donderdag 16 april 2015

"Deksels Sarek"

Ik leefde er relatief ontspannen naar toe.
Wel met de wetenschap dat dit een van de meest uitdagende trajecten was die ik mijzelf ooit had opgelegd.
Trok 15 dagen uit, reistijd inbegrepen om een eerder klassieke doorsteek te maken van Ritsem via Niak en zo richting Rapadalen om dan bij Aktse noordelijk te eindigen in Saltoluokta waar ik weer
vrij gemakkelijk met de bus terug naar Gallivare kon gaan. Met de nachttrein tot Stockholm en een vlucht tot Zaventem de meest"snelle"verbinding om terug naar huis te gaan.
Na een mislukte eerste poging vorig jaar samen met Veerle en Matti ging ik het solo proberen.
Niets van back-up in de vorm van een Spot of PLB maar ik beloofde mezelf om uiterst
geconcentreerd te werk te gaan en in de centrale vallei te blijven.
Sneller dan voorzien stond ik terug thuis.
Meer reistijd heen en terug dan dat ik op de latten heb gestaan.
Amper drie dagen waren het.
Falingen zitten soms in een heel kleine hoek verscholen.
Dus deze keer geen reisverslag maar een rits ervaringen en gedachten over het hoe en waarom die,
ondanks de mislukking,
de ervaring toch niet zinloos hebben gemaakt.
Een wintertrekking, daarbij worden toch weer net iets andere uitdagingen op een dienbord
aangereikt.
De gift vriendelijk afwijzen is er niet bij.
Dat heb ik alvast mogen ondervinden.
Veel foto's heb ik niet gemaakt onderweg hoewel dit wel de bedoeling was.
Getuigen daarvan was de berg accu's die ik bij had.
Zelfs het plan om nogal wat filmpjes te maken.
maar eenmaal onderweg verstoorde dat zo mijn focus dat ik bewust ervoor koos om enkel
met de zintuigen indrukken op te slaan.

Woensdag 1 april:

Om 5.30 uur stap ik op de bus om dan de volgende dag tegen de avond uit te stappen in Ritsem.
Liep naar het meer en zette de tent op. Ik keek uit op de route van morgen, de in het ijs geboorde markeringen als handvat naar het vaste land tegen de horizon.

Materiaal technisch:
mijn pulka van vorig jaar ging terug mee.
Hij heeft zijn degelijkheid bewezen voor het terrein dat onder mijn voeten voorbij zou schuiven.
Stijgijzers en pickel als ietwat overbodige spul dat meer dan waarschijnlijk ongebruikt in de bak zou blijven liggen.
De zelfbouw Soulo.
Inmiddels alle grijpers van de ritsen verlengt met koordjes voor een betere grip met handschoen.
Ik vul mijn exped donsmat aan met een RidgeRest schuimmat
Gehuurde backcountry- ski's  van Madshus en in tegenstelling tot vorig jaar een ander, onder de naam van Salomon x-adv 6 wat stoerder schoenmodel.

Stijgvellen om het gebrek aan kunde wat te compenseren. 
Een sneeuwschep en een dozijn houten sneeuwankers die, zeker wanneer de ondergrond niet bevroren is snel en goed hun werk doen. Wegen respectievelijk 66 en 24 gram en kunnen door het verlengstuk met rondel, waar de lijn achter haakt, diep in de sneeuw worden ingebracht.

 Een gasbrander voor omgekeerd blik en twee bussen 450gr primus wintergas die ik bij www.alewalds.se/ kocht tijdens het wachten op de nachttrein. In principe meer dan genoeg voor twee weken smelten en koken van mijn potje. Alewalds is een grote buitensportzaak die ook ski gerief schijnt te verhuren afgaand op de aanblik op de bovenverdieping.
Voor mijn kledij begint zich voor winterse toestanden zo stilaan een standaard te ontwikkelen met niet al te duur materiaal.
Voor het voetenwerk, een ondersok, een summit winter sok beiden van Bridgedale met daartussen een PE zakje als VBL.
Jammer dat de busmaatschappij  nu andere, goedkopere afvalzakjes op de busverbinding tussen Gallivare en Ritsem gebruikt, anders had ik mij terug kunnen bevoorraden.
Ze waren uitstekend geschikt.
De benen:
elastische, dagelijks gebruik onderbroek met korte pijpjes
Capilene lange onderbroek van Patagonia als buffer tussen de huid en een silnylon dampdichte broek.
Verder een, qua dikte, eerder zomerse broek van Quechua.
Een tweede lange onderbroek en regenbroek (als windstopper) in reserve wanneer het weer echt bar zou worden.
Voor het lijf:
twee lagen 200 lightweight merino onderhemd van Icebreaker met lange mouw en daartussen een dampdicht silnylon hemd.
Een fleece trui van Quechua. Daarover een nylon windstoppertje met kap dat echter naargelang de omstandigheden verplaatst kan worden naar de buitenkant
want in reserve een tweede, wat dikkere fleece die aangevuld met een donsjas mij moet beschermen tegen afkoeling wanneer de motor niet werkt.
Verder nog een GTX regenjas als ultiem sluitstuk wanneer de storm over het land zou jagen.

Aan de handen:
rubber handschoentjes, fleece vingerhandschoenen aangevuld met Thinsulate wanten.

 Vrijdag 3 april:

Het is een windstille nacht geweest en ondanks dat het dak in de koepel en de rits van de binnentent open was gelaten had er zich al heel wat rijm afgezet op de binnentent stof en die had niet veel nodig om naar beneden te vallen.
De eerste dag manifesteert zich met relatief zachte temperaturen, niet ver onder het vriespunt.
Windstil en een zon die zich heel geregeld laat zien.
De stijgvellen met het oog op het wat hobbeliger terrein bij kutjaure reeds opgeplakt.
Tot mijn frustratie begint eenmaal over het meer zich sneeuw op te hopen onder de voeten.
Een paar keer doe ik nog een poging om hem af te schrapen maar na 100m is het weer van dat.
Er zit niets anders op dan gelijk een professional  de uitdaging met de afschuif krachten aan te gaan bij het glijden, stappen, of X-beensgewijs al visgratend de hellingen te nemen.
De stijgvellen verdwijnen in de rugzak.
Tijdens de rustpauzes zie ik dat achtergebleven sneeuw op de schoenen, door de zonnestralen en het zwart van de schoenen neigt naar smelten.
Er zijn waterdruppels te zien op het zwarte rubber.
Ik neem het fenomeen vaag in mij op en stond er niet bij stil. De aandacht gericht naar de ruimere omgeving.
Pasen is in aantocht en het is nog redelijk druk op het meer met heen en weer gaand verkeer van sneeuwscooters. Ijsvissen lijkt heel populair te zijn.
Drie mannen die gisteren ook op de bus zaten worden met de scooter overgezet.
Aan de stickers te zien op het aanhangertje door Outdoorlapland.com
Een organisatie die trekkings organiseert of zorgt voor logistieke ondersteuning.
Ik blijf tot Kutjaure op de gemarkeerde sneeuwscooter route maar zie dat er wat lager in het oosten, korter bij de rivier een parallel spoor loopt dat er in eerste instantie vlakker uitziet.

De rivier ligt open.
Met het meer in zicht probeer ik een doorsteek te maken maar bots wat later op open water en moet bijsturen in westelijke richting.
Ik zie niet zo direct een duidelijke skisporen van anderen.
Zoek mijn weg richting naar het zuidoosten. Pal richting Niak.
Ik zet me in een scooter spoor dat ik aantref.


Eenmaal het meer over blijf ik grotendeels noordelijk van de Sjnjuvtjudisjahka maar volg wel zijn richting
Hou het voor bekeken bij een open, nog maagdelijk onaangeroerd sneeuwveld en prepareer een platform voor de tent.
Het zit eraan te komen dat het een koude nacht gaat worden.


Open hemel.
Nog steeds geen zucht wind
Ik baal wanneer ik merk dat mijn sokken nat zijn en herinner ik mij de waterdruppels op de schoenen tijdens een pauze.
Bestudeer de opbouw van de schoenen en gelijk zie ik waar het euvel zit.
Water kan zonder problemen van buiten naar binnen migreren.
Sneeuwrestjes zetten zich vast op het randje tussen de rubber en de plooizones van de cordura en kunnen, wanneer ze smelten via de kortste weg naar binnen.

 Het zadelt mij met extra zorgen en werk op om mijn schoenen te prepareren zodat ik ze iedere ochtend terug aan de voeten krijg.
Getten die de volledige voet kunnen overlappen zouden erg op hun plaats zijn hier maar die heb ik niet bij.
Kruip na de routine van het avondgebeuren vrij snel in de slaapzak.
Neem de sokken, ingepakt in een plastiek zak mee de slaapzak in.
Durf het niet aan om zo vroeg al op de tocht ze te drogen in de slaapzak.
Gisteren zag ik al plaatselijk ijsvorming op de slaapzak verschijnen ondanks de VBL die ik draag.
Ik zet de binnentent nog wat verder open in de hoop dat de rijm langs binnen zo beperkt mogelijk blijft en adem hoofdzakelijk via zijn opening naar buiten.

Zaterdag 4 april:

-18°C lees ik af van mijn horloge wanneer het ochtend begint te worden.
Voor iedere nieuwe dag , gemiddeld 8 minuten langer zonlicht.
De schoenen, ook al waren ze zo ver mogelijk opengezet, ik geraak er voorlopig niet in en neem ze verpakt voor een half uurtje mee de slaapzak in.
Er blijft nog maar weinig vrije ruimte over.
Ik worstel met de ritssluiting van de schoenen. Moet trekken en sleuren om ze dicht te krijgen.
Sneeuw en ijs tussen de haakjes blokkeert een vlotte werking.
Ik realiseer mij dat bij het afbreken van de schuiver de situatie rampzalig zou zijn en verklaar hierbij heel de schoen als waardeloos en verlang naar een simpele veter.
Ik hou, eenmaal startklaar er de vaart in bij het opbreken van de tent.
De kou aan de vingers laat zich voelen maar ik kijk alvast uit naar het vervolg. Besluit om minstens door te gaan tot Renvaktarstugan.
Als ik dat naast de afstand van gisteren leg hoef ik mij niet uit de naad te werken.
Ik trek mijn wanten over de vingerhandschoenen en kom dan tot de conclusie dat de lussen aan de ski-stokken te klein zijn.

Wat ik ook probeer, ik slaag er niet in om de spie te lossen die door het hangen in de lussen  muurvast moet zitten.
Een tang heb ik niet bij. Probeer het even voorzichtig met de tanden en als dat niet lukte, dan maar zo.
Zou mijn lijf langzaam onder stoom brengen dan zal het wel goed komen.
Zoek de bedding van de rivier op.
Kom de twee bruggen tegen van het Padjelantaleden
en zo geraak ik stilaan alsmaar korter bij de Niak.

 Ik omzeil zo ook de kloof die de Sjpietjavjahka verder zuidelijk heeft uitgeslepen in het landschap
Ik kom een paar uur verder een bekende van vorig jaar tegen die toen ook op zijn eentje aan het toeren was.
We wisselen enkele woorden uit.
Hij heeft zijn slaapzak te drogen gehangen op zijn slee,
gebruikmakend van het principe van sublimatie
Slim van hem.
Ik kan het beter ook doen want het was deze morgen al duidelijk dat hij toch al wat vocht heeft opgeslorpt.
Deze nacht weer stevige opbouw van ijs langs de binnenkant van de tent.
De kleine korrels die op de slaapzak terecht komen wanneer ik eens per ongeluk met het hoofd tegen het dak veeg of de deur open wil doen smelten bij de minste aanraking.
Eigenlijk vrij vergelijkbaar met fenomenen tijdens de herfst wanneer er zowat overal condens is te vinden, het gras glinstert van de dauw en je in een klammige slaapzak wakker wordt.
Hier is het niet anders, alleen doet het zich voor op een andere temperatuur schaal
Deze morgen waren de takken van de boompjes rondom de tent ook bedekt met een dun laagje rijm.
Heel leerrijk allemaal.


Ik hou tegen de middag een pauze. Merk dat ik nog steeds koude handen heb en de vingers voos aanvoelen.
Op zich niet zo'n uitzonderlijk gevoel dat het mij zou verontrusten.
Tot ik de handschoenen uit doe.
Ik merk gelijk dat het foute boel is.
De vingertoppen van mijn rechterhand hebben een heel onnatuurlijke kleur.
De nagel van mijn middenvinger is opgezet.
Het lijkt erop dat mijn vingertoppen bevroren zijn geraakt.
Ik maak heel nuchter de conclusie dat hiermee mijn tocht een einde kent.
Doorgaan tot Aktse gaat mij minstens nog drie dagen kosten.

Het gevoel in de vingertoppen is zodanig verminderd dat ik erg gehinderd ga worden bij de dagelijkse werkzaamheden. Dat zal er de komende uren niet op beteren nu er duidelijk schade is.
Het beeld van het geklungel met de ritssluiting komt het eerst in mijn gedacht.
Ik keer terug op mijn stappen maar onderneem eerst een tweede poging om de pols lussen te verlengen.
Bijt en trek zo hard ik kan en slaag er na een paar pogingen in om de spieën  los te krijgen.
Laat de rubber handschoenen uit.
Volgens mij een van de redenen die de bevriezingsverschijnselen hebben doen versnellen door het afknellende in de toppen, gecombineerd met transpiratievocht.
In eerste instantie was er het plan om naar de Kisuris hut te gaan waar ik de gaskachel aan zou kunnen steken maar ik ben te lang in de rivierbedding gebleven.
Eenmaal bij de brug liep ik vast in het terrein richting westen en besloot vrij snel om zo lang mogelijk door te gaan.
Des te rapper zal ik bij Fjallstuga Akka geraken.
Het zal toch niet evident zijn om de tent op te zetten, af te breken.
Mijn vingertoppen worden al wat oedemateuzer.
Ik moet voorzichtig handelen opdat ik de blaren niet doorprik.
Zoveel verzorgingsgerief heb ik ook niet bij.


 Steek Kutjaure over en eenmaal voorbij het open gebied zet ik in een bosje de tent op.
Prepareer mijn eten, smelt nog wat sneeuw voor drinkwater en kruip zo vlug ik kan in de slaapzak.
Flapperend met de vingers om de pijn te verdragen geraak ik de nacht door.

Zondag 5 april:

Wanneer ik in de ochtend ingepakt geraak komt er een kalmte over mij.
Ik ga het redden.
Bij de hut wordt ik goed opgevangen en de beheerster van de hut doet haar uiterste best. Overlegt met de hulpdiensten wat er moet gebeuren.
Mogelijkheid dat ik mij laat overzetten naar Ritsem om daar morgenvroeg de bus naar Gallivare te nemen. De kortst bijgelegen plaats voor medische zorg.
Het is vandaag Pasen. Een niet zo'n evident moment.
Ik ben de derde persoon in haar periode die hulp komt vragen. Een week geleden, zo zegt ze, is een andere Belg hulp komen vragen die pijn in de buik had
Het swedish mountain rescue team komt later op de middag met twee sneeuwscooters mij en mijn gerief ophalen. Brengen mij naar Ritsem waar een taxi mij naar het ziekenhuis van Gallivare brengt zowat 200 km verderop.
Benieuwd wat dat grapje mij zal gaan kosten.
Al  blij dat ik vorig jaar een verzekering heb afgesloten voor repatriëring.
Blijkt dat ik uiteindelijk slechts 80 kronen moet betalen. Een busticket is flink wat duurder.
Wat dat betreft is ziekenvervoer wel heel goed geregeld hier in Zweden om hulp te bieden in meer afgelegen gebieden.
Ik heb wel begrepen dat daar soms misbruik van wordt gemaakt.
De taxichauffeur levert mij af bij de spoeddienst van het ziekenhuis voor controle.
De arts die mij nakijkt is het Engels niet machtig maar uiteindelijk begrijpen we elkaar.
Hij geeft naast advies mij wat medicatie mee om tot dinsdag te overbruggen wanneer de apoteek terug open zal zijn. Raadt mij aan in de buurt te blijven ter observatie.
Krijg wat tramadol mee en een busje Acetylcystein 200mg bruistabletten.
Op het moment had ik het niet door maar later werd mij duidelijk dat ik met dat laatste foute medicatie mee heb gekregen, zeker nadat hij mij de dag daarop, toen ik hem terug op ging zoeken voor een medisch verslag, hij mij plots twee andere tabletten in de handen stak die ik best dadelijk in moest nemen.
Duidelijk van smaak verschillend met die van gisteren maar ik herkende het.
Dat ik eerder acetylsalicyzuur als bloedverdunner dan een slijmverdunner nodig had leek mij een heel stuk logischer.
Ik liet me op zondag door een taxi bij Camping Gallivare afzetten. Regelde er twee overnachtingen in een blokhut.
Droog in tussentijd mijn gerief.


Probeer het administratief rond te krijgen dat de verzekering mijn vervroegde terugreis op zich neemt.
Op dinsdag zette ik de lange weg naar huis terug in.
In stijl doe ik het laatste stuk wanneer ik zittend op de eerste  rij tijdens het vliegen ook een maaltijd krijg aangeboden.
Ik lik de overblijvende dagen van het verlof mijn wonden maar daarmee ook een ervaring rijker.
Wintertochten zijn toch een dicipline apart.





4 opmerkingen:

  1. Man, dat was me inderdaad een helse tocht... toch straf man. Respect.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Van alle tochten die een mens maakt, zijn de barre tochten de avonturen die je het meest bijblijven. Je verkent de grenzen van je eigen kunnen en als die grenzen er achteraf niet waren, was het avontuur toch eigenlijk niet volledig. Fijn dat je dit avontuur met ons deelt!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Heren, bedankt voor de gedachten.
    Wat het terrein betreft, dat is eigenlijk vrij gemakkelijk.
    Je hebt er weinig techniek voor nodig. De klimaatomstandigheden maken het onvoorspelbaar.
    Uw plan leren trekken is de grote uitdaging.
    De tocht blijft aangevinkt. Hopelijk kan ik de hindernissen volgende keer wel nemen zonder te,struikelen.
    Nog wat aanvullende gedachten van collega's op
    http://hikingadvisor.be/forum/topic/kungsleden-winter/page/2/#post-11476

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dag Ivo,
    Dank voor je verslag. Tsjonge, die handen, dat ziet er niet goed uit.
    Wat jammer dat je dit niet hebt gedeeld tijdens het weekend. Uiteindelijk leren we het meest van onze eigen en elkaars fouten. Het zou een les zijn geweest voor iedereen op het ontmoetingsweekend.
    Die schoenen en die stokken - dat was leenmateriaal. Die moet je vooraf dus heel goed checken.
    Die knul die je tegenkwam onderweg, was dat die knul die we vorig jaar zagen op het station in Gallivare en in de bus naar Ritsem. Hij stapte toen uit in Salo. Wij kwamen hem ook tegen op de laatste dag onderweg naar Salto. Klopt dat? Hij bond zijn slaapzak boven op zijn pulka om te laten drogen.
    Nogmaals, bedankt dat je je ervaringen met ons deelt!

    BeantwoordenVerwijderen