Tussen Vercors en Dévoluy : Achtdaagse trekking over de GR 91-93-94

Een oud verslag en na een falende harde schijf nu zonder prentjes

De omstandigheden hebben gemaakt dat ik er dit jaar zonder compagnon op uit ben getrokken. Mijn schoonbroer met wie ik al enkele jaren door de Pyreneeën trek, heeft zich dit jaar definitief verankerd aan Nancy. Ik had het voelen aankomen. Vorig jaar, vertrokken in Gedre met het doel via Gavernie naar Ordessa te gaan. We waren halverwege onze tweede dag. Zittend aan refuge des Espuguettes werd door hem de vraag gesteld of we echt 10 dagen de bewoonde wereld achter ons zouden laten. Trekking als een vorm van meditatie is o.k. Als je echter de antwoorden denkt gevonden te hebben, wil je zo snel mogelijk terug naar beneden.
Dan heb ik ook nog een dochter die zo graag met vader op avontuur wil gaan. Dochters worden groter en toen ze in juli Thomas op haar pad tegenkwam werd na enige twijfel door haar beslist "dat ze eigenlijk toch liever thuis wou blijven".
Vader zou dit jaar dan noodgedwongen alleen op stap gaan. Hij had zich inmiddels zelf een tent aangeschaft (Nallo3) en ze zou toch moeten renderen. Voor twee personen is ze comfortabel voor één persoon zal het een suite worden.
Eén probleem viel weg. Ik had nu alle ruimte om zelf mijn route uit te stippelen. Aan de lokroep van de Pyreneeën had ik al gehoor gegeven. Drie dagen door het Carlitmassief en het reservaat van Orlu tijdens onze gezinsvakantie in de Catharenstreek.

Jaren geleden nog voor ik door de trekking-microbe gebeten was, t'was op de terugweg van Castellane naar Grenoble, viel mij het gebied rondom Lus-la-Croix-Haut op. Verslagen links en rechts maakten mijn keuze definitief. Deze zomer ga ik naar Vercors en omstreken.
Om mijn gezinsleden niet te zeer te immobiliseren werd er gekozen voor het openbare vervoer. Een onderneming die een grotere uitdaging inhield dan de tocht op zich. Met de paar woorden Frans die ik beheers, ben ik er geraakt. Zelfs in grote luxe. Om alle vrijheid te hebben was er niets gereserveerd, zodat door overboeking noodgedwongen in eerste klasse naar Lyon werd geflitst. T.G.V. rijden is een dure aangelegenheid. Wat een contrast met de rest van de tijd!
Het uitstippelen van de tocht is een vakantie op zich. Met het vingertje schuivend over de kaart lekker wegdromen over wat te wachten gaat staan. Er was bij mezelf enkel wat onrust voelbaar rond het gegeven 'drinkbaar water'. Niets abnormaals. Dit heb ik bij iedere trekking. Het beeld van een gortdroog Vercors-plateau met kurkdroge bronnen drong zich aan mij op. De pessimistische kant van mezelf vroeg zich af hoe ik deze oversteek zou kunnen klaren. "Spaarzaam omspringen met acht liter water, stinken mag , ik slaap immers toch alleen", moet ik hebben gedacht.
Ik ga ervan uit dat er tussen Corrençon en Lus-la-Croix-Haut niets te kopen valt. Voor mijn droogvoer heb ik een standaard ontwikkeld. Dit jaar had ik mij voorgenomen om een soort ondergrens te bepalen m.b.t. het aantal calorieën ik nodig heb. Eens lekker sober doen. Waar ik altijd een overschot van heb, zijn Snickers en druivensuikers. Trouwens het eerste wat mijn kinderen vragen als ik thuiskom : "Papa heb je nog wat over?" Dan volgt er een schranspartij waar vader voor even al zijn opvoedingsprincipes opzij zet. Er zijn zo van die tradities die in ere gehouden moeten worden.

Dag één: Corrençon-Cabane de Carrette

16h: Aangekomen in Corrençon. Deze morgen om 5h30 op de bus gestapt richting Antwerpen-centraal. Reis is vlot verlopen. Er is een regelmatige busverbinding tussen Grenoble en Corrençon.
Op de parking, enkele honderd meter voor de gite d'etape, is het druk. Er is zowaar een sanitaire voorziening (w.c. en drinkbaar water). Twee-liter P.E.T. flessen (met statiegeld) dienen al jaren als drinkbus. Ze passen perfect links en rechts in de houders van mijn Shasta-rugzak. Ze zijn onverwoestbaar en gratis. (In België vooralsnog niet te vinden).
In mijn rugzak nog eens drie liter water in twee P.E.T. flessen van het Belgische model. Deze kieper ik voor één keer ergens in een vuilbak van zodra ik de vermeende woestijn ben overgestoken.
Ik stoorde mij eens niet aan het golfterrein dat ik overstak. Ik vond het halfopen landschap zelfs mooi.
Een monument gaf aan dat ik de 45ste breedte-graad overstak. Ik heb er geen plechtigheid gehouden. Dit hou ik tegoed voor als ik eens een keer de poolcirkel oversteek.
Dicht bos tot aan Cabane de Carrette. Deze ligt op een eindje van het pad. Met het hoofd naar de grond loop je er zo voorbij.
Kraaknette hut met slaapmogelijkheid op zolder. Het dak in traditionele stijl (elkaar overlappende grenen plankjes).
Een kaart tegen de muur geeft de ligging aan van de andere hutten op het plateau en vermeldt wat wel en niet mag binnen het park. Eigenlijk is het gebruik van de hutten niet gratis. Normaal ben je verplicht om een verwaarloosbaar bedrag over te maken. Dit dient dan voor het onderhoud van de hutten. Op zoek gegaan naar een bron die zich ergens in de buurt moet bevinden. Buiten een vage (overgeschilderde) aanduiding op een steen en enkele steenmannetjes richting bos heb ik niets gevonden. Wel was er een G.P.S.- referentiepunt op het pad. In mijn zoektocht op internet ben ik enkele sites tegengekomen die alle belangrijke punten op het plateau in kaart hebben gebracht. Als de techniek je niet in de steek laat, is de tijd van verdwalen definitief voorbij.
Hoe trekkers zonder G.P.S. hun weg vinden als alle markeringen zijn ondergesneeuwd, blijft me een raadsel. In grote lijnen is de richting wel duidelijk doch door de onoverzichtelijkheid van het terrein vraag ik me af of je veel hulp hebt aan een kompas?
Buiten enkele mountainbikers (ook voor hen zijn er reglementeringen) heb ik geen bezoek gekregen. Tegen valavond wel nog een groepje voorbij zien stomen. Waarschijnlijk bivakkeren ze ergens in de buurt van de open vlakte bij de bergerie. Slapen doe ik nooit goed. Ik lig nog steeds op een schuimrubber mat van Ridge Rest. Deze kan buitenboord hangen en gaat nooit lek. Zelfopblaasbare matten zullen veel meer comfort geven doch ze vullen dan weer de toch al schaarse ruimte binnen in de rugzak. De volle maan maakte dat het nooit echt donker werd. 't Is wachten op het eerste daglicht.

Dag twee: Cabane de Corrençon-Jasse du Play

Het doel was mijn tent op te slaan bij Fontaine de la Chau.
De markering is goed al blijft het opletten. Zeker in open gebied en bij stenige ondergrond zijn de sporen soms vaag en als het 'pad' dan een scherpe bocht maakt, wordt het zoeken geblazen. De rood-wit markeringen bestaan er in twee uitvoeringen. De oude versie kan nogal varieëren van grootte, afhankelijk van het enthousiasme waarmee deze is neer gepenseeld. De gestandaardiseerde heeft 'europese afmetingen'. Beiden volgen niet altijd hetzelfde traject. Dan zijn er nog de steenmannetjes.
Lang rondgehangen bij Jasse du Play waar ik als eerste was aangekomen.
Ik moet een goede indruk hebben nagelaten bij een groepje trekkers. Twee keer de kans gehad ze op het goede pad te houden. De tweede keer waren ze met zijn allen richting Pas de Berrièves getrokken. Er was hun verteld dat er ergens een bron was "die niet op de kaart stond". Ik denk dat ze nog lang hadden kunnen zoeken.
Lekker enig narcistische streling kunnen ervaren. De herkenning van deze situatie voor mezelf kunnen houden. Kaartlezen is niet echt mijn specialiteit (zoals later zou blijken).
Kans op onweer; deze avond, wisten ze te vertellen. Ik wilde de tent zo lang mogelijk droog houden daarom na wat twijfel besloten de nacht hier door te brengen.
In de loop van de namiddag werd het aan de hut een gezellige drukte. Met enige improvisatie en goede wil van iedereen hoefde er niemand buiten te slapen. Er waren steenbokken te zien op de kam links van Pas de Berrièves. Uren bleven ze zowat ter plaatse. Steenbokken blijken nogal statische dieren te zijn (tegelijk ook statig).
Die namiddag en avond heb ik Nederlands kunnen praten. Vier jongeren uit het Antwerpse deden een tweedaagse op het plateau . De minst getrainde had al na 1 dag nieuwe schoenen moeten kopen. Hij vertelde me dat ze al 10 jaar in de kast stonden. Blijkbaar net iets te lang voor de verlijming van zijn zolen.
De fitste van de vier heeft nog een korte uitstap gemaakt naar de pas. Achterna gekeken door het gezeldschap aan de hut. Enkelen waren benieuwd of de afdaling richting Gress 'te doen' was.
Om niet te veel geurhinder te geven heb ik mij uitgebreid gewassen aan de (karst)bron. Een heel mooie omgeving trouwens. Kalk blijkt niet te filteren. Periodiek zou het water daarom besmet kunnen zijn, vertelde het plaatje. Bij de bron zijn er duidelijk sporen van bivak activiteit.
Bij Carette was ik te weten gekomen dat je mag bivakkeren in een straal van 300m rondom de hutten. 's Ochtends was mij iemand tegemoet gekomen die qua out-fit best een parkwachter had kunnen zijn. Ik heb het hem niet gevraagd.

Dag drie: Jasse du Play-Pré Peyret

Samen met een andere solo-tripper richting Le Grand Veymont (verbastering van vieille mont). In tegenstelling met wat de kaart zegt, is de GR91 afgeleid naar Fontaine de la Chau om dan terug uit te komen bij het Sentier Central.
Met baardmos beklede naaldbomen. Fotootje van gemaakt om mijn vrouw te doen watertanden. Ze is namelijk een notoire bloemschikster. Ik liep er duidelijk niet alleen. Een grote groep 15-16 jarigen waagden zich ook aan de klim. Blijkbaar een of ander avonturenkamp. Aan de mimiek te zien waren sommigen verplicht gestuurd door hun ouders en hadden ze alles behalve zin in deze inspanning.
Een klim zonder problemen met duidelijke markering. Ten oosten van 'de oude berg' was alles in de mist gehuld zodat ook Mont Aiguille verborgen bleef. De graat was de scheiding van de twee weergebieden. Het westen lag open. In de verte was de open plek te zien waar het eindpunt van mijn dag zou liggen.
Een tweetal uren boven gebleven in de hoop dat het weer op zou klaren.
Richting Pas de Chattons ging het bij momenten steil. Er lopen verschillende sporen naar beneden die zich niet houden aan het oorspronkelijke pad. Spijtig dat 'ongeregelden' op deze manier de hellingen verknoeien en erosie in de hand werken.
Tijdens de afdaling is Cabane des Aiguillettes te zien. Eenmaal beneden is ze niet meer te zien. Een steenman geeft zijn juiste ligging aan. Zonder nadenken volgde ik het pad richting Roc Mazilier. Het moet de aangeboren luiheid zijn die maakt dat als er intuïtief gehandeld moet worden, de weg van de minste weerstand wordt gekozen. Bij wat resten van oorlogsspul uit WO-2 mijn fout ingezien. Na wat zoekwerk toch bij Pas de Bachassons uitgekomen. Om niet meer gewicht mee te nemen dan nodig, was ik met een minimum aan water over le Grand Veymont getrokken. De bron aan Pas de Bachassons blijkt ook laat in het seizoen voldoende water te geven, iets wat volgens de berichten op het net van Fontaine des Endettes (bij Pré Peyret) niet gezegd kan worden.
Terug alle voorraden aangevuld. Rustige gelijkmatige afdaling. Langs een eenzame naaldboom (die daarom een vermelding op de kaart gekregen heeft). Voorbij een oude romeinse steengroeve. Enkele achtergebleven ronde en vierkante blokken kalksteen markeren hun plaats.
Rond 14u kwam ik aan bij de cabane. Strategisch mijn rugzak geplaatst om zeker te zijn van een plaats (zoals anderen voor mij al gedaan hadden). Er is een groot 'stapelbed' voor 2x vier personen. Via een luik zou je ook op zolder kunnen slapen. Lijkt mij weinig aantrekkelijk. Aarddonker en beklemmend.
Later kwam er bekend volk toe. Twee oudere koppels die ook bij Jasse du Play overnacht hadden. Zij hadden 'de direct' genomen via la Grande Cabane. Morgen gaan ze naar Col de Rousset waar hun auto staat. Hun toer is dan rond. Zij waren rijkelijk voorzien van allerlei eten en hielden 's avonds een bourgondisch festijn. Dit was zeker geen light!!! Wat ook niet hoeft als je voor slechts twee dagen op pad bent.
De namiddag verliep klassiek. Wat rondhangen, koffie maken, wegdromen, eindje lopen (klimmetje naar punt 1655 m), dagboek aanvullen.
Het andere viertal was een koppel met zoon en een vrouw waarvan mij niet duidelijk was wat haar relatie met de anderen was. De vader had een infra-rood kijker op statief bij (om te speuren naar groot wild). Hij was de kok van het gezeldschap en was met duidelijke gretigheid zijn zoon aan't uitleggen hoe een benzinebrander werkt. Later op de dag werden er nog drie tenten opgesteld. Een groepje bestond uit 3 jongeren met hun ouders. Aankomen, rugzakken afgooien en in een cirkel plaatsen, een kaartspel bovenhalen en nog geen dertig seconden later was het spel in volle gang. Het kan niet anders dan dat er hier sprake was van een verslaving. Hun ouders arriveerden 15 minuten later. Ze konden enkel met gerichte instructies het drietal tot andere acties bewegen.
De bron gaf een smal straaltje water. Ik heb dus geen Sinterklaas kunnen spelen met mijn gigantische voorraad water. Tegen de avond lag 'de oude' nog in de zon. Ik was er op het verkeerde moment geweest.
Om de eenheid van de stellen niet te verstoren, heb ik mij maar op de grond gelegd. Die nacht hebben vooral de muizen me wakker gehouden. Die beesten zijn volgens mij er echt op ingesteld om op een slinkse manier aan eten te komen. Zolang er beweging was, zag je er geen één. Lag iedereen in zijn slaapzak dan begon het feest. Met een zaklamp in de ogen van die beestjes schijnen helpt maar voor even. Het was niet genoeg geweest om het eten weg te steken, zelfs mijn proper uitgewassen lapland-mok kreeg bezoek van die beestjes. Achtergebleven geurtjes hebben blijkbaar een stimulerend werking op hun darmkanaal.
Mok die ochtend een tweede wasbeurt gegeven.

Dag vier: Pré Peyret-bivak bij D120

Laatste dag op het plateau. Het moet koud zijn geweest deze nacht. Op verschillende schaduwplaatsen was de grond bedekt met rijm. Geen risico's genomen en op het veilige GR pad gebleven. Pas toen ik aan de splitsing van GR 91 met de GR 93 kwam, kon ik de afslag naar refuge de Chamailloux situeren idem voor het pad dat naar het uiterste punt van Combe de l'Aubaise gaat.
Hoog boven Combe de l'Aubaise een kudde steenbokken tegengekomen. Ik wist niet dat die beesten zich zo zelfverzekerd voelden. Eigenlijk spelen ze een thuismatch in een omgeving waar ze zich thuis voelen. Zou het ook kunnen dat ze inmiddels weten dat ze tot een beschermde soort behoren? Het naar mijn indruk dominante mannetje ging met grote tegenzin van het pad af. Met zo een mentaliteit is het niet verwonderlijk dat de laatste pyreneese steenbok de 21-ste eeuw niet gehaald heeft. Tegelijkertijd zegt het iets over de 'heldhaftigheid' van de heren jagers.
De canyon met zijn soms overhangende muren deed mij door associatie denken aan de Ordessa vallei in Spanje (alleen veel kleiner)- het laatste toevluchtsoord van de pyreneese steenbok. Voor het binnenkomen van Archiane een ruime pauze gehouden aan een pick-nic plaats (bron). Schoenen uit zodat alle vocht kon verdampen. Ook Gore-Tex heeft zijn beperkingen.
In Archiane telefoontje gedaan met het thuisfront. Ze maken zich niet erg ongerust dus daar moet ik mij geen zorgen over maken. In België was het pokken-weer terwijl ik in het klimmetje naar Benevise eerder het gevoel had dat ik in de Cevennen was verzeild geraakt. Een zinderende warmte, kruidige geuren terwijl ik zelf zweette als een paard. Mooie terugblik op Cirque d'Archiane. Het gehucht verscholen in 't groen. Tussen Benevise en Les Nonnières werd het stilaan tijd om mijn overnachtingsplaats te plannen. In mijn voorbereiding dacht ik ergens te gaan staan op het vlakke stuk na 'Grande Cascade'. In Les Nonnieres stikt het van de bronnetjes. Doch net zoals in Benevise zijn er geen winkeltjes. Aan het gejoel te horen is de waterval een geliefde plaats om te vertoeven. Het 'vlakke stuk' viel tegen. Omheining, poort met groentetuin. Hoog risico dat ik er niet ongemerkt zou kunnen bivakkeren. Volgens de kaart had ik verderop ook niet veel te verwachten. Voor de eerste keer terug twijfel voelbaar. Het gemis aan 'zekerheid' maakte dat ik minder kon genieten van de omgeving. Verstand op nul en doorduwen naar boven….
Net alsof ik in het paradijs terecht was gekomen….
Voor het arriveren aan de D120 een bron met helder, fris water en een grote grasvlakte in de bocht die de D120 maakt. De hut die er stond kan enkel dienen bij noodweer (erg rommelig).
Tegen de avond heb ik bij de bosrand mijn tent opgezet. Een blok brandhout van bij de hut deed dienst als stoeltje. Je kan er redelijk anoniem bivakkeren. De enkele automobilist die langskomt zal je niet opmerken tenzij je een liefde koestert voor rode tenten. Gedaan met schrijven. Mijn pen heeft het begeven.

Dag vijf: D120-Lus-la-Croix-Haut

Lange dag in het vooruitzicht. Over le Jocou naar Lus-la-Croix-Haut.
Ferme du Désert is een bouwvallige verlaten boerderij. Van een pad is weinig te merken. Het viel me gisteren al op. Dit stuk GR wordt veel minder belopen dan op het plateau. Op de rand van grasland-bos was ik het spoor bijster. Achteraf bezien teveel naar rechts gegaan. Waarvan ik dacht dat het een pad was, bleek het te gaan om wildsporen. Van het veilige rood-wit was ook niets meer te merken.
Op kompas in oostelijke richting door het bos lopen ploeteren. Op de enkele open stukken kon ik mij terug oriënteren. Mijn slaapmatje is er redelijk gehavend uitgekomen. Eenmaal helemaal uit het bos was het niet moeilijk het pad terug op te zoeken. Aan de vuurplaatsen te zien wordt er hier ook gebivakkeerd. Bij de cabane door bos en grasland naar Crête de Jiboui. Hier en daar is er wel een steenmannetje doch te weinig om van een pad te spreken. Boven heb je uitzicht in alle richtingen. Voor het eerst dat ik kennis maak met een grasgraat . Dit is lekker ontspannen lopen!! Diep onder mij is de N75 te zien. Veel schapen die de hellingen afgrazen. Grote waakhonden bewaken ze. Volgens info-borden moeten ze lynxen en wolven(?) op afstand houden. De wandelaar krijgt instructies hoe hij moet handelen als een hond hem nadert. Gewoon even halt houden zodat de hond je kan taxeren en dan kan je terug verder.
Na Col de Seysse ging het voor even werkelijk heel steil naar 1997 meter.
Op Le Jocou woont een grote mieren kolonie. Net toen ik er arriveerde besloten de gevleugelden onder hen uit te vliegen. Op een of andere manier hebben man en rugzak een bepaalde aantrek op die beesten. Twee dagen later kwam ik ze nog tegen in het topvak van de rugzak.
Buiten het stuk naar Col de Grimone werd het voornamelijk één grote afdaling. Links en rechts gevraagd naar de weersvoorspellingen. Het was geen eenduidig verhaal, doch ik kwam tot de conclusie dat het weer minder stabiel zou worden. Het werd tijd om een definitieve keuze te maken hoe mijn tocht na Lus verder zou verlopen. Voor ik in Lus kwam had ik besloten om Tour de l'Obio niet te doen (beschreven in trektochten door de Franse Alpen door Hans Lasonder) doch een aangepaste versie. Indien het weer nog verder zou verslechteren zou ik te ver in oostelijke richting zitten. Les Fauries is een verzameling mooi ingeplante huizen. In gestrekte mars naar Lus. Nog voor ik de plaatselijke voedingswinkel binnen was, viel het water met bakken uit de lucht. Maar echt een minimum aan eten gekocht om de volgende dagen door te komen. Ik wilde niet het risico lopen om, indien terug eerste klas gespoord zou worden, ik zonder geld zou komen te zitten. Opvallend was dat ze rekken vol allerhande kant en klaar 'poedersoepen' verkochten en er geen light menus te koop waren. Op mijn vraag welk weer ik mocht verwachten zei de winkeljuf: 'Mijnheer we zijn hier in de bergen' m.a.w. ze vond het maar een domme vraag. Aanvaarden wat er komen gaat. Omdat ik morgen toch richting La Jarjatte zou gaan, heb ik camping le Champ de la Chevre verkozen als overnachtingsplaats.
Er was nog zoveel plaats dat er van de uitbater me de vrijheid gaf zelf een plaats uit te kiezen In gietende regen mijn tent opgezet. Het meest vlakke stuk lag in de buurt van een mobilhome. De eigenaar begon direct bij wijze van verwelkoming zijn beklag te doen over mijn keuze."Waarom voor zijn mobilhome terwijl er elders nog zoveel plaats was??" Normaal gezien ben ik nogal bereidwillig tot toegevingen doch door 's mens reactie deelde ik hem mee dat hij er maar mee moest leren leven. Trouwens nog voor hij morgenochtend zijn ogen opent, zou ik reeds verdwenen zijn.
Later zag ik dat hij vader was van een kind met een mentale handicap. Toen begon ik te beseffen waarom hij mij niet graag in zijn buurt had. Mijn beeld over hem bijgestuurd. Ik voelde iets van medeleven voor zijn situatie. Weinigen die een dergelijke situatie echt leren accepteren. Hij had het er duidelijk nog moeilijk mee.
Het was opgehouden met regenen. Samen met het duister kwam de mist opzetten.

Dag zes: Lus-la-Croix-Haut-les Pres du Col

In een flauwe ochtendzon getracht mijn tent te laten drogen. Vandaag zou ik minimum 1000m stijgen. Langs de D505 richting La Jaratte; iets wat ik niet storend vond. Ik was veel te benieuwd wat ik de volgende drie dagen zou aantreffen. Alleen van het zig-zag pad voor Col des Aiguilles wist ik niet wat ik mocht verwachten. Ik ben er met een verbazend gemak tegenop geklommen. Voor de eerste keer weer eens een echte puinhelling onder mijn voeten gehad. Net voor de col lag er een dood schaap. Dode schapen in de Pyreneeën worden door de gieren herleid tot enkel wat beenderen. Hier moet de introductie van deze aaseter blijkbaar nog gebeuren. Ik heb er geen idee van of de gier vroeger inheems is geweest.
Mijn bivak zou ik ergens op de vlakte achter Col des Aiguilles maken. Ik zou vandaag een overschot van tijd hebben. Blauwe lijntjes op de kaart met aanduidingen van fontaine du Roy en Sce..
Na de col, een kudde schapen. De koppen eenduidig in dezelfde richting. Van Fontaine du Roy kon ik hoogstens vermoeden waar ze zich kon bevinden. Een miezerig , bijna stilstaand stroompje water. Een tweede dode schaap langs de oever voorspelde niet veel goeds. Op een bepaald moment was alle water verdwenen om een 20 tal meter verderop terug te verschijnen. Een zwarte kunststoffen (tuin)slang in de beek (liep verder richting dal) markeerde een bron want nog verderop was plots het water terug verdwenen. Iemand die van plan was om Cascade de Saute Aure te komen bezichtigen zal zich enigzins bedrogen gevoeld hebben. Ik heb al veel gebivakkeerd doch deze plaats was een van de mooiere. Een immense vlakte omgeven door bergen. De hellingen gaven een pallet van kleuren met daar bovenop een steeds veranderende schaduw, naargelang de positie van de zon. Die namiddag heb ik NIETS gedaan. Half slaperig de enkele dagjesmensen naar beneden zien trekken. Ook de schapen die ik 's middags boven op de col was tegengekomen zochten lagere delen op. De zon bleef die avond lang schijnen om uiteindelijk achter de col te verdwijnen. Deze avond was ik ALLEEN.

Dag zeven : les Prés du Col-Lac du Lauzon

De vlakte is zo gesitueerd dat de zon er vroeg begint te schijnen.
Nog twee dagen te gaan. Afdaling naar Col du Festre en verder naar Lachaup. Een gehucht waar er nogal wat verwaarloosde boerderijen stonden. Alles veel kleinschaliger en primitiever, daardoor ook autentieker dan bij de agro-industrie gebruikelijk is. Nog een gedenkteken tegengekomen van iemand die door een 'coup de foudre' om het leven was gekomen. Je moet maar pech hebben!! In een bosje net voor ik aan de GR93 kwam, hadden een groepje 8 à 10-jarigen hun basiskamp. Voor hen moest de dag nog beginnen.
Aan de afslag naar Col de Charnier een pauze gehouden. Ik had alle tijd. Met een energie-reep achter de kiezen zou ik de rest van de route al fluitend afleggen moet ik gedacht hebben. Wat ook de reden was, vanaf Cabane du Chourum Clot kreeg ik een mentale inzinking van jewelste. Het klimmen kostte me zoveel energie. De koolhydraten voorraad bleek op te zijn, het landschap kwam niet overeen met wat ik in mijn verbeelding had opgebouwd tijdens de voorbereiding. Vallon de Charnier kwam mij troosteloos over. Heel weinig groen. Het klaterende beekje wat ik dacht aan te treffen was er ook niet. Weinig mogelijkheid tot bivakkeren. Het zou trouwens niet kunnen. Deze morgen maar een minimum aan water meegenomen en de voorraad begon al aardig te slinken. Vanaf Chourum Clot lag er wel eenzelfde soort zwarte tuinslang als dat ik gisteren was tegengekomen. Ze volgde ook het traject richting col. Dit gaf mij nog enige hoop. Een koude wind stak op en de hemel begon zo stilaan dicht te trekken. Een wandelaar in de afdaling wist te vertellen dat het al drie dagen aan't regenen was en of ik wel regen-gerief bij me had? Dat van die drie dagen vond ik zelf toch wat overdreven maar toch bleven zijn zinnen hangen. Een herder-moderne uitvoering - met muts en handschoenen aan, versterkten alleen maar mijn apocalyptische gedachten. Ook hij leek zich naar beneden te haasten (of was het alleen maar mijn verbeelding).
Er is wel water te vinden. Bijna bij Col de Charnier verdwijnt de tuinslang in een rotswand. Ernaast is er een aftappunt gemaakt. Bivakkeren zou mogelijk zijn geweest doch weinig aantrekkelijk door de stenige ondergrond. Water bijgevuld en besloten door te trekken naar Lac du Lauzon. Al eens een foto van gezien op internet en die zag er toen goed uit.
Een grote groep wandelaars waren in hun afdaling van Tete de Vallon Pierra naar de col. Na een pauze bij het meer daalden ze verder af naar Cabane du Fleyrard om zo naar de parkeerplaats te gaan waar vermoedelijk hun auto's stonden. Blikken van bewondering toen ze hoorden dat ik aan het meer bleef slapen. Zoals de voorbije dagen zie ik enkel wandelaars met een dagrugzak. Dat die inzinking vooral een mentale kwestie was, bleek uit het feit dat ik de rest van de namiddag nog erg bedrijvig was geweest. Source du Lauzon geeft ruim voldoende water en vormt een aardig watervalletje. Door de sputters die het vallende water maakt, is omgeving dik bemost. Lac du Lauzon is vooral een drassige vlakte met zeer hoog gras. Daarnaast is het een kweekvijver voor de alpensalamander. Het krioelt er werkelijk van die dieren. Nog niet volgroeid en daarom lijken ze op kikkervisjes met vier poten.
Je zou je tent op een spectaculaire plaats kunnen zetten. Op de kam tussen het meer en de 'afgrond' zijn er enkele vlakke stukken. Even aan gedacht. Het zou een mooi plaatje kunnen opleveren. Een keuze die ik me sterk beklaagd zou hebben. Aan de Z.W. punt van het meer is er bivak mogelijkheid. Tegen 17u de tent opgezet. Het was koud en af en toe regende het. Bij valavond kwamen vanuit het dal een werkelijk eindeloze rij schapen de berg op. Omdat ik bevreesd was dat ze mijn tent zouden overrompelen, heb ik getracht ze met armgezwaai te verjagen. Gelukkig waren ze van het bange type en trokken ze richting Col des Aurias.
Jaren geleden ben ik eens duchtig in het nauw komen zitten. Door een aanhoudende toestroom van schapen ben ik tijdens de afdaling van de pas du Gat naar het lac de Cap-de-Long (Reserve Naturelle de Neouvielle in de Pyreneeën) bijna van een berg geduwd.
Sommige schapen beëindigen hun leven niet in een slachthuis maar ergens tegen een bergwand. Gisteren zag ik de dode dieren. Vandaag strompelden de 'bijna doden' aan mij voorbij. De herfst zullen ze niet halen. Een schaap is een kudde-dier. In plaats van beneden in het dal te blijven (er zou immers voldoende gras zijn omdat de anderen toch de berg op zijn en je zou kunnen herstellen ) tracht het zieke of manke dier de rest van de kudde te volgen. Het is maar welk standpunt je inneemt, om naar dit fenomeen te kijken. Je zou de schapen domheid kunnen verwijten doch tegelijk is er de herkenning van de situatie. Een mens is pas mens dankzij zijn interactie met een ander en dit vraagt soms ook offers.
Gedaan met filosofie.
Die nacht heb ik ervaren wat het is om alleen te zijn. Regen en windvlagen losten elkaar af. Ik was bang dat mijn tent het niet zou houden.
De tent was nieuw, de omstandigheden waren nieuw. Met een stukgewaaide tent of met een gebroken tentstok zou ik dik in de problemen zijn gekomen. Naarmate de nacht vorderde werd ik rustiger. Om 2u heb ik de buitentent nogmaals verzwaard met keien.

Dag acht : Lac du Lauzon-Lus-la-Croix-Haut

De regen viel met bakken uit de lucht. De schapen hebben terug hun plaats ingenomen bij het meer. Zicht beperkt tot 200m in het rond.
Gisteren overleefd en daarom had ik het gevoel dat er mij weinig kon gebeuren. Geen moeite gedaan om de tent te drogen. Alles ingepakt. Na een korte klim over een pad van modder vermengd met uitwerpselen van schapen ging het 300m naar beneden tot Col de la Croix.
Weer eens slecht op de kaart gekeken zodat ik pas na een tijdje besefte dat ik welliswaar westelijk ging, doch alsmaar verder van de graat was geraakt. Door het weiland omhoog, zig- zaggend als het wat steil werd. In de buurt van Pnte. Feuillette bevond ik me terug op het pad. Spijtig dat ik de uitzichten moest missen. Tijd om al mentaal mijn tocht af te ronden tijdens de afdaling naar Lus. Een tocht die ik me lang zal herinneren. Het steeds varieerende landschap, de uitdaging om er alleen op uit te trekken. Mentaal maar even op mijn tandvlees gezeten. Fysiek is het mij uitstekend gegaan. Kuiten en bovenbenen betastend, merkte ik dat ze in omvang waren toegenomen, het vetlaagje op buik en heupen dan weer wat dunner geworden. Nog even de kleine Gorges des Amayères vermelden. Langs de achteringang naar camping La Condamine. Een kleine enigzins primitieve camping maar voor vier euro hoor je me niet klagen. Je kan er zo lang onder de douche staan als je zelf maar wil. Een haring in de grond krijgen was een andere zaak. Er is geen enkele moeite gedaan om het terrein aan te passen. De ondergrond zit vol keien. Je kan er iets eten doch er valt niets te kopen. Na het opzetten van de tent in de gietende regen naar het station. Morgenvroeg om 6u heb ik een trein naar Grenoble. Te voet naar Lus om een potje tomatensaus te kopen. Noedels had ik nog over van mijn vorige bezoek. Anderhalf uur in Lus rondgehangen omdat de Fransen de gewoonte hebben tijdens de middag de winkel wat langer gesloten te houden, iets wat ik over 't hoofd had gezien. Thuis zou ik het niet in mijn hoofd halen om voor een potje van 2 euro me zolang voor een winkel te plaatsen. Nu heb ik het ervoor over. Muesli of een warme maaltijd? De keuze is snel gemaakt. Uit gaan eten hoorde niet bij de filosofie van deze tocht.

Dag negen :Lus-la-Croix-Haut-Zoersel

5u: Mijn reservekledij aangedaan. Ik zou niet willen dat ik voor geurhinder zou zorgen in de trein.
Restje van de vorige dag opgegeten. Enkele muesli-repen voor onderweg in handbereik.
"In een klein stationnetje 's morgens in de vroegte…"
Het loket was bemand doch een kaartje kon je er niet meer kopen. Het perron had in het duister iets van een een afgelegen western-station. De man van achter het loket kwam net voor aankomst van de trein wat met zijn lamp staan zwaaien. Zou deze anders voorbij zijn gereden zonder mij op te pikken?
De trein was 'poep-sjiek' van inrichting. Rond 7u in Grenoble en rond halfacht zat ik op de trein richting Parijs. De boeking verliep gemakkelijk. Ik heb maar dadelijk alle tickets gekocht tot Brussel-Zuid. Door Parijs geraken werd mijn laatste uitdaging. Via parijs was het 4 uur sneller dan via Lyon/Lille doch ik zou moeten afstappen in Gare du Lyon om via Gare du Nord verder te sporen. Iets waar ik toch wat tegenop zag. Ik hou niet zo van de drukte van een groot-stad.
Zoersel-dorp: 14u30
Kan je mijn verbazing begrijpen? Op het moment dat ik van de bus stapte kwam Wilma ( mijn vrouw)voorbij.
Ze was nog even naar de winkel geweest voordat haar man thuis zou komen.
Ze weet wat hij lekker vindt: vers brood met oude kaas en blonde Leffe.
De laatste meters tot thuis in eigen auto.
Iedereen eens stevig vastgepakt.
"Papa heb je nog snickers over?"
Blij om terug thuis te zijn.
Volgende week komen de kriebels terug voor weer een nieuwe tocht.

Reacties

  1. Beste,

    Ik ben van plan om volgende week ongeveer dezelfde tocht te wandelen als deze die je hier beschreef.
    Ik las al eerder dat het op sommige stukken niet evident is om drinkbaar water te vinden.
    Is het mogelijk om dagelijks een bron te vinden met drinkbaar water?

    Groeten,

    Dimitri Van Gehuchten

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dimitri,
    eenmaal het plateau van de vercors over zal je geen problemen hebben met het vinden van water. Ik ga ervan uit dat de bronnen die ik heb gebruikt nu ook water zullen leveren.
    Voor de situatie op het plateau bestaat er tegenwoordig een link die geregeld wordt bijgestuurd. Blijkbaar geven op dit moment de bronnen genoeg water
    http://parc-du-vercors.fr/uploaded/files/Telechargements_site_PNRV/Actualites/Info_sources/info_sources.pdf
    Hou er verder rekening mee dat voor zover ik weet, op dag vijf de gr route al een paar jaar geleden is omgelegd.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten