maandag 12 december 2016

Padjelantaleden op ski's

Periode: 11-26 maart 2016

Het zat eraan te komen, dat het deze keer opnieuw een lastige zaak zou zijn om doorheen Sarek te trekken.
De weerberichten voorspellen niet veel goeds.
Rukwinden en veel te zacht weer voor de tijd van het jaar.
Nog beter dan vorig jaar me voorbereid om mijn materiaal in orde te krijgen na het debacle van vorig jaar waar ik al op de eerste dag met natte sokken zat.
Nu extra gezorgd om dat beter geregeld te krijgen.
Helaas moest ik binnen de verhuur opnieuw gebruik maken van de schoenen van vorig jaar.
Ging de schoenen goed op tijd halen zodat ik een oplossing kon bedenken wanneer er nattigheid
in plaats van sneeuw zou vallen.
Ik had nog een stel getten liggen die ik had gebruikt voor een eerdere wintertocht op trailrunners.
Ze overkapten de bot perfect zodat de naden afgeschermd werden.
Ik had mij ook een stel VBL sokken gemaakt maar moest eenmaal onderweg al snel ondervinden dat de tape niet goed bleef hechten op de gecoate nylonstof.
Een marginaal probleem omdat ik genoeg plastiek zakken bij had als alternatief.
Vooruitlopend op het verhaal.
Geen enkel moment op heel de tocht zat ik met bevroren schoenen opgescheept.
Wat een zaligheid ipv dat gehaspel vorig jaar.
De busmaatschappij is toch gezwicht vanuit het publiek en de hut in Ritsem en besloot
-zij het met een kleinere bus en extra kosten voor het vervoer van een pulka-
door te rijden terwijl eerst beslist was om bij Stora Sjofallet te stoppen.
Het sluiten van de busverbinding zou een ramp zijn omdat dan de hut naast personenvervoer ook voor het transport van goederen zou moeten zorgen.
In Stockholm genoeg tijd om brandstoffen te gaan inkopen.
De reis naar het noorden verliep voorspoedig.
Het is aan te bevelen om naast de trein ook het busticket te boeken. Zo ben je verzekerd dat je de aansluiting niet mist.
Kort na de middag installeerden we ons in de hut. Tijd genoeg om ons gerief in orde te krijgen.
Het onthaal en het winkeltje is van het hoofdgebouw verplaatst naar het slaapgebouw. De manier om de inkomsten wat op te trekken.
Behulpzaam genoeg als ze ons het meest recente weerbericht afdrukken maar ik geloofde de veel te optimistische cijfers van yr.no niet omdat ze geen melding maakten van de voorspelde rukwinden zoals op de smhi.se site.
Een geluk dat dit een tochtje in groep was zodat
-hoe stom kan een mens zijn-
ik gebruik kon maken van de branders van mijn tochtgenoten.
Branderkop ligt nog thuis. Ik zie hem in mijn hoofd nog prijken op de gasbus die op de tuintafel staat.
Op het laatste moment nog een stuk band moeten inkorten met een verhit plamuurmes.
Een testrondje op het meer dreef Veerle tot waanzin na haar avontuur van vorig jaar toen ze ook bij veel te zacht weer met sneeuwopbouw op de vellen werd geconfronteerd.
Nu was het opnieuw van dat.
Ze had de kat de bel al aangebonden met de verhuurder en tegen alle geruststellende gedachten in van hem, toch voor ieder van ons wax besteld.
Ze zijn bij deze zachte natte toestanden zeker een aanwinst gebleken.

Dag één:

Inmiddels is het al de derde keer dat ik het meer oversteek richting Akkastugan.
Bij de eerste hut zat een oude bekende. De altijd goed geluimde, niet zo rimpelloos en erg tanig maar kranige tante van twee jaar geleden.
Ze liet ons de kans om in de hut wat te eten (sloot hiervoor even de ogen zodat ook ons geld op zak kon blijven) en zocht op onze vraag de laatste weerberichten op.
Alsof we hoopten op een mirakel.
Anderhalf uur verder op de gemarkeerde route besloten we een eind van het pad de tenten op te slaan.
Het duurde een tijdje eer de vrij losse sneeuw voldoende aangedrukt en uitgehard was om voor een goed draagvlak te zorgen.
Tegen de avond verdween de Akka volledig uit beeld.
Mijn tochtgenoten waren toen al tot de conclusie gekomen dat de schoenen erg veel vocht opslorpten.
Voor een huttentocht valt dat nog te redden omdat je ze ieder dag kan drogen en ontdooid aan de voeten kan schuiven.
De algemene conclusie op het eind was er toch een dat je uiteindelijk best toch persoonlijk gerief hebt. Zeker wat de schoenen betreft.
Zodat je weet wat je ervan kan verwachten.

Dag twee:
 
We beslisten om naar Kutjaure te trekken. 
Daar gaan we stand van zaken opmaken en verwachten nog een laatste bericht van onze weerman te krijgen die een paar dagen later,
zelf zou vertrekken voor een nog grotere onderneming wanneer hij de Hayduke gaat lopen.
Op het meer waren we een Vlaams koppel tegen gekomen die hun laatste dag op de Padjelantaleden zaten. Hebben in hutten geslapen.
Droegen geen tent of bivakzak mee. Een risico als je het mij vraagt.
In de hut een Duitser die ook aan zijn laatste dagen bezig was. Hij had in Kvikkjokk besloten om over te schakelen op de Padjelantaleden omdat hij in dat dorp ook was afgeschrikt voor berichten van slechte sneeuwkwaliteit en lawinegevaar.
Vermits hij solo onderweg was koos hij het zekere voor het onzekere en liet Sarek voor wat het was.
Hij had net als wij, toen we zijn verhaal hoorden, de bedenking dat het toch wel een stuk risicovoller is om zonder back-up in de vorm van een tent te vertrekken mocht je de hut door een of andere reden niet kunnen bereiken.

Een historisch hoge temperatuur van 7°C en het regent.
Later op de week zou het beter worden. Lichte sneeuw en ook de wind zou gaan liggen.
Kunnen we wel zo lang wachten?
In tussentijd werd in het hoofd en zonder veel woorden stilzwijgend de conclusie gemaakt dat we ook
op de Padjelantaleden gingen blijven.

Dag drie:
 
We bleven nog een dag uitregenen.
Enkel af en toe naar buiten voor wat hout of voor een toiletbezoek.
De Duitser ziet er tegenop om de hut te verlaten maar besluit tegen de middag om toch te vertrekken.
We overlopen nog met hem de route die hij heeft genomen en raadt ons aan niet klakkeloos de zomerroute te volgen want dat is 'the hard way'.

Hij is er niet direkt een van de lichtgewicht strekking maar ik heb toch maar verlekkerd zitten te kijken naar zijn husky-75 van www.lundhags.se/ , speciaal op maat gemaakt voor zijn grote voeten.
Hij was er lovend over.
De vilten binnenschoenen zijn alvast een stuk gemakkelijker op temperatuur te houden.
Ik zie wel dat hij enige moeite had om de schoen vast te klikken en hij bekloeg er zich over dat de binding slijtage veroorzaakt aan de rubber stootrand.
Kevin programmeerde de route in Veerle's GPS, een 64S van Garmin.
De komende dagen neemt hij voornamelijk de leiding eenmaal onderweg.

Dag vier:

Het zit nog steeds dicht wanneer we vertrekken.
Een trage start wanneer we eerst de brug over moeten  naar het zuiden.
De rivier is nog niet gans bevroren.
We steken de heuvel over, langs de uitlopers van Gadotjahkka tot de bruggen die een oversteek van de Vuojatadno mogelijk maken.
Ook die rivier is nog niet gans dicht.
Het kost wat tijd om de oversteek te maken.
De geperforeerde metalen platen van de brug zijn te ruw om de slee er zomaar over te slepen.
We nemen een korte pauze om wanneer de lijven het weer wat koud krijgen terug op stap te gaan.
We volgen de kustlijn. Het brokkengebied waar de zomerroute loopt werd afgeraden omwille van te weinig sneeuw.
De zachte dagen met regen en wind hebben ervoor gezorgd dat delen van de kustlijn bij Vasstenjavrre sneeuwvrij zijn geworden. De nederzettingen zijn verlaten.
Via een sneeuwophoping en een neergehaalde rendier draad geraken we aan de overkant.
Laveren eerst nog even door de lage struikzone om dan gewoon opnieuw de draad op te zoeken en hem tot Laddejakkastugan te volgen.
We zijn de enige en in het logboek van de hut staan voor 2016 nog niet veel namen neergeschreven.
De hut heeft naast een petroleum lamp ook licht van een zonnepaneel die een 12V accu voedt.
Voor lui met grote honger naar energie voor hun apparaten: met een sigaretten stekker met USB poort kan je gemakkelijk energie aftappen.

Dag vijf:


We volgen de rivier en steken over via de brug om dan naar het zadel tussen de twee toppen te trekken.
We blijven op het zomerspoor.
De beperkte ski vaardigheden maken dat de afdaling niet van de poes is en veel trager verloopt dan verwacht.
Vandaag test Veerle mijn eigen touwsysteem terwijl ik met haar stangen pulka de doorsteek maak.
Bergaf geeft de slee je inderdaad extra snelheid.
Iets dat je niet wil wanneer het ontbreekt aan praktijkervaring.
Het gevangen zitten in dat buizensysteem ervaar ik als hinderlijk.
Ik ben de touwen en het gevoel van vrij bewegen bij een stop zonder de gordel uit te doen al zo gewoon dat ik mij nog niet zo snel zie veranderen.

Eenmaal de Mielladno over, dat kan via de rivier zelf, gaan we in een grote boog naar Arasluokta. Zo vermijden we de extra klim. De laatste kilometers gaan over het meer. De wind blijft nog altijd stevig waaien.
Al dan niet in de hut slapen?
Dat is niet doorgesproken al verlangen we allemaal hetzelfde.
De kap wordt van de gasstoof uitlaat gehaald en binnen wordt het warm gestookt.

Dag zes:

Vandaag wordt er stevig afgeweken van de zomer route tot Staloluokta.
De helling ten noorden van Stuor Dijdder is te geaccidenteerd en verijsd.
In aanvang was het plan om via het meer Dijdderjavrre ZW af te dalen tot Virihaure. Dijddervavrre lag dieper dan verwacht terwijl er een mooie smalle vallei liep tot het schiereiland ter hoogte van Garddaluokta zodat we na een klim ons langzaam tot de oever konden werken.
Een korte pauze in het zonnetje.
Weinig referentie over de draagkracht van het meer.
In de aanloop werd wat losjes gepraat met elkaar wat er moest gebeuren, mocht het ijs breken.
Een echt plan hadden we niet en ik ging voorop door het symbolisch mijnenveld dat nooit verontrustte
en toen er zelfs een scooter spoor werd teruggevonden kon het relax, tegen het eind wat eentonig richting Staloluokta.
Dan pas valt op dat de westkant weinig mogelijkheden heeft om veilig af te dalen naar het meer.
De hoek aangeduid op de kaart met Nuortap Gabddaluokta lijkt wel nog een haalbare optie.
In aanvang was overwogen om de centrale top langs rechts te ronden maar door de sneeuwval van de laatste dagen hebben we ons plan bijgestuurd.
Die avond kregen we bezoek van een Zweed die na wat plichtsplegingen en een algemeen praatje zijn kassa boven haalde en we mochten afrekenen. In tussentijd had hij al een idee van onze vorige dagen en gelijk werd ook de vorige hut afgerekend.
Hij had het over zijn zoon die in de volgende hut de dienst uitmaakt en controleert of er mensen blijven slapen.
Eerder op onze tocht hadden Veerle en Kevin al hun frustraties laten horen over de houding van een naar geld hongerige Zweed die ze ooit hadden aangetroffen in die bewuste hut.
Die deed er alles aan om zoveel mogelijk geld te scoren eenmaal iemand nog maar in de buurt van de hut kwam.
Ze kwamen tot besluit dat dit de zoon was waar de Zweed naar verwees.
Het was even schrikken toen we hoorden dat de prijzen voor 2016 inmiddels waren opgetrokken tot 420 kronen.
De stemming sloeg al helemaal om toen hij vertelde dat er tussen hier en Kvikkjokk een scooter spoor liep. Hij deed er twee tot drie uur over verklaarde hij.
de mythe dat we een uitdagend traject af aan het leggen waren vielg gelijk in duigen.
Waarom niet overschakelen op de Nordkalottleden?
Opties werden onderzocht tot de verdwazing terug plaats maakte voor het reëel gegeven dat we hier toch bezig waren met iets dat ook nu weer niet met de vingers in het neusgat kan gebeuren.
Het weer begon stilaan te beteren.
De prijzen van de hutten sloegen diep in op onze portemonnee.
Door vanaf nu te gaan kamperen zal het heus geen wandeling in het park zijn.

Dag zeven:

We blijven langds de noordkant van Luoppa. Zo gaat het naar Gieddavrre om dan grotendeels de lijn te volgen die de rivier heeft gemaakt.
Zo gaat het langzaam bergop richting plateau.
Waar de wind de sneeuw heeft verdreven blijft een verijsde ondergrond achter.
Zo gaat het tot een vervallen Sami hut.
Onder slechter wordend weer trekken we door naar Tuottarstugan.
In de luwte van de gebouwen houden we een korte pauze.
Ik was er niet gerust in dat we in deze verijsde omgeving een plek zouden vinden met een dik genoeg sneeuwveld om de tent op te verankeren.
Uiteindelijk, kort na het verlaten van de hutten kwamen we in een kom waar er in de luwte genoeg sneeuw was verzameld.
Ik had nog weinig zin om verder te trekken;
We moesten ook vrij kort bij elkaar blijven om elkaar niet uit het oog te verliezen.
Kevin had het over de koninginnen etappe van de Padjelantaleden die nu door gebrek aan uitzichten gedegradeerd werd.
De voortent van Kevin's paleis werd tot keuken omgedoopt.
Veerle kreeg haar leermoment toen ze in de nabijheid van een bulderende benzinebrander haar gasblik
-nog in omgekeerde stand-
wilde losschroeven van de staander.
Met een flinke steekvlam tot gevolg.
Gelukkig zonder al teveel erg.
Haar reflexen waren nog uitstekend.
Bij de afdaling naar Tarraluoppalstugan zou de slee ons vast aanporren om er de snelheid in te houden, vandaar dat we een alternatief bedachten door naar het zuiden te trekken via de verschillende meren om dan de rivier Riggoajvejahka te volgen tot zuidelijk van de hut.

Dag acht:

We zaten het grootste deel van de dag in een white out.
Er zijn sneeuwbrillen en er zijn briljante sneeuwbrillen.
Veerle had er zo een. Alleen de bril van Veerle zag net iets meer als die van de heren zodat zij het voortouw nam.
Onderweg verraderlijke afzonken die bijna blind werden genomen.
Eenmaal bij Riggoajvejahka begon het open te trekken.
In het oosten was doorheen alle wit een nog witte verschijnsel op te merken dat zich aftekende tegen de horizon.
Vreemde wolkenpartij? dacht ik.
"Is het een vogel, is het een vliegtuig...?"
waarbij Kevin broodnuchter aanvulde met: "Nee, gewoon de hoge toppen van Sarek."
Bij mezelf de constatering dat ik het gebied waar het allemaal om zou draaien deze tocht al een ver verdrongen item was geworden.
De vertering van een derde misser is al volop bezig.
De lucht trok verder open en dan zag ik het ook.
Witter dan wit, geen enkel nuance te zien in het vlak.
Een geluk dat er nog wat sneeuw was gevallen anders zou het bijna onmogelijk zijn geweest om zonder stijgijzers af te dalen langs de verijsde ondergrond tot onder in het dal.
Een enkele keer liet Veerle haar pulka de vrije loop naar beneden die dan net als een schansspringer in volmaakte balans wat meters door het ijle vloog wanneer een depressie overbrugd moest worden.
Beneden het geronk van sneeuwscooters. het jachtseizoen op de sneeuwhoenders is nog open.
De vereisten van Kevin waren dat hij
-en dat stond als een paal boven water vast-
dat hij zou overnachten ver uit het zicht van Tarraluoppalstugan.
Alleen maar kijken naar de hut leek aversieve reacties op te roepen.
Nee, zoonlief is in zijn geval nog niet verteerd.
Hij moest maar eens in zijn dromen terug keren.
De zon stond al laag toen we klaar waren met het prepareren van de ondergrond en de tenten waren opgezet.
Zoals altijd kroop ik vroeg in mijn bed.

Dag negen:

Een dag zonder moeilijkheden. We bleven Tarradalen volgen. Het scooterspoor bleef rechts van de rivier.
We volgden tegen het eind enkele sporen die zich verwijderden van de rivier.
Staken de bevroren rivier over tot de hut waar Veerle zich installeerde om te bekomen, te eten en haar gerief te drogen.
Kevin en ik keren terug naar de overkant en namen onze tijd om de tenten op te stellen.
Ik probeer de parachutes uit silnylon uit als sneeuwanker. Een systeem dat perfect zijn werk deed
als is het waarschijnlijk een stuk eenvoudiger om gewoon een stel sneeuwpiketten mee te nemen en die naargelang de omstandigheden van het moment toe te passen.
Ik leen de MSR windpro van Veerle en kom tot de conclusie dat dit een heel stabiel brander is en eenmaal aangestoken, in enkele seconden in omgekeerde blik modus kan worden gezet.
Dit kan niet gezegd van de eigen zelfbouw aanpassing van mijn snowpeak GT100 branderkop.
We genieten nog even van wat zonlicht en met een open hemel bereiden we ons voor op een koude nacht.
Gegeven het feit dat we op de bodem van de vallei staan.
Ik probeer nog wat water te pakken te krijgen uit een wak in het ijs maar staak mijn poging omwille van "te riskant".

Dag tien:

-25°C bij benadering vertelde de huttenwaard. Het was te merken aan het gasblik dat in de voortent was blijven liggen. Produceerde maar een heel zwak vlammetje. Geen gasdruk meer. Eenmaal omgekeerd en de brander en gasbus heel close bij elkaar vormden de twee een compleet stel.
Mijn handschoen systeem blijft waardeloos.

Ik moet langer dan nodig de dikke vingerhandschoenen uit doen om het kleine vingerwerk tot een goed einde te brengen.
Geen blaren maar mijn beschadigde vingertoppen van vorige keer hebben opnieuw een kleine tik gekregen.
Ik leende de volgende dag een paar aspirines van Veerle om mijn bloed te verdunnen.
Het weer blijft aantrekkelijk.
Het landschap laat zich bewonderen.

Ik verzoen me met de gedachte dat door deze vallei lopen ook niet echt een straf is al blijft het daardoor toch wat zuur klinken.
Qua oriëntatie zal de hoofdvallei van Sarek een stuk simpeler zijn geweest.
Het gebrek aan ondersteuning, daar zit de uitdaging in.
We eindigen onze dag bij Tarrekaistugan.

Ik zet me een 900 m verder langs de rand van het meer, in de buurt van een hutje met nog een dikke bussel rijshout dat wordt gebruikt om de winterroutes te markeren.
Kevin en Veerle slapen binnen. Bijtanken en het gerief een laatste keer te drogen.
Kevin heeft iets teveel in zijn slaapzak geademd.
Deze avond slaap ik opnieuw buiten. Ik heb mijn slaapsysteem goed onder controle.
Mijn slaapzak heeft zo goed als niets van zijn puff verloren.

Dag elf:

Het is eerder terloops dat de huttenwaard vertelt dat goede vrijdag een feestdag is.
Waar in eerst instantie een relaxte dag werd gepland met nog een extra overnachting kort voor Kvikkjokk moeten we er stevig de slag inhouden wille we voor het donker thuis zijn.
Ik beslis om de ski's op de pulka te binden en al stappend ver te gaan.
Dat gaat vlugger dan schuiven over de verijsde ondergrond.
De sneeuw is stevig aangedrukt door alle verkeer.
Later is iedereen gevolgd.
Een outdoor organisatie met in een lange rij, op sneeuwschoen sloffende mensen die het avontuur tegemoet gingen.
Echt overbodig en het gaat niet vooruit.
Op sommige plaatsen toch minder vlak dan gedacht en afwijkend van de zomerroute omdat de rivier toch wat lastig oversteken was.
Terug de ski's aan vanaf Mierdekjavrre, de scootersporen volgend langs de link oever om dan achter de hut het water over te steken.
Kevin informeert bij de cabines naar de prijs van een overnachting.
De STF hut van Kvikkjokk is 14 euro duurder maar zo kort bij de hand wordt deze laatste optie gekoezn.
We dragen de pulka's tot voor de deur.
Ik kreeg te horen wat Veerle en Kevin al langer wisten, gehoord van de huttenwaard.
Ze wilden mijn dag niet vergallen.
Dubbele bomaanslag in Brussel en al snel ook de berichten dat de luchthaven gesloten is.
We bestellen ons een biertje om het einde te bezegelen.
De alcohol stijgt na deze periode van abstinentie snel naar het hoofd.
Douche, eten en op tijd in bed.

Dag twaalf en verder:

Iets na 5 uur vertrek de bus naar Jokkemokk. Dar wachten we enkele uren voor we richting Gallivare kunnen.
Koffie slurpend doden we de tijd.
De bus is voornamelijk gevuld met zeer waarschijnlijk een groep nieuwe Zweden, afgaand op hun schriften, terug van hun cursus integratie.
Het valt op dat blond al lang niet meer de kleur van het straatbeeld is.
We huren een huisje op de camping.
Het was erg druk in de plaatselijke drankenhal die onder auspiciën van de regering een lucratieve handel heeft.
Voor laag alcoholishce dranken moet je in de supermarkt zijn.
Zo brengen we twee dagen door.
De filosofische naast de sociologische en louter cijfermatige bewijsvoeringen bovenhalend om allerhande maatschappelijke fenomenen te verklaren.
ieder vanuit zijn eigen metier.
We waren het erover eens dat eigen gerief, zeker wat schoenen betreft, aan te bevelen is.
Mijn pulka heeft het goed uitgehouden.
Een opbergzak is een nuttige aanvulling om de pulka beter te vullen.
Misschien een enkellaags shelter in de toekomst?
Een vaste bodem aan het buitenzeil, meer moet dat niet zijn.
Hogere instap opening om de sneeuw buiten te houden.
Het zou het oppervlak flink vergroten maar ook de ijs opbouw langs binnen zou anders verlopen.
We rationaliseren wat met elkaar om onze gestelde ambities te verteren.
Zal die zichzelf opgeblazen terrorist ook zuur gaan kijken als hij een tros druiven in plaats van een stel maagden krijgt aangeboden.
Nog nooit hebben we zo lang in het nergens gezeten tussen begin en einde van de tocht en de eigen deur dorpel.
Een tocht dat we hebben leren wachten. Ook iets dat je moet leren anders neemt die tijd je bij het vel.
Ik denk spontaan aan het gedicht van Leonard Nolens.

Laat de tijd
Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen;
Laat.

Het land heeft platgelegen en ligt nog in de touwen te bekomen
wanneer we op Deurne landen.
Hoe moet daar van worden geheeld?
Daar gaat tijd overheen.

donderdag 1 december 2016

"Grens hoppen in de Pyreneeën": varianten op eenzelfde thema


Aanloop:

Verwacht geen verslag met allerhande filosofische insteken. Dat zal voor een andere keer zijn.
De vorige septembertocht was zo goed bevallen dat ik mij had voorgenomen om mijn kennis ten dienste te stellen voor buitenlui die om een wandelmaat verlegen zitten of zich nog niet heel zeker voelen om zelf meerdaagse tochten te ondernemen. 
Daar kwam toch minder reactie op dan verwacht. 
Uiteindelijk verschenen Katia, Sven en Tejo aan de start voor een 10 daagse tocht op de westrand daar waar waar de hogere Pyreneeën nog moeten beginnen.
Omdat we langs beide kanten van de grens gaan lopen. Ieder met zijn eigen klimaat  en met op geologisch vlak een lappendeken van ondergrond, zal dat garant staan voor een gevarieerde tocht. Een hoek met een hoog pastoraal gehalte wat zich zal vertalen in primitieve cabanes in de bergen waar herders hun schapen hoeden, kaas maken en waar er schapen zijn, maken ook gieren hun opwachting.
De plannen om de spoorlijn vanaf Oloron Saint Marie richting Canfranc lang Spaanse kant terug te openen begint vorm te krijgen. 

foto:Tejo

Inmiddels is het traject tot Bedous gerealiseerd. Na de nachttrein vanuit parijs tot Pau ging het in de vroege ochtend rechtstreeks  tot Bedous. Het was rond 9 uur dat de eerste stappen werden gezet. We volgden in aanvang de GR 637 richting Accous.
  
foto: Tejo

Onderweg wat kunstwerkjes van een openlucht tentoonstelling om dan bij Pont d'Escuit de GR te verlaten en over te schakelen op een plaatselijk circuit dat spaarzaam is gemarkeerd met gele verfstrepen. Dit is ook een alternatieve route voor Compostella gangers die over Col de Pau Spanje in willen trekken ipv de meer belopen grensovergang via Col du Somport.  
De klim naar Crête d'Ourtasse is een eerste test voor de groep. In de voorbereiding heb ik gekozen voor een geleidelijke aanloop maar met toch voldoende pit zodat iedereen al voor zichzelf een inschatting kan maken of deze tocht haalbaar is. Het was er niet van gekomen om samen een oefentocht te ondernemen.  
Onderweg zijn ook voldoende uitwijkmogelijkheden ingelast mocht er iemand af willen haken of we in de problemen zouden komen. 
Best aardig lopen onder het loof van een beukenbos om uiteindelijk bij de graat door een open landschap af te dalen naar lescun.



foto: Katia

Afgesproken werd om niet naar de camping te gaan maar nog een eindje door te lopen over de Gr 10 om ergens bij water onze tenten op te slaan. Niet zonder op het terras van het centrale plein van Lescun ons te trakteren op een drankje. In een loodzware hitte en met een stevige klim vanuit het dorp was -achteraf gezien-  alcohol gecombineerd met een lege maag niet de meest geschikte dorstlesser.


We vonden een goed graslandje bij  Borde d'Assercq  met uitzicht op de Billaire die de Cirque de Lescun domineert. Even gevreesd dat we op konden hoepelen toen een jeep tot bij de tenten kwam gereden maar de man zei enkel vriendelijk goede dag en liep tot een boerderij aan de overkant van het beekje.

dag 1: 6 september

De eerste uren van de dag konden we ons bezig houden met een klim tot Col de Pau.


 Had ik mij opgeworpen als reisleider, het was Sven die mij liet weten dat ik toch een verkeerde afslag had genomen in aanloop naar de parking. Ik had al het gevoel dat er iets niet klopte. 
De beek die we moeten volgen was uit beeld verdwenen. 
De route naar de col ontloopt Cabanes de Bonaris enigzins. 
Vermoedelijk ook wel om de hut wat meer privacy te geven. Toch hielden we er onze middag pauze omdat het de laatste plek is waar we water kunnen tanken. 
Het is warm en we zoeken achter een muur beschutting tegen de zon. Volgen vanop een afstandje de werkzaamheden van twee vrouwen, qua uiterlijk niet zo direct te verbinden zijn met een herders bestaan. 

Nu is te zien waarom varkens varkens worden genoemd wanneer ze zich storten op hun trog op het moment die gevuld wordt met oud brood en wei, het restant van de kaasproduktie. 
In de waterbak die gevuld wordt door bronwater, staan melkkitten om de melk gekoeld te houden. 
Vulden de drinkbussen bij en klommen de laatste meters tot Col de Pau. Grenspas met Spanje en met zekerheid de mooiste doorsteek die je als Compostella ganger kan maken.
Over golvend terrein gaat het verder tot  Lac d'Arlet.

Onderweg bij Col de la Couarde dwarsen we een route die vanaf  Spaanse kant komt en deel uitmaakt van de thematische route rond Sentier de la liberte. Vluchtroutes uit de tweede wereldoorlog
Er zijn bij Lac d'Arlet niet zoveel plekken waar het terrein biljardvlak is. 
Ieder om beurt zoekt de landtong aan de oostkant van het meer op om zich discreet eens goed te wassen.  
Drinken samen iets in de hut. Het bier is op (maar misschien is de voorraad al zover geslonken dat de beheerder de blikken eerder wil sparen voor zijn gasten). 
Katia laat zich op de lijst zetten voor een ontbijt in de hut.

 
Met het opkomen van de nacht worden we door mist omhuld.

dag 2: 7 september

De omgeving zit nog dicht als we de klim aanvatten naar Col d'Arlet. De ezels staan gepakt en gezakt achter de hut te wachten op hun begeleider. De rug volgeladen met voorraadbakken en zakken afval. In mist dalen we af. Onderweg geholpen door steenmannetjes.
De meanderende Rio Aragon Subordan blijft lang verborgen tot we uiteindelijk toch onder het wolkendek uit komen. 

De omgeving baat in een mystieke sfeer. Beneden houden we een korte pauze.
Ik peuzel wat aan mijn toerbrood. Smaken doet het niet en ik moet wringen om het binnen te krijgen (en dat zal er niet op beteren gedurende de rest van de tocht). Voor de tocht zijn einde kende  is de beslissing genomen dat tourbrood hoogstens nog als aanvulling op andere calorieen wordt meegenomen en niet meer de hoofdmoot uitmaakt van mijn eten doorheen de dag.
Blijven langs de linkerkant van de beek in een vallei die vol met runderen loopt en sluiten bij begin van de klim naar Ibon de Astanes aan op de GR11 die ons door een labyrint van heuvels verder naar boven begeleid tot het meer in beeld komt waar we een wat langere pauze houden. 

Het valt mij op dat de route door Valle d'os Sarrios inmiddels ook een rood-wit markering heeft gekregen. Onderweg een leeggemaakt omhulsel van een koe. 

De wolkenpartijen geven opnieuw karakter aan de omgeving. 
Minder water in de beek die ontspringt aan de westkant van Collado de Secus dan vorig jaar. 
Met al die koeien lopen we tot het begin van de klim naar de col waar er een klein bronnetje ons vers water levert voor vandaag en morgenvroeg.



Voor morgen hebben we tal van opties. De rechtoe rechtaan route loopt in westelijke richting over de Collado de Secus. 
Dan is er de variant die via de Bisaurin afdaalt tot Cuello d'o Foraton of we ronden de Bisaurin door af te dalen richting Refugio de Lizara om dan door te klimmen naar Cuello d'o Foraton. 
De knoop hakken we morgen door. 
Ik heb zelf een lichte voorkeur om over de Bisaurin te trekken. Alles is afhankelijk van het zicht. We staan hier in een mooie hoek.

dag 3: 8 september

De beslissing is snel gemaakt wanneer we zien dat het helemaal dicht zit bij de col en we besluiten door een mooi dal af te dalen. Mijn oog valt op een groep gieren boven een topje. 


Het startsein van Tejo om de blok te leggen op onze tocht om zich ten volle te concentreren op het in beeld brengen van deze aaseters met weinig tafelmanieren. 
Op zijn minst een mens die vandaag al gelukkig is gemaakt. 
Ik ga erbij zitten, mij realiserend dat dit het tempo er wel echt uit haalt. 
Maar ach, wat maakt het uit. Genoeg varianten in mijn achterhoofd om iedereen content te stellen. In de afdaling de resten van koe. Afgaand op de geur een van een recentere datum. 
Het verklaart ook de aanwezigheid van deze kolonie gieren.
Ik had mijn twijfels of er voldoende water is bij Puerto de Taxeras en als we volgens plan nog via Puerto d'Acher zouden doorsteken naar de oostkant van Pena de Marcaton.....???? Daar zouden we op een plek landen waar er dan wel geen water is maar waar bij goed weer, de zonsopgang uitzonderlijk zou zijn. Een van de toplokaties vorig jaar.
Ik neem voor de zekerheid bij Fuente Fria (bij de GR11) 4 liter water mee naar boven.

Sven heeft een ander systeem. 
Die neemt een minimum aan water mee en giet zz vol met water bij ieder waterpunt dat hij onderweg tegen komt. 
Ik kan hem niet verlossen van de twijfels wanneer hij zich terug kan laven. 
Bij Cuello d'o Foraton houden we onze middagpauze. 

Op een steen de markering (berenpoot) van Senda-de-camille.  
Daar zitten op deze huttentocht toch wel stevige etappes tussen. 
Het wordt duidelijk dat we het vandaag bij Puerto de Taxeras voor bekeken moeten houden. 
De route naar daar is in het begin duidelijk maar verder op geraken we wat verspreid zodat we de route kwijt geraken.
Hoger staat een grote steenman maar we blijven lager op de helling. Een krul in de aardlagen laat zien welke krachten in het verleden dit gebergte hebben gevormd. 

Omdat we verzaken aan een zoektocht naar het oorspronkelijke spoor hogerop, worden we veroordeeld tot het nemen van een heikelijk passage om terug op het spoor te geraken.
We helpen elkaar om die paar steile stukken te over bruggen. 
De stokken zijn hier eerder een last dan een zege. 
Onderweg komen we nog een Vlaams gezelschap tegen die een rondje maken vanaf Refugio de Gabardito. Het weer wordt onvoorspelbaarder. De meteo belooft enkele buien. 
Er zijn weinig vlakke plaatsen te vinden in de oostelijke hoek maar daar zijn we wel zeker van proper water. 

Tegen de avond, na enkele buitjes komt de Bisaurin bij laaghangende zon uiteindelijk toch nog in beeld. Een mooie afsluiter van de dag. Katia hebben we die avond niet gezien. Ze is vroeg in haar bed gekropen. 

Haar slaapzak is iets te krap voor deze temperatuur. Ik leende mijn lange onderbroek uit die het leed hoogtens wat kon verzachten.

dag 4: 9 september

Standaard staat de wekker op 7uur. Tegen 8.30u is iedereen gepakt en gezakt. Gelukkig een groepje met dicipline.
De geel groene markering die de aanloop naar de col aangeeft is nog even te volgen maar dan verdwijnt hij uit beeld. 
We klimmen richting ""gat" in de bergwand om later oude rood witte markeringen tegen te komen die ons tot Puerto d'Acher leiden. 
Met Casteillo d'Acher in het zicht gaan we er even bij zitten. 

De zon staat nog niet al te hoog waardoor de kleuren nog op hun hoogtepunt zijn. 
Het is hier vlak genoeg om evt een tent op te slaan om in de ochtend de eerste zonnestralen te vangen. De vlakte aan de oostkant van Lanetera, waar ik in aanvang had willen kamperen komt ook in beeld. De klim naar de Secus laten we voor wat hij is en zetten de afdaling in. 

Refugio del Castillo de Acher waar we ons op richten komt vroeg in beeld. 
Tal van sporen maar de richting is duidelijk. 
Het duurt toch even eer ik water zie verschijnen in de beek. 
Onze middagpauze houden we op enige afstand van de refugio omdat door al de koeien het bij de stal een smerige bedoening zal zijn. In schier eindeloze zig-zag gaat het naar het dal Selva de Oza.


Borden dat kamperen hier verboden is. Beneden sluiten we aan  op de Compostella route die van Col de Pau komt. 
We zitten een halve dag achter op het schema en besluiten niet door te trekken naar Cuello de Lenito Baxo maar zetten onze tent op een bivakweide kort bij Puente de Santa Ana. 

Onderweg ben ik onder de indruk van Calzada Romana een weg uit Romeinse tijd die hier is aangelegd om de streek te ontsluiten.
Eerst hebben we nog een nutteloze over en weer beweging gemaakt richting camping Borda Bisaltico maar zoals ik al vermoedde, was ze gesloten.
Het weer is uitstekend. 
We verrassen een drietal dames in eva kostuum wanneer we ons willen wassen in de Rio Aragon Subordan. 
Ze schieten recht, grabbelend naar hun kleren 
maar relaxen terug wanneer we ons discreet verderop aan de kant zetten waar er plaatselijk diepe poelen zijn voor een totale onderdompeling in het heldere water. 
Gezien zijn reeds lange looptijd en de wetenschap dat dit water zijn oorsprong kent op de vlakte van Aguas Tuertas met heel veel koeien, duw ik het toch door de filter alvorens ik ervan drink.

dag 5: 10 september

De eerste uren gaat het gestaag door het bos omhoog richting Cuello de Lenito Baxo. 
Wat fysieke mankementen bij de teamleden maakt dat we er de zweep niet opleggen 
om onszelf naar boven te jagen. 
Eenmaal in open gebied met zicht op de col is het best aantrekkelijk wandelen.

In de voorbereiding had ik als een van de vele opties een bivak gepland bij de CabanaBorda Chilburro. De kaart vermeldt een bron maar bestaat ze ook in het echt?

Dit is zo'n etappe dat je aan de lijve voelt dat het Spaanse deel van de Pyreneeën een stuk droger is dan de Franse kant.
Nog een dag dat ik wat twijfels had over de drinkwater bevoorradingspunten onderweg.
De bron onder de col bestaat  bestaat echt en we vullen onze drinkbussen bij.  
Bij Cuello de Lenito Baxo onder het oog van een verborgen camera die daar is geplaatst houden we onze middagpauze. Ook een plek, vlak genoeg voor tal van tenten. 

Tejo en ik discuteren met elkaar over het vervolg van de route. 
Vanaf Cuello de Lenito de col tussen Penaforca en Lenito is een hoge doorsteek mogelijk richting  Paso de Taxera. 
Zo vermijden we de afdaling naar Vall d'Espetal en een daaropvolgende klim.
Ik ben niet geneigd om Tejo te volgen in zijn idee. 

Ik heb deze doorsteek onvoldoende voorbereid en ik vrees dat we te weinig water bij hebben en daarom verplicht zijn het eindpunt te halen als we toch onverhoeds op een hindernis zouden stoten.

Ik druk mijn oorspronkelijk plan door en in zigzag gaat het naar beneden.
Onder in de vallei begint het zoeken naar water. 
Het merendeel van het water zit al ondergronds.
Toch iets om rekening mee te houden wanneer je hier wat later op het seizoen bent. 
Uiteindelijk vinden we een kleine poel die wordt gevoed door water van hogerop.
De daarop volgende klim onderlangs Pena de Cuellao Marcon herinner ik mij als een juweeltje


wanneer we eerst steil onder de berg doorlopen om dan in meer open gebeid naar Sierra d'Alano te trekken. 
Daar zijn wel enkele goede plekken voor een bivak te vinden 
maar er stroomt hier nergens water ook al doet de kaart anders geloven.

Eenmaal bij de pas zien we diep onder ons de rode daken van een paar boerderijen. 
Het is heet en zo tegen het eind van de dag wordt het toch wat afzien eer we beneden zijn 
maar het kampeerplekje in een beukenbosje , naast de rivier maakt veel goed. 
Doorklimmen naar de vlakte bij Refugio de Chipeta Alto, met het risico dat we geen water hebben, was al eerder afgevoerd. 
We zitten weer aardig op schema. 
De weersvoorspellingen voor de komende dagen zijn minder gunstig.

dag 6: 11 september

Ik had naar mijn tochtgenoten in de voorbereiding deze dag gelabeld als:
 "een dag dat we ons amper moe moeten maken". 


Maar met een klim naar Collado de Petraficha, een afdaling naar Rio Aragon Subordan en opnieuw een klim naar Ibon de l'Acherito viel dat toch even tegen en had niemand echt zin om op Collado de Petraficha door te klimmen naar Chipeta Alto. 
Geroemd om zijn uitzichten en de top vlak genoeg voor een bivak. 


Tejo doet het voorstel om een doorsteek te maken via Mallos de l'Acherito 
om zo niet tot de bodem te moeten afzakken maar ik voel er niet zo veel voor omdat de winst minimaal gaat zijn 
terwijl we vermoedelijk tegen het eind wat moeten improviseren in ZO richting om bij het meer uit te komen. 
Mijn eerder argument dat het twijfelachtig is of we via die route  water kunnen tanken blijft niet staande. Van veraf is duidelijk te zien dat er water stroomt. 
Uiteindelijk druk ik mijn zin door en blijven we op de Gr11.
Bij Rio Aragon subordan gaan de schoenen uit en worden de voeten afgekoeld. 
We doen ons tegoed aan dikke bramen. 
Er keert wat volk van het meer terug naar beneden als wij ons in een drukkende warmte opnieuw boven hijsen. 
Een bron met ijskoud water, net voor het meer in beeld komt is onze beloning. 

De noordkant van Ibon de Acherito heeft maar weinig vlakke plaatsen en ik zet me een eind van de anderen af. 
We hadden het meer beter wijzerszin gerond, 
zo konden we zien of de zuidrand niet meer opties had.
In een volmaakt aangename atmosfeer, 
geen zucht wind 
en bij het vallen van de avond een rode gloed  als sluitstuk op de wand van Pic de L'Araille , 
gaat het klein flesje whisky van Katja in het rond. 
Op dit hoogtepunt kan het alleen nog maar bergaf gaan.
Morgen wordt er ander weer voorspeld. 
Er groeien twijfels of een doorsteek via Table de Trois Rois naar Source de Marmitou wel door kan gaan.

dag7: 12 september

De ganse nacht rustig en stabiel weer. 


Er verschijnen enkele wolken in het zuiden. 
De voorbode van veranderend weer. 
Ongebaand een eind naar boven om dan op een bergrug door te klimmen naar de grens die we een tijdje in westelijke richting volgen


om dan via een duidelijk pad af te dalen naar Lac d'Ansabere dat er deze keer wat minder "bescheten" bij ligt dan vorig jaar. 


Bij het bronnetje die het meertje gevuld houdt worden de flessen verder gevuld. 
In de afdaling komen we de eerste dagwandelaars tegen. We informeren naar hun weersvoorspellingen. 
Onweer tegen het eind van de dag wist een groepje mannen met een door de zon gebronst lichaam ons te vertellen. 
Katia meende te ruiken dat er onweer op komst was. 
Wat wij zagen waren opbollende wolken. De vochtigheid nam toe. 
Zij gaf er de voorkeur aan om af te dalen. Tejo was ook van die mening. 
Sven echter had zijn zinnen gezet op het karstgebied. 
In eerste instantie zouden wij twee pogen de doorsteek te maken tot Lac de Marmitoe voor het weer echt om zou slaan doch nog geen 10 minuten later vielen de eerste druppels zodat ik voor mezelf en voor de veiligheid van Sven ook mee afdaalde. 
Tot groot ongenoegen van Sven die met mijn beslissing tijd nodig had om ze te verwerken. 
De adonussen die daarstraks nog naar boven klommen repten zich ook naar beneden. 
Een drietal vrouwen die ons tegemoet kwamen en hun dag bij Camping Lazuat zijn gestart, deden hun poncho's aan. Zij hebben nog een klim voor de boeg. Linza ligt nog een eind van hier. 
Ze volgen het Senda de Camille. Hopelijk krijgen ze niet teveel over hun heen vandaag. 
Verder afdalend leek een goede beslissing te zijn geweest omdat dit deel van de Pyreneeën code oranje tot rood kreeg voor het te verwachtte onweer met hagel wist een dame ons te vertellen. 
De verslechering van het weer zette zich niet door en omkijkend richting Billaire waren de buien voorlopig nog tijdelijk.
Sven had de voorkeur voor een wildkampeerplek, omdat de komende dagen ook al binnen werd geslapen. 
Katia had al voor zz uitemaakt dat ze in de Gite van Lescun ging overnachten.
Ik besloot om voor camping  Le Lauzat te kiezen wat de andere mannen uiteindelijk ook deden. 
We zochten ons een plek uit op de grotendeels lege camping. 
Goedkoop dat wel maar veel is er niet vernieuwd de voorbije jaren.
De gewone kampbesognes en dan voel je dat je als wildkampeerder dikwijls minder moeite hebt om haringen in de grond te krijgen dan op zo'n camping.
We zakken af naar lescun. 
Zakken en stijgen omdat lescun op een heuveltje ligt. 
We installeren ons terug op het plein en trakteren ons op een frisse pint. 
Bezoeken ieder om beurt even het winkeltje voor wat aanvullingen op het rantsoen of het elimineren van tekorten voor de komende dagen. 
Ik koop een blok mixt. Een mengeling van koeien en schapenkaas, plaatselijk geproduceerd. 
Het kruidenierswinkeltje dat na een tijdje gesloten opnieuw een eigenaar heeft gevonden. 
Het is niet zo evident geweest.
Ik meen begrepen te hebben dat het weghalen van het winkeltje op de camping een van de voorwaarden was om dit bod aantrekkelijker te maken.
De rest van de avond verloopt hilarisch. De zoektocht naar een restaurant doet ons eindigen in Le bar des bergers..
We installeren ons aan de tafeltjes. De vrouw zou wel iets klaar kunnen stoven. 
Niet heel duidelijk welk vlees/vis ze nog in huis had. 
De suggesties werden een paar keer bijgestuurd na een duik in de diepvries.
 Het was niet voor het eerst maar de elektriciteit was opnieuw uitgevallen in het dorp 
en samen met het invallend duister werden stilaan de kaarsen bovengehaald. 
Er druppelt nog wat ander volk naar binnen. Het wordt een kletsnatte avond
Na twee uur wachten begon zo stilaan het kader te veranderen en werden de borden op tafel gezet terwijl in tussentijd de vrouw des huizes met kaarslicht met haar bereiding was begonnen. 
Iedereen werd tegelijk bediend. Dat betekende dat we al die tijd in wacht hebben gestaan tot de laatste gast arriveerde. 
Ach, ik heb het al eens gezegd. Hier wordt er in een ander ritme geleefd. 
Het was inmiddels pikdonker. De koplampjes waren op de camping gebleven.
Niet wetend dat het zo uit zo lopen
Een zoveelse charme offensief van Katia heeft ervoor gezorgd dat, 
nadat Jean-Pierre terug was van zijn interventie als brandweer man , hij ons met zijn auto terug naar de camping voerde.  Anders hadden we de weg nooit terug gevonden.
Bleef nog even wachten met de brandende lichten schijnend over het veld tot we de tent hadden bereikt.

Dag 8: 13 september

Vandaag is het qua orienteering "een eitje". 
We blijven de ganse dag op de gr 10 en gaan richting gite d'etappe van Borce
Uiteindelijk lijkt het echte noodweer dat was voorspeld, zich niet hebben doorgezet. 
Het is droog in de ochtend, wolkenslierten, hullen de omgeving in een steeds veranderlijk decors. 
Er hangt zo toch wat herfst in de lucht. 
We spreken af tegen 9u tot Katia haar opwaching heeft gemaakt. 
De landelijke omgeving, her en der een boerderij, dik loofbos met baardmos gedrapeerde stammen (waar ik een zak van vul voor mijn bloemschikster thuis). 
Bij Col de Barrancq wordt de afdaling ingezet. 
We passeren vanop afstand een herdershut om later langs een met varens begroeide helling verder af te dalen.


We houden het niet droog tot beneden. 
Het laatste uur loopt door de regen tot we stranden bij het plaatselijke centrum waar het café als centrale plek, verschillende functies vervuld.  
Een afsluitend etentje zit er niet meer in; de cafébaas doet een telefoontje naar het plaatselijk dorp Etsaut maar die houdt enkel op de middag het restaurant open. 
Na wat kleine aankopen in het café verhuizen we naar de nabij gelegen gite die aardig vol loopt met vooral Compostella gangers die hier op de route richting Col du Somport zitten. 
Door het inkorten van de route zitten we met een dag overschot. 
Het was mogelijk geweest om vandaag al af te reizen naar huis 
maar in de voorbereiding heb ik er de snelle optie uitgelaten (met de namiddagbus naar Bedous om dezelfde dag nog met de nachttrein naar huis te gaan) om onszelf niet al te zeer op te jagen op de laatste dag. 
Daar had ik vorig jaar niet zo'n goede ervaringen mee. Morgen lopen we een kort plaatselijk circuit.

Dag 9: 14 september

Via een voetgangersbrug over de drukke baan, de GR 10 markeringen volgend gaat het naar Etsaut. 
De leegloop van dit dorp is al een tijdje bezig afgaande op het aantal gesloten zaken. 
Nemen notie van de openingsuren van het plaatselijke winkeltje en bushalte voor morgen. 
Keren terug op onze stappen en zoeken opnieuw de GR 10 op die in eerste instantie over asfalt gaat. 
Bij de splitsing en info borden over chemin de la Mature, een scherpe bocht naar links klimmen we verder, terug in noordelijke richting om dan een afslag te nemen over een heel oud, met kasseien verstevigd pad dat richting Col d'Aras slingert. 

Het loopt fout wanneer Katia een foutieve afslag neemt en wij haar even op de voet volgen maar al snel concluderen dat ze niet goed zit en roepen haar terug. 
We corrigeren maar missen Sven die achter ons zat. 
Nog wat over en weer gelopen of we hem konden vinden. 
Vocale ondersteuning heeft in zijn geval geen zin. 
Uiteindelijk beslissen we om door te lopen. Hogerop bijna bij de col informeren we bij wandelaars die in tegengestelde richting lopen of ze iemand zijn tegengekomen. 
Blijkt zo te zijn. 
Om een lang verhaal kort te maken, het zorgt even voor een disonantie binnen de groep bij de hereniging. Nog aan toe te voegen dat het een heel mooi bos is.
Wanneer het fort du portalet in het zicht komt naderen we Chemin de la Mature. 

Een pad dat indertijd uit de rotsen is gehakt om lange boomstammen tot onder in de vallei te krijgen. Stammen die werden gebruikt voor de oorlogsvloot van Lodelijk de Veertiende operationeel te houden.
We drinken koffie bij het winkeltje/café in Etsaut. Ze zijn zuinig op hun winkel want overal verbodsborden (geen stokken of rugzakken toegelaten). 
Kopen wat extra's voor op de terugweg naar huis. Anders dan gisteren hebben we de gite voor ons alleen. Het is aardig druk in het cafeetje. Blijkbaar is er ook net een vergadering geweest. 
Deze keer geen oudemensen dorp maar een veel jonger publiek met een alternatieve look. Het merendeel komt af op het ruime assortiment van belgische bieren. 
De sfeer zit er goed in en toch, tegen sluitingstijd (20u) beeindigt iedereen stilaan zijn bezigheden en loop hun cultureel centrum leeg.

Dag 10: 15 september

De trein richting Parijs liep wat vertraging op. 
Wij gaven onszelf de sporen in een rush van het een naar het ander metrostation ook al was het onmogelijk om op tijd de TGV te halen richting Brussel. 
Omboeken is in zo'n geval nooit een probleem ook al heb je de goedkoopste formule gekozen (prems). 
Deze keer was een bomalarm en verdacht pakket de reden dat alle treinverkeer in Gare du Nord voor een tijd stil lag en we toch nog onze trein en met de nodige vertraging in Brussel aankwamen. 

foto's