woensdag 18 mei 2016

Shelter in Tramplite stijl


Een verslag van onze laatste wintertocht in Maart over de Padjalantaleden dat hebben jullie nog tegoed.
Daar is het plan toch al wat concreter geworden om eens een echte mountaineering tent te maken. Eén-laags waarbij het zeil direkt gekoppeld wordt aan de bodem met een wat hogere instap. Maar dat is iets voor later.
Erg veel plezier aan mijn trailstar copy gehad maar hij is voor één persoon toch echt veel te ruim.
Een simpel A frame tarp die erop volgde maar de vonk sloeg niet over.
Geregeld haalde ik touw en stokken boven om eens een vorm uit te zetten tot ik de tramplite
zag passeren.
Een shelter die volgens de bedenker, Colin Ibottson elementen van een trailstar en cricket in zich draagt. Ik hou wel van zijn vorm die sterk overeen komt met mijn trailstar bij open deur.


Tijd genoeg genomen om het idee te laten rijpen en in tussentijd volgde ik Colin verder bij het ontwikkelen van zijn product en de verschillende proefopstellingen die altijd wel een verschil hadden met de vorige versie.
Toen hij met zijn laatste versie aan kwam draven,
https://twitter.com/Tramplite/status/706125125612138496
https://twitter.com/Tramplite/status/723221135651950593
heb ik de knoop doorgehakt en ben ik begonnen met het uitzetten van een eigen draadwerk.
Met een grote winkelhaak kost het geen moeite om de verschillende panden op te meten. De twee kopse kanten zijn de enige twee driehoeken die een rechte hoek hebben. 

Anders dan Colin heb ik hem nog iets groter gemaakt en afgeklokt op 3m.
Met mijn bijna 2m lengte is 50cm overschot langs beide kanten ook weer niet zoveel. Hier heeft het zeil al voldoende hoogte om niet constant met mijn voeten tegen het zeil te vegen.
Een binnentent ga ik zeker niet maken.
De breedte van de leefruimte is  op zijn smalst 1m terwijl de hoogte op 125 cm is ingesteld.


Door zijn vorm heeft het ook weinig zin om hem te laten variëren in hoogte zoals bij een tarp en blijft het zeil grotendeels tegen de grond met uitzondering van de achterkant die in het midden een 50 tal cm naar buiten uitwijkt.
Deze kant kan wel worden gelicht om te verluchten en geeft extra plek om gerief te stockeren.
De vooruitspringende naad op het achterpand helpt bij het breken van de wind.
De naad langs de achterkant en de naad van de overkapping aan de voorkant liggen in een lijn. Ondersteund door de wandelstok vormen ze een driehoek.

Door de wandelstok naar voor te brengen en uit de haak te zetten kan de achterkant worden gelift voor een betere ventilatie. Het heeft me drie dagen gekost eer hij af was.

Beschouwingen:

Verwacht geen handleiding van A tot Z. Hoogstens wat gedachten die je op weg kunnen helpen.
Ik koos voor 40den nylon ripstop/zandkleur.
Weegt 55 gr/m2 en kreeg op backpackinglight een goede quotering qua waterdichtheid.
Het nadeel van een ruimere tent is dat, ook al bestaat hij uit verschillende panden, de 150 cm stofbreedte soms net niet volstaat. Er moet dan een stuk worden "aangebreid".

In bovenstaande foto zie je ook de extra stof die je moet voorzien nadat je aan de hand van een 1 op 1 schaalmodel de maat hebt genomen om de verschillende panden aan elkaar te naaien (hier is een naadbreedte van 15mm toegepast).
Links 15mm en rechts 30mm extra stof om een "flat felled seam" te kunnen maken.
Als je je niet zeker voelt verleng je iedere zijde maar met 30mm omdat een fout snel is gemaakt en knip je het overtollige pas af wanneer je effectief aan het pand begint te werken.
(of je plooit de te grote kant gewoon dubbel en laat hem verdwijnen in de naad)
Ik heb de catenary cut op de meeste naden maximum op 25mm laten doorzakken
(maar niet voor de onderkant van de shelter.)
Verder zou ik niet gaan omdat dat de hoogte van de leefruimte te zeer beperkt.
Ik gebruikte een mal uit hardboard (hier een voorbeeld met een doorzakking van 50mm) die ik eerder had gebruikt voor de trailstar en heb de curve aangepast

Het is dan een kwestie van logisch denken om zo economisch mogelijk de stof uit te snijden rekening houdend met de schering en inslagdraden die de stof vormen.
Er zit immers veel minder rek op de stof wanneer je evenwijdig met de schering en inslagdraden kan werken.
Hoe scherper de hoek tov deze draden hoe groter de rek is. Dit gaat ten koste van de stijfheid van de verschillende naden wanneer ze onder belasting komen te staan van de wind.
Dit probleem stelt zich veel minder tot niet als het over cuben gaat.
Bij een silnylon tent die uit driehoeken zonder rechte hoek is opgebouwd is het soms zoeken naar een compromis.
Colin heeft bij een van zijn ideeën een soort spandraad gefabriceerd om de rek op te vangen.
https://twitter.com/tramplite/status/650273929295233024
Zelf heb ik zitten te denken dat het misschien logischer is om belangrijke ribben die structuur geven aan de shelter te verstevigen door dit band weg te werken in de naad tijdens de opbouw van de tent.
Daar is keuze genoeg qua materiaal.
Bouw  de shelter symmetrisch op zodat wat betreft de weefrichting, links en rechts gespiegeld wordt tov de centrale hoofdnaad.





















Maak een deel van de vloer leeg om de panden uit te knippen. Markeringen op de vloer kunnen helpen om de stof nauwkeurig uit te snijden zeker als de stof nog enigszins doorzichtig is.
Door met een houten lat oid over de stof te bewegen kan je de "luchtbellen" te verwijderen en komt de silnylon stof vrij vlak en spanningsvrij op de grond te liggen zodat ze vrij nauwkeurig kan worden afgetekend en uitgeknipt.
Wat gewicht op de uiteinden van de stof (bv een brikverpakking melk) helpt ook in het stabiliseren van de stof eenmaal rimpelvrij gemaakt.


Als je dat goed wil doen kruipt er nogal wat tijd in het uitknippen van de verschillende panden maar het is essentieel om een goed ontwerp te krijgen.
Net als bij eerdere shelters verlijmde ik de panden met verdunde siliconen en om het afspelden in aanloop van het naaien te vermijden maar ik denk dat dit voor het laatst is geweest.

Hoewel je op die manier de panden heel goed kunt matchen met elkaar blijft de wachttijd tot de lijm is opgedroogd een nadeel.
Gewoon afspelden van stoffen hoeft niet noodzakelijk veel meer tijd te kosten.
De randafwerking van de shelter en het gordijn om de ingang af te sluiten heb ik op de klassieke manier gedaan.


De panden die je af moet spelden zijn vrij lang en het is belangrijk dat je eenmaal aan het eind van één pand bent dit ook zo voor het andere pand is.
Markeringen op de rand kunnen helpen om de maat te houden of je prikt de panden uitgelijnd toch nog op een schuimplaat en brengt her en der al een speld aan.
De afspanpunten verstevigde ik wel met siliconen.
Let er op dat je twee maal de naadbreedte van de rand blijft met de lijm omdat het anders bijna onmogelijk is om al de lagen goed aan elkaar te naaien.


 Ik had eerst alle panden aan elkaar gestikt om pas op het eind ter hoogte van de overkapping de shelter te sluiten. Dit zou ik de volgende keer waarschijnlijk niet mee op die manier doen.
Er komen in de punt veel te veel laagjes bij elkaar die tijdens het leggen van de laatste sluitnaad geplooid moeten worden.
Het is misschien veel logischer om eerst twee maal drie panden met elkaar te verbinden en deze dan te koppelen aan elkaar met een flat felled seam.
De wandelstok wordt goed gevangen gezet in de koepel. Er komt vrij veel kracht op dit punt.
Ik verstevigde de top met twee laagjes verlijmde silnylon langs de binnenkant en een rondje langs de buitenkant.



Als naaigaren gebruikte ik klassiek "superstrong" polyesterdraad M782 (Gutermann) in zelfde kleur als de stof.
Dat camoufleert de onvolmaaktheden van de stiksels. Eigenlijk een beetje te dik voor de stof maar ik heb geen vergelijkbare draad op kleur gevonden. Daar zitten in mijn ontwerp zeker 200m aan naaigaren verwerkt.























Gebruikte een standaard 90/14 naald.
Ik heb nog geen praktijk ervaring maar de eerste opstellingen in de tuin hebben mij heel aangenaam verrast. De shelter is heel gemakkelijk op te stellen.
Eerst de drie afspanpunten langs de achterkant.
Dan wordt de lijn die vanaf de overkapping vertrekt vastgezet.

Vervolgens wordt de shelter afgespannen en kan het gordijn worden bevestigd die de deur vormt.
De onderkant wordt gemonteerd en op spanning gebracht
(de uiteinden zijn met een gesp aan de afspanpunten bevestig met in het midden een linelock)
terwijl de punt demonteerbaar en af te spannen is met een LineLoc-side-release-buckle die kan worden opgehangen aan de polslus van de wandelstok.
Zo wordt onder de overkoepeling een ruime ventilatieopening gemaakt zonder gevaar voor regeninslag terwijl door de flexibele opstelling van het gordijn er gemakkelijk kan worden gespeeld met de grootte van de in/uitkijk en daarmee het contact met de omgeving als het weer wat slechter is.
Bij mooi weer ligt het zeil gewoon op de grond.
Dan is het bij  "de luie mens opstelling" van mijn trailstar een stuk complexer werken.
Nee, ik denk dat ik heel veel plezier ga hebben aan dit onderkomen.
Nog een cijfer: hij weegt met afspandraad maar zonder piketten exact 600 gr.




















foto's