donderdag 28 januari 2016

Negendaagse trekking doorheen Val D'Aran/ Spaanse Pyreneeën.

Per uitzondering een 'gast artikel' op mijn blog. 
Onder het vaandel van de ha-club had ik een tochtje georganiseerd. 
Het verslag komt van Jan. De foto's zijn van ons beiden. 

Periode: September 2015          
Deelnemers: Ivo, Tejo, Arjan, Jan 
Kaart materiaal: Mapa excursionista 22 Pica d'estats – aneto

Link naar het gpx spoor op Wikiloc 
Link naar het Fotoalbums: Jan, Ivo


 

Dag 1: 3 september


Start op 627m 10h40
Afstand 16,5 km
Hoogste punt op 1975m 16h52
Stijgen 1440m
Aankomst op bivakplaats 1605m 17h50  
Dalen 483m

Op 2 september vertrokken we met de trein naar de Pyreneeën voor een negendaagse trektocht door de Val D'Aran. Wij, dat zijn initiatief nemer Ivo, Tejo, Arjan, Tom en mezelf. 
We namen de Thalys van Brussel-Zuid naar Parijs.  Daarna de TGV nachttrein naar Toulouse. 
Dan nog een trein en een bus om af te stappen in Bagnères-de-Luchon ons vertrekpunt.
Luchon is een gemeente in het Franse departement Haute-Garonne. Het is een vermaard kuuroord, bekend als skioord en ook gekend onder de wielersupporters vermits de ronde van Frankrijk hier meermaals gepasseerd is. Het ligt kort aan de Frans-Spaanse grens.
Vanuit Luchon gaat het over de GR10 gestadig omhoog naar Spanje om op het hoogste punt de Spaanse grens te overschrijden en daar terug af te dalen. 
De tocht door de Val D'Aran is steeds op Spaans grondgebied. 
Op de laatste dag zullen we Frankrijk terug binnenwandelen naar Sentein van waar we de terug reis zullen aan vatten.
Arjan en Tejo doen nog snel enkele inkopen waarna de rugzakken op de rug gaan en de tocht kan beginnen. De eerste dag begint al direct pittig met een duizend meter stijgen. 
Het ziet er een leuk wandelweertje uit, veel wolken dus niet te warm maar toch droog.


Na een 3,5 km, bijna vlak, begint het pad serieus te klimmen.
Al snel  is het duidelijk dat Tom niet kan volgen.
Hij volgt ons op zijn eigen tempo. Met vier lopen we rustig verder. 
De volgende 1,5 km brengt ons 250 meter hoger. Om 12h00 bereiken we het eerste gehuchtje Sode.
Hier blijven we wachten op Tom. 
Na een half uur wachten gaat Ivo zonder rugzak terug naar beneden om te zien waar Tom blijft. 
Deze tocht is voor Tom  met de huidige conditie te hoog gegrepen.
Tijdens een proeftochtje een maand geleden was hem al meegedeeld dat dit meer dan waarschijnlijk het geval ging zijn. 
Het was zijn keuze om het toch te proberen vermits hij zijn trein tickets reeds gekocht had. 
Spijtig wel, maar het zou nooit goed gekomen zijn.
Ikzelf ben elke dag van de negen geregeld (zeer) diep moeten gaan om al die hoogte meters te overwinnen.
Tom bleef de negen dagen aan de Franse zijde en heeft daar delen van de GR10 gedaan. 
Af en toe hadden we via sms contact met hem. 
Zijn eerste solo hike ervaring waarin hij heel veel geleerd heeft. We vonden elkaar de laatste dag terug in het station van Toulouse.
12h50 gaan we met ons vier verder, zelfs nu is Tom nog niet boven.
Toch een raar gevoel zo iemand achterlaten. Het was precies of het weer dat gevoel wou delen. 
Het begon zachtjes te regenen. 

 

De regenjas gaat aan en de regenhoes over de rugzak. 
We hebben allemaal een regenbroek bij maar niemand doet de moeite om ze aan te doen.
Stom Stom Stom.
Gestadig blijf het stijgen en de regen komt in vlagen over ons heen. 
De wind steekt ook op waardoor alles nog een beetje guurder wordt.
In de Cabane de Saunères (1670m, 15h30) zit een herder met twee honden te schuilen voor het ondertussen natte en winderige weer. 
Op de kaart staat een eind verder de Cabane de Peyrehitte (1950m) aangeduid dat lijkt ons een betere plaats om even te verpozen voor we de Spaanse grens overgaan.
De wind neemt nog toe en komt met venijnige vlagen en trekt de warmte uit ons lijf.
De doorweekte broeken plakken tegen onze benen. 
Vlagen mist en regen beperken het zicht zodanig dat we die Cabane gewoon niet vinden.
Na een poosje zoeken naar die cabane beslissen we maar gewoon door te zetten vermits het hier boven veel te guur weer is.  
We verlaten de GR10 en trekken Spanje in. Het vage spoor naar beneden geraken we kwijt. We dalen dan maar ongebaand de berg af door de lage hei begroeiing.
Een heel eind lager vinden we het juiste spoor terug waarna we proberen een geschikte plaats te kiezen om onze slaapplaats in te richten. 
In de buurt van een hut, helaas met groot hangslot afgesloten, stellen we onze bivak op. 
De tenten (tarp) staan een eind uit elkaar vermits er niet voldoende  vlakke stukken zijn om samen te staan.
Het is vandaag mijn 61ste verjaardag dus trakteer ik op een frisse Gin Tonic. 
Misschien was een warme grog beter geweest maar dat had ik niet bij. Feest hebben we al genoeg gehad op de berg zodat iedereen snel in zijn slaapzak lag.


Dag 2: 4 september


Vertrek op 1605m  8h45                                   
Afstand 12 km
Busrit van Les naar zuidkant tunnel
Stijgen 316m
Aankomst op bivakplaats 1722m     15h53
Dalen 1078m

Vandaag hebben we een overgangsdag.
We dalen af naar Bausen en verder tot Les waar we de bus nemen om af te stappen aan de zuidkant van de “tunèl de Vielha”. 
Vanaf daar zal de route van het ene meertje naar het volgende gaan. We zitten dan op de GR11.
De dag begint vrij droog maar alles ligt er nog kletsnat bij. Iemand die er de eerste keer komt zal toch even moeten zoeken naar het begin van dit mijnwerkerspad.  
Het afdalende pad naar Bausen is leuk maar op sommige plaatsen verraderlijk glibberig. Natte kleiachtige steile stukken in het bos. 
Je kent dat wel. Je zegt “pas op” tegen een ander en je gaat zelf onderuit.
Ik op mijn gat, Ivo een slibber waarbij hij zijn wandelstok breekt enfin...
We komen in Bausen aan om 10h30. We nemen even rust en drinken aan een fonteintje. Er groeien ook druifjes over de omheining van een aanpalende woning, daar kan ik niet aan weerstaan.
We hebben nu de keuze, over asfalt of over een bospad een viertal km naar Les afdalen  
In Les moeten we de bus nemen. 
Die vertrekt pas om 13h00 dus tijd genoeg denken we, het is nog geen 11h. We kiezen unaniem voor de bosweg in de plaats van het asfalt.
Een prachtig slingerend bospad dat stilaan transformeert in een kermis attractie. 
Een met grote platte stenen aangelegd pad. 
Een pak afgevallen bladeren bedekt het pad en zorgt ervoor dat we uiterst behoedzaam moeten vorderen.
Af en toe schuiven mijn benen onderuit. 
Grijpend naar takken op de steilere stukken en voorzichtig de voeten plaatsend vorderden we eerder aan de trage kant zodat we vrezen de bus te missen. Eénmaal uit het bos gaan we een versnelling hoger om totaal nat van het druppende bos en het zweet aan te komen.
Het is leuk dat we nog een dik kwartier hebben om te verpozen voor we de bus op moeten. 
Een taske koffie zou ik kunnen verdragen maar daar is geen gelegenheid toe.
De bus naar Vielha, waar heel wat goed ruikende passagiers opstapten om naar Barcelona te reizen, mocht meegenieten van onze aroma's.
In Vielha stappen we over op een andere bus. Tot grote opluchting en verwondering van onze medepassagiers stappen we aan de zuidkant van de tunnel al terug uit.
De hemel is weer grijs, buitjes vallen neer terwijl we onze weg vervolgen. 
We zoeken de GR11 op.
Refugi de Conangles lonkt naar ons en we kunnen niet aan de verleiding weerstaan.
Of Ivo daar helemaal gelukkig mee is is niet duidelijk.
Het slechte weer en het protest van de knieën van Tejo geven de doorslag.
We worden vriendelijk ontvangen, drinken enkele tassen koffie en eten een spie “tortilla de patatas”. De was van de huttenwaard hangt te drogen bij een stoof en krijg het gezelschap van enkele doorweekte kousen. Meer dan een uur blijven we daar hangen terwijl het weer steeds maar veranderd.


Het is stilaan tijd om verder te gaan. Het stopt met regenen wanneer we aan onze eerste klim van de dag beginnen. 
We gaan niet meer door tot aan  “Lac De Rius”, zoals oorspronkelijk gepland,  maar zullen ergens onderweg onze kamp maken.
De oorspronkelijke plannen zullen we gedurende de tocht nog enkele keren moeten bijstellen. Ik hoop dat dit niet alleen om mijnentwege het geval was. 
Tijdens de tocht heb ik nooit gedacht “waar ben ik aan begonnen” maar wel “ik moet en zal aan de eindmeet geraken.”


Een mooi vlak (bijna toch) stukje aan de rivier ziet er geschikt uit. Het is gelukkig gestopt met regenen. De zeiltjes en tent worden opgezet, eten klaar gemaakt en weg gewerkt. 
Het begint terug te regenen zodat we al spoedig in onze slaapzak liggen. S' nachts ben ik regelmatig wakker wat niet abnormaal is. Afwisselend droog, dan weer regen. 
Regelmatig is er hevige wind die de wolken weg blaast. Dan kan ik een mooie sterrenhemel zien vanonder mijn zeiltje, prachtig toch.


Dag 3: 5 september


Vertrek op 1722m  8h30                                 
Afstand 13 km
Hoogste punt op 2455m 12h11
Stijgen 1202m
Aankomst op bivakplaats 2230m     17h40
Dalen 659m

s' Nachts is het redelijk koud en s' morgens is alles nat. Condens aan het zeiltje en nat gras. Maar het weer ziet er beter uit. Na ons ontbijt, vertrekken we voor ons eerste meertje.  “Lac De Rius”.


Onderweg moeten we tijdens het stijgen ergens helaas een afslag gemist hebben waardoor het meertje er anders uitziet dan verwacht. Ook staat er een meteorologische hut die er niet mocht staan. Kaart raadpleging leert ons dat we meer westelijk zitten bij het “Lac De Redon”. 
We zitten even uit de wind achter die meteo hut terwijl Tejo ons trakteert op een kopje oplos koffie. We krijgen er zelfs fondant chocola bij als lekker toetje. 
Een omweg die mocht tellen want er kwamen redelijk wat hoogte meters bij voor we terug op het juiste pad zaten.


Van de “Lac De Rius” gaat het verder naar de “Refugi dera Restanca”. Om deze te bereiken moeten we door heel wat blokkenvelden en steil omhoog. Af en toe is er een uitschuiver. 
Tejo hing even de acrobaat uit waarna we zijn stok tussen de blokken moeten gaan opvissen. Ook zijn GPS heeft de vlucht genomen maar was gelukkig snel terug gevonden. 
Als die tussen die blokken was terecht gekomen dan was de kans op terug vinden klein geweest. Hijzelf komt ook ongeschonden uit deze val partij.


De bemande Refugi zelf is vrij groot. Hier kan wel redelijk wat volk terecht. Een cola smaakt heerlijk verfrissend na die inspannende klim. We mogen dat cola blik zelfs daar achterlaten. 
Buiten, onder een bank zit een dikke muis zonder veel schrik restjes op te eten. Van mij krijgt ze een hazelnoot waarmee ze vliegensvlug een gat in de grond in spurtte. 
Na een korte pauze beginnen we aan de volgende klim.
We slagen ons kamp op aan oever van de “Lac deth Cap deth Port”. 
Een niet zo breed maar wel lang meertje. Lekker koud water voor enkele onder ons die een serieuze was van oksels en andere leuke plaatsen noodzakelijk achten. 
Het is nu weer snel terug koud en er komt mist op. 


We zien de overkant van het meertje zelfs niet meer. In de loop van de nacht blaast de wind de mist terug weg en klaart het op.


Dag4: 6 september


Vertrek op 2230 m  8h30                                    
Afstand 8,5 km
Hoogste punt op 2571m 13h40
Stijgen 630 m
Aankomst op bivakplaats 2176 m     17h00
Dalen 651 m

De tent zeiltjes zijn s'morgens wit van de vrieskou. Arjan zijn slaapzak is waarschijnlijk iets te licht voor deze temperaturen en ook zijn matje kan de kou niet voldoende tegen houden. 
De volgende nachten zal hij alles uitproberen om de nachtelijke kou door te komen. 
Rugzak onder de benen, matje dubbel leggen, donsjas van Ivo enz.
We vervolgen onze tocht over de GR11. Enkele kilometer up en down. 
Veel blokkenvelden te overwinnen.
Ik probeer niet te ver achter te geraken maar bij sommige passages kan ik niet anders dan traag omhoog. 
Regelmatig moet ik even terug op adem komen niet tegenstaande mijn trage snelheid.
Iets lager is een mooi plateau van waar Ivo en Arjan rugzakloos de beklimming aanvatten van de “Montardo” (2800m). 


Tejo en ik blijven ter plaatse. Al onze natte spullen worden te drogen gelegd. 
Ik ga mijn lange broek even wassen in een poeltje en we genieten van de zon en het uitzicht.
Nadat Ivo en Arjan voldaan terug gekeerd zijn zetten we onze tocht verder. 
Ik heb een ontmoeting met een marmotje. De anderen zien dan weer een adder die van de zon ligt te genieten.
Na wat stevig klimwerk gaan we de col over op een hoogte van 2450m. 
Zo komen we aan het “Lac Major” en de “Refugi de Colomers” om uiteindelijk neer te strijken bij “Lac Long”. We zetten onze shelters neer op een schiereilandje. 
Arjan test de temperatuur van het water met een zeer korte duik in  het meer.


We liggen weer vroeg in ons nest vermits het bij vallen van de avond direct zo koud wordt. 
Niet tegenstaande mijn vrij goede slaap plek heb ik een slechte nacht. 
Ik vind mijn draai niet, krijg last van mijn nek en vreemd genoeg sta ik op met een pijnlijke onderrug.



Dag5: 7 september


Vertrek op 2176 m  8h30                                     
Afstand 10,2 km
Hoogste punt op 2602 m 16h00
Stijgen 905 m
Aankomst op bivakplaats 2486 m     16h50
Dalen 550 m

Van “Lac Long” trekken we verder naar “Lac Obago”. Dan moeten we langs de “Tuc de Ratèra” naar de “Port de Ratèra” waar we de GR11 verlaten en verder noordwaarts trekken. 


Weer veel klauterwerk over blokken zowel naar boven als naar beneden. 
Normaal wip ik van de éne naar de andere steen maar met een pijnlijke rug is dat niet meer zo evident.
Bij aankomst bij “Refugi de Saboredo” staat een grote groep Fransen vertrekkensklaar.  
Wij blijven nog even verpozen en drinken een tasje koffie. 
Er zit nog een viertal andere wandelaars die uit West-Vlaanderen blijken te komen. Deze bemande hut heeft bovenaan een vreemd uiterlijk. 
De huttenwaard gaat twee maal per week naar beneden met zijn ezel om voorraad in te slaan. Feitelijk is het een seizoensarbeider.  
Zijn wandel seizoen duurt vijf maanden en later op het jaar is hij nog drie maanden van dienst tijdens het ski seizoen.
Hij wijst ons de weg naar de “Refugi de Mataro”. Ook dit pad vergt wel wat van ons. Als we een eind voorbij  de “Lac Major de Saboredo” zijn zien we achter ons de groep Fransen vanuit een andere richting ook op ons pad aansluiten. 
Na een tijd steekt de groep ons voorbij. Iets verder, noordelijk van het “Lac Glacal”gaat het pad slingerend langs de bergflank omhoog. 
Het pad is af en toe helemaal niet duidelijk. Steen mannekes langs alle kanten. 
Arjan is voorop dan Ivo, Tejo en daarna ik. Af en toe verliezen we elkaar uit het oog. 


Na een steil stukje staat Ivo een eind hoger op mij te wachten. 
Als ik bij hem kom vraag ik naar Tejo. Oeps Tejo was nog niet langs gekomen.
Hij liep tussen Ivo en mij en nu zijn we hem kwijt. 
Even gewacht, rondgekeken.... Meermaals geroepen maar de echo speelde ons parten.
Ongerustheid sloeg toe. Zou hij gevallen zijn? 
Had hij gewoon de andere route genomen die langs de bergflank liep? Je kon daar inderdaad verschillende mogelijkheden volgen. 
Lag hij ergens buiten bewustzijn tussen de blokken? Blijven staan was geen optie dus toch maar verder hogerop geklommen, in het gedacht dat hij misschien al verderop was. 


Op sommige passages als echte berg klimmers zo hadden we een beter zicht op waar het pad naartoe ging. Verder op boven op de Col zagen we Arjan staan. 
Al de Fransen waren al over de col. Van Tejo niets te bespeuren. 
Na wat over en weer gezwaai kwam Arjan terug naar ons toe. De rugzakken af en Ivo en Arjan gingen op zoek naar Tejo. 
Groot was mijn opluchting toen ze met hun drieën terug verschenen.
Toen Tejo ons hoorde roepen en ons nergens zag was hij op zijn passen terug gekeerd. 
Met het gedacht, daar komen we vandaan, daar vinden we elkaar wel terug.
Na de col was het weer een pittige afdaling naar de “Refugi de Mataro”. 
Hier is slaapplaats voor 9 personen. De Fransen zijn hier niet blijven plakken. 
De refugi is een ijzeren constructie, bijna een container, die met kabels in de rots verankerd is. 
De wind moet hier regelmatig lelijk huishouden. 
Een buitendeur, klein sas en dan een binnendeur. Er zijn een stuk of acht slaapplaatsen. Heel basic.


Er komt nog een Spanjaard van de andere kant aangewandeld. 
Hij blijft ook overnachten en gaat de volgende dag enkele toppen in de buurt op wandelen.
Ik krijg mijn eten weeral bijna niet op. 
Gisteren heb ik ook al moeite moeten doen om alles op te krijgen. 
Het zijn geen grotere porties dan anders. Ben ik te moe om honger te hebben? 
Niet tegenstaande de ruglast ging het wandelen eens de rugzak op mijn rug zat toch behoorlijk. 
Ik heb een vijftal pilletjes “ibuprofene” in mij EHBO kitje steken. Daar neem ik er ééntje van. Morgen twee en overmorgen weer twee.
Tegen de bergflank vanwaar we gekomen zijn horen we geklingel van bellen. 
Een kudde geiten komt daar de berg af. We zien dan vanuit het dal iemand gezwind naar boven wandelen vergezeld van een hond. 
Het blijkt een herder te zijn die een eind onder ons door passeert en de kudde terug de berg over brengt. Het is stilaan donker geworden en we kruipen allemaal in onze slaapzak. 
Hopelijk zal een nachtje slapen op een rechte ondergrond en met een goeie temperatuur wat beterschap brengen in mijn rug.


Dag6: 8 september


Vertrek op 2486 m  9h00                                     
Afstand 10 km
Hoogste punt op 2486 m 9h00
Stijgen 530 m
Aankomst op bivakplaats 2214m     15h00
Dalen 765 m

Als we de volgende morgen uit de hut komen vult het dal zich met mist. Een echt tapijt komt als een golf over de kammen binnengestroomd. 


We vertrekken dan maar wat later dan anders wachtend tot de mist wat weg geblazen is. Het wordt een lange afdaling naar het dal. 


In het begin moeten we extra opletten wegens gladdige partijen. 
Het is weer een gehuppel van blok naar blok. Meestal dalend maar natuurlijk zitten er ook weer wat pittig stijgende stukjes tussen.
Ongelooflijk hoeveel meertjes in deze streek bij elkaar liggen. 
Het éne wedijvert al met het andere om ter mooiste.
Steeds verder naar beneden is ook de zon meer en meer van de partij.  
De natuurelementen gaan hier soms hevig te keer. 
Zelfs de bomen krijgen er grillige vormen van.


We komen stilaan in de buurt van de bewoonde wereld, alhoewel. 
Een grote groep dagtoeristen onder begeleiding wandelt rustig naar boven.


Tijdens het passeren merk ik veel verschillend schoeisel op. En geurtjes. Parfums, after-shaves, deodorant enfin ze stonken. 
Iets later zijn er dan weer een vijftal parkwachters die omhoog gaat. 
Pezige mannen zonder geurtjes.
Bijna aan de grote weg zien we, links van ons tegen de bergflank, een kudde schapen met herder. Beneden rechts van ons  slingert de grote baan (C142) naar “Port de la Bonaigua” . 
Een dubbele rijweg waarover heel wat auto' s en vooral motoren over het bochtige parcours naar boven proberen te vliegen. Wat een contrast en wat een lawaai.
We nemen hier een korte pauze. 
Dan gaat het weer de hoogte in.We maken kort gsm verbinding met het thuisfront.
We volgen de grote weg een eind naar links waarna we oversteken en terug steiler naar boven moeten. 
Na het eerste colletje zien we rechts onder ons een cirkelvormig meertje liggen met een heel speciale kleur. “Bassa de Boscas”


We lopen verder naar het volgende meer om daar onze bivak op te slaan. “Estany Pudo” is heel mooi gelegen. 


Het zoeken naar een geschikte plaats als terugkerend ritueel. 
Tejo en ik blijven aan de waterkant terwijl Arjan en Ivo hun geluk wat hogerop proberen. 


Arjan doet er altijd lang over, waarschijnlijk wegens zijn toch niet volledig geschikt slaapgerei.
De flanken van deze plaats staan vol met bosbessen. 
Daar kan ik helemaal niet aan weerstaan en al gauw zien mijn lippen en tong paars. Ook mijn metgezellen lusten wel een voorgerechtje. 
Vandaag hebben we weer redelijk wat grote roofvogels gezien. 
We zijn er vrij zeker van dat het arenden waren. Ik probeer de vetplantjes die her en der op de rotsen staan op mijn fotoapparaat te zetten.


Een beetje toilet gehouden. Water gekookt en gegeten. 
Tejo wou en zou een vuurtje aanleggen aan de water rand. 
Er was hier sprokkelhout genoeg. Snel hadden we een heerlijk kampvuurtje. 
Tejo trakteerde weer op koffie en van Ivo kwam er weer een stukje chocola. 

Spijtig genoeg wou het weer niet meewerken. Rond 19h00 dirigeerde de regen ons snel naar onze respectievelijke slaapzakken.
In de nacht waren de regenwolken weg en kon ik af en toe van een prachtige sterrenhemel genieten.


Dag7: 9 september


Vertrek op 2214 m  8h30                                       
Afstand 18 km
Hoogste punt op 2421 m 11h50
Stijgen 755 m
Aankomst op bivakplaats 1781 m     17h40
Dalen 1155 m

‘s Morgens was bij Tejo en mij alles weeral nat van condensatie en morgen dauw. 
Terwijl bij Ivo en Arjan, die wat hoger overnacht hadden, de zeilen stijf bevroren stonden.
Vandaag starten we direct met een moeilijk klim over een puinhelling van rode steen. 
Steeds oppassen voor wegschuivende stenen. 

Eens de col over kwam er weer een volgende. 
Bij het volgende meer, het “Estany de Garrabea”, houden we de westelijke oever aan. Ook hier staan er redelijk wat bosbessen.
We verlaten hier de HRP en steken westelijk over om uit te komen aan de “Circ de Baciver”. 
Op mijn kaart is hier geen pad te bespeuren maar Ivo kent de weg. 
Daarna gaat het weer bergaf. 
Bergaf gaat het altijd beter bij mij en bergop gaat het bergaf met mij hehe.
Iets na de middag nemen we pauze aan een lang gerekt meer. 
Tussen de bomen staan verschillende grote paddenstoelen
In het meer groeien  waterplanten die een heel mooie zicht leveren. 

 

Aan de andere kant van het meer is een stuwdammetje waar we jeugd horen spelen.
We dalen verder af naar een skiliften complex. Hier moeten we rechtsaf een eind langs de weg. 
Links van ons paarden en aan de rechter kant koeien. 
Gelukkig kunnen we na enkele km de asfalt weg verlaten en, tussen de koeien door, zetten we onze weg verder.
We lopen een tijd over een brede bosweg tot in de buurt van “Refugi Amics de Montgarri” 
Hier volgen we terug een GR pad richting Franse grens. Het is een prachtig pad, zeer goed beloopbaar. De vermoeidheid valt zo van me af. 
Waar twee riviertjes samenkomen slaan we ons bivak op. 
Morgen zullen we de GR verlaten en één van de riviertjes noord – westelijk volgen om uit te komen bij het “Lac de Montoliu”


Dag 8: 10 september


Vertrek op 1781m                      9h30                     
Afstand 7,7 km
Hoogste punt op 2591 m            12h11
Stijgen 870 m
Aankomst op bivakplaats 2387 m     15h20
Dalen 229 m

Pff het regent. We blijven wat langer liggen.
Het wil precies niet stoppen met regenen dus zit er niets anders op dan toch maar uit onze tent te komen. We trekken ons regengerei aan en breken het bivak op. 


Langs enkele watervallen klimmen we het dal uit. 
Het blijft heel de voormiddag winderig met buien. 
De bergketens links en rechts van ons leveren anders wel echt mooie zichten.
Verschillende keren komen we sporen van de vroegere mijn activiteit tegen. 
Steen afval hopen, uitgehakte grotten. Hoe verder we gaan hoe intensiever de sporen worden.


We nemen eens een kijkje in verschillende mijn ingangen.
Bij een vrij groot meer “Estanh Nere Deth Horcalh” ligt een afgevreten karkas van een koe. 
Hier moeten we onze laatste col van vandaag over.
De zichten achter ons zijn super. Ze doen me soms denken aan Ijsland. 


Na deze laatste col zijn de overblijfselen van de mijn activiteit nog veelvuldiger. 
Heel de bergflank is een groeve geweest. 
Met de overblijfselen van een groot gebouw in dezelfde steenafval opgebouwd. 
Ik zie weer een marmot die mij gespot heeft en stokstijf mooi rechtop blijft staan, perfect gecamoufleerd tussen de blokken.


Als je even wegkijkt moet je goed zoeken om ze terug in het vizier te krijgen terwijl de marmot niet bewogen heeft. Bij gevaar laten ze hun typisch geluid door het dal weerklinken.


Vanaf hier is het dalen naar het “Lac De Montoliu”. 
Arjan,Ivo en Tejo dalen snel af door de geul terwijl ik een pad op de flank blijf volgen. 
Spoedig zijn mijn reisgezellen kleine stipjes beneden aan het meer. 
Ik geniet van de verre zichten en daal ook rustig af. Tijdens mijn afdaling schrik ik nog een dikke muis op.


Onze laatste bivak plaats.
Morgen een lange afdaling naar Sentein. 
Als alles meevalt wil Ivo en Arjan de “Tuc De Mauberme” opwandelen.


Dag 9: 11 september


Vertrek op 2387 m  8h30                      
Afstand 18 km
Hoogste punt op 2548    9h15
Stijgen 225 m
Aankomst Sentein 746 m     16h00
Dalen 1827 m

Het is weer koud geweest vannacht. ‘s Morgens grote kuis gehouden in de rugzak. 
Overtollig brood achter gelaten voor de muizen. Heel die berg zit hier vol van klein gedierte. 
Overal kleine gaatjes in de grond.
We vertrekken voor de laatste col van onze trektocht. Mijn rug is ondertussen terug helemaal in orde. Bijna boven houden we halt. Van hieruit gaan ze die bergtop opwandelen. 
Tejo twijfelde eerst maar gaat dan toch mee. 


De rugzakken blijven bij mij achter. Ik zet me neer en haal mijn slaapzak e.d. terug boven om te laten drogen..
Een drietal arenden vlogen af en aan, scheerden langs de rotswand en zetten zich af en toe neer op een uitstekende rots. Magnifiek.
Een klein vliegtuigje kwam ook voorbij de berg gevlogen. 
Die moet denk ik vlak boven hun hoofd gepasseerd zijn. 
Na een tijd hoorde ik roepen en zag Tejo zwaaien vanop de graat.
Een eenzame loper loopt, stapt, loopt ook het pad de berg op. 
Ja je hebt atleten en atleten. In mijn jonge jaren liep ik ook zo naar boven (hum). 
Een jong koppeltje met dag rugzak gaat ook naar boven.
Iets minder dan twee uur later zijn de mannen terug beneden.
Verder de col over en als we helemaal boven staan is daar een kleine hut. 


De wind gaat hier serieus te keer. Ze is opgebouwd uit de rotsstenen uit de mijnen. Leuk.
Vanaf nu is het nog een lange afdaling. Een slingerend pad waar extra  voorzichtigheid nodig is. 
Op regelmatige afstand staan er overblijfselen van wat eens een kabelbaan geweest is om de ertsen naar beneden in het dal aan de Franse kant te brengen.
Steeds verder gaat het naar beneden tot aan een meertje waar een cabane staat van een herder. 
We houden hier even halt om iets te eten.


De kaart nog even raadplegen. Oei het is al 13h00
Gaan we wel op tijd komen voor onze bus? Vertwijfeling slaat toe het is toch nog 12 km, we zitten op 1960m hoogte en Sentein ligt op 750m.
Snel terug de zak op de rug en we zijn dan de berg afgestormd. 
Waarom kon dat pad niet gewoon rechtdoor gaan. 
Nee slingerend van links naar rechts, zo gaat dat toch niet vooruit, maar ja anders kan niet. Het landschap veranderd terwijl we afdalen.
Meer bosjes, stukjes met gras. En dan een weinig bereden weg die ons naar Eylie brengt. 
Het is nu drie uur.
Pff we gaan op tijd zijn. Vanaf nu nog een km of 5 maximum over asfalt. 
Om 16h00 zijn we dan ook ter plaatse.
Onze rugzakken gaan neer en twee aan twee gaan we een eindje terug in een brede beek ons wat opfrissen. 
We hebben zelfs nog tijd om op zoek te gaan naar een lekkere pint.
Die hebben we gevonden ook.
Verdiend, ....dat ook.


dinsdag 26 januari 2016

Kempenland

Micro adventures noemen ze het tegenwoordig. Wie met de term is komen aandraven weet ik niet maar zelfs de groten der aarde nemen hem in de mond.
Eerst was er het plan om nog een een deel van de Eisleck trail te lopen maar om daar bijna 5u openbaar vervoer, enkel wel te verstaan, aan te spenderen, dat was er flink over.
Ik besloot kort bij huis twee bivakzones te bezoeken.
Mij baserend op de suggestie op http://www.kempen.be/
 
Zondag 24/1/16 

Zondag 13u gedaan met werken, op mijn fiets naar huis om de rugzak te pakken.
In een draf naar de bushalte voor een ritje richting Merksplas/Wortel.
Een minimum aan gerief maar wel geheel zelfvoorzienend.

 Geen extra kledij dan diegene die ik droeg met een extra van regenjas die ik niet nodig had.
Tarp,slaapzak,matje,grondzeiltje,twee stokken,tandpasta,mok met lepel,kaart en kompas
Twee pakken Crunchy van 850gr waarvan ik er dinsdagmiddag nog één volledig pak van over had.
En water, veel te veel water.

8 liter water en één liter melk waarvan ik er nog 4,25 liter over had tegen het eind van de tocht.
Om 16.30 u bereikte ik de bivakzone. In principe had ik nog een uur licht maar besloot om te blijven.
Ik kreeg nog kort bezoek van twee wandelaars die later richting bezoekerscentrum gingen voor een drankje.

Even een poging ondernomen om mijn tarp op het platform te zetten maar dat werkt toch niet.
Volle maan en de ganse nacht hielden de uilen hun concert.
Hoewel ik weer amper heb geslapen toch kon ik, voor het moment, mijn plan appreciëren.
Met volle maan werd het amper donker.

Maandag 25/1/16 

Tegen de ochtend toch in slaap gevallen zodat ik eerder opgeschrikt wakker werd omdat de ochtend al in de lucht hing.

Vlug eten en opbreken van de tarp om tegen 8.30u opnieuw van start te gaan.
De mooiste uren om onderweg te zijn, zijn de uren waarbij de nacht maar moeilijk wil wijken
maar uiteindelijk met het opkomen van de zon toch de duimen moet leggen.

 Wortel kolonie, een door mensenhanden gemaakte omgeving met gebouwen,lanen, is een charmante omgeving.
De bomen die hun blad verloren hebben, de dauw op het gras, een frêle mistbank in strijdt met de opkomende zon.
Die laaghangend een warme gloed projecteert tegen de bomen in rust.
De werkers van natuurpunt zijn voor ons een nieuw landschap aan het creëren.
Zo natuurlijk is de natuur niet meer.

Nostalgie om te behouden wat verloren is gegaan.
Het lukt soms best aardig en na een tijd, wanneer het landschap is geheeld van de letsels levert het mooie plaatjes op.
Dit is de periode dat de boomzagen ronken.
Dan ging het richting Nederlandse grens waar de bivakzone bij Merkske
inmiddels is verdwenen.
Pomp, platform voor het opstellen van de tent, vuurkorf, toilet....mooi meegenomen
maar voor mij hoeven die extra's niet als daarmee het aantal legale kampeerplekken behouden of zelf uitgebreid kunnen worden.
In Zondereigen moet ik een paar km op mijn stappen terugkeren wanneer ik merk dat ik de kaart kwijt ben.
Ik hou een moment stil bij de dodendraad. De hoogspanningsdraad uit de eerste wereldoorlog die ervoor moest zorgen dat de vlucht naar het neutrale Nederland erg bemoeilijkt werd
 


Na het Belslijntje is het even saai lopen tot knooppunt 55.
Ten noorden van het vliegveld van Weelde is er terug een groene zone waar het aantrekkelijk wandelen is.
Het geluid van spelende kinderen.
Van achter de draad roepen ze Hello naar mij.
Het militair domein heeft een andere bestemming gekregen.
Voor het eerst dat ik van zo kort bij geconfronteerd  wordt met de vluchtelingenproblematiek.

Enkele grafheuvels met bijhorende commentaar vertellen iets over de geschiedenis van deze streek.
De knooppunten doen een rondje door het Speelbos Baetenheide.
Eenmaal terug aan de rand van het bos een heel aantrekkelijk graslandje voor een overnachting.


Dan wordt ik getrakteerd op wat langere rechte stukken doorheen weiland en maisveld.
Ik begin de kilometers in de benen te merken.
Met veel minder zen doorheen het grensgebied.
Onderweg een gedumpte wasmachine langs een verlaten veldweg.
Een grote matras de volgende dag en tal van blikjes "energy drinks".
Geloof de reclame niet!!!
Na het drinken wordt de gebruiker zo tam dat hij de kracht niet meer heeft om het leeggoed tot de kortbij gelegen vuilbak te brengen.
Het bijzonderste was de brandplek ter grootte van een auto. Hier is misdaad in het spel geweest.
Al kan dat van de vorige sluikstorten ook worden gezegd.
Eenmaal terug in België wordt het landschap minder leeg.
Dat geeft me energie.
Ik hou een pauze en laat de tarp drogen terwijl ik op een van de vele bankjes die ik tegen kom een crunchy knabbelmoment hou.
Ik moet een paar afstekers maken wil ik niet in het donker eindigen.
Bij knooppunt 97 pal op de grens is het een begankenis van komen en gaan van auto's met Nederlandse nummerplaat bij het plaatselijk tankstation.
De winkel met rookwaren heeft zijn deuren wagenwijd open. Emmers roltabak in het rek.
De hedendaagse legale smokkelroute.
Ik haast me verder terwijl het begint te schemeren.
Het is broeierig in de schoenen en voel dat ik een paar blaren aan het kweken ben.
Het is dan ook een stralende en veel te hete dag geweest, voor de tijd van het jaar.
Liner en wintersok is een te warme combinatie geweest.
De aanloop naar de bivakplek gaat officieel via knooppunt 96 maar ik maak, om tijd te sparen een doorsteek over een heel zompig maisveld.

Moet nog een brede gracht oversteken om de kleine vrijgemaakte zone te bereiken.
De omgeving is best ok. De ondergrond in vergelijking met Wortel een sterretje minder.
Een stevige dagtocht is het geweest tussen 8.3O u en 17.30 u.
Met het langer worden van de dagen krijg je wat extra tijd om de inspanningen te verdelen.
Ik besluit om morgen mijn tocht in Weelde te eindigen.
Ik gok dat ik tegen de middag bij knooppunt 35 de N12 op kan zoeken.

Dinsdag 26/1/16

De wind trekt wat aan en de tarp is in de ochtend beduidend minder nat dan gisteren.

Ik trek door een nieuw aangelegd spoor door het bos naar knooppunt 96.
Op een geplagd stuk grond kleurt de ondergrond groen van nieuw opkomend mos.

De stilte hangt nog boven het land. De Kempen zijn wat ze zijn, simpel, landelijk, zonder veel poeha.
Buiten de soms buitensporige villa's in het grensgebied.

Verrast dat ik gisteren een dag onderweg was door relatief dunbevolkt gebied 
De eerste uren kunnen mij nog bekoren maar zo vlug als de dag echt begonnen was, ten oosten van Poppel had het landschap minder glans.

Ik rep mij vanaf knooppunt 35 naar de eerstvolgende halte.
Wachtend op de lijn 450.
In de streek ook gekend als de drugbus.
Deze rijdt grensoverschrijdend tussen Tilburg en Turnhout.
De volgende keer loop ik het overblijvende stuk.
De hoogtepunten van dag twee en drie heb ik nog tegoed.

foto's