat binnenslapen geen optie gaan zijn en verwijst naar de cabane bij Plan verderop in het oosten.
Ik vraag hem of ik hogerop bij de hut mag bivakkeren wanneer ik zie dat de hut een waterpunt heeft. Geen probleem maar hij verwittigt mij dat hij morgenvroeg zijn koeien gaat halen bij Plan en dat het hier wel eens druk zou kunnen worden.
Geen vlak stuk te vinden tegen de helling zodat ik de tarp niet opstel en mijn bivakzak open leg in een kuil. Het belooft opnieuw een heldere nacht te worden.
Benieuwd wat de Duitsers gaan doen want afgaand op de maat van hun rugzak hebben ze geen kampeergerief bij.
Flarden woorden die mij bereiken doen mij besluiten dat de herder zijn zelfde verhaal doet en wat later zie ik de Duitsers afdalen naar het zuiden. Die moeten bijsturen zit ik te denken. Ik vermoed dat ze de Gr211 op moeten zoeken voor een overnachtingsplaats. Mogelijk refugi dera honeria?
Krijg nog kort bezoek van een jonge man met rugzak en nogal wat fotomateriaal rond zijn nek.
Hij is hier om foto’s te maken van de edelherten. Ik herkende hun geburl op de achtergrond uit eerdere tochten. De mannetjes zijn in competitie met elkaar wie de hoogste in rang gaat worden om dan te paren met de hinden. Dag en nacht in de arena. Amper tijd om te eten en drinken. Waar ieder ander mannetje een concurrent is mag de aandacht niet verslappen.
Wolken likken de toppen langs Franse kant.
De avondlucht kleurt rood voor de nacht valt maar stil wordt het nooit.
Ook deze nacht is de strijd en het imponeren blijven doorgaan.

Dag drie:‘Laatste’ avond met een oude bekende
Duur:6.30u

Droge nacht
De flessen gevuld, veel water geeft de bron niet meer maar de smaak is nog goed.
Ik trek verder naar het oosten. Geen echt duidelijk pad maar ik laveer wat van spoor tot spoor tussen varens en brem. Niet echt een geharkt pad. Als de koeien het ooit voor bekeken gaan houden zal het alsmaar moeilijker worden deze route te nemen die, naar ik vermoed niet veel belopen wordt zeker nu er wat lager in het dal de GR 211 loopt.
Blijf op een afstand van Cabane Plan en loop in eerste instantie naar een bouwsel dat vermoedelijk ooit een pyloon is geweest van een kabelbaan voor het transport van erts en werk me langzaam naar Coma d’Arbe. Het duurt door de lage begroeiing allemaal iets langer dan verwacht maar de richting is duidelijk.
Eenmaal boven, met zicht op Estanh Long de Liat hou ik een langere pauze om dan de gele markering op te pikken die mij zonder veel moeite naar het balkon brengt dat later op de dag toegang zal geven tot Port d’Urets.
Het moet wel de vierde keer zijn dat ik op dit stuk loop en vereeuwig mij op een foto.
Ik bedenk mij dat ik dit grensgebied erg waardeer. De grenstoppen liggen er heel gracieus bij.
De grashellingen geven het een vriendelijk er toegankelijke look.
Er komen ter hoogte van Port de Hourquette een paar routes bij elkaar. Ik hou Estanhets de Maubèrne rechts onder mij om dan hogerop terug op de rood wit markeringen te komen. Een geleidelijke klim gaat eerst tot deze meertjes om zich dan langzaam naar Port d’Urets te bewegen.
Zie vaag het spoor dat naar Tuc de Maubermé leidt. Nog voor Port d’Urets pik ik een gele markering op waar ik even een iets moeilijke manoeuvre moet maken over de leistenen ondergrond om de col noordelijk van Tuc de Crabes te bereiken. De kleur van de ondergrond is hier bijna zwart.

Anders dan gewoonlijk stel ik mijn tent aan de westkant van Lac de Montoliu op.
Een meer dat ik koester
Het is vier uur, is het een schande of straf om nu te stoppen?
Dacht van niet.

Dag vier:Industrieel erfgoed in niemandsland
Duur:7u

Louis Audoubert stelde een intiem bivak voor bij het hoger gelegen meertje aan de noordkant van Lac de Montoliu maar de volgende dag merkte ik tijdens de klim naar Colada Nera dat het droog stond.
Ik neem afscheid van een hoek waar ik met veel warme herinneringen aan terug denk en neem mij voor hem enkel nog te bezoeken als het zou passen bij een of andere georganiseerde trekking samen met anderen.
Verken de gebouwen en de mijngangen van Mines deth port d’Urets. Loop bijna tot Port d’Urets om dan terug via de flank naar Colada Nera te lopen.
Volgens mij hebben ze geen vrijwilligers gevonden om dit traject te markeren want de rood wit markeringen laten me in de steek en op de kaart hoef ik ook niet rekenen want die legt de route over Pic d’Homme (Tuc der Ome) volledig fout.
Ook vandaag blijft de gletsjer van de Aneto nog lang in beeld en hij zou ook de komende dagen een baken blijven.

Zet een eigen route uit tot de top van Pic l’Homme om dan over zijn rug naar het oosten te lopen dan daal ik naar een klein naamloos meertje. Dat ik deze route kies heeft te maken met het feit dat ik de verlaten Mines deth Horcalh wil bezoeken. In eerste instantie had ik vanaf Lac de Montoliu de route over Taula de Parros willen nemen met Tuc de Parros als hoogste punt maar vanaf mijn bivakplaats gisteren was ik er niet zeker van of de graat altijd even gemakkelijk te belopen viel.
Eenmaal bij het meertje loop ik op de rechterflank parallel met de dalbodem naar Mines deth Horcalh. Geleidelijk wat aan hoogte winnend. Beetje verrast hoe hoog ik boven de gebouwen uit kom. De omgeving bevalt me meer dan uitstekend door het verlaten gevoel wat heel de scene bij mij oproept. De puinhopen rond de mijngangen, het achtergebleven materiaal.

Sporen die langzaam door de tijd worden uitgeveegd. Het kost me enige moeite om de gebouwen te bereiken.
Ik had al uitgemaakt voor mezelf dat ik waarschijnlijk Cabana de Marimaha niet meer zou kunnen halen. Even overwogen om vanaf de mijngebouwen naar de dalbodem af te dalen om zo de beek naar het zuiden te volgen. Blij dat ik dat niet gedaan heb maar op de gr 211 ben gebleven.
Langer in afstand maar veel gemakkelijker te lopen op dit bijna vlak pad waarover vroeger de wagonnetjes richting port d’Orle liepen. De vallei met zijn waterval roept herinneringen op toen ik er samen met mijn dochter door het stille dal tussen Sarrat Blanc en Sèrra Deth Lastoar steil onze weg naar beneden zochten.
Inmiddels hebben ze een brug gelegd op de plaats waar de Arriu de Vernatar en Arriu deth lastoar in elkaar samenvloeien . Hou een pauze en leg mijn tourbrood in de zon. Gisteren gemerkt dat het begon te beschimmelen. Eigenlijk had ik het kunnen weten. Ik had het brood al na een dag in plastiek zakken gestoken. Het was veel beter geweest had ik het thuis nog enkele dagen langer had laten uitdrogen. Cellofaan folie heeft het voordeel dat het toch nog een beetje dampdoorlatend schijnt te zijn.
Al bij al was ik er gerust in dat ik de zaak nog onder controle ging krijgen. Na een paar van die drooppauzes de daarop volgende dagen is de schimmel langzaam weggegaan.
De ruïne bij es de Cabau bestaat niet meer. Er staan nu een heel riante woning.
Over een onverharde weg gaat het dan naar Montgarri. De Refugi Amics de Montgarri is nog open. Ik hou er geen pauze maar loop door naar Pont de Marimanha. Het is tegen vier uur. Overweeg nog even om de klim in te zetten maar merk dat het vet van de soep is en ik beter bivakkeer langs La Noguera Pallaresa.
Water haalde ik uit Barranc de Marimanha maar die gaf minder water dan gedacht. Ik vermoed dat het merendeel al ondergronds is gegaan.

Beetje uit luiheid zette ik de tarp niet op. Maak nog gebruik van de laatste zon om mijn onderkledij uit te spoelen te drogen.
Mijn linker elleboog zit te zeuren en maakt een stroef geluid, net alsof hij droog is gelopen. Overbelast door gebruik van de stokken.

Dag vijf:Blinde en impulsieve maneuvers.
Duur:9u

Luiheid wordt onmiddellijk afgestraft.
Het was een heldere nacht en zo zonder beschutting van bovenaf zakte door de uitstraling de temperatuur stevig en was ik erg verrast over de hoeveelheid ijsopbouw tussen bivak zak en slaapzak tijdens de overgang van nacht naar dag. Een beginnersfout die ik niet had hoeven maken omdat er onder de bomen genoeg plaats was geweest. Er stak ook een vapor barrier liner in mijn rugzak in de vorm van twee aan elkaar gekleefde vuilniszakken. Had zeker ook een verschil gemaakt.
Ach het stelt gelukkig allemaal niet zoveel voor. Het lijkt erop dat het terug een zonnige dag gaat worden en er voldoende tijd gaat zijn om de slaapzak te laten drogen.
Zoals ik ook al in Willem’s verslag las was het even opletten om het goede pad op te pikken.
Zo vroeg op de dag zit ik nog vol energie.
Sneller dan verwacht, binnen het uur, kwam Cabana de Marimanha in beeld. Een eind van de beek op een heuvel gelegen.
Het was daarnet erg druk in de lucht als een dertigtal gieren boven mij rondjes beginnen maken. Wat later zag ik de aanleiding. Afgaand op zijn bruine kleur lag daar naar “Gierse normen” een relatief vers karkas van een rund. Enkele minder schuwe gieren waren aan tafel blijven zitten. Gieren blinken over het algemeen niet uit in tafelmanieren.
Het goede pad begint langzaam over te gaan in een met steenmannen gemarkeerde route.
Ik verlies meer dan een uur als ik na een pauze klakkeloos de steenmarkeringen blijf volgen. Ik voelde al aan dat er ergens iets niet klopte. Haalde een paar keer kaart en kompas naar boven maar het was pas bij de aanblik van de col links van Tuc de Beret en het ‘ontdekken’ van Lacs de Marimanha dat ik zeker was dat ik niet meer op mijn route zat.
Ik heb het wel eens meer dat, als ik naar een bergketen kijk , ik de opening naar een zijdal niet schijn op te merken. Er zit niet anders op dan op mijn stappen terug te keren.

Uiteindelijk bereik ik Estanhons de naut de Marimanha vanwaar ik zonder al te veel problemen tot Coll d’Airoto verder klim.
De afdaling naar het Estanyet de Marimanya d’Isavarre zuidelijk van coll d’airoto erg steil. Moet mij nog door heel wat puin werken om Collada dels Plans te bereiken waar ik uitkijk over een prairie achtig landschap waar er enkele meren liggen en een weerstation op zonne-energie.
“hiha” riep deze cowboy.
Neem een pauze omdat ik mij redelijk leeg voel na de inspanning en ik moet wringen om een hap van mijn tourbrood binnen te krijgen.
Ik rekende op 1,5 stuk per dag en krijg met moeite een stuk door de keel. Kom daar ook nog eens tot de conclusie dat ik mijn kompas ergens onderweg ben kwijtgespeeld. Het maakt de stemming er niet beter op en een kleine onrust maakt zich meester van mij.

Het landschap is zo open dat ik geen moeite doe om een pad te zoeken en loop tegenwijzerszin rond Estany Superior del Rosari om dan op goed geluk naar het zuiden te trekken richting Estany del Rosari d’Arreu.
Vroeger dan gedacht zit ik tussen struikgewas en de bomen zodat de laatste meters tot de waterlijn al ploeterend verlopen.
Het valt me wat tegen. Ik had hier een meer open landschap verwacht. Volgens de kaart moet er langs de zuidkant van het meer een pad lopen. Het pad langs de oostkant ligt volgens de kaart een stuk hoger en ik heb geen zin om daar naar op zoek te gaan.
Steek de uitloop over en kom al snel een duidelijk, geel gemarkeerd spoor tegen dat na tijdje via een brug terug naar de linkerkant gaat maar ik geraak het spoor bijster en loop mij suf te zoeken naar het vervolg.
Zoveel aan het zoeken geweest dat ik op de duur moeite heb om mijn laatste duidelijke spoor terug te vinden. Ik zie dat ik niet goed zit.
Bomen, staande en omgevallen door elkaar, het struikgewas tegen de helling maken me benauwd. Dit is geen plek om te stranden als het avond wordt.
Zoek me een weg terug tot ik toch nog een pad tegen kom dat in een zig zag naar de rivier daalt. Ben al blij dat ik weer een houvast heb maar de route komt in het heel niet overeen met de kaart. Ik vind geen enkel spoor dat mij naar het dal, waar Barranc del Muntanyo door stroomt, kan brengen.
Neem dan het besluit om de route helemaal om te gooien om verder in ZO richting af te dalen naar een gebied dat ver buiten mijn kaart valt. Wetende dat mij dit morgen op zou zadelen met een onbekend aantal kilometers asfalt.
Ik ben het hier wat beu en wil er weg.
Achteraf gezien is dit niet zo’n wijs besluit geweest omdat ik gewoon op mijn voetstappen terug had moeten keren om van Estany del Rosari d’Arreu naar Estany de Garrabea te lopen.
Vanaf hier was ik al met mijn dochter naar Vall de Gerber gelopen.
Ook niet altijd even duidelijk maar ik zou dan tenminste opnieuw door een open landschap lopen.
Ik deed het dus niet en zocht via een niet al te duidelijk pad mij een weg naar beneden. Het merendeel van de weg heb ik relatief jachtig afgelegd omdat ik van hogerop kon zien dat het hier over een vrij lang dal ging en ik niet in kon schatten hoeveel tijd ik erover zou doen.
Dan kwam ik een oud gehuchtje (bordes d’arreu) tegen waar alle woningen zwaar in verval waren.
De natuur begon het terug op te eisen.
Het stond er vol braamstruiken met sappige dikke bessen. Ritste enkele handen vol van de struiken terwijl ik mij even wat rust gunde .
Nog lager kwam ik bij een groepje huizen van meer recentere datum. Van de buitenkant nog in een vrij goede staat maar ze waren allemaal onbewoond. Dit gehuchtje (Arreu) was enkel maar te voet bereikbaar.

Ik werd er even stil van en mijmerde wat over de vergankelijkheid van de dingen.
De mensen met hun plannen die ze tussen de wieg en het graf maken. Maar waar generaties voortbouwen op wat was, wordt er soms een andere richting in geslagen.
Eenmaal dicht bij de weg heb ik even moeten zoeken naar een goede slaapplaats. Liep eerst door naar een oude romaanse brug maar zo kort bij de weg waren er niet zo’n goede opties en het water dat hier door een diep uitgesleten bedding liep was niet bereikbaar.
Ik keerde terug richting Arreu en bij een weiland waar ze via buizen water aftapten hogerop uit de beek voor de bevloeiing van het veld zette ik mijn tarp recht.
Friste me op, iets dat ik door het mooie weer iedere avond heb kunnen doen.
Op eerdere tochten vond ik het nodig een wasbak mee te nemen om met enkele druppels afwasmiddel als ontvetter mij af te kunnen spoelen.
Nu had ik ervoor gekozen om enkel een washandje mee te nemen en mij met zuiver water af te spoelen. Wat harder schurend als het echt vuil was. De voeten bijvoorbeeld.
Gelijk een nadeel van luchtige trailrunners is dat via het gaas en bij droge omstandigheden, zich nogal wat fijn stof afzet op de voeten.
Maak nog even verbinding met het thuisfront en berust in mijn lot dat ik de volgende dag een onbekend aantal kilometers asfalt voor de boeg ga hebben voor ik terug houvast ga krijgen op de eigen kaart.

Dag zes: Een oranje kooi van Faraday als rustpunt.
Duur:7.30u

Na 5u stevig doorstappen waar het via Esterri d’Aneu richting Port de la Bonaigua ging zat ik ter hoogte van de skiliften terug op de route door Vall de Gerber.
Ik had natuurlijk kunnen liften.
Heb het ook even overwogen maar dit is per slot van rekening een wandelvakantie en dan moet ik er de consequenties maar bijnemen zei ik streng tegen mezelf en moet het gevolg van mijn keuzes maar accepteren.
Achteraf thuis zag ik dat ik onnodig veel asfalt heb zitten lopen. Een doorsteek vanaf Boren via Sorpe zou mij uren tijdswinst hebben opgeleverd maar toen had ik geen notie hoe dit gebied er uitzag.
De serie haarspelbochten voor de Port heb ik wel grotendeels via afstekers in kunnen korten.
Ik was de voorbije uren enkele kleinere plaatsen gepasseerd en heb moeten concluderen dat de situatie hier niet veel beter is dan de verlaten gehuchten die ik gisteren tegen kwam.
Heel veel nieuwbouw maar bij het merendeel van de huizen zijn de luiken gesloten. Veel bordjes met te koop. Als de toeristen weg blijven is het hier even doods als daar boven op de berg.
Dan lijkt het bijna alsof de mensenwereld zich langzaam terug trekt naar de lagere delen van het land.
Het vervolg was een vrij geleidelijke klim door Vall de Gerber waar voor het eerst het landschap wat herfstkleuren liet zien.
Drie uur te gaan wist een bord te vertellen. Het was vrij miezerig weer door de mist die er hing.

Estanyola de Gerber is een alleraardigst klein rond meertje.
Estany Petit stond droog maar Estany de Gerber mocht wel weer worden gezien. Eenmaal aan de hut maar direct de grote plastiek fles gepakt die er stond om terug het heuveltje af te lopen naar het Etang de l’Illa om water te halen.
Een oude pan heb ik even misbruikt als waskom. Deze keer deed ik wel enkele druppels afwasmiddel in het water.
De hut voor mij alleen.

Dag zeven: Met een dartelend gevoel in Aiguestortes
Duur: 8u

Ik had voor het eerst een goede nachtrust gehad. De opkomende zon kleurde de hemel rood.


De vorige keer hebben we een eigen route naar Coth der Lac Glaçat gelopen. Nu zag ik dat er beneden een bord stond en dat er vanaf de hut gele markeringen vertrokken. Voor het eerst zag ik een paar gemzen
Terug weer paar vervelende brokkenvelden die toch wat extra aandacht vereisten. Daar gaapten soms diepe kloven tussen de rotsen.
Lac Glaçat liet zich vanaf de col door het ochtendlicht in al zijn glorie bewonderen. De gele markeringen hielpen me nog een tijdje op weg. Hielden dan plots op en hun taak werd overgenomen door steenmannetjes die mij zonder al te veel problemen naar het zadel leiden tussen Tuc de Saboredo en Pic d’Amitges.
Waar het even zoeken was naar het vervolg omdat er ook een route leek te lopen in oostelijke richting die weinig hoogteverlies had tot ik enkele steenmannen zag links van de dalbodem. In de verte kwam Refugi d’Amitges reeds in beeld.
Wat lager kwamen de gele markeringen terug . Deze keer houten paaltjes met een gele kop..
Ik vond de aanloop naar de hut niet zo bijster mooi. Een vrij smal ingesloten, stenig dal waar ik door moest afdalen. Op het eerste oog zag ik ook geen steenmannetjes richting col tussen Pic d’Amitges en Pics de Bassiero, een col die ook verbinding maakt met Refugi Mataro
Aan het meer een jeep en wat dagjestoeristen die rondhingen bij het meer. De aanloop naar Port de Ratèra mocht er wel zijn, een goed pad dat in een boog geleidelijk omhoog gaat. Een overvloed aan markeringen op deze vrij brede col.

Beetje overbodig maar toen ik hier vorige keer was, komende van Refugi de Saborèdo, en in dichte mist de overgang van het ene naar het andere dal maakte was ik blij dat ze er waren.
Over het vervolg voor de komende dagen was ik nog aan het twijfelen maar al lopende hield ik voor vandaag wel alle mogelijke bivakplaatsen in de gaten.
In eerste instantie zou ik direct de hoge route volgen richting Port de Colomèrs maar ik zat nog goed op schema om wat langer bij het Circ de Colomèrs te blijven rondhangen.
Ik was ook niet zeker of er nog gebivakkeerd kon worden hogerop en om nog door te trekken voor een illegaal kamp bij Estanys de Colieto bracht me al veel te ver naar het westen.

Daalde dus af om de kleine merenroute te volgen en zag al direct dat er aan de zuidoostkant van Lac Long een mooie plek was.
Bezocht vervolgens Lac Major de Colomès, Estanh Mort, Garguilhs de Jos en Estanh des Cabidornats om dan terug naar die heerlijke spot te trekken. De twee refugi onderweg waren dicht. In het noorden zag ik het de toppen die de grens vormen waar ik op dag drie onder langs ben gelopen.
Het dartelend water van aiguestortes.
Ik had ook dat dartelend gevoel achter mijn vel en de miserie van de voorbije dag was alweer lang verteerd.

Dag acht: Expeditie Aneto of toch niet?
Duur:8u

Ruim de tijd genomen om mijn kamp op te breken.
IK moet maar een klein stukje op mijn stappen terugkeren richting Lac Obago.
Door de ochtendmist leek het alsof ik door een heel ander landschap liep. De rode markering was duidelijk. Op tal van plaatsen hogerop was het nog mogelijk om een bivak op te slaan bij een van de meertjes maar het is zoeken voor een plek omwille van de stenige bodem. De route loopt voorlangs Tuc de Podo.
Op de bergrug krijg ik een duidelijk beeld van Port de Colomèrs die straks op het programma staat.
Voor ik aan de klim begin neem ik een uitgebreide pauze leg mijn gerief te drogen in de zon.
Het is geen rechttoe rechtaan afdaling eenmaal bij de Port maar de richting is duidelijk omdat Estany Tort al van boven te zien is. Het duurde al bij al nog een hele tijd eer ik de hut bereik.
Hoe korter bij de hut hoe charmanter en vriendelijker ik het landschap vond. Gisteren even overwogen om vandaag Punta Alta te beklimmen om dan een nacht illegaal binnen het parc te overnachten maar er was sinds gisterennacht een ander plan aan het broeden. Ik loop al gans de tocht met een stel ongebruikte stijgijzers op de rug.
Zou er genoeg tijd over zijn om eens de gletsjer van de Aneto op te lopen nu hij er nog ligt?
Opvallend veel wandelaars bij de hut zowel een gezin dat een dagtocht doen als een groep die doortrekt richting Refugi d’Estany Llong. Ik zie dat alle deuren gesloten zijn. Geen winterruim te vinden
De doorsteek naar Coret d’Oelhacrestada (Coll de Crestada) is niet zo heel boeiend maar er loopt een heel duidelijk pad naartoe. Een bord wijst dat ik Estany de Travessant langs rechts moet ronden. Ik laat de klim naar Col Tumeneia voor wat het is. Ik heb op dit moment weinig zin om over, naar ik vermoed, vage routes te lopen. In de voorbereiding heb ik deze optie ook maar heel even bekeken. Ik verkies om naar Lac deth Cap deth Port te lopen, naar dat vlakke grasveldje net naast het water. Een goede plek om de avond door te brengen.

Haal nog eerst wat water uit de beek die het meer gevuld houdt en loop naar de oostkant van het meer. Niet van plan om nog veel te bewegen.
De wind is niet standvastig en in de nacht staat hij weer pal op de ingang.

Dag negen: Van de zomer in de herfst.
Duur:7u

Opvallend hoe op korte tijd de temperatuur begint te zakken wanneer de zon op komt. De condens op het zeil slaat wit uit. Neem foto’s van de opkomende zon.


Erg benieuwd hoe ik de route langs Lac de Mare ga ervaren.
Het water in Lac Restanca staat laag. De route alweer erg duidelijk. Een wegwijzer wijst de doorsteek naar refugi Ventosa i Cavell aan.
Dus toch een vrij courante route over Serra de Tumeneia richting hut. Van hier gezien lijkt de aanloop naar deze col de natuurlijke lijn te volgen die in het landschap zit.
De route langs het meer is een mix van goed begaanbare stukken maar waar ook geïmproviseerd moet worden. Het vreet toch alweer veel energie
Aan de westkant loopt het fout als ik de steenmannen blijf volgen zonder notie te nemen waar ik naar toe loop. Een grote groep gemzen die zich bij de grote grasvlakte ophield heeft zich al uit de voeten gemaakt.
Het was pas ver voorbij een stel meertjes en het uitzicht op een gekartelde graat dat ik, puttend uit mijn herinnering me begon te realiseren dat het hier foute boel was.
Ik heb niet lang op de kaart moeten kijken om zekerheid te krijgen van mijn vermoeden dat ik naar de Besiberri kam aan het lopen was.
Het heeft me meer dan een uur vertraging opgeleverd eer ik op Colhada de Lac de Mar dit meer de rug toe kon keren. De laatste aanblik mocht er zijn.

Erg steile overgang.
Handen en voeten moeten gebruiken.
De andere kant liet een totaal ander landschap zien. Estanh dera Colhada wist nog stand te houden.
Ik had er al over gehoord maar toen zag ik zelf voor het eerst hoe laag de waterstand van Lac Tort de Rius was.
De gebleekte rand die achterblijft, de lichtgroene kleur van het resterende water maakt dat ik dit schoonheid vond in al zijn lelijkheid. Het kwam mij allemaal zo onwezenlijk over en daarom trok het aan .
Zit opnieuw in een regenjas gehuld als een storing voorbij trekt. Rondt het meer, ga over op de GR11 om dan eerder op automatische piloot af te dalen naar Vall de Conangles.
Ik moet glimlachen wanneer ik Barranc de Conangles nader en ik het eerste vlakke plekje zie waar een tent zou kunnen staan en ik me herinner dat we dit veldje verschillende jaren geleden hebben aangeslagen. De stam waar toen onze sokken hingen te drogen ligt er nog steeds. Veel overschot aan energie zullen we waarschijnlijk niet meer hebben gehad. Ik sta er even bij stil hoe goed mijn dochter de tocht heeft doorstaan. Het terrein is niet altijd even vriendelijk geweest. Doe boven de tunnel een telefoontje naar huis.
Liep door naar Pleta de Molieres waar ik een plek zocht die zo min mogelijk met schapenkeutels is bedekt, kort langs het water.
Al bij al valt de omgeving hier mee. Een kudde schapen zit zijn avondeten bij elkaar te schrapen.
De herfst hangt duidelijk in de lucht.


Dag 10: Coll de Mulleres, een kantelpunt.
Duur:5u

Gedurende de nacht overloop ik de mogelijke opties voor de overblijvende dagen. Een klim naar de Aneto zal er niet meer inzitten. Ik kom net een dag te kort.
Zoals ik het nu inschat is het onmogelijk om vanaf de vallei naar de top te klimmen, af te dalen om dan nog eens de grens met Frankrijk over te steken voor een bivak.
Hoewel ik overmorgen pas rond 17u mijn trein moet halen in Luchon wil ik voor de zekerheid alle moeilijkheden achter de rug hebben.
Mij langs Franse kant bevinden vind ik dan een noodzaak. Het is duidelijk dat het weer minder stabiel is geworden
Ik haal mij de woede van een herder op de hals als ik midden in zijn kudde terecht kom en ik het peloton in stukken doe breken wanneer de angstige dieren alle kanten uitschieten.
Ervaar toch flink wat stress op deze ochtend waar somberheid troef is als ik aan mijn klim begin terwijl het hier stilaan dicht begint te trekken. Wordt net voor Refugi de Molières voorbij gestoken door een koppel. Het was eerder toevallig dat ik doorheen de mist de hut zag liggen. Ik volg voor het gemak het spoor van de twee mannen die ik, hoewel in een hoger tempo nog geruime tijd in het vizier kan houden.
De laatste honderden meters onder Coll de Mulleres kom ik in een onweer terecht. Er valt natte sneeuw uit de lucht. Het duo keert terug op zijn stappen. Een van hen maant mij aan tot voorzichtigheid wanneer hij hoort dat ik toch de graat over wil steken.
Ik had natuurlijk een uitwijkmogelijkheid achter de hand gehouden mocht het weer tegen vallen maar zo kort bij het kantelpunt joeg ik mezelf verder. Eenmaal Coll de Mulleres gepasseerd krijg ik immers terug wat speelruimte.
Ik haast me verder omhoog. Mijn vingers zijn nat, krijgen het koud maar zo kort bij de Coll laat ik ze in de rugzak maar gesp wel snel de stokken vast aan het draagstel. Te steil hier om van nut te zijn. Neem de tijd niet om de omgeving in mij op te nemen hoe de route loopt maar klim, handen en voeten gebruikend zo snel mogelijk naar de rand, daal even om wat meer beschutting te vinden.
Ik kom in een brokkenveld terecht en door de mist heb ik geen overzicht op het vervolg.
Probeer zoveel mogelijk te dalen al weet ik dat ik eerder nog wat meer naar het westen moet.
Wat lager trekt het wat op en komt het eerste van de Estanys de l’Escaleta in beeld.
Ik werk mij naar gladgeslepen rotsen waarlangs water naar beneden loopt.
Nu het moeilijkste achter de rug is en er terug beeld is neem ik de tijd om de omgeving in mij op te nemen en wordt haast ontroerd door wat ik zie.
De wolken die door hun spel karakter geven aan het landschap en rechts van mij een bergrug die een rijk geschakeerd van vorm is.
Het blijft een ruige afdaling. Wat later verlaat ik de route en klim door naar Coth des Aranesi waar ik de nacht door zou brengen.
In mijn fantasie is het goed wakker worden in de ochtend als het eerste zonlicht op de gletsjer van de Aneto valt

Aangename namiddag doorgebracht. Ik zie dat er plaatselijk terug kalksteen te vinden is in de ondergrond. Volgens plan daal ik morgen af naar Estanhon des Pois richting Refugi de Artiga de Lin om dan terug naar Pas de l’Escaleta te klimmen voor een bivak bij Etang de la Frèche.
Er zijn wel enkele plassen water te vinden op deze brede col maar daal toch af voor vers water.
In de nacht begint de wind opnieuw te draaien en staat pal op de opening. Er waait wat natte sneeuw naar binnen en ik kruip nog wat dieper weg onder de tarp.
Zet de voorraadzak als een muur aan mijn hoofdeinde zodat ik nog wat beter afgeschermd ben.
Het doet me besluiten dat, eenmaal thuis ik nog eens goed moet gaan overdenken hoe ik die voorkant, indien nodig ook af kan sluiten.
Ik sla gedurende de nacht een paar keer tegen het zeil om de sneeuw te verwijderen. Het zeil zakt sneller door dan gedacht. Hoewel ik niet van nattigheid hou voel ik mij erg comfortabel in mijn nest.
Grote verbetering van heel mijn slaapsysteem is dat ik dat eeuwig schuivend plastiek onderzeil heb thuis gelaten en met mij Tyvek bivak zak gewoon op de grond leg. Als deze versleten is maak ik hem een fractie groter.
De indruk dat hij iets te krap zit als ik op mijn zij lig.

Dag 11:Terug tussen de mensen, voor even toch.
Duur:4u

Geen eerste zonlicht op de Aneto maar overal mist. Estanhon des Pois, het meer dat gisteren zo fraai in beeld kwam is niet te zien. Ik besluit om de kortste weg naar Franse kant te nemen en begin mijn afdaling naar Plan dels Aigualluts.


Wat lager, onder het wolkendek merk ik dat het toch nog vrij aardig weer is en dat de lucht plaatselijk open trekt.
Het merendeel van de wolken blijft tegen de bergen hangen.
Beneden bij de parking is het een drukte van jewelste. Een af en aan gerij van auto’s.
Altijd heel vermakelijk om te zien hoe mensen zich prepareren voor hun bergtocht waar je van uit kan gaan dat ze niet langer gaat duren dan een half uur verwijderd van de auto.
Je pikt ze er zo uit. Meestal met fonkelnieuwe schoenen.
Niet fraai maar soms word ik overweldigd door dat gevoel van zelfgenoegzaamheid dat ik dan toch maar weer snel onderdruk
omdat ik voor een stuk ben grootgebracht met het spreekwoord dat hoogmoed voor de val komt.
Ik neem een heel ruime pauze omdat ik anders veel te vroeg op mijn bivakplaats ben en het waarschijnlijk daar boven tegen dan terug erg somber zal zijn.
Eenmaal korter bij de Franse grens duik ik alweer de mist in. Bij Pas de l’Escalette zoek ik mijn weg naar beneden. De route is blauw gemarkeerd maar geeft door de mist veel minder houvast dan de steenmannetjes.
Het is bij Etang de la Frèche maar een erg natte bedoening. Het regent zachtjes en het is zoeken naar een vlakke plek waar de ondergrond niet zompig is. Het lijkt dat zich hier veen aan het opbouwen is.
Ik blijf het grootste deel van de namiddag in de slaapzak liggen en lig dromerig te staren naar de regendruppels op het zeil. Hoe ze zich op een bepaald moment in beweging zetten en in hun parcours andere druppels meenemen. Even overwogen om af te dalen naar het dal om in de buurt van Hospice de France te overnachten maar dan wordt het wel een heel korte laatste dag. Trakteer me op een extra kom soep.

Dag 12: Een onverwacht cadeau.
Duur:3,5 u

Gedurende de nacht klaart het uit.
Lig wakker en de film van deze tocht speelt af in mijn hoofd. Hoe diep ik soms zat door het geploeter over de rotsen, hoe blij ik was met de steenmannetjes als houvast. Ik neem mij voor om een ode te schrijven aan de steenmanbouwer. Het gevoel van afscheid te nemen van een heel bijzondere hoek. Als het ochtend wordt kijk ik uit over een wolkenzee. De zon moet nog aan zijn klim beginnen. Op vrij korte tijd begint de temperatuur opnieuw te zakken. Een stevige bries doet de beide vleugels van de tarp opbollen als was het een vleermuis.


Maak foto’s van het eerste licht op de flank. Neem mijn tijd om te genieten van het spektakel. Ik heb het koud maar dat deert mij niet. Ik neem dit onverwacht cadeau met beide handen aan.
Het is pas nu dat ik voor het eerst dat lager gelegen meertje opmerk waar ik vorig jaar heb geslapen. Ik vond het al vreemd dat ik de omgeving waar ik nu stond niet herkende.

Ik krijg er een warm gevoel bij nu ik tijdens het schrijven terug denk aan de afdaling doorheen dit zonnig herfstig landschap . Een slot dat kan tellen.
Cabane de la Frèche is recent opgeknapt maar er staat niets van meubilair. Als je er wil slapen zal het op de vloer moeten.
Voor ik bij Hospice de France ben zit ik alweer onder het wolkendek. Ik stimuleer een koppel dat zich klaar maakt voor een trip om door te gaan tot boven. Jullie weten niet wat je anders mist.
Neem de in aanvang een smalle geasfalteerde weg die verderop met een slagboom is afgesloten. Bij de splitsing naar Plateau de Campsaure ga ik naar links tot bij een klein beekje waar ik van kleren wissel en mij van kop tot teen wassen.
Zo buiten het seizoen is het erg rustig in Luchon. Loop eerst naar het station om er zeker van te zijn dat ik vervoer tot Toulouse heb.
De winkel op de rand van het dorp gaat pas later op de namiddag open. Koop als het zo ver is wat fruit. Prepareer voor het laatst de rugzak. Tussen nu en morgenmiddag leef ik op de overschot van mijn toerbrood. Rekende op 375 gram voor de maaltijden tussendoor maar ik at amper 250 gram.
Echt snelheid wordt er niet gemaakt op het eerste deel van het traject. De trein puft en steunt als hij een helling moet nemen.
Met het verstand op nul breng ik de laatste uren door in het station van Toulouse. Wachtend op de nachttrein.
Enkele zwervers doen vervelend, zijn luidruchtig en laten nogal wat troep achter in de hal.
In een stoel ipv een bed ging het huiswaarts waar alleen op het traject Parijs-Brussel nog iets te beleven viel toen werd afgeroepen of er een dokter of verpleegkundige op de trein zat en hij dringend gevraagd werd naar de restauratiewagen te komen.
Toch maar eens gaan kijken of ik iets kon betekenen al was ik beschaamd om hoe ik eruit zag. Zo iemand wil je niet aan je bed hebben in die vuile broek en op sportschoenen.
Zwangere vrouw die volop haar weeën had.
In mijn opleiding ben ik wel eens gaan kijken naar een bevalling en ik heb onze huisarts ook wel in de weer gezien met zweetdruppels op het voorhoofd tijdens de geboorte van onze drie dochters.
Ze hebben nog even aangedrongen: “misschien kan je assisteren als er een arts is”
Bedankt voor het vertrouwen maar toch maar snel op mijn plaats gaan zitten met de boodschap “dat jullie mij wel vinden als het echt nodig zou zijn.”
Afgestapt in Brussel zag ik ambulanciers langskomen met een vrouw, diep onder de lakens, daaroverheen nog een glimmende folie.
Ze lag in een foetushouding. Kon nog even haar ogen zien en toen wist ik dat alles goed was gegaan en er weer een nieuwe wereldburger was bijgekomen.

Als ik terugblik op deze tocht denk ik dat er potentieel in zit om er een klassieker van te maken.
Je loopt door een heel gevarieerd landschap. Her en der wat relikwieën uit de tijd van toen om dit wat tastbaarder te maken. Een mix van gemakkelijk en moeilijker terrein. Gebaand en ongebaand gebied. Het is veelal stil onderweg. De uitzichten groots. Voor twaalf dagen eten mee nemen weegt wel door. Het alternatief is dat je halverwege je zou kunnen bevoorraden in Salardu.
Gelijk gaat dit de laatste buitenlandse tocht zijn voor dit jaar. Ik plan nog wat winterse tochten in onze eigen Ardennen. Eens zien hoe goed mijn wollen sokken nog isoleren als de voeten nat zijn.
Wat volgend jaar gaat brengen staat nog niet helemaal vast.
Sarek hoogstwaarschijnlijk ergens op de overgang van zomer naar herfst.

Reacties

  1. Prachtige tocht Ivo.
    Kan je een idee geven van de hoogteverschillen die je moest overwinnen? Of kon je vaak "op hoogte" blijven lopen?

    groeten
    Bart

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bart,
    kijk eens bij de foto's. Daar zitten wat print screens tussen van de on-line kaart
    https://picasaweb.google.com/104818887603169183922/RondjeVallDAranBisOkt2012
    Kan je zelf eens kijken. Ik heb de hoogteverschillen (globaal gezien) niet als inspannend ervaren.
    Die waren al bij al beperkt als ik vergelijk met eerdere tochten.Vooral het terrein is soms vermoeiend. Even eens vlug naar de eerste dag gekeken. Dat was 1300 m klimmen.
    De eerste dagen had ik lange stukken waar ik op hoogte kon blijven en lange tijd verre uitzichten had. In het tweede deel van de tocht ging het van col tot col en op iedere col was er wel iets te zien

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dank je.
    Misschien laat ik me inspireren door je tocht :)

    Bart

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hey Ivo, eindelijk de tijd gevonden om je verslag te lezen. Toch telkens weer een erg fraaie hoek om terug te zien. Jammer dat het net in Vall de Gerber grijs weer was na al dat moois wat Joery ons daar steeds van weet te vertellen. Het is nu wel frustrerend om te zien hoe een pokke-eind je hebt rondgelopen over het asfalt zeker?
    Aah, ik moet dringend nog eens in de Pyreneeën geraken :-)

    Willem

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten