woensdag 24 mei 2017

Drie dagen over de Eisleck Trail

"Pijn is soms fijn."

 

Twee jaar geleden had ik het al eens gepresteerd, samen met Hiking Advisor lid Toon.
In juli begeleid ik voor Hiking Advisor een driedaagse tussen kautenbach en Houffalize.
Ik zou me toch voornemen om traject opnieuw te verkennen.
Vooral om de route te overlopen.
Mijn vermogen om "fout te lopen" is legendarisch.
Zijn de markeringen nog redelijk?
Wat zijn onderweg de opties voor een "cowboykamp"?
Waar kunnen we water inslaan?
Ik had in het begin van de week drie dagen vrij.
De dagen verlengen nog steeds en momenteel is er minstens 16u aan daglicht.
Met die wetenschap nam ik mij voor om de drie dagen te spenderen aan het traject
kautenbach-La Roche. Goed voor 104 km en veel hoogtemeters.
Twee vliegen in een klap.
Een voorbereiding voor juli en tegelijk een test voor een soort "speed hiking".
(waar ik van denk dat er nog meer mensen voor te vinden zijn)
Niet rennen, dat kan dit heerschap niet meer. Maar met stevige tred lang doorgaan.
Hoe beter de conditie hoe meer er nog kan genoten worden van de scene waarin je loopt.
In het andere geval is het pijn lijden en doorzetten.
Maar het is meestal zo dat waar de belevingen het intenst waren, de herinnering het duurzaamst zal zijn.
Dan spreek ik niet over trauma's.
Want die blijven op een andere manier de geest bezig houden.

Dag één

Ik pak de vroegste bus in Sint Antonius Zoersel richting Antwerpen.
Het is 4.45u.
Het verleden heeft geleerd dat ik best wat marge inbouw om via verschillende overstappen op tijd  in Kautenbach te geraken.
Het is maandag 10u wanneer ik uit de trein stap.
Ik vul bij de WC van het station  mijn watervoorraad aan tot 5 liter en ga op stap.
Het eten is sober. Ontbijtgranen in de ochtend, door de dag een noten mix met gedroogd fruit voor de snelle suikers en een pakje buitensportvoeding voor het slapen gaan.
Ik krijg vanaf het begin een helling voorgeschoteld die de maat is voor nog wat meer klimmen gedurende de rest van de dag.
Ik word overvallen door een gevoel van verlatenheid. Ik herken de depressie van vroegere ervaringen wanneer ik er alleen voor stond en ik tegen de grens aan ga zitten.
De komende dagen zal ik vooral met mezelf  overweg  moeten.
Het blijft op en af gaan over de hellingen gevormd door de Klierf die zich diep in  het landschap heeft ingenesteld.

Bij Lellingen heb ik wat extra aandacht voor de suggestie op http://www.trekkings.be/ die aangeeft dat je daar goed kunt bivakkeren.
Het is daar na een korte 'graatwandeling' inderdaad een goede hoek met enig uitzicht wanneer het lichaam al nood aan rust heeft. In Lellingen zal evt wel iemand te vinden zijn die de drinkbussen bijvult.
Ik zal nog meer van die graten tegen komen.
Richels met links en rechts de diepte zonder enige moeilijkheid.
De camping bij Wilwerwiltz ziet er sober uit.
Ik bezoek ze niet maar mij vallen de caravans op die het terrein bezetten wanneer ik er langs boven passeer.
De camping van Enscherange ligt er minder ingesloten bij en lijkt ruimtelijker.
Bij het hoogste punt, net voor de afdaling stuit ik op een mooie bivakweide.
Herinner me weinig van vorige keer maar dat verandert wanneer ik in de afdaling bij het kerkhof van Drauffelt kom en opnieuw mijn watervoorraad aanvul aan een kraantje.
Het zegt met een pictogram erbij dat dit geen drinkwater is. Ik negeer de boodschap en gebruikt het verder ongefilterd.
Na Drauffelt gaat het terug omhoog en het gemengd bos biedt tal van mogelijkheden om een bivak te maken. Zeker onder beukenbomen is er weinig tot geen ondergroei en lig je op een zacht bedje van afgevallen bladeren.
Ik geniet wanneer ik in de buurt van Munshausen door het valleitje van de Irbich loop. Het gaat richting 16u wanneer de abdij van Clervaux in zicht komt.
Ik besluit om voor vandaag een eind aan mijn dag te breien.
Het alternatief om door te lopen lijkt mij niets omdat de route lange tijd eerder laag in de vallei blijft en daar de hoogtelijnen relatief dicht op elkaar blijven.
Dat haal ik morgen wel weer in.

Hier heb ik, achter een bultje ruimte zat voor een verborgen bivak.
Ik leen voor een avond de stoel die ik aantref in een boomhut/schiettent.
De melancholische bui van deze ochtend heeft zich niet doorgezet vanaf het moment dat ik de focus kon houden.

Dag twee:

Om 6u ben ik alweer onderweg. Wijk even af van de route en vul mijn watervoorraad terug bij aan de WC van het station in Clervaux.
Het gaat minder gemakkelijk dan in Kautenbach en moet mijn kookpotje gebruiken voor het vullen van de flessen omdat het kraantje te dicht boven een veel te kleine wasbak hangt.
De verborgen herdenkingsplek en grafzerken van zes soldaten  in het bos boven Maulusmillen doet me even stilstaan bij de waanzin van de oorlog.
De geplooide propellers vertellen iets over de kracht toen het toestel de grond raakte. Nu heerst er stilte in het bos.
Ik mis een paadje en moet op mijn stappen terug keren wanneer de markeringen langs de weg lijken opgedroogd.
Voor Troisvierges kom ik in open landschap.
Vanaf de oostflank van de Woltz kijk ik uit over het grensgebied waar windmolens de wind vangen en omzetten in stroom. De velden kleuren geel van het bloeiende koolzaad.

Aan de overkant zie ik Sassel. Het is verleidelijk om een doorsteek te maken en de grote lus kort te sluiten die de route hier maakt. Ik doe het niet en loop door tot Troisvierges.
Loop langs de camping met zwembad. Troisvierges lijkt afgaand op het slenterend, wat ouder publiek een populaire bestemming.
Ik speur wanneer ik ,buiten Troisvierges, doorloop richting Sassel naar de mogelijkheden voor een bivak.
Ik zie er enkelen met potentieel, zonder dat je gestoord zou kunnen worden.

Sassel wordt dan een goede plek om de volgende ochtend aan te bellen voor een verse portie water.
Ik nestel me in de vallei die de Trëtterbaach heeft gevormd.
Een vriendelijke omgeving van glooiende gras en akkervelden. Koeien die mij zitten aan te staren wanneer ik voorbij kom.

De molen van Aasselburermillen is een goede plek voor een pauze wanneer je nood hebt aan een consummatie en de plaatselijke horeca zou willen steunen.
Thema borden vertellen het verhaal van de postweg , de route die nu 500 jaar geleden werd gevolgd om de post door Europa te vervoeren.
Voor Hoffelt hebben ze het dan weer over een plaatselijke beverkolonie die hier zijn gangen kan gaan om dan bij Hoffelt geïnformeerd te worden over het project van Willem één die het ambitieuze plan had om een kanaal te maken die de Maas met de Rijn zou verbinden, dwars door de waterscheiding van deze twee stroomgebieden.
Het project is nooit afgemaakt maar de graafwerken hebben duidelijk hun sporen achter gelaten in het landschap. Best indrukwekkend.

Zo werk ik mij langzaam richting grens. Ik verlaat voor even de vaste route omdat ze, afgaand op http://blog.escapardenne.eu/
veranderingswerken aan het doen zijn bij het bernistap natuurgebied.
De gemetste ingang van de tunnel heb ik dus niet gezien.
Bij het sfeervol dorp Tavigny ga ik op zoek naar water.
Zoals op veel plaatsen lijkt het alsof het dorp is verlaten. Eenmaal buiten het dorp in NO richting zie ik een buitenkraantje en zonder het te vragen vul ik opnieuw al mijn flessen bij.
Ik vink dit dorp aan om voor de juli tocht onder Hiking advisor vlag hier een auto achter te laten en hem te gebruiken om de auto's op te halen.
Het spaart geld door vanaf Troisvierges de trein te nemen ipv een treinrit vanaf Gouvy tot de startplek.
Ik hou er stevig de pas in, kom voorbij de bivakzone Blancs bois .
Spijtig van het bouwsel, de vuurkorf en BBQ mogelijkheid die deze plek heeft.
Het geeft een rommelig geheel (terwijl net daarvoor weer zo'n mooi beukenbos is waar het, zo lijkt het, het er veel prettiger overnachten is.
75 minuten na mijn vertrek uit Tavigny loop ik Houffalize binnen.
Het gaat inmiddels richting 17u en besluit een langere pauze te nemen en kook hier mijn avondeten. Terug wat energie opdoen om daarna nog even verder te gaan.
Ik moet morgen de bus van 14.45u halen om in Antwerpen op een afspraak van 18.30u te zijn.
Luidsprekergeluid om de mensen aan te sporen  naar het circus te komen kijken dat hier deze dagen zijn tent heeft opgeslagen.
Heel discreet zie ik een vrouw de affiches deels overplakken.
Wanneer ik mijn weg verder zet lees ik haar protest voor het gebruiken van dieren voor circustoestanden.
Eenmaal onder de brug van de autoweg voorbij ga ik rechtstreeks naar Bonnerue om ergens tussen dit en Engreux mijn tent op te zetten. Ik speel zo toch een beetje vals maar ik wilde morgen de andere bivakzone bij Engreux gaan bezoeken en er tegelijk terug water in te slaan.
Dat zou niet lukken als ik het pad zou blijven volgen. Zo ervaar ik meer dan eens dat het Eisleck pad heel goed doordacht is. Wat een verschil met de gr 57 waar ik nu over loop.
Het is rond 18.30 u wanneer ik mij neer kan leggen.
Bijna 13u onderweg geweest om redelijk op schema te blijven. Slechts een kleine blaar die ik onderweg met wat tape heb gestabiliseerd.

Dag drie:

Om 5.30u ben ik alweer onderweg en volg nog even over asfalt de gr 57 markeringen.

Vul mijn flessen bij een bronnetje in het dorp.
De kaart maakt er geen melding van maar het blijkt dat er in Engreux een camping is.  Bezoek de bivakzone bij Engreux die er mogelijk nog troostelozer uitziet dan de vorige.
Het zicht op de vallei van de Ourthe, daar is niets mis mee maar omdat de helling is afgegraven sta je hier op een lelijke rotsige kale ondergrond. Ik merk ook dat er afval is achtergelaten.
Daal verder af naar de Ourthe en bij de dam met vistrap loop ik naar de overkant.
Er hangt wat mist in de lucht. Buiten de kwetterende vogels is het muisstil.

Wat ben ik blij dat ik toch heb doorgezet. Ik zit nu echt in mijn ritme. Afwisselend momenten dat ik, meestal in de klim heel stevig doorga dat alleen het lijf wordt gevoeld en het geluid van blazen en puffen de ruimte rond de oren vult.
Dan worden de benen losgekoppeld van de beleving en kan ik opgaan in de omgeving terwijl ik toch een stevig tempo kan maken. Het terrein is nergens moeilijk geweest.
Op dit laatste stuk tot La Roche en Ardenne waren het authentiek dorpje Ollomont, de Keltische site le Cheslé mijn hoogtepunten.
Gegeven dat ik de sporen van hun karren  kon terug vinden in de rotsbodem richting Bérismenil vond ik toch wel bijzonder.
Na het open landschap bij Bérismenil  kwam ik bij een volgend Monument  uit de oorlog met het verhaal hoe het met de bemanning is vergaan.

Bij de parapente opstijgplaats iets verderop is er ook een vlakke plek voor tal van tenten.
Het dorpje Maboge kwam in beeld.
Tegen 13u kwam ik aan in La Roche.
Helaas kwam ik door een gemiste busverbinding toch nog maar pas rond 21u aan in Antwerpen.
Ik kijk terug op een tochtje die ik nog een tijdje kan koesteren.
Drie dagen lopen, kort tegen en soms over de eigen grens waarbij ik binnen een beperkte tijd een heel gevarieerd landschap op het netvlies geprojecteerd kreeg,

vrijdag 28 april 2017

Spoorzoekers.

Een tussendoortje:"gehaspel op het levenspad"

Ik kijk bij het binnen komen even terloops op het prikbord achter de deur waar we de namen noteren van mensen die de abstinentieregel hebben overtreden t.a.v. verslavende middelen of even zelf dokter hebben gespeeld en zich een medicament hebben voorschreven.
De plek oogt blank, dat is al iets.
Het is in de ochtend, rond 8.30u altijd een druk moment wanneer de collega’s binnen komen. Toekomend, denken al een koffie verdiend te hebben.

De deuren open voor mensen die hun medicatie op komen halen of "dag-verplegers" die zich aanmelden (voor een alcohol controle).
Intuïtief staat de scanner op tijdens dit ontmoetingsmoment en ook al kleurt de scene “safe”, toch is er de sluikse blik op het display of het gevoel al dan niet bevestigd wordt.
Het heeft iets bevreemdend zo te zweven tussen vertrouwen en wantrouwen .

Bloeddrukken die worden genomen.
Ontwenningsmedicatie is goed om de hersenen langzaam te laten wennen richting nieuw evenwicht maar wanneer de vloer begint te dansen onder de voeten, het hoofd zwijmelt en de blik leeg oogt is het misschien teveel van het goede.
Het is bijna een ritueel waar aanvullend woorden pogen te zalven wanneer een dosis versneld wordt afgebouwd tot het moment dat de werkelijkheid zonder de wens/mogelijkheid deze te verdoezelen zijn gelaat toont.

De roes,
Vergeten, op de stroom der vergetelheid wegdrijven,
de schemering in, naar het diepst van de nacht,
Daar waar geen teleurstelling en geen berouw is….

Staat er te lezen op een werkje gemaakt binnen de beeldende therapie
Er staan vandaag twee opnames gepland.
Ik neem de korte zinnen in mij op die ik terug vind op het intakeblad en probeer hiermee een beeld te vormen.
Haar eerste opname bij ons. Ik besluit zoals altijd om haar eigen verhaal kort te houden.
Niet teveel exploreren. Niets zo vervelend om keer op keer je verhaal af te moeten steken. Dat haalt de lading uit de woorden.
Ik zet me standaard op de vensterbank van haar kamer.
Wat vind je dat we echt moeten weten als eerste verhaal?
Mijn openingsvraag peilt naar de reden van opname.
Wordt problematisch gebruik al benoemd of schuift ze andere zaken naar voor.
Het vertelt iets over de bespreekbaarheid.
Waarom nu? Het vertelt iets over het kantelmoment.
Heeft de spiegel iets teruggegeven op het moment van de beslissing?
Ik stel haar gerust dat alles wat ik het komende uur ga vertellen ze wat mij betreft mag vergeten.
“Ik ga teveel van je vragen om het in je op te nemen.”
De herhaling zal op de duur wel een spoor trekken.
Ik ervaar haar als rusteloos, ze verliest zich in haar spreken, in de vragen.
Ze hoopt op duidelijkheid, perspectief.
” Ik wil terug diegene van vroeger zijn.”
“Laat mij niet te lang in de oriëntatie groep; ik ben al lichamelijk ontwend, ik wil aan mijn therapie beginnen.”
Ik doe een poging om uit te leggen dat we haar niet langer laten chambreren dan nodig.
Wat ze denkt waar haar therapie over moet gaan?
Ik weet dat het meestal een onmogelijke vraag is.
Het verlangen naar de instant oplossing. Weg van het ondraaglijke.
Zo heeft het middel altijd gewerkt. De rekening wordt later gepresenteerd. Je verkoopt je ziel aan de duivel.


“Terug diegene van vroeger zijn.” Wat strikt genomen onmogelijk is.
We zijn geen tijdreizigers en kunnen hoogstens terug proberen aan te haken op wat een “normale” levenslijn kan zijn. De onrust, het verlangen naar een start in een “behandelgroep”.
Daar waar ze verondersteld dat de verlossing nabij is.
Ik zet er een beeld tegenover dat therapie zich in het nu afspeelt, zonder ontsnappingsmodule door middelen.
“De ontwenningsafdeling als levensschool”
met als ondertitel: “Leren leven met een draaglijk tekort” vat het wat mij betreft goed samen.
(een artikel van Geert Pype en Robert Vanacker).

Verandering vraagt tijd. 
Vorm snoei van een boom die door verwaarlozing zijn vorm is kwijt geraakt.
Dat vraagt tijd en jaren snoeiwerk om hem terug te modelleren.
Dat gaat ook op voor ons mensen.
Ik controleer niet of ze mijn metafoor begrijpt.
Terug contact met het “zelf” is meestal eerder een einddoel dan een begin voorwaarde.
Probeer kalmte uit te stralen. Een soort ritueel waar ik mij in gespecialiseerd heb.
Hoe ik mijn opnamemoment aanpak is ook vanuit een zekere blindheid voor andere manieren.
Wie ben ik om de ander zijn blindheid te verwijten?

Daarom is het altijd prettig om zelf collega’s bezig te zien in hun werk. Het voegt iets toe.
Iedereen kent de boeken met optische illusies.
De een ziet het andere beeld binnen de prent terwijl de ander, hoe goed hij zijn best doet, blind blijft. Tot het “aha moment”, dan is er de synaps sprong en ziet hij het keer op keer.
Loskomen van een verslavingsgedrag loopt op eenzelfde manier.
Een nieuwe baan trekken soms gevaarlijk dicht langs diep ingeslepen patronen vraagt tijd, inspanning en concentratie maar baant alsmaar gemakkelijker en gemakkelijker.

zondag 2 april 2017

Sarek 4: materiaal overpeinzingen

Neem het van mij aan,
als de natuur besluit er een hellegang van te maken zal je het hoofd moeten buigen.
Maar misschien is hij mild naar jouw en staat hij toe dat je de uitdaging aangaat.
In dit artikel sta ik kort stil het materiaal dat ik bij had.

Algemeen:

In vergelijking met mijn eerste tocht is er toch een en ander veranderd.
Waar ik voorheen een rugzak had waar ik de pulka op vast kon sjorren zodat hij draagbaar werd,
de zak eenmaal ter plaatse de pulka in ging
en het harnas van diezelfde rugzak gebruikt werd als gordel om de pulka te trekken.
Deze keer gooide ik het over een andere boeg.


Ik zette een stel demonteerbare inline skate wielen onder de pulka om hem zoals een reiskoffer te kunnen vervoeren tijdens de verplaatsingen onderweg.


Zo moest ik enkel nog de skizak dragen terwijl ik voorheen iedere hand nodig had.
Ik maakte uit nylon met PU coating (tent grondzeil) een grote voorraad zak waar ik al mijn gerief in kwijt kon, beschermd voor mogelijke sneeuwval.


Ik had gemerkt dat bij een open pulka het niet zo evident is om alle gerief "sneeuwvrij" in de tent te krijgen.
Het was ook een stuk lastiger om de inhoud van mijn rugzak te sorteren en het bleef altijd wel wat zoeken terwijl het nu een stuk overzichtelijker werd om het juiste materiaal op te vissen uit mijn voorraad.
Nu zat mijn voorraad in twee grote sporttassen op de bodem van de pulka maar de volgende keer laat ik ook die achterwegen en gebruik ik nog enkel waterdichte opbergzakjes die gemakkelijker te ordenen zijn 
De kleinere dagrugzak (een forclaz 40 uit decathlon) die ik bij de vorige tochten ook bij had maar in de pulka bleef liggen, werd nu omgevormd tot een gordel om de pulka te trekken.



Op die manier kreeg hij een dubbele functie en bleef het drinkwater buiten de thermos, verstopt achter mijn rug ook beter op temperatuur.
Ik verstevigde de overgang van de gordel met de bredere band nog eens extra omdat ik wat twijfels had over de stevigheid van deze goedkope rugzak door de schokken die de gordel krijgt te verduren wanneer de pulka rem zijn werk goed doet.




















Gedurende heel de tocht heb ik nergens moeilijkheden ondervonden.
Ook de twijfels of deze slappe gordel op de duur niet ging hinderen bij al de schokken die mijn middel te verduren kreeg bleken ongegrond. Ik blijf deze combinatie voor de tochten die ik loop een veel beter systeem vinden dan gevangen te zitten in een harnas en de stangen.

Materiaal:

Hoofd:
-wollen muts: (dagelijks gebruikt)
-bivakmuts: niet gebruikt

Voeten:

-liner sok
-VBL sok (uit PU grondzeil)
-plastiek zak (als extra dampremmende laag)
-bridgedale summit sok (isolatie)
-merino sok (REI- voor drogen/warm houden van de voeten tijdens slaap)

Dit systeem heeft heel goed gewerkt om het zweet binnen te houden.
's nachts werden de liners, vbl sokken in een van de plastiek zakken gestoken en in de ochtend nog klam terug aangedaan.
De plastiek zakken hielden het aan de voeten ongeveer 4 dagen vol voor ze teveel scheuren kregen en aan vervanging toe waren.

-Getten
F5OO van decathlon maat L/XL


Ik had twijfels of de ritssluiting wel genoeg blokkeerde omwille van de elastische band aan de bovenkant maar dat bleek voorlopig geen probleem te vormen. Ik droeg ze over de wandelbroek maar onder de regenbroek.

Handen:

Na het debacle van 2j geleden met mijn bevroren vingertoppen en onder het motto: "een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn" (duidelijk een goed voorbeeld van de uitspraak "in je rugzak verpak je je angsten") een teveel aan handschoenen allerhande bij.

-wanten
-twee soorten vingerhandschoenen (afwisselend gebruikt)
- gtx handschoenen (niet gebruikt)
-liner uit fleece (decathlon)
-dons wanten (zelfbouw/ niet gebruikt)

Vorige jaren had ik het idee dat ik de fleece line standaard als eerste laag zou dragen met daarover evt vingerhandschoenen of wanten maar daar ben ik van afgestapt. Ik vond geen vingerhandschoenen die groot genoeg waren voor deze combinatie en het ging ook ten nadele van het fijnere vingerwerk.
Met enkel de vingerhandschoenen aan was het iets gemakkelijker werken bij opbouw en afbreken van de tent.
De liner is vooral gebruikt eenmaal in de tent bij het bereiden van eten/smelten van sneeuw. De handschoenen droogde ik tussendoor in de mate van het mogelijke door ze onder mijn fleece trui te steken eenmaal in de tent. Ik gebruikte de slaapzak niet als droogkast om de dons te sparen.

Benen:




















-onderbroek (dagelijks gebruikt)
-capilene patagonia lange onderbroek (dagelijks gebruikt)
-VBL silnylon legging (na enkele dagen uitgelaten)
-wandelbroek (forclaz 500 decathlon/dagelijks gebruikt)
-regenbroek (forclaz 100 decathlon/dagelijks gebruikt)

































Na een tijd heb ik de VBL legging gedurende de dag uitgelaten. De polyester legging eronder begon veel te veel te stinken en bleef klam, broeierig aanvoelen in de slaapzak.
De temperaturen waren over het algemeen ook vrij zacht en ik heb het niet snel koud aan de benen. De VBL werd wel weer aangedaan over de polyester legging wanneer ik ging slapen.
De polyester legging heb ik constant gedragen.
In de toekomst overschakelen op merino wol gaat mogelijk de geurhinder beperken.
De regenbroek droeg ik dagelijks en is tegelijk een goede windstopper.
Door de voering ook nog eens extra isolerend.
Nadeel is nu wel dat je niet goed vast kan stellen vanaf wanneer de waterdichte laag begint te degraderen.

Romp:


-merino liner (constant gedragen)
-VBL jas met kap (zelfbouw uit silnylon/constant gedragen)
-fleece trui uit decathlon (dagelijks gebruikt)
-extra dikke fleece uit bouwmarkt (geregeld gebruikt)
-windstopper met kap (zelfbouw uit nylon/geregeld gebruikt)
-donsjas (niet gebruikt/wel gebruikt als isolatie om drinkwater niet te laten bevriezen doorheen de dag
-regenjas (decathlon/forclaz 400/ bewust overmaats gekocht zodat armen lang genoeg waren en ik desnoods alle kledij kon dragen. Geen idee over zijn duurzaamheid op lange termijn maar de waterdichtheid is iets minder belangrijk in de winter waar ik hem vooral wil gebruiken als het sneeuwt of als windstopper. Voorlopig geen klachten over.)


Slapen:

Mijn klassiek systeem voor wintertochten.
Draag onder een basisliner een VBL broek en jas (met kap). De verkorte mat is misschien enigszins een misplaatste bezuiniging geweest maar door het schuimmatje en aan de voeten als extra buffer, het oranje dagrugzakje heb ik het deze tocht geen enkele keer koud gehad.

-dons-slaapzak (zelfbouw: 1000 gr/dons)
-verkorte exped donsmat
-pompzak omdat wanneer het echt koud is, de inebouwde pomp niet zo goed werkt door de verminderde elasticiteit van de schuimvulling



-Ridgerest schuimmat

ski uitrusting:

-botten: Skarvet BC GTX
Voorlopig heb ik geen specifieke klachten over deze schoen.
Tegen het eind van de tocht begon het leer wel stilaan verzadigd te geraken van vocht door de veel te zachte temperaturen.
Dit had niets te maken met vocht van binnenuit door eigen zweet.
Ik ga ze gewoon behandelen met Sno-Seal.
Bij wijze van test had ik bewust enkele kleine flesjes meegenomen zowel om te drinken gedurende de nacht maar ook om de tip uit te proberen om bij bevroren schoenen.
Flesjes gevuld met heet water 1/2 u voor aandoen in de schoenen te steken en de instapopening af te dekken maakt het leer terug soepel.
 
Het is een veel betere methode dan het onrealistische idee om de schoenen ingepakt mee in de slaapzak te nemen. Dat gaat met dit formaat nooit lukken. Ik heb geen enkel moment moeilijkheden gehad om de schoenen aan de voeten te krijgen en voelde me veel veiliger met veters dan dat ik een bevroren ritssluiting zou hebben.

-madshus eon ski's (205 cm)
-Ficher BCX Variolite ski pole


-stijgvellen: colltex mix (60 mm breed/ ik moet ze vermoedelijk thv de schoenen versmallen omdat de ski's op hun smalste punt 62 mm breed zijn en de staalkanten daar weinig tot geen functie hebben.





















-colltex skin en ski wax (één maal moeten gebruike)

-Keuken


-1L sigg thermosfles (volstond meestal om de dag door te komen. Dronk doorheen de dag een mix van sneeuw en warme thee)
- Nalgene waterfles
-simpele 1L aluminium pot (decathlon)
-lapland mok
-lange lepel
-brander: Kovea spider




















De volgende keer maak ik een beter platform om te werken met de "omgekeerd blik" methode.
Nu was het soms rommelen om de gasbus onderste boven te houden terwijl het blokje met de gasregelaar mij ideaal lijkt om geklemd in een U-balkje de gasbus omgekeerd stabiel te houden.
Ik had meer dan tijd om af en toe eens te experimenteren.
De gasaanvoer die doorheen de vlam loopt is flink dicht genepen bij de plooi en zorgt zo al voor een rem wanneer het vloeibaar gas wordt losgelaten naar buiten en zal eenmaal aangestoken snel op temperatuur komen.
Het was niet nodig om te starten met een staande gasbus om eenmaal aangestoken, ze dan pas om te draaien.
Ze kan onderste boven blijven staan als je voorzichtig de gas open draait.
Ik heb wel gemerkt dat tijdens het koken de gasknop ook weer niet te laag mag staan omdat anders het gevaar bestaat dat het gas al binnen de kop ontsteekt waardoor deze roodgloeiend wordt.
Ik denk niet dat dit de bedoeling kan zijn.

Orientatie en veiligheid
 
 -Inreach SE: voor contact met het thuisfront. Voldeed goed zodat ik na de tocht een eigen apparaat aankocht nu ze iets goedkoper zijn geworden omdat Garmin Delorme heeft overgenomen.




















- Etrex H (zonder kaart, enkel manueel gevuld met 68 waypoints die ik van de Zweedse online kaart plukte na omzetting van lat/long in een UTM coördinaat.

vrijdag 31 maart 2017

Sarek 4: het verslag

Het was de Groenland film van Willem die mij heeft doen besluiten om de wat intensere tochten terug solo te doen.
Poging 4 om door de centrale vallei van Sarek te geraken was de eerste grote uitdaging.
Dank zij de eerdere ervaringen was ik beter voorbereid. Had nu eigen gerief en bracht enkele veranderingen aan op de wijze dat ik mijn gerief vervoerde.
Ik kom daar later in een kort artikel nog op terug.

periode: 8-22 maart 2017

Dag 1:

Geland in de kleine gezellige luchthaven van Bromma. In Stockholm ging de pulka in een van de opbergkasten bij het busstation en met mijn skizak om de schouder, die ging er net niet in, even de stad in om gas te kopen.
Heb het niet aangedurfd om Coleman gas in de XXl buitensport winkel bij de luchthaven van Bromma te kopen.
Teveel butaan ipv de betere iso-butaan van de primus fabriek.
Koos voor zekerheid en kocht naast twee 450 gr bussen en een kleinere reserve bus.
Het kleinere transport busje dat wordt ingezet na de tussenstop bij Stora Sjöfallet zat goed vol en daar gingen mijn plannen om mij eenmaal in de buurt van Ritsem op de achterbank terug winterklaar te maken.
Ik heb nogal moeten wriemelen om die verkleedpartij voor elkaar te krijgen omringd door anderen.
Tegen 13u in Ritsem ben ik maar direct op stap gegaan. Een ander koppel vertrekt ook voor een oversteek tot bij Akkastugan. Ik vermoed dat ik vandaag ook niet veel verder zal geraken.
Het is vrij zonnig weer wanneer ik al wandelend tot het meer loop. Ik kan in tussentijd tijdens de afdaling  over de besneeuwde weg controleren of de pulka rem goed staat afgesteld.
De oversteek over Akkajaure duurt wat langer dan gedacht.
De zon begint al flink te zakken wanneer ik bij de hut ben.

Ik schuif nog wat verder door en zet een eind rechts van het scooter spoor de tent op. Normaal nog tijd genoeg om verder te trekken maar na één jaar wil ik mijn tijd nemen om de gebruikelijke kamp besognes terug in de vingers te krijgen;
De plasfles zorgt ervoor dat ik de daarop volgende nacht twee maal bespaard wordt van een uitstap naar buiten.

Dag 2:

Wanneer ik aanzet komt het koppel van gisteren ook al aangeschoven. Ik zie hen een laatste keer wanneer ik een korte pauze hou bij Kutjaure.


Ik hef mijn skistok op als teken van 'tot ziens'.
Verderop wordt hetzelfde ritueel uitgevoerd.
Het zit flink dicht wanneer ik de struikzone bereik en maak even een misser waardoor ik een tijdje zoet ben met het corrigeren van mijn route.
Te lang gewacht om de gps te controleren.
Op de goede ouderwetse gele Etrex heb ik in het totaal 68 coördinaten manueel ingegeven. Afgehaald van de online kaart van zweden.
Tegelijk een aantal scherm afbeeldingen gemaakt die een goede aanvulling zijn op de BD10 1/100000 kaart van het gebied.
Eenmaal bij de twee bruggen die richting Kisurisstugan gaan is het een stuk duidelijker hoe mijn route verder loopt.


Het ambitieuze plan om al aan de voet van de Nijak te overnachten zit er door het oponthoud niet meer in. Er is ruig winderig weer en heb niet veel zin om foto's te maken, laat staan dat ik vandaag de video functie gebruik.

Dag 3:

Het ziet er buiten, wanneer het ochtend wordt erg ongastvrij uit. De wind laat zich voelen.
Amper zicht.


Overweeg even om over de Inreach het bericht "ik blijf hier even" de wereld in te sturen en het voor een paar uur uit te zitten tot beterschap hierboven.
Maan mezelf aan tot kalmte en wijs mezelf terecht wat meer doorzettingsvermogen te tonen en breek mijn kamp op.
Nestel mij de rest van de tijd in de buurt van de Sjnjuvtjudisjahka tot bij de voet van de Nijak.

Omdat het er niet uitziet dat het gaan beteren besluit ik door te gaan tot Renvaktarstuga,
met het idee als het er binnen enigszins proper uitziet, ik in de hut blijf overnachten.
Er zit weinig kleur in het landschap en daarom valt de donkere stip van de hut al van ver op. Het duurt nog een hele tijd eer ik er ben.
De hut moet dringend gerenoveerd worden want de buitendeur hangt nog maar provisorisch in de deuropening. Ze wordt al lang niet meer vastgehouden door scharnieren.
Heel het sas ligt vol sneeuw en een deel van de stuifsneeuw is al tot in het eigenlijke woongedeelte geraakt. Ik neem de deur mee naar binnen en laat ze langs binnen tegen de deuropening leunen.
Zet ze vast met een stok die ik vind.


De matrassen zien er vuil uit maar ik ben al lang blij dat ik hier heb kunnen landen.
De hut staat op een soort kam doordat hij geklemd zit tussen de Kantberget en Ruohtesvaraj rechts. Vangt flink wat wind.
"Huilen" doet hij de ganse nacht.

Dag 4:

Ik verpruts opnieuw wat tijd omdat ik verzuim om het kompas uit te zetten en zet me gevoelsmatig in de juiste richting. Ik ging daarbij uit van een herinnering toen we hier op onze herfsttocht ook zijn gepasseerd.
Het idee dat de doorgang verderop door Ruohtesvagga nog wat hoger lag komt doordat ik nog met een klim in mijn hoofd zat.
Ik kan doorheen alle wit nog vaag de zon zien in een landschap dat alle contrast kwijt is.
Mijn skibril zet ik meermaals of omdat ik dan beter zie dan .


Ik blijf wat bij het laagste punt en af en toe kan ik een glimp opvangen van de zijwanden waaruit dit U-dal is gevormd.


Wanneer wat later op de dag ik de twee zwarte stippen opmerk en de rivier zich in een iets diepere geul heeft genesteld weet ik dat ik Mikka heb bereikt.
Verder geen levende ziel te bespeuren en ik besluit om de hut in te palmen.
Gebruik de bank om op te slapen.. De hut vormt een obstakel voor de wind die op deze plaats waarschijnlijk zowat van alle kanten kan komen.


Het gevolg is dat de sneeuw rondom de hut zo goed als weggeblazen is.
Eerdere dooi periodes maken dat het nu rondom spekglad is.
De ganse nacht hoor ik vaag op de achtergrond politieberichten die op een of andere manier toch via de noodtelefoon tot hier geraken.
 Dag 5:

Ik stuurde gisteren een bericht naar Joery of hij mij een tip kan geven voor het vervolg.
Ik had in een zwak moment het plan om evt in twee heel stevige dagen door te trekken tot Aktse om het somber weer binnen uit te zitten.


Het zag er naar uit de het "weer van hetzelfde" zou worden maar eenmaal onderweg zat er voor het eerst zat er wat meer opening in het wolkendek en scheen bij momenten zelfs de zon.
Ik had al lang weer spijt van mijn zwakte hem een bericht te sturen om de weersvoorspelling door te geven.
Ik doe eerst een poging om langs rechts af te dalen naar de vallei bodem maar moet dan een nodeloze bocht richting oosten maken om tot beneden te geraken.
Besloot om terug te keren en naar de overkant van de beek te gaan.
De afdaling langs hier gaf geen moeilijkheden;
Op dat moment begon het ook in het hoofd goed te zitten en ik zat al snel in het goede ritme.
Het weer bleef relatief stabiel en ik werkte met veel meer rust mijn programma af.
Het stomme plan om rap rap door de vallei te jagen laat ik varen.


Ik heb, zo lijkt het, mijn klik gemaakt en schuif  met veel meer zen door het landschap.
Ik kijk er gewoon weer terug naar uit om straks aan de kamproutine te beginnen terwijl ik in het verleden al dat opbouwen en afbreken van mijn tent ik altijd het meest vervelende van al mijn tochten vond.
De tijd nemend om een stevig platform te maken in de sneeuw.
De tent stevig te verankeren om dat in alle rust mij terug te trekken in mijn slaaplager.
In tegenstelling tot de vorige jaren ben ik veel handiger geworden om met handschoenen aan werkzaamheden te verrichten.
Ik heb dan ook veel meer handschoenen bij dan de vorige jaren na de toestand met vrieswonden aan de vingertoppen.
De letsels zullen nooit helemaal meer genezen.
De toppen van duim, wijs en middenvinger blijven altijd wat vozer aanvoelen.


Voor de zekerheid slik ik dagelijks een cardio aspirine om mijn bloed wat meer te verdunnen in de hoop dat het de doorbloeding wat verbetert. 
Ik draag nog altijd mijn vbl laag op het bovenlichaam maar de vbl broek heb ik sinds gisteren uitgelaten.
Die bleef veel te klammig en ik stonk ontzettend naar de ammoniak.
Dat zal te maken hebben dat de basisbroek onder de silnylon laag van polyester is terwijl de eerste laag over het bovenlijf een merino T-shirt is.
Bij Sarvesvagga hou ik het bekeken voor vandaag.
Vandaag niet het minste kou gehad aan de benen.
Bijna heel de inhoud van mijn pulka gaat mee naar binnen terwijl ik op mijn gemak vanuit mijn slaapzak bezig ben met water smelten en koken van mijn potje.
Het gerief, opgestapeld aan het hoofdeinde vormt een perfect hoofdkussen.
Ik merk dat een Soulo tent van Hilleberg vreemd genoeg door de plaatsing van de deuropening eerder een tent voor linkshandige mensen is en duidelijk verschillend van bv een akto.
Ik was toch al van plan om als uitdaging een verbeterde versie te maken van mijn huidige soulo kopie. Nu weet ik gelijk wat ik al aan zou passen. 

Dag 6:

Hij begint veelbelovend. Ik zet me midden in de rivier.
De ijspikkel, erg handig om het doorprikken van verijsde sneeuwlagen wordt bijna vergeten en steek hem nog snel onder de riemen die de opbergzak in de slee moeten fixeren.
Vandaag heb ik de wind in het gezicht en wanneer het ook nog eens begint te sneeuwen valt mij een andere skiër op die zijn weg aan het zoeken is naar het westen.
Ik ga hem even tegemoet voor een korte babbel.


Hij is vooral geïnteresseerd in mijn overnachtingsplaatsen.
Zegt dat de wind morgen alleen maar in kracht zal toenemen, met voorspelling van positieve temperaturen
Dit bericht heeft hij van zijn vader met wie hij communiceert via een satelliet telefoon.
Ik zet me in het spoor dat hij heeft getrokken maar dat gaat toch minder vlot dan in open ruimte waar de sneeuw wat meer gestabiliseerd lijkt.
Wanneer ik achterom kijk merk ik dat de ijspikkel is verdwenen.
Ik keer nog terug op mijn stappen tot ik bij de man kom die na ons gesprek nog steeds zijn pauze aan het nemen is.
Ik vind hem op dit traject niet meer terug en besluit niet meer verder te zoeken.
Ik zou toch nooit meer mijn oorspronkelijk spoor terug kunnen vinden.
Ik weet gelijk waarom ik hem ben kwijt gespeeld.
Eigen schuld.
Waarschijnlijk is hij gewoon achter een struik blijven haken. Ik heb hem gewoon verkeerd onder de spanriempjes gestoken.
Ik gun me even een treurmoment en bedenk mij dat het iets minder gemakkelijk zal zijn om verijsde lagen te doorboren.

Bij Mikka had ik een stel wandelstokken meegenomen die daar gedemonteerd achter waren gebleven.
De punten zonder schotels werken misschien ook wel.
Ik had gehoopt om tot Lulep Spadnek te geraken maar met al die wind en sneeuw in het gezicht besluit ik het rustig aan te doen en maak er een korte dag van.
Zet me in een bosje zodat de wind wat wordt gebroken.

Het maakt me al lang niet meer uit hoe lang het gaat duren om tot Aktse te geraken.
Genoeg dagen op overschot om nog een klein aanvullend rondje te doen.
Ik hou me een stuk van de namiddag bezig met het terug in orde krijgen van de voering van mijn vingerhandschoenen.
Daar zit een en ander scheef zodat de pink en ringvinger niet goed hun plaats vinden.
Tijdens de nacht valt de wind weg en wordt het vochtig in de tent.
De zesde dag in hetzelfde pakje begint wat te jeuken.
Hou nog een -zo goed als het kan- krabsessie om mijn kriebelende rug tot rust te brengen.

Dag 7:

Het blijft werken doorheen de losse sneeuw. Af en toe vage sporen van anderen.
Met de regelmaat ligt de rivier open en dan is het wat zoeken naar de beste weg en steek ik via sneeuwbruggen geregeld over naar de andere kant.

Mijn voorgangers lijken bij momenten bange wezels te zijn geweest als het spoor weer door het bos begint te trekken terwijl het terrein op de overgang tussen water en oever soms veel minder geaccidenteerd is.

Het spoor wordt al wat uniformer wanneer de Nammasj en Tjahkelij opdoemen.
Ik begin al wat euforisch te worden nu het erop lijkt dat ik vandaag het eerste deel van mijn tocht voor elkaar ga krijgen.
Maar te vroeg victorie gekraaid wanneer de wind toch begint aan te trekken.
Zou de man gisteren toch gelijk gaan krijgen.
De sneeuw jaagt weer stevig over het landschap.

Ik geraak het spoor kwijt en in een mum van tijd zit ik op veel te natte sneeuw te ploeteren waar de ski diep in wegzakt en ik tot een uitgesproken stijl van stappen over moet gaan om met een zwaai bij iedere hef met enige kracht de sneeuw weg moet schoppen die op de ski's is blijven liggen.
Ik vorder amper.
Een mens zou er moedeloos van worden.
Op deze manier ligt Aktse nog heel ver weg.
Wanneer ik wat later toch weer een scooter spoor aantref geraak ik zonder veel moeite uit de delta tot bij Laitaure. Daarna hoef ik mij maar te richten naar de nederzettingen tegen de helling.
Met de laatste klim put ik diep uit de eigen reserves en ik kom halfdood aan.
Het viel mij op dat ik de laatste dagen doorheen de dag amper iets eet.
Korte knabbels wat warme thee aangevuld met sneeuw om de hoop te vergroten.
Ik zet me in het middelste kamertje zo kan ik rommel maken zoveel ik wil en eet bij de buren rechts van mij.

Wil al mijn gerief eens goed laten drogen.
Ik stink ook verschrikkelijk.
De hut heeft geen douche maar volgend seizoen hebben ze hier ook een sauna.
De hut hiervoor is al in aanbouw. Ik krijg van de huttenwaard die mijn nood aanvoelt een waskom zodat ik mij kan wassen.
Wat later komt er een hondenspan aan van wel 12 honden per slee.
Ik geraak verrast en geraakt door de levendigheid van deze dieren, de gretigheid in hun blik om te willen rennen.
Terwijl wij mensen dood zouden vriezen rollen deze dieren zich gewoon in een bolletje en brengen in open lucht de nacht door.

Dag 8:


Hij begint met een concert; Een hond zet in met gejank en heel de roedel volgt voor een  20 tal seconden zijn voorbeeld waarna even snel de rust weer terug keert.
Het is zonnig wanneer ik vertrek.
Ook bijna windstil al zie ik dat op Tjahkelij de sneeuw er stevig aan het stuiven is.
Ik moet al vlug te voet verder omdat de helling richting Sitojaurestugan te steil is.

Boven neemt de wind toe zodat ik mij realiseer dat als het hier echt uit wil halen het zelfs op de Kungsleden niet ongevaarlijk is.
De warmte trekt uit mijn lijf.

Ik haast mij naar het hoogste punt om zo snel mogelijk de afdaling in te zetten.
(die plaatselijk ook weer te voet gaat bij gebrek aan een fatsoenlijke techniek)

Genoeg bekomen in de warme hut bij Aktse  zodat ik niet richting Sitojaurestugan ga en me richting Rinim beweeg. Ik maak de doorsteek over het moeras.
Uiteindelijk eindig ik mijn tocht kort bij de steile helling van Skammabakte en zoek beschutting in een bosje waar ik de tent opzet.

De wind is tegen de avond alweer gaan liggen.
Dus niets om mij te verontrusten.
Het valt me op dat ik in een ritme zit dat ik lang niet heb gehad.
Gewoon met het moment zelf bezig zijn.
Het kunnen accepteren dat het niet altijd loopt zoals verhoopt.

Dag 9:

Het is zelfs aardig weer wanneer ik uit het bosje kom. Gisterenavond kwam er nog een hondenspan voorbij. Ik zie wat verderop hun kamp liggen.
Het kost toch nog enkele uren om tot bij de Nammas bij de nederzetting Rinim te geraken.

Grote delen gaan over blank ijs. Doorzichtig bevroren zodat de bodem zichtbaar is.
Het schuift niet zo goed dan wanneer er een dun laagje sneeuw op ligt.

Aangenaam, relax door een vriendelijke vallei gevormd door de Sijddoadno.
Ik zie de helling waarlangs we 4 jaar geleden zijn afgedaald.
Ik zit op de grens van het nationaal park dus her en der duidelijke scooter sporen.
Anders dan toen ga ik door tot de grens met Stora Sjöfallets national park.
Het valt op dat plaatselijk veel sneeuw is weggeblazen en de verijzelde ondergrond bloot is komen liggen.
Het is zoeken naar een geschikte plek met nog voldoende sneeuw om de tent te verankeren.
Ik zie nogal wat rendiersporen.
Vermoedelijk omdat ze hier minder moeite moeten doen om het mos te bereiken. Waarschijnlijk schooien ze heel dit gebied af om hun schrale kost bij elkaar te schrapen.
Het is windstil wanneer ik de tent opzet.

Vanuit de verte zie ik een sneeuwscooter mijn richting uitkomen.
De man (die ijsvisser bleek te zijn) wilde zich vergewissen wie hier op zo'n uithoek zijn tent op zet.
Hij biedt me een onderkomen aan, wijzend naar de constructie die wat verderop is gemaakt.
Ik bedank vriendelijk en zeg dat ik het hier goed voor elkaar heb.
"You must be a strong man" zegt hij in zijn beste Engels.
(maar volgens mij gaat die eer naar de honden).
Wat dat laatste aspect betreft,...ik kom aardig in de buurt van het aantal maaltijden dat die beesten maar eten. Het valt mij op dat ik doorheen de dag amper eet. Meestal kleine snelle hapjes.
Nu is qua beweging backcountry ski op dit terrein niet zo heel vermoeiend.
Lage intensiteit van inspanning maar wel gedurende lange periode.
Ik denk dat mijn lichaam de tijd heeft om wat vet omzettingen te doen doorheen de dag.
Merk bij een "harpbeweging" over mijn ribbenkast dat ik toch alweer flink wat kilo's kwijt ben.
Bij momenten heb ik mezelf aan moeten porren tot een meer actievere stijl van voortbewegen door de glijafstand wat op te voeren omdat ik soms eerder leek op een zondagsganger op de Hoge Venen die wat zit rond te stappen met latten aan de voeten
Ik zal massaal veel toerbrood en notenmix terug mee naar huis nemen als ik op dit tempo aan mijn voorraad zit te knabbelen.

Het is ook geen weer om onderweg lang te tafelen.
In de loop van de nacht begint de wind aan te zetten. Ik prijs me gelukkig dat ik de tent vrij goed georiënteerd heb.
In het midden van de nacht sta ik toch even op om te inspecteren of de tent nog goed verankerd is.
Ik heb hier wel mijn ijspikkel gemist bij het opzetten.
Schrik wanneer ik zie dat heel mijn voortent gevuld is met stuifsneeuw.
Een geluk dat ik een automatisme heb om de instapopening van mijn schoenen af te dekken met mijn getten wanneer ik ze wegzet in de voortent.
Nagelaten om na het opstellen de onderkant dicht te gooien met sneeuw.

Dag 10:

Een spannend begin van de dag wanneer ik de tent op moet breken.
Voor het eerst moet ik dit omwille van de wind systematisch aanpakken om te vermijden dat het zeil op de loop gaat.

De sneeuwkorrels jagen alweer over het landschap en polijsten dit tot de meest grillige vormen.
Rendier keutels ondergaan het zelfde en het valt op dat van de plek waar ik gisteren mijn plas deed er niet veel meer van te zien is.
Vergeet dus het idee dat je proper water kan maken uit sneeuw.
Waarschijnlijk zijn er veel organische stoffen van elders aangevoerd.
De afdrukken van de viervoeters zijn omgevormd door  lage pilaren die nu boven het sneeuwveld uitsteken.

Aangestampt door hun gewicht en daarom minder onderhevig aan de erosie.
Ik kom de palen tegen die de grens van het park markeren en volg ze een tijdje. Bij momenten moet ik een paar keer bijsturingen maken om Slugga te ronden.
Eenmaal op het hoogte punt is er een duidelijk afdaling die en gaat verder via de vallei gevormd door de Sluggajahka.
Links van mij grote overhangende corniches.
Hou een kort pauze bij een hut maar ze is gesloten.
Aan de rand van Pietsaure hou ik het voor bekeken.
Kwestie de inspanningen wat te verdelen.

Morgen begin ik aan mijn laatste dag.
Ik neem mijn tijd om bij wijze van oefening de tent op te zetten alsof ik midden een storm zit.
De ganse nacht hoor ik de doffe ploffen van het ijs dat zich zet.

Dag 11:

Ik fotografeer de zonsopgang.
De dagen lengen hier in een razend tempo. Iedere dag komen er 8 minuten zonlicht bij.
Het is een koude nacht geweest. Weinig wind zodat er toch heel wat rijmafzetting is geweest in de koepel.

Het is wat teveel geweest om naast foto's ook te filmen. Bewegend beelden zouden anders wel een beter beeld hebben gegeven hoe het is om over het land te trekken wanneer de wind zit te jagen.
De sneeuwkorrels in colonne, voorwaarts, achterwaarts, stijgend, dalend, dansend hun choreografie uitvoeren. Hoe je zelf kletsen krijgt van de natuur.
Ik begrijp op de plateau het nut van de scooter trails.

Bij iedere sneeuwval de sneeuw aandrukkend om zo toch nog een spoor te hebben terwijl de sneeuw naast dit spoor is weggeblazen.
De leermomenten van de voorbije jaren zijn nodig geweest om deze tocht tot een goed einde te brengen.
De Inreach SE die ik van Sven heb geleend toch een goed idee om die mee te nemen. Veel te weinig volk onderweg tegen gekomen om me bij te staan mocht ik in de problemen zijn gekomen.
Ik denk dat ik mij ook een basisapparaat aan ga schaffen nu ze in de uitverkoop staan na overname door Garmin.

De meteo functie is wat te algemeen om veel houvast aan te hebben
Dan begint de lange reis over Pietsaure.
Eenmaal bij Saltoluokta fjallstation schrijf ik me gelijk in voor het avondmaal overmorgen.
Het station is erom beroemd.


Ik overnacht in een van de slaapzalen.
Heb de ruimte met 6 bedden voor mij alleen en maak er een grote rotzooi van wanneer ik al mijn gerief uitstal en de tent opzet om te drogen.
Was zo goed als mogelijk mijn wandelbroek uit om toch nog enigszins fris aan tafel te verschijnen en de terugreis zo reukloos mogelijk aan te vatten.
Neem dan mijn eigen lijf onderhanden en ga voor een klein uurtje verder uitzweten in de sauna.

Dag 12:

Ik lummel vandaag wat rond in de aanloop tot het avondeten. Begin de dwarsligger 282 "Butcher's crossing" te lezen die ik had meegenomen maar waar ik nog geen letter van had gelezen.
Bezoek het winkeltje en koop naast wat kaarten, het recente boek "Fjällvandra i Sarek".
Ik weet nu al dat ik hier een paar jaar herfst en wintertochten kom lopen.
Daar zijn nog genoeg valleien te bezoeken.
Maak nog eens gebruik van de sauna.
Aan tafel zetten ze me bij een Nederlandse moeder en dochter waarbij de dochter moeder kennis laat maken met zweden en de gebieden die ze in het verleden heeft bezocht.
Drie gangen menu met aangepaste dranken binnen een warme atmosfeer.
Over contrasten gesproken

Dag 13:

Neem ruim de tijd om de slaapzaal terug in orde te maken.
Zet me nog een tijdje in de "lobby" van de hut en bestudeer de routes die beschreven zijn het het gekocht boek.
Laat mijn onaangeroerd klein gasbusje achter in de keuken en tegen de middag steek ik op mijn gemak het meer over.
Blijf wat in de buurt van de bushalte en besluit om voor even de tent op te zetten in afwachting van de bus.
Ik merk dat ik mijn kredietkaart ben vergeten in de betaalautomaat van de winkel. Gelukkig dat de buschauffeur ook maestro kaarten accepteert.
In Gallivare heb ik één uur eer de nachttrein komt en prepareer met het laatste restje gas mijn avondmaal.
Dan begint de lange reis terug naar huis.
Tegen de herfst sta ik hier, als het aan mij ligt, terug.
Verkennende tochten voor een nieuwe winter.

Foto's