zondag 15 september 2013

Sporen tussen de seizoenen: Van de zomer in de herfst (en weer terug)


Twaalfdaagse trektocht door Sarek

Periode: 22/8/13-4/9/13

Het blikveld wordt verruimd en verbreed.
Gewoon geweest om door de relatief smalle dalen van de Pyreneeën te lopen-waar Ordesa misschien een uitzondering op vormt.
Verkennende tochten gepland om om te gaan met de nattigheid.
Een soort generale repetitie in Schotland in het begin van het jaar.
De beslissing leek onafwendbaar.
Dit jaar een eerste verkenning van Sarek.
Familiebanden maakten dat we met twee gingen.
Met schoonbroer Tejo wist ik wie ik in huis haalde en wat ik mocht verwachten.
Al eens samen een tocht gelopen.
Een vereiste was dat we qua bepakking ieder er zijn eigen stijl op na zouden houden.
Op die manier kan ik mijn eigen systeem verder uitdiepen in functie van toekomstige tochten.
Een van de komende jaren hoop ik de Pyreneeën over te steken op een vrij sober dieet
waar een minimum aan brandstof voor nodig is. Eens zien hoe dat verteerd wordt.
In de voorbereiding altijd even zoeken om het openbaar vervoer te doorgronden.
We baseren ons op een beschreven tocht van Sander van der werf in het boek “Trekking in Zweden”
maar zoals gewoonlijk probeer ik toch wat eigen accenten te leggen.
Door de schrijver wordt “Dwars door Sarek en Stora Sjöfallet” beschouwd als misschien wel de mooiste tocht uit zijn boek.
Het schept verwachtingen.
Gaan ze ook worden ingelost?
Er zit een risico in. Een mens zou vergeten om het kleine ook te zien.
Nog verrast kunnen worden door wat zich in de eigen straat afspeelt.
Een hele uitleg en nog geen regel over onderweg.
Het zat in mijn hoofd dat de temperatuur wel eens flink zou kunnen zakken zo tegen het eind van de zomer maar de weerberichten gaven wat de lange termijn betreft relatief milde temperaturen.
Het deed me besluiten om de winterhandschoenen thuis te laten.
Nog even over het materiaal, dan zijn we weg.
Een nieuw statief , de Sirui t-025 gaat mee, lang nagedacht over het type.
Ik hoop op noorderlicht.
We vliegen van Zaventem naar Stockholm.
Rugzakken in de lockers van het busstation achter gelaten.
Enkele uren tijd om Stockholm te verkennen en gas te zoeken voor Tejo.
Zelf kook ik op Esbit.
Wat geïrriteerd dat de spanbanden op mijn rugzak dreigen los te komen van het frame omdat ik uit luiheid verzuimd heb de aanhechting te verstevigen.
Trakteren onszelf een paar keer op een koffie en gaan met minder dan 400 kronen op zak de wereld van asfalt en beton achter ons laten.
Net niet genoeg geld om de boot te betalen zodat we zo goed als zeker over Laitaure zullen moeten roeien.

Onze coupé in de slaaptrein is met vijf personen goed gevuld.
Krap maar goed genoeg en we sparen een overnachting uit.
Slapen doen we in de nok. Het heeft het voordeel dat de slaapbank al is open geplooid. In de restauratiewagen wordt er Sarek bier verkocht. Die marketing jongens toch…

Dag 1:
Een tussenstop in Stora Sjöfallets nationalpark

Tegen de ochtend verhuizen we naar de zitplaatsen waar er meer ruimte was om op ons gemak te ontbijten.
We rijden vooral door naaldbossen.
Vanaf Gällivare gaat het met bus 93 richting Ritsem.
De bus doet ook dienst als postbedeling, goederen vervoer. Geregeld wordt er een korte pauze gehouden.
In Kebnats wordt er op de boot gewacht die een lading rugzaktrekkers vanaf Saltoluokta fjällstation komt afleveren.
Opvallend hoe proper die lui van de boot stappen.
Bij Vietas tijd genoeg voor een koffie.
Bij suorva stappen we als enige uit. De buschauffeur doet nog moeite om uit te leggen hoe we bij de dam geraken.
Het ziet er allemaal wat verwarrend uit.
Alle poorten zijn dicht tot we besluiten zo ver mogelijk naar rechts te lopen tot waar het hek eindigt kort bij de waterlijn van het meer. Genoeg ruimte om langs hier binnen te geraken.
Niet heel duidelijk waar het pad begon eenmaal we het eiland hadden overgestoken tot een stel mannen met rugzak uit het bos kwam en ons zo op de juiste weg zetten. Er zijn wat werkzaamheden bezig.
Nieuwe palen waar later waarschijnlijk draad tegen komt. Geen idee of dat eenmaal het hek geplaatst dit gevolg gaat hebben om op de route te geraken.
Volgens de beschrijving kost het vanaf de parking ongeveer 6,5u om tot Garjep Atjek te geraken.
We zien wel waar we komen.
Er worden door Tejo nog ijdele pogingen ondernomen om de voeten droog te houden.
Het wordt tegen het licht van de geschiedenis die we zullen schrijven een hopeloze zaak.
Later in de klim wordt het spoor al wat vager maar dan zitten we al boven de boomgrens met een ruime terugblik op ons startpunt
Moesten later in Vuosskelvágge nog een kleine correctie uitvoeren om bij Vuosskeljávrre te geraken.
Aan de oostkant stellen we de tent op.
We houden het voor bekeken.
In de verte lonkt Ahkká, de berg die we morgen zullen ronden.
Hoe naïef van mij eer ik kon leven met de ondergrond hier in het noorden.
Waar ik gewoon was om elders een plek te zoeken met mals gras was dit even een mentale bijsturen. Vreemd gegeven dat het een tijdje heeft geduurd. De temperatuur is mild en ik blijf lang genoeg op om de zon te zien verdwijnen achter de horizon.
We leven boven onze stand.

Dag 2:
Door een heel grote rotstuin naar de wachters van Ruohtesvágge

Het wordt een erg winderig begin.
Verrast hoe lang de dagen hier nog zijn zo tegen het eind van de zomer.
Ons oog valt op een veelvraat die zijn weg zoekt tussen de rotsen.
Het lijkt dat hij ons niet heeft opgemerkt.
Dag twee zal gekenmerkt worden door uren stappen door brokken gebied.
Een rotstuin van enige omvang die de nodige aandacht vraagt zeker voor Tejo die het nog niet gewoon is op lage schoenen te lopen.
We ronden Vuosskeljávrre langs rechts om bij zijn uitloop de zuidkant van Garjep Atjek op te zoeken, dan een hoek te maken waarna de Niják ons richtpunt wordt.
Gaan we op zoek naar het kleine meertje onder de schaduw van Alep Gássavárásj.
Alles lijkt duidelijk maar door de gigantische afmetingen van het landschap was het even zoeken om het merengebied te ronden en het meertje te vinden.
We slapen niet bij de top maar zetten ons halverwege de helling.
Onder zonnig weer en met de aanblik op de verschillende gletsjers wordt de tent opgezet.

Dag 3:
Onder de schaduw van de Niják
Het terrein wordt vriendelijker maar ontzettend uitgestrekt.
We steken onze eerste gletsjer rivier over en kijken rechts van ons neer op een drassige vlakte met een grassoort die we later wel meer zouden tegen komen en garant staat voor natte voeten
en eens zover met “alweer een rijstveld” werd verwelkomd.
In een te grote boog rond de Niják als we plots geconfronteerd worden met de Nijákjågasj.
Echter geen straf om hier te lopen
Bij Ruohtesvárásj kwamen we tot de conclusie dat we aan de verkeerde kant van de berg waren beland en een 500 m op moesten schuiven naar het noorden.
In deze oneindigheid eigenlijk een peulschil.
We zien die dag welgeteld een persoon.
Weinig water bij Renvaktarstuga zodat we bivakkeren in de buurt van het stroomgebied van de Lavdaktjåhkkå.
Vandaag ook onze eerste rendieren tegen gekomen.
Tejo die zich al wat ongerust begon te maken dat hij ze niet meer zou kunnen zien
nadat hij op de Hardangervidda op zijn honger is blijven zitten.
En ik maar onder druk gezet om zo’n beest in de verte goed op de plaat te zetten.
Onmogelijk met een kit-lens.
Teleurgesteld om het resultaat kreeg mijn camera van hem het predicaat “waardeloos”
Zijn bij Tejo in het begin nog de schoenen uitgegaan uiteindelijk ging hij over stag
en liet ook hij zijn schoenen vol lopen bij iedere doorsteek.

Dag 4:
Beenworstelen met de gletsjer rivieren

Zoals voorspeld sloeg het weer wat om.
Winderig en kil met wat gemiezer uit de lucht.
Voor het eerst wat drukker eenmaal in de buurt van de schuilhut bij Mikkastugan.
Een koppeltje zit er te koken zodat we niet verder dan de deuropening kwamen.
De gletsjer rivieren tot nu toe waren gemakkelijk over te steken.
Enigszins andere koek werd het toen we voor de Tjågnårisjågåsj kwamen te staan.
Zelfverzekerd en met enige dapperheid, de verhoogde hartslag die toch wat angst verraadde werd er overgestoken.
Een viertal dat uit de richting van Bielajávrátja kwam zocht ook zijn oversteekplaats.
Als echte ramptoeristen liep de video camera om het tafereel op te nemen tot iedereen begon met het wisselen van de schoenen.
Smalende en enigszins hooghartige woorden van onze kant bij het aanschouwen van dit tafereel.
Het was wat zoeken naar een geschikte bivakplaats langs de Bielajahka. Hield me bezig met het maken van wat korte filmpjes.
Na een tijdje kon ik de omgeving waarin we verbleven best waarderen.

Dag 5:
Intimiteit en grandiositeit in een dag

Er staan een paar kortere dagen aan te komen.
Het uitzichtpunt in de buurt wordt even aangedaan en voor het eerst krijgen we een globaal overzicht van Ráhpaädno
de rivier die we de komende dagen zullen volgen.
De uitzichten zullen alsmaar indrukwekkender worden.
Net voor Spökstenen een mooi uitzicht punt met uitzicht over Rapadalen
met een klein stroompje in de buurt voor het noodzakelijke water.
Aanbevolen bivakplek.
De zijvallei Snávvávágge heeft Pyreneese allures.
Intiem
We houden er onze pauze na de pittige klim.
Prettig hoek om doorheen te lopen.
Het donker gesteente, het wolkenspel, zijn meer geeft het geheel karakter. Ruw maar niet onvriendelijk.
Steile afdaling om nog hoog boven de rivier op een plateau onze tenten op te zetten.
In de buurt een klein stroompje om het zweet wat af te vegen.
Klassiek leest Tejo en loop zelf wat rond om foto’s te maken.
De uitzichten mogen er zijn.
Beneden, net boven de boomgrens staat een Unna van Hilleberg.
De eigenaar zullen we later nog een keer tegen komen wanneer we op Skierffe staan.

Dag 6:
het oerbos en zijn bewoners

De herfst hangt al duidelijk in de lucht.
De berkenbomen beneden in het dal kleuren geel en heel wat bladeren beginnen hun greep te verliezen.
Volop paddenstoelen langs de kant.
Een heel ruige afdaling naar beneden.
De lage wolkenpartijen maakt de sfeer bijzonder.
Dreigend en ruw.
Vanaf boven zien we een eland de oversteek van Biellorieppávrre maken.
Water tot op schofthoogte.
We duiken het bos en dat voor de komende dagen.
Nog nooit zal ik zo lang door eenzelfde vallei gelopen.
Het vage pad durft af en toe wel eens spoorloos te zijn of er ontstaat een nieuw spoor.
Zeker bij oversteek van een van de beken is het vervolg niet altijd duidelijk.
Een vluchtige ontmoeting met een eland die zich snel uit de voeten maakt.
We maken kennis met de buurman die gisterenavond diep onder ons zijn tent had opgeslagen.
Draagt een hele voorraad rendiergeweien mee.
We passen de etappe indeling aan die Sander van der Werf voorstelt en lopen wat meer richting col tussen Alep Spádnek en Lulep Spádnek
om in de avond deze laatste te beklimmen en stranden op een mooie plek op enkele meters boven de rivier waar we ons kamp maken. Over het algemeen zijn goede bivakplekken niet ruim bezaaid en zeker groepen met enkele tenten zullen moeite hebben om in elkaars omgeving te staan.
Er was wat twijfel hoe doordringbaar dit bos is maar al bij al vielen de schermutselingen in onze weg naar boven mee.
Van bovenaf zien we dat er ook een planken pad loopt, iets hoger tegen de helling.
Wat betekent dat er verschillende sporen lopen door deze vallei.

Dag 7:
Geen man over boord maar het was nipt.

Een dag die in teken zal staan van een klim naar de Nammásj, de tweede top op onze route.
Eer het zo ver is ploeteren we verder langs de stroom die ons geregeld trakteert op adembenemend uitzichten.
Een enkele keer zien we een ander mens.
Wanneer de Nammásj korter bij komt besluiten we het spoor te verlaten en zetten we de weg verder,
haaks op het spoor richting top.
We komen wat hoger uit dan verwacht en besluiten de rugzakken achter te laten op de flank van de berg.
Diep onder ons is het rijstveld NW van de berg erg druk bevolkt met rendieren
en enigszins geïsoleerd van de anderen loopt er een eland met jong.
Draperen een dun boompje met een purper vuilniszak hoog in de top.
In de hoop dat dit een baken is om ons gerief terug te vinden op deze beboste helling.
Een idee van Tejo dat later goud waard blijkt te zijn.
De gps wordt in “man over boord” modus gezet en in principe kunnen we later met hulp van de satellieten via dezelfde weg terugkeren op onze stappen.
De Nammásj gaf wat beloofd door zijn geïsoleerde ligging tov de omgeving.
Ergens is een fout geslopen in de instelling van de GPS
zodat we op eigen houtje onze rugzakken terug moesten vinden op deze beboste helling.
Het heeft er toch wat om gespannen want we geraken de weg wat kwijt.
Een geluk dat we de tijd hebben genomen om de dierentuin op de open vlakte te bestuderen
zodat we uit onze herinnering toch een visueel beeld op konden roepen
en dan was het lopen tot dat beeld wat overeen kwam met de realiteit.
Het is het Elio Di Rupo strikje in de vorm van een geknoopte vuilniszak dat uiteindelijk onze aandacht trekt
als we toch al een tijdje op zoek zijn naar de open plek waar ons gerief ligt.
Het geploeter levert wel een eerste beren stront op.
Ik kan me amper voorstellen dat zo’n beest op zijn poten kan blijven staan van wat bessen.
We dalen door een relatief dicht begroeid bos af naar de vlakte en lopen naar de uitstroom van de beek die uit het moeras komt.
Komen al snel tot de conclusie dat het water stinkt en waarschijnlijk ondrinkbaar
lopen door naar de beek die van de Niehter af komt.
Zoeken in het bos een relatief vlakke plek vinden naast het water.
Standaard spoel ik mijn sokken en schoenen uit, was mijn voeten.
Nog een snel kattenwasje om mij dan comfortabel droog en warm te kleden.
Veel wildsporen te zien in dit bos. Deze nacht geregeld beweging gehoord rond de tent.
We zitten beschut tussen de bomen maar aan het geluid te horen waait er boven een stevige wind.

Dag8:
Een afscheid van Europees Alaska met vuurwerk.

Een dag die zijn hoogtepunt kreeg met een beklimming van de skierffe.
Een wat langere klim door het bos, zig zaggend omhoog wat zoekend naar een doorgang met de minste hinder.
Tot boven de boomgrens waar een pauze werd gehouden met een terugblik op de voorbije dagen.
Het vervolg was een heel geleidelijke klim langs de flank met op plaatsen een duidelijk spoor.
Waarschijnlijk van volk dat de doorsteek van Rapadalen langs boven doet.
Relatief veel rendieren in deze hoek.
Op skierffe een man die naar eigen zeggen met hoogtevrees zit opgescheept
en hoe korter bij de rand hoe krampachtiger hij zich gedraagt als hij zichzelf op de foto probeert te zetten.
Biedt hem aan om er een paar te maken vanop grotere afstand.
Verrast hoe keurig hij in het pak zit, niet het minste spatje vuil op zijn kleren.
Heeft geen rugzak bij maar die kan hij ergens bij de col achter hebben gelaten.
Zijn plan is om af te dalen vanwaar wij komen voor een overnachting om dan verder door te trekken.
We komen nog een oude bekende tegen.
De man met zijn Unna tentje die nog meer geweien mee heeft.
Vraagt zich hardop af of hij het grote exemplaar mee mag nemen op het vliegtuig.
We weten het antwoord ook niet.
Hij had er gisteren een stormachtige nacht opzitten vertelde hij.
Een bivak ergens in de buurt van Ridok (978m)
Bleven meer dan een uur wat rondhangen op de top. Het wordt tegelijk een afscheid van een monumentale vallei. Ik geef de Nammásj meer punten.
De afdaling naar Aktse werd ingezet.
Van bovenaf zagen we een roeibootje Lájtávrre oversteken
wat betekent dat het risico groot is dat we het meer wel drie keer moeten oversteken om ervoor te zorgen dat er langs iedere kant minstens een boot ligt.
Een optie die we weigeren in te calculeren.
In dat geval blijven we langs deze kant overnachten of proberen met net te weinig geld in onze zakken nog iets te regelen om met de motorboot over te steken.
Als we later zien dat het bootje terugkeert met een bootje op sleep
is het eerder lopend dan stappend richting waterlijn.
Hopelijk kan er een deal worden gesloten
Twee Duitsers , vader en zoon waren wat blij dat er van onze kant uit het aanbod kwam dat ze vrijgesteld waren van roeien als wij mee in de boot konden.
De jongste zoon wacht hun aan de overkant op.
Gedroegen zich als spel als een verliefd stel op een gondel in Venetië
terwijl de vader een lied begon aan te heffen en zijn dorstige keel smeerde met een schep water uit het meer.
Tejo begon met roeien en ik zou overnemen bij het eerste eilandje.
Lopend kan ik flink tempo maken maar als roeier ben ik waardeloos
zodat uiteindelijk Tejo terug over neemt en heel de rit voor zijn rekening neemt.
53 minuten doet hij erover.
Je zou de Sami kunnen verdenken dat ze bewust de roeiboot voorzien van waardeloze roeispanen om meer betalend vervoer te kunnen regelen.
Bij Laitaure staat er wat accommodatie in de vorm van een paar wc’s een schuilhutje en een hok voor het achterlaten van afval.
Enkele dikbuikige bierdrinkende Duitsers hebben hun tent opgesteld vlak bij het meer.
Zelf zetten we ons iets verder in het bos.
Net als de vorige dagen hoopten we op noorderlicht.
Alleen het op tijd wakker worden was een probleem.
Om een uur werd ik wakker en in een eerste blik zag ik bij het naar buiten kijken niets bijzonders.
Toch maar opgestaan tot er boven mijn hoofd een vreemd lichtfenomeen begon of te spelen dat ik niet zo direct in verband bracht met het Noorderlicht,
gewoon omdat het zo’n geconcentreerd bijna cirkelvormige vorm had waarin veel beweging van licht zat,
waarna heel de hemel begon op te lichten.
Later kreeg ik te horen dat dit waarschijnlijk pulserend noorderlicht zou kunnen zijn.
Met open mond naar dit voor mij nieuwe verschijnsel gekeken
al zit er vaag in mijn herinnering als kind een moment dat ook bij ons dit verschijnsel waargenomen kon worden.

Dag 9:
De zoektocht naar nieuwe doelen.

Ik mag de Duitsers als lui en vadsig hebben gequoteerd maar ze gaven ons wel het nakijken toen ik ze al gepakt voorbij zag stappen terwijl we zelf nog in onze slaapzak lagen.
Heel vroeg in de ochtend was ik naar het meer gelopen dat door de mist bij opkomende zon in een heel mystieke sfeer was gehuld.
De Duitsers lagen toen nog hoorbaar te snurken.
Het had gevroren deze nacht en ik had een plastiek vuilniszak in mijn slaapzak gestoken
die halverwege mijn bovenbenen kwam.
Net hoog genoeg om condens te vermijden aan het voeteinde.
Het was een dag waar we beiden een beetje de focus kwijt waren.
Twee stapdagen van het einde met nog een paar dagen extra op overschot.
Nog niet heel duidelijk hoe we onze tocht af zouden ronden.
Wat meer volk op de Kungsleden zodat we ons wat vrolijk maakten door allerhande commentaar te geven vanaf de zijkant tijdens onze pauzes.
Beetje als Statler and Waldorf in de muppet show.
Genoeg zelfspot en relativering over onszelf om het toe te laten.
Een heer op leeftijd gezien die een hogere vorm van wandelen beheerst en eerder schrijdt dan wandelt over het pad.
Bij de onbemande hut Jågge nemen we een korte pauze om kort daarna een zij dal oostelijk van Favnoajvve in te trekken.
Volgen de beek Jåkkejågåsj zo lang mogelijk tot de plek waar er nog voldoende debiet is om onze drinkwatervoorraad aan te vullen.
Overnachting in een vrij neutrale omgeving zonder uitgesproken toppen.
Ondanks het natuurgeweld van de laatste dagen kan ik het erg waarderen.
Bewolking en dus geen noorderlicht.

Dag 10:
Afzien wordt beloond met een onverwacht geschenk

We hebben ons een uitdaging opgelegd door vandaag naar het uitzicht punt bij Bågevárásj te gaan
om zo langs de zuidflank naar de delta te kijken.
Volgens Sander van der Werf een uitstekende bivakplek.
We voelen ons kleine mensjes in een groot kader als we in noordelijk richting Vájggántjåhkkå trekken.
Sombere dag met wind en regen.
De wolken hangen laag.
We nemen ons voor om terug, zo kort bij het eind terug wat rendiergeweien te verzamelen
maar voorlopig is er niets te vinden.
Achteraf gezien is het is niet de meest korte route als we het dal blijven volgen
om dan noord oostelijk naar de col te gaan in het verlengde van Bågevárásj.
We sukkelen verder in een landschap dat langzaam terug door wolken wordt ingepalmd.
Op ongeveer een uur loopafstand van de plek waar we willen stranden zien we dat er weer een slecht weer front staat aan te komen en het uitzicht in mist is gehuld.
Hebben amper een pauze genomen omdat stil zitten toch niet aangenaam was.
We houden het voor bekeken en keren terug en laten het uitzicht voor wat het was.
Lopen iets hoger tegen de flank van Vájggántjåhkkå terug naar het meertje Vájggánjávrátja waar we onze tent op zullen slaan. Onderweg vinden we het grootste gewei tot nu toe.
Ondanks het gewicht nemen we het mee. Het heeft gelijk al een bestemming.
Geen een moment op onze tocht hebben we iemand met een dergelijk groot gewei zien lopen.
Indrukwekkend.
We vinden een goede bivakplek op een heuveltje tussen de twee meertjes.
Krijgen nog wat schaarse zonnestralen maar het wordt een nacht met wind en regen.

Dag 11:
Een slot in stijl.

Het lijkt alsof we in tussentijd Sarek ademen
wanneer in de ochtend een rendier met kalf relatief kort bij de tenten polshoogte komt nemen.
Zo een met het landschap dat we erin op gaan.
Twee uur na ons vertrek stonden we op de top van Stuor Jierttá
een plek die omwille van het gure weer maar kort werd bezocht.
De toppen in het noorden ogen erg ongastvrij.
In tussentijd nog wat geweien verzameld tot een stop werd ingesteld.
Ongebaand naar beneden om de zwarte stippen op de kaart bij Pårek van kortbij te bekijken.
In mijn fantasie een authentieke Samen vestiging maar in realiteit lijken het eerder losstaande huisjes zonder al te veel verbinding met elkaar.
Toch staan er enkele meer authentieke huisjes tussen gemaakt uit lange stokken in piramide vorm en bekleed met aarde en beplanting.
We zoeken eigenwijs onze weg naar het meer Boarekjávrre maar zijn al lang blij wanneer we het pad kruisen dat in oostelijke richting verder gaat.
Anders waren we nog lang niet thuis geweest
Het laatste stuk ongebaand is achter de rug.
Terug planken op de meest natte delen.
De tent wordt opgesteld aan de zuidkant van het meer en geeft een ruime kijk op de hogere toppen.
Toppen die de voorbije dagen zich als echte wolkenvangers hebben gedragen
en ons meestal uit de zon en in de schaduw hebben gezet.
We lijken intussen aan hun invloed ontsnapt en de zon laat zich geregeld zien.
Voor het eerst kunnen we, zij het met enkele onderbrekingen een lijn met thuis leggen.
Aan de andere kant van de lijn wordt er enthousiast gereageerd op het bericht dat we paar rendiergeweien mee brengen.
Blijkt dat dit attribuut op dit moment erg in de mode is om binnen interieur en bloemsierkunst te verwerken.
Jammer dat ik dat zo laat wist anders hadden we geen moratorium ingesteld. Twijfelachtig of we op dat laatste iets drukker belopen stuk nog iets kunnen gaan rapen.
‘s nachts trok de hemel terug dicht.

Dag 12:
Met finish in Kvikkjokk

Onze laatste dag.
We zijn vroeg op en kunnen onder een opkomende zon ontbijten.
Het is met een temperatuur van 10°C zacht voor de tijd van het jaar.
Als de zon ons bereikt is het alsof we in een gouden omgeving zitten.
Wat zijn berkenbomen toch dankbare bomen.
Twee Waalse broeders tegen gekomen.
Vanop afstand te zien dat minstens een van de twee met lichtgewicht materiaal rondloopt.
Een Ula Epic draagstel en beiden dragen trailrunners aan de voeten.
Wisselen wat ervaringen uit over de gelopen route.
Ze hadden er al een 10 daagse opzitten vanaf Ritsem en na een bevoorrading in Kvikkjokk ging het richting Saltoloukta fällstation. Geroemd om zijn restaurant volgens een van de twee.
Zijn vol lof over het plateau Luohttoláhko.
Als een harmonica komen we elkaar geregeld tegen onderweg naar Kvikkjokk.
Eenmaal het loofwoud achter ons gelaten en terug op de Kungsleden was het vrij eentonig stappen
na alle geweld van de voorbije dagen.
De berghut van Kvikkjokk zag er gezellig uit, winkeltje met buitensport voeding.
We lopen naar de camping of wat ervoor moet doorgaan want veel stelt het hier niet voor.
Wat een mistroostige omgeving om in te verblijven.
De beheerder komt heel lethargisch over en sleept zich volgens mij doorheen de dag.
Misschien ziet in die negatieve sfeer het weer er voor iets tussen.
We huren voor een nacht een chalet. 360 kronen
Nog snel naar een winkeltje annex café wat verderop in de straat. Drie meter op drie meter, groter is het niet. Hoogstens wat drank en versnaperingen.
Daar wordt een mens ook niet vrolijk van.
Het moet dodelijk zijn om in dit gat je leven door te brengen.

Dag 13:

De reis naar huis de volgende dag zal 36 uren duren.
We moeten de bus van 5u30 hebben.
Die gaat eerst naar Jokkemokk waar we ons een 6 tal uren moeten bezig houden.
Wel een erg moderne bus want je kan met betaalkaart betalen als je wil.
Op het laatse stuk wordt wat schoolgaande jeugd opgepikt.
Blijkbaar dierendag of iets dergelijks want verschillende meisjes hebben hun hond bij.
Gaan paar koffies drinken. Voor mij voor het eerst sinds onze start.
Kopen een gebakje.
Bezoeken wat winkeltjes met artisanaal materiaal,
doen inkopen voor de middag en de avond.
Komen er wat laat achter dat er hier een museum is.
Van Jokkemokk met de bus naar Älvsbyn.
Onderweg vertraagt de buschauffeur even voor de watervallen van Storforsen.
De wereld is klein in het grote Sarek want in tussentijd zijn we de vader met zijn zonen opnieuw tegen gekomen
en delen samen het treincompartiment.
Ze moeten richting München en zullen nog een dag langer onderweg zijn.
Om wat voor reden ook nemen ze in Stockholm niet het vliegtuig maar moeten nog eens voor een nacht de boot op.
We drinken op de trein nu wel als afsluiter een schreeuwend duur blik Sarek bier.
Uren te vroeg op de luchthaven van Bromma.
Vraag aan iemand van het veiligheidspersoneel of de geweien als handbagage mee kunnen.
Hij roept er zijn baas bij die eens moet lachen met de vraag en knikt bevestigend.
In België is het nog enkele dagen hoog zomer wanneer het kwik met de dertig graden zit te flirten als ik in Zaventem land.
Van de zomer naar de herfst en weer terug.
Ik begin de warme kleuren van ginder alweer te missen.
Scandinavië, ze gaan me er zeker nog terug zien.
Nog heerlijk lange dagen terwijl de muggen grotendeels ingedommeld zijn.
Daar zijn nog een paar valleien die verkend moeten worden.

Foto's

Praktisch:
Vliegen op Stockholm Bromma met brusselsairlines

Met flygbussarna naar het centrum

Planning van trein en bus:
www.sj.se
Alle tickets kunnen op voorhand worden besteld.
Je krijgt ze binnen via mail die je verder af kan printen.

Kaart:
Fjällkartan 1:100000
BD10 Sareks nationalpark


10 opmerkingen:

  1. Looks like you had a great time, and that the weather was very good! Great TR!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik riek zo de herfst door mijn neusgaten bij het lezen van je verslag. Wederom ook weer mooie beelden. Hangt het gewei al in de living aan de muur? Straf dat ge dat kolos probleemloos mee kreeg.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Weer een ferm verslag!
    En dat teaserfilmpje vorige week deed me er echt naar uitkijken.

    blijf ze hiken/maken!
    groeten

    Dominique


    BeantwoordenVerwijderen
  4. Altijd leuk om jouw verslagen te lezen. Erg mooie foto's.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik heb er ook weer van genoten!
    En wat lees ik daar Ivo? Pyreneeënoversteek? :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @ Hendrik,
    it was..
    pity that my english is not so good otherwise I would certainly translate some articles.

    Aan de anderen, bedankt voor de complimenten. Nee, dat groot gewei ging in het ruim maar het waren de kleintjes. Het hangt hier niet in huis maar als relikwie in Tejo's schuur. Die Pyreneeën...dat zal vermoedelijk pas voor over twee jaar zijn (als ik dat op het werk geregeld krijg. juli-augustus zal onmogelijk zijn. Hoe meer ik opschuif links en rechts van die maanden maakt de kans groter maar de uitdaging is zo al groot genoeg. Ik ben er nog niet uit waar de grens ligt)

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Wow, the hiking world is small. We were hiking from the south along the kungsleden when we saw you at Laitaure. It was evening and you were already in the camp.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Strange! Ik had dit verslag nog niet gelezen. Prachtig met zeer mooie foto's. Waar kan ik eigenlijk via email subscriben?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Steve,
      volgens mij moet dat lukken als je je inschrijft als volger of lid maakt.
      Zie hiervoor in de zijbalk.
      Op naar Sarek in de winter.
      Zowat in jouw voetsporen.
      Bedankt voor het compliment

      Verwijderen
  9. De beklimming naar de top van de Nammásj lijkt me wel een topper! Ik ben nu wat aan het uitstippelen op de kaart en deze lijkt me wel goed te doen.

    BeantwoordenVerwijderen