maandag 22 september 2014

"Gort-droog karst en sappige bergweiden"


Een warm weerzien

Periode: 1/9-10/9 september 2014

Een nieuwe ontmoeting met dit gebergte na meer dan een jaar afwezigheid.
Ik hou een slag om de arm en pin me niet vast op een bepaalde route.
De gids van Ton Joosten, Het geheim van de Pena Collarada lag nog onaangeroerd in de kast.
Pik er de twee eerst beschreven tochten uit en besluit er iets mee te gaan doen.
"Karstlandschappen nabij Lescun" en "In het spoor van de herders"
Gelijk ook omdat deze hoek het gebied was in de Pyreneeën dat ik het eerst “betreden” had (zei hij met plechtigheid)
nu zo’n 15 jaar geleden.
Wat het zou worden, dat was nog niet helemaal bepaald toen ik in de ochtend de deur achter mij sloot.


Ik gaf mezelf 9 stapdagen, nog vrij te verdelen en het zou na lange tijd weer een solo-tocht worden.
Volgend jaar hoop ik nog steeds de hrp te lopen en daarom werd het gelijk ook een kleine test qua voedingsschema om een standaard te ontwikkelen voor deze periode.

Dag 1
Accous-Cabane de la Baight


Om niet opnieuw vanaf pond de Lescun naar Lescun te stappen liet ik mij afzetten bij Pont-d'Esquit net buiten Accous, kort bij de elektriciteitscentrale en maakte via Forêt d’Anich de doorsteek naar Refuge de Labérouat waarbij eenmaal op de graat komende vanaf Pic Oueillarisse deze me een mooie doorkijk gaf op Le Billaire en de cirque rond Lescun.


Liep nog door tot Cabane de la Baigt maar daar waren onvoldoende plaatsen om de tent te zetten. Vulde mijn drinkbussen aan bij de bron en ging terug iets lager staan op een relatief vlak stuk.


Op dag twee kwam ik er achter dat net voor Col des Anies waar een grasvlakte is
–dat wist ik nog wel-
en buiten alle verwachting, nog net genoeg stromend water voor een overnachting.
Het had een verschil kunnen maken.


Dag Twee
Cabane de la Baight-Table des Trois Rois

Het zou een experiment worden, misschien het risico volste stuk van heel mijn tocht.
In zijn eerste tocht “karstlandschappen nabij lescun” liet Ton Joosten Pic d’anie buiten de route. Ik probeer vandaag deze top te verbinden met Table des Trois Rois waar ik op wil overnachten.
Een laatste blik op het weerbericht voor ik thuis vertrok beloofde stabiel weer. Een evt klim naar Pic des Table Rois, dat was onder veel voorbehoud.
Daar was een site die ik al lang achter de hand had. Hij geeft een beschrijving van de grenspalen tussen Frankrijk en Spanje en de route verslagen die Eef Brens heeft neergepend zouden mij nu erg goed van pas komen om zijn beschrijvingen in het gebied rond Pic d’Anie die op volgende pagina te vinden zijn.
Het geeft mij de mogelijkheid om een doorsteek te maken naar Table des Trois Rois. Tegelijk echter de consequentie dat dit zou betekenen dat ik voor minstens 1,5 dag water mee moet nemen.
Had daarom extra lege pet-flessen bij en vulde ze tot ik 6 liter in het totaal had.
De jonge herder was gisteren nog tot laat in de avond in de weer geweest en voor het vermaak liet hij, toen het al donker begon te worden een variatie van kreten los op de bergwanden die hem als echo van antwoord dienden.
Zo onbevangen dat ik vermoed dat hij dacht, alleen te zijn.


Toen ik zijn hut passeerde en even halt hield om de flessen te vullen was hij alweer druk in de weer om zijn schapen te verzorgen. Liep er een kreupel binnen de omheining dan werd deze gevangen en aan een inspectie onderworpen. Menig hoef werd er zo geknipt of wondjes ontsmet.
Zijn hond is erg speels en heeft een heel attente blik terwijl de kippen alweer in en uit zijn hut liepen.
Af en toe een ei is niet zo’n gekke variatie op de menu.
De gr10 gaat niet meer over Pas d'Azuns maar wordt sinds 2013 ook omgeleid via Col d’Anie.
Het waren de rood-wit markeringen van deze route die ik kon volgen om op een eerder vage splitsing af te slaan naar Pic d'Anie die al een tijd in beeld was.
In tussentijd begon de twijfel al lelijk huis te houden toen ik de omgeving verkende en mijn blik richtte op Picos de Anelarra en Pic de Trois Rois nog verder op.


Bezocht d'Anie in volle bepakking. Het werd eerder een beleefdheidsbezoek omdat ik teveel bezig was met het vervolg.
Had al meteen door dat het zo goed als onmogelijk was om langs de rand Pic d'Anie te verbinden met Picos de Anelarra en begon terug aan de afdaling om even aan te sluiten op een met rood gemarkeerde route die ergens vanaf Spaanse kant begon.
Ik verliet de route en stak de kom over om dan terug te klimmen doorheen een heel geërodeerd landschap waar het door de diepe kloven toch opletten was richting grensgebied.
De grip op deze kalksteen is uitstekend maar erg sletig voor mijn schoenen.
Waarschijnlijk door meer geluk dan wijsheid kon ik de zeldzame steenmannen aan elkaar verbinden tot ik de steile kloof tegen kwam waar ik langs af kon dalen richting vallei.
Veel opties zijn er niet omwille van de steile zuidelijke wand.
Het alternatief is dat je meer naar het westen gaat waar de afdaling geleidelijker verloopt.
Opvallend hoe tijdens een rustpauze aan de houten wegwijzer net voor Collado de Insole, de route zo goed als verborgen bleef in de steile wand toen ik mijn weg wilde reconstrueren.


Bovenstaande is snel neergeschreven maar er is heel wat tijd in gekropen. Erg gelukkig dat ik dit eerste obstakel achter de rug had.
Volgende doel was nu het plateau bij Pic des Trois Rois.
Volgde de gr12 markeringen tot ik een kleine bergrug in het zuiden aan zijn westkant kon passeren. Dan ging het pal naar het oosten richting Col des Ourtets. Eenmaal daar zou ik beslissen hoe ik verder ging lopen


Wanneer je vanaf Marmitou (waar je kan bivakkeren)naar dit plateau wil klimmen gaat het eveneens richting Col des Courtets.
Het viel me wat tegen hoe diep de kom was net voor Col des Courtets en omdat de weg naar boven vooral over puin ging besloot ik dan maar om naar de westkant van Pic des Trois Rois te lopen.
Het was kiezen tussen de pest en de cholera want mijn plan was ook niet zo evident.
Met mijn ogen probeerde ik stapsgewijs een route uit te zetten maar ben toch nog enkele keren op mijn stappen terug moeten keren om een andere doorgang te vinden omwille van de noord-zuid gerichte geulen in het kalksteen.
Ik heb uiteindelijk de rand bereikt maar vraag me af of het voor herhaling vatbaar was. Als je hier als solist een val zou maken dan zit je in erg slechte papieren. Kalmte en concentratie zijn hier bij momenten toch de sleutelwoorden voor je levensverzekering.
Begon eenmaal op de rand aan de klim naar Pic des Trois Rois om later af te slaan naar het plateau. Inmiddels kreeg ik gezelschap van een Spanjaard die naar de top wilde. Zelf had ik daar geen zin meer in na mijn inspanning van de voorbije uren. Later heb ik hem horen roepen vanaf de top, zwaaiend met zijn handen in mijn richting.
Waarschijnlijk een heel gelukkig mens.


De eerste uren op dit plateau waren boeiend, overmand door een tevredenheid dat ik een fantasie heb uit kunnen werken en overal was er wel iets te zien.
Maar later kwam toch even dat gevoel opzetten “en wat nu?” omdat je hier toch wat gevangen zit tot morgen ochtend op dit vooruitgeschoven front waar een val met 100% garantie dodelijk zal zijn.


Het blijft hoe dan ook een indrukwekkende omgeving en het doet iets met een mens wanneer je op de rand gaat staan, de lijn tussen leven en dood heel smal maakt.
Geen gras op de vlakke top. Ik probeer eerst op de grashelling te gaan liggen maar bij iedere beweging schuif ik wat verder naar beneden zodat ik na een uurtje toch maar beslist om mijn mat op de top te leggen.


Een zacht briesje, een heldere lucht maar er blijft wat spanning achter het vel hangen of het weer zo blijft. Af en toe toch wat onweersactiviteit. Tegen de ochtend loost een zeldzame wolk wat water.


Dag 3
Table des Trois Rois-Ibon d'Acherito

Erg veel dorst geleden om toch maar zo spaarzaam mogelijk te zijn met mijn water. Even eraan gedacht om niet te ontbijten wat alweer water vraagt om te verteren dat,
als het er echt om gaat draaien,
een heel slecht plan is bij uitdroging.


Het vervolg tot Cuello de Escoueste loog er niet om maar verschillende steenmannetjes geven me toch wat houvast om in dit pokdalig landschap mijn weg te zoeken. Een echt doolhof. De kaart vertelt niet alles..
Na de capriolen van de voorbije dagen kon er mij niet zoveel gebeuren besloot ik voor mezelf en rolde verder naar beneden terug Frankrijk binnen.
Mijn schoenen leven intens maar zullen jong sterven.
Ik goot mij vol water bij het eerste stroompje dat westelijk van Cabane de Pédain uit de berg naar buiten kwam.
Bij Cabane d'Ansabère was het een prettig weerzien. Ging er bij de aanloop naar de herdershut even bij zitten.

Minder hartstochtige gevoelens bij Lac d’Ansabère. Geen enkele M2 gras was niet bedekt met paardenstront.
Nee, er was even in de ochtend het plan om er een korte dag van te maken maar de aanblik deed me besluiten om door te trekken naar Ibon de l'Acherito.
Daar had ik nog de hele namiddag om het sociale gebeuren van de koeien gade te slaan.


Hoe ze elkaar beurtelings schoon likken. Voornamelijk de nek en ogen worden onder handen genomen
Hoe ze na de maaltijd samen gaan herkauwen om na het verteringsproces bijna synchroon op te staan.
Zich uitrekken zoals iedereen doet die te lang in eenzelfde houding heeft gelegen.
Waarna het tijd is voor een gezamenlijk toiletgebeuren.
Vermits een koe eigenlijk een grote verterings en omzettings machine is gaan ook bijna gelijktijdig de sluizen open.
Als het moet, dan moet het, ook al sta je met je voeten in het water waar die vreemde snuiter straks zijn water uit moet gaan scheppen.


Je kan begrijpen dat ik het water heb ontsmet.
Deel van de gebruikelijke arousal die zich in hoofd en lijf afspeelt op zo’n moment dat ik ergens ben geland voor een avond en een nacht zou nu stilaan besteed moeten worden aan een verdere planning van de overblijvende dagen.
Tegen de ochtend had ik deze rond. Voor het eerst ook terug aan het dromen geweest. Eindelijk een nacht waarbij ik toch even het gevoel had dat ik een periode heb kunnen doorslapen.


Dag4
Ibon de l'Acherito-Planas de la Contienda

Alweer een dag waarbij er genoeg water mee moet al maak ik een gok dat ik verderop nog wel water tegen zou komen om mijn voorraad aan te vullen. Ga Willem in zijn voetsporen volgen door deze avond op Planas de la Contienda te gaan slapen.
Een relaxte ochtend tijdens de afdaling langs de flank van Pic de Laraille tot onder in de vallei waar de Rio Aragon Subordan doorheen stroomt.
De twee wegwijzers naar Col de Pau,
een van de mooiere grensovergangen voor Compostella gangers, zouden toch wel eens voor verwarring kunnen zorgen als je je tocht niet goed hebt voorbereid. Mij lijkt dat je beter het GR pad blijft volgen.


Eerst dacht ik om de hele tijd langs de linker kant van de rivier te blijven maar uiteindelijk toch beslist om op de GR 653 over te schakelen die de onverharde weg volgt tot bij de parkeerplaats waar Barranco Barcal naar beneden komt.
Onderweg naar de parkeerplaats kwam ik langs de weg een fontein tegen die volop fris water liet stromen. Vulde alle flessen bij.
Veesporen brachten mij hogerop en later werd Castiello d'Acher mijn gids.


De cabane onderweg is een lege betonnen constructie.
Voetsporen van een mens, de afstekers die hij maakt op zijn pad, de prikken van zijn stokken in de ondergrond kunnen een helling flink doen eroderen maar de natuur zelf kan er ook wat van.
Dat werd duidelijk toen ik hogerop kwam.
Ik besluit ivm naar de col tussen Pena de Marcaton en de Lanetera te trekken al bij de noordkant van de Pena de Marcaton naar boven te gaan om dan vrij hoog over een soort balkon de berg te ronden.
Veesporen zijn ook hier weer nuttig om de weg met de minste weerstand te vinden maar ook nu kwam ik er niet onderuit dat ik enkele keren mocht klimmen en dalen om enkele erosiegeulen over te steken.


Geen water meer te vinden maar de paar koeien die hier op het plateau rond zwerven hebben daar blijkbaar geen last van.
Zoek me een mooie plek uit. Zet me vrij kort bij de col tussen Marcaton en Lanetera en tegen de avond wandel ik nog even naar een naburig topje. Het dal in het oosten heeft zich inmiddels met wolken gevuld.
Dit 2117m punt is een heel aardige plek met deze keer wel een vlakke gras top. Langs alle kanten is er wel iets te zien.
Kan de slaap alweer niet vatten maar merk wel bij mezelf dat ik in het ritme aan het komen ben dat nodig is om de moraal goed te houden.


Maak me alleen wat zorgen dat ik misschien iets te weinig eten heb meegenomen en dat er buiten vet misschien ook aan mijn eiwitvoorraad wordt geknabbeld net nu ik iedere spiervezel nodig heb om 2 november die 42 km af te malen.
Raar maar waar, ik heb een gsm verbinding kunnen maken vanaf deze plek.


Dag 5
Planas de la Contienda-Plana Mistresa

Bij het opkomende licht 'dartel' ik nog wat rond de tent voor enkele foto’s.


Ik rond de berg en groen-geel en wat rood-wit markeringen loodsen mij via Cuelllo de Taxeras tot Puerto d'Acher.
In de mist blijft het opletten omdat de markeringen bij momenten schaars zijn.
Een hopeloze zaak in een poging te communiceren met een herder die daar aan zijn stokbrood zat te peuzelen.


Nog tijd genoeg vandaag en ik begin aan de afdaling richting Refugio de Gabardito om later aansluiting te maken met de gr 11.
Anders dat de kaart laat uitschijnen gaat de route langs de linkerzijde van de beek
Ik besluit niet om via een soort balkon naar Cueloo d'o Foraton te lopen.
Dat zou de dag te kort maken.


Daal verder af door een mooi gebied.
Ter hoogte van Plan de Dios te Salve maak ik de doorsteek door zuidelijk, links van een beek via een met steenmannen gemarkeerde route aansluiting te maken met de GR11.
Ik loop niet warm voor deze hoek na al dat moois van de voorbije dagen.
De weiden ogen wat saai.
Ververs voor de col -die de aanloop is voor een beklimming van de Bisaurin- mijn sokken omdat een teen begint te zeuren. Ze kunnen na al die dagen best een spoelbeurt gebruiken.
Onderweg richting Refugio de Lizara loop ik niet allen. Een hut die met de auto is te bereiken en gebruikt wordt om de Bisaurin te beklimmen.
Bij Fuente Fria spoel ik mijn hemd uit en omdat het warm weer is doe ik het nat weer aan. Verzamel opnieuw 4 liter water. Ik ga ervan uit dat bij Plana Mistresa wel kookwater te vinden zal zijn.
Maak vanaf de bron een doorsteek naar het oosten waar ik het pad terug vind dat in noordelijke richting door een mooi dal geleidelijk aan hoogte wint.


De schuilhutten onderweg ogen langs buiten mooi maar van binnen zie je uit op een lege betonnen ruimte.
Iedere dag erg vroeg uit de veren maakt dat ik relatief vroeg ter plekke ben. Nog een zee van tijd vandaag. Loop rond de tent en maak wat korte video stukjes.
Had mij voorgenomen daar deze tocht wat tijd voor uit te trekken maar eenmaal onderweg verstoort het mijn bezig zijn waar ik voor ben gekomen.
Zag een vader zijn dochter wat waarden meegeven toen hij dikkopjes uit een bijna uitgedroogde plas in de stromende beek zette.
In eerste instantie dacht ik “wat een goede daad”. Het was een triest schouwspel waar de overblijvende zaten te spartelen in de laatste modder terwijl op de randen er al geen leven meer in zat.


Maar later de gedachte, heeft hij er wel goed aan gedaan door die poel te ruilen voor een stromende beek? Zo een beek is niet direct een goede broedkamer om langzaam en veilig te kunnen groeien.
Die nacht viel er wat regen en de overblijvende dikkopjes kregen weer een dag respijt.


Dag6
Plana Mistresa-Gave de Belonce

Een dag dat ik grotendeels terug over gekende paden loop. Na Vall d’os Sarrios had ik een doorkijk naar mijn overnachtingsplaats van eergisteren.


Bij Ibon d’Estanés kwam ik de eerste trekkers tegen sinds mijn vertrek 5 dagen geleden.
De brug bij Ruisseau d’Espéluguère is een goede plek voor een langere pauze. Het is er erg druk.


Bij Cabane Grosse hang een mengeling van kaas en mestgeuren. Een zestal zwarte varkens (porc noire de bigorre) liggen lui in de schaduw.
Wanneer ik bij Lac d’Arlet aan kom vertrekken de laatste wandelaars terug naar parking d'Espelunguère.
Bij Col d'Arlet is er wel nog beweging.


Ik ga nu aansluiting maken met tocht twee “In het spoor van de herders”.
Vanaf de hut probeer ik een inschatting te maken van de mogelijkheden tot kamperen langs Gave de Belonce bij Bois de Belonce.
Het dal is goed zichtbaar vanaf de hut.
Een van de routes om vanaf het dal naar lac d’arlet te klimmen.
Moeilijk te zien of er in de bedding water stroom. Waarschijnlijk wel want er loopt nogal wat vee.
daarom vulde ik mijn water voorraad toch maar aan bij het kraantje aan de hut.
Onweerachtig.
Geregeld kreeg ik een bak water uitgegoten over mijn hoofd. De route naar beneden wordt er modderig van.
Toch niet evident om een vlak stukje te vinden.
Denk, dat waar ik nu sta een van de betere plekken is.


En voor een keer, zo goed als vrij van koeien vlaaien.
Zowel verderop in de namiddag als tijdens de nacht vallen er vette druppels uit de lucht.
Het tweede keus zeil kan amper de nattigheid tegen houden.
Ik weet wat mij te doen staat bij een eerst volgende zonnige dag.
Ik heb zoveel mogelijk mijn gerief ingepakt want midden het onweer haalde de wind stevig uit. Ben blij dat ik niet bij lac d’arlet ben gestopt.


Dag 7
Gave de Belonce-Cabane de Yèse

Wanneer ik in Borce door de straat loop voel ik iedere keer een zekere ingetogenheid bij het binnen treden van dit gehuchtje.
Alles proper geborsteld, geen papiertje op de grond.
Het lijkt hier uitgestorven maar dat is slechts schijn.


Ga maar eens op een van die banken zitten dan verschijnen er her en der wel wat mensen vanachter de deur,
maken ze een praatje met elkaar.
Vandaag zie ik twee oudere mensen die hun krant van de postbode krijgen aangereikt.
Het contact tussen allen is hartelijk en midden op straat zetten ze, wanneer de postbode is vertrokken hun conversatie met elkaar verder.
Wat een rustige bijna devote sfeer en dat op slechts een paar honderd meter van de drukke N134.
Ik maak me op voor een paar uur klimwerk richting cabane de Yèse over een van die historische paden die ooit zijn aangelegd, geplaveid met keien uit de omgeving naar de bergweiden hoog tegen de flank van toppen als Pic de Sesques in het oosten
Toen draaide de economie nog op andere pijlers. Helaas geraken deze paden in onze tijd stilaan in verval.
Bij de samenloop van de twee beken westelijk van cabane de Yèse, die vooralsnog niet in beeld komt is het een ravage van omgevallen bomen en nog resten sneeuw. Vermoedelijk een restant van een lawine.


Hing in de ochtend nog de herfst in de lucht dan is het nu eerder heet.
De slak die ik in de voormiddag de weg heb zien oversteken net buiten Accous heeft er een heel risicovolle tocht op zitten, als ze het al heeft gehaald.
Klim door tot de cabane in beeld komt en zoek met een vlakke plek. Weinig echt goede stukken zodat ik mij tevreden stel met een licht hellend stuk.


Later op de avond bij het verkennen van de omgeving zie ik dat het beter had gekund.
Avondstemming als samen met de lage zon, en het komen en gaan van de wolken de kleuren warmer worden.
De patou's van de herder blijven waakzaam als ik rond de tent dwaal.


Wanneer de grote loebassen hun keel open zetten worden ze gevolgd in hogere tonen door de wat kleinere keffers.
Ik kijk voor ik ga slapen nog alle afspanpunten van de tent na omdat ik hier op een vrij open stuk sta.


Dag 8
Cabane de Yèse-Lac d'Isabe

Het is een korte dag geweest maar toch heeft het nog even gespookt tussen de oren.
Een vlammende ochtend.


In een heel geleidelijk ritme tot Col de Sesques gestapt waarbij het laatste stuk over een heel stevige helling gaat met her en der nog wat kleine restjes sneeuw.
Dan wordt een bocht gemaakt en gele markeringen geven de route aan tot de top van Pic de Sesques. Niet dat het nodig is want van hieruit is de top met zijn antenne al goed te zien.
Er ligt ook een biljard vlak stuk gras onder aan de voet waar het goed kamperen zou zijn. Zelfs nog wat water te vinden is.
Lijkt een goed basiskamp wanneer je een topbeklimming zou willen maken in de ochtend of avond.


Ben er boven even bij gaan zitten maar kon weinig genieten omdat ik mij wat zorgen maakte over de steile V-insnijding in de kam waar ik langs af zou moeten dalen.


De wandelstokken waren eerder een last omdat ik meermaal mij wat prettiger voelde wanneer ik mijn handen als steunpunt kon gebruiken. Uiteindelijk was de tocht over de graat en het eerste stuk van de afdaling richting Lac d’Isabe minder moeilijk dan gedacht maar blijf er toch maar weg bij stormachtig weer.


Dichte mist is ook zo’n omstandigheid die je kan missen als kiespijn.
Zo duidelijk loopt het eerste deel van de afdaling niet.
Iemand die, al is het maar een klein beetje, last heeft van hoogtevrees,
ik denk niet dat hij of zij de tocht zomaar moet kopiëren.
Ik zie hoe het profiel van mijn trailrunners al versleten is en dat de neus van de schoen al erg beschadigd geraakt.
Doet me gelijk, in een rustiger stuk van de afdaling een boom opzetten over het snel verslijten van mijn schoenen. Zoals reeds gezegd, ze leven intens maar sterven jong.
En ik die mij druk zat te maken in al die verzorgingsproducten waar er microplastics in verwerkt zijn en die zomaar het milieu in worden gestuurd bij iedere scrub behandeling.
Ik ben zelf niet beter als ik zie hoeveel rubber er al achter is gebleven in de natuur. Om maar te zwijgen als straks mijn fleece trui gewassen gaat worden en het vuile water, samen met heel wat vezels de riool in zal verdwijnen.


Om 13u smijt ik de rugzak van mij af. Sta hier op een mooie plek iets boven het water.
Nog een hele namiddag om me mentaal voor te bereiden op het slot van morgen.
Rond 15.30u hoor ik stemmen en zie dat iets lager zich een jonger koppel heeft geinstalleerd.
Het is gelijk de eerste keer in heel de tocht dat ik de nacht in de nabijheid van iemand anders doorbreng.
Hij is om raad komen vragen over de route die ik heb gevolgd.
Hoor dat ze uit de buurt van Parijs komen en dat dit voor zijn vriendin de eerste keer is dat ze met hem meegaat.
Best heftig. Ze hebben geluk dat het weer meezit.
Ik denk dat beiden uit het goede hout zijn gesneden.


Zitten in de avond bij ondergaande zon op een uitzichtpunt te genieten en als ik in de ochtend de terugkeer van het licht mee wil maken zie ik ze opnieuw verschijnen. Maak een foto van beiden en vraag voor ik afdaal nog even hun mailadres.



Dag 9
Lac d'Isabe-Accous

Vandaag, in de laatste kilometers van de tocht toch nog mijn voeten kapot gelopen.
De oververhitte voeten gekoeld in de fontein op mijn eindbestemming Accous.
De afdaling vanaf Lac d’Isabe heb ik niet als bijzonder vermoeiend ervaring.
De route naar Col d’Iseye, dat is eigenlijk heel aangenaam wandelen over voornamelijk gras doorheen een breed dal
met her en der in het decor de witte toppen van eerder anonieme toppen.
Het is helder weer en de Col d’Iseye is al van veraf te zien.


In de voorbereiding had ik de coördinaten al opgezocht voor het geval dat ik in de mist verzeild zou geraken.
Ik had trouwens op de Frans-Spaanse 1/50000 kaart plaatselijk binnen de gebieden die ik dacht aan te doen, een raster getekend om zo nodig iets nauwkeuriger de coordinaten op te zoeken mocht ik vast komen te zitten.
Hou op de col even halt en probeer mijn route te reconstrueren omdat ik uitzie op het kalkgebied bij lescun.
Het gebied waar ik de eerste dagen was.


Diep beneden is mijn eindpunt te zien.
Vanaf de col wijst een wegwijzer de route aan naar lac du montagnon
maar ik vraag me af hoeveel mensen vanaf hier naar dit verloren meer lopen tijdens een wandelseizoen?
Niet veel denk ik.


De afdaling verloopt erg bochtig en moet bij slecht zicht niet gemakkelijk zijn.
De markeringen net achter de col zijn niet altijd even duidelijk.
De camping aan de noordkant van het dorp is spotgoedkoop.
Rond de 7 euro.
Nog geen beheerder te zien en ik installeer me alvast, neem een douche en loop naar de plaatselijke supermarkt voor wat versnaperingen, droge koeken, bakje tomaten, kaas en wijn.
Ik leen een kurketrekker van mijn buurman. In ruil krijgt hij deze avond het overschot van de fles.

Dag 10
Huiswaarts

Het is nog donker wanneer ik rond 6.30u opsta.
Anders dan op de heenweg ga ik nu met de dagtrein naar huis
Breek op en loop de laatste paar honderd meter tot de bushalte.
Een afgeschafte plaatselijk trein maakt dat ik nog wat moeite heb moeten doen om de tickets om te ruilen.
Vermits het probleem bij de spoorwegen zelf lag werd er echt niet moeilijk gedaan om ook de TGV tickets aan te passen.
Qua weer heb ik boven mijn stand geleefd en dat mag ik niet mee tellen als ik mij een voorstelling probeer te maken hoe het moet zijn als ik de hele oversteek solo zou doen.
Als ik er wat zuinig op ben gaan deze schoenen nog minstens een 10 tot 15 dagen mee.
Tegen die tijd zal het profiel zo goed als weg zijn onder de zolen.
Misschien moet ik ze daarom eerst in Baskenland inzetten.
Dat rekt de levensduur een beetje.
Ga wel de neus nog van een extra laag PU lijm voorzien.
Je moet toch een beetje kapitalist zijn als je met trailrunners loopt.
Verder geven ze iets minder zekerheid als je steil af moet dalen en enkel de punt van de voet als steunpunt kan gebruiken maar verder....
hoe heb ik mij ooit zorgen kunnen maken omwille van de vrees voor natte voeten?
Een angst die waarschijnlijk door onze moeders is meegegeven: "dat je ziek wordt als je met natte voeten loopt."
Dat kan soms misschien waar zijn maar het is geen wetmatigheid.
Vader Gore heeft er nog een schep bovenop gedaan en dat heeft hem geen windeieren gelegd.
Gelukkig dat ik daarvan ben bevrijd.
Er blijft nog genoeg ruis over.

Foto's