dinsdag 17 december 2013

Zelfbouw van een wintertent


Het buitenzeil is klaar, tijd voor wat beschouwingen.
Gepoogd om een bestaande tent na te bouwen.
Mijn oog was op een Soulo van Hilleberg gevallen.
Ik heb ze een fractie vergroot.
Lengte: 240 cm
Hoogte: 110 cm
Breedte aan hoofd en voeteinde: 73 cm
Breedte in het midden: 173 cm
Het was een grote hulp dat ik mij kon baseren op het origineel om zo inzicht op te doen over de opbouw.
Toch was ik er nog niet omdat Hilleberg materiaal gebruikt dat ik niet kon vinden bij mijn standaard leverancier.
Links en rechts eens gepolst naar gedachten van anderen zoals op Backpackinglight.
Het heeft me niet echt op weg geholpen buiten wat waarschuwingen.
Het werd een lange aanloop om tot resultaat te komen. Een houten mal op ware grootte om zo de verschillende panden te kunnen bepalen waaruit zo'n tent is opgebouwd.
De berekening van de curve is gebaseerd op een programmaatje op Backpackinglight waar de catenary curve berekend kan worden.
Een dergelijke curve is dikwijls een wezenlijk element bij het ontwerpen van tentzeilen.
Het viel me bij het maken op dat Hilleberg zijn maat van de Soulo heel vermoedelijk heeft aangepast aan de standaard breedte van Silnylonstof.
Al bij al verschillen de panden waaruit een Soulo is opgebouwd niet zoveel van elkaar.
Uiteindelijk koos ik voor Ripstop Nylon tent fabric silicone coated, 65 g/sqm, 2nd choice (Product no.: 70772)
Lees: dat ik het zeil snel zal moeten behandelen omwille van zijn belabberde waterkolom hoewel dat in het diepst van de winter niet zo direct een probleem zal vormen
Voor de sleuven die de stokken moet leiden koos ik voor Groundsheet Nylon, PU-coated, 120 g/sqm (Product no.: 40216)
Het leek het meest op het materiaal dat Hilleberg gebruikt.
Lang zitten twijfelen of de PU coating langs buiten of langs binnen moet komen.
Uiteindelijk voor binnen gekozen omdat uit ervaring ik al heb opgemerkt dat PU coating soms erg vlug degradeert.
Dat zou een slordig zicht geven.
Een touwtje houdt de breedte van de shelter constant op 173 cm maar omwille van de steile curve die de centrale boog moet maken moet dit tijdelijk worden gelost omdat de stok anders heel moeilijk door de sleuf schuift.
Tegelijk spaart deze handeling de stok een beetje die toch zo stilaan tegen zijn grens lijkt te komen.
Voor de stokken koos ik de DAC Featherlite NSL segmenten van 9mm met bijhorende clips (Product no.: 71301)
Voor de schoenen waar de stokken op steunen gebruikte ik de zware PU gecoated Cordura, 1000den, van 350g/qm (Product no.: 40208).
Dubbel uitgevoerd aan de voet zoals hilleberg dat ook doet
De clips hing ik op aan dezelfde cordura. Maakte een mal om de stof daarna met een soldeerbout uit te snijden. Ik hoop dat de losse draden waaruit cordura is opgebouwd door de hitte genoeg met elkaar versmolten worden om niet te gaan rafelen. Door voor PU-coating te kiezen hoop ik dat dit een extra versteviging geeft om het weefsel samen te houden.
Erg omslachtige manier van werken maar ik hoop dat de kracht op het zeil beter wordt verdeelt dan dat dit enkel lokaal gebeurt wanneer de clips met band op het zeil worden genaaid.
Alternatief dat overwogen zou kunnen worden is bv TPU coated nylon of gewoon de clips met webbing op het zeil naaien om daaroverheen nog een extra webbing over de naad om zo een deel van de belasting op te vangen.
De clips staan op 21 cm van elkaar.
Kleefde de Featherlite stokken met duck tape aan elkaar met uitzondering van de laatste stok die verkort moest worden.
Dan was het een kwestie van proberen en blijven proberen tot de stokken de juiste lengte hadden.
Toch ontstaat er flink wat stress op het zeil. Zeker bij de top staat er zoveel kracht op de stiksels dat het, moest er geen 'paraplu' zijn het er -onbehandeld- zeker zou lekken.
De paraplu bij Hilleberg wordt heel stevig bevestigd. Ik koos voor een iets lichtere uitvoering door linelock's te gebruiken om het zeiltje af te spannen.
Nu nadenken hoe ik de binnentent af ga werken.
Voor de liefhebbers van cijfers:
de tentstokken wegen samen 600gr terwijl het zeil (zonder haringen of lijnen) 914 gr weegt.
Hopelijk krijgen we nog eens heel zwaar weer om hem te kunnen testen.
Ik kan midden maart beter goed uitgerust aan de start verschijnen.
Nog wat bijkomende foto's





woensdag 27 november 2013

Doelen stellen


Wat doet een mens als hij statistisch gewijs al een stukje over de helft is van zijn aards bestaan?
Af en toe maakt hij de balans op van wat is geweest.
Een andere keer denkt hij dat er nog iets gerealiseerd moet worden binnen het leven.
Doelen stellen noemen ze dat.
Een gelukkig mens dat ik op een plek woon waar dat doel verder reikt
dan dat de volgende dag genoeg eten wordt vergaard om te blijven bestaan.
Laatst gaan supporteren voor mijn schoonzoon Roel die zijn eerste marathon heeft gelopen.
Normaal ging mijn dochter Marjan er ook voor gaan.
Helaas, de knieën beslisten halverwege het jaar anders.
Het is me wat, de geest en zijn omhulsel waarin hij huist.
Een reparatie van dat huis in het land van Obamacare kost meer dan een rib.
Onnodige risico's neem je dan niet.



Volgend jaar gaat ze -wat zachter- haar lichaam nog eens aansporen.
Wie weet roepen we ze dan alle twee tot over de streep.
Ik heb tienduizenden mensen zien passeren.
Op twee benen, of zonder, maar dan werd er gerold.
Met goeie ogen maar ook ogen die alleen maar zwart zagen.
Die dag had iedereen zijn roeping.
Ook de oudste deelneemster van de dag.
Het werd haar laatste reis.
Zou ze het zich beklagen?
De aankomst:
grauw en grijs verschenen velen aan de streep.
Met over hun gezicht die wat vreemde witte sluier van opgedroogde zouten.
De blik hol.
Dit (voorlopig) nooit meer moeten velen hebben gedacht.
Halverwege het jaar heb ik tijdens een bezoek,
zij bij ons,
een trainingsdag meegelopen.
Het twintig kilometer programma vlot gehaald.
Het heeft me aan het denken gezet om toch, al was het maar een keer in dit bestaan eens die symbolische afstand te lopen.
In New York, dat moet niet zo nodig.
Ik hoop echt dat haar knieën het zullen houden.
Ben ik geen vervanger,
dan loop ik hem toch gewoon in alle stilte over fietsknooppunten in de Antwerpse Kempen.

maandag 25 november 2013

Maak je eigen sil-nylon opbergzak


Blijkbaar een onderwerp dat aanspreekt.
Een eerder artikel over dit onderwerp wordt geregeld aangeklikt.
Recent een workshop moeten geven over zelfbouw van buitensport materiaal.
In de voorbereiding de tijd genomen om een kort filmpje te maken om de techniek
(om een zwaar woord te gebruiken want eigenlijk 'poep simpel') te tonen.



Maakt het gelijk wat duidelijker dan de paar vage foto's uit het eerste artikel.
Nee, ik was niet zenuwachtig bezig maar om het vooruit te laten gaan laat ik het versneld afspelen.
Tegelijk is er ook een kleine verbetering aangebracht door de plaats waar het touwtje verschijnt te verstevigen
want de verlijming had daar de neiging op de duur los te komen.
Hier uitgevoerd met 30D silnylon.
Variaties zijn te bedenken door evt een rolsluiting toe te passen die gesloten kan worden met een gesp.
Zie bv de dry bags van Seatosummit.
Als je een vlakke bodem belangrijk vindt kan je de zak "twee oren aannaaien" en ze naar binnen werken.
Als je de techniek op een nog hoger peil wil brengen en je gaat voor een echt waterdichte stevige
zak zou je uit kunnen wijken naar TPU gecoat nylon zoals toegepast bij de "Big River Dry Bag"
Extremtextil heeft deze stof ook in zijn assortiment zitten.
Een uitgewerkt voorbeeld (met een iets ander patroon) is te vinden op
http://questoutfitters.com
Er wordt een huishoudstrijkijzer gebruikt of je wijkt uit naar een mini-strijkijzer voor het echte priegelwerk.
Zelf heb ik echter nog geen ervaring met dit materiaal.

zondag 20 oktober 2013

Winterprojecten: deel 1 variant op een bestaand thema


Mijn bestelling voor de wintertent -een soulo copy- is al een tijdje binnen.
Na rijp beraad met mezelf kom ik tot de conclusie dat de stof die ik heb gekocht veel te teer is voor een wintertent.
Hilleberg kiest 40 denier ripstop silnylon voor zijn Soulo.
Ongeveer 60 gr/m2
De 40gr/m2 stof die ik had gekocht is 20 denier ripstop silnylon
Hierbij is denier de massa in gram van 9000 m draad.
Hilleberg heeft recent zijn tenten opgedeeld in drie categorieën.
Op kleur en de daarbij horende 20 30 of 40 denier stof
Ik plaats een nieuwe bestelling bij extremtexil en ga resoluut voor de 65 gr/m2 stof kiezen.
Hiervoor gebruiken ze 45 den ripstop.
In tussentijd heb ik niet stil gezeten en heb het grootste deel van de stof gebruikt om een nieuwe trailstar-copy te maken.
De ander is de deur uit.
Ik was namelijk niet erg tevreden over de grote opening aan de basis omdat ik daar ook een catenary curve van 5 cm had toegepast.
Niet nodig omdat door de rek op de vijf ribben er vanzelf een kleine curve ontstaat.
Ook de koepel kon iets lichter worden uitgevoerd.
Beide punten zijn nu aangepakt.
De trailstar al eens voor het eerst opgesteld voor dat ik hem definitief afwerk in de kleine details zoals afknippen van de draden, sealen van de naden ed.
Voor het moment komt hij zoals nu opgesteld op 490 gram.
De stof ziet er in werkelijkheid wat donkerder uit dan de foto doet geloven.
De afspanpunten zijn versterkt en opnieuw is siliconen gebruikt als lijm.
Deze keer heb ik de stroken niet extra vastgenaaid zoals ik eerder wel deed.
Het viel me wel op dat deze tentstof iets vettiger aanvoelt en ik heb de indruk dat de siliconen iets minder goed hecht dan de bruine thru-hiker stof van een eerder ontwerp.
Benieuwd hoe een en ander zich zal gedragen.
Nu ik terug een trailstar in huis heb is het tijd voor het volgende project.
Bij wijze van grote uitzondering een bestelling.
Er wordt vanaf morgen een begin gemaakt van een trailstar binnentent zoals ookworks ze maakt.
Volledig uit gaas met uitzondering van de opening waar een strook silnylon de inkijk verhinderd en een extra beschutting geeft bij regenweer zoals de bestelbon vermeldt.
Het heeft wat voeten in de aarde gehad eer ik de maat had bepaald van de vijf panelen waar deze is uit opgebouwd.

maandag 30 september 2013

Winter projecten


De dagen kort en de avonden lang.
Ik heb een paar projecten op stapel staan om de komende maanden vlot door te komen.
Zo overweldigd geweest door Sarek en eerder al gefascineerd zitten kijken naar foto's van winterse tochten in dit gebied.
Om er een te noemen:
dat ik besloten heb om mij eens een dubbele uitdaging voor te schotelen.
In uitdaging één zie ik mij volgende jaar door de grote centrale vallei van Sarek lopen.
Na al die "eendaks" shelters die ik de laatste maanden heb gemaakt wordt het met uitdaging één in het achterhoofd
tijd voor de bouw van een echte wintertent.
Tunneltenten worden geroemd voor hun stabiliteit als ze met hun kop of kont tegen de wind staan
De oude nallo 3 die ik heb is echter te groot en te zwaar.
De akto zou kunnen volstaan maar heeft toch wat beperkingen als het er echt om gaat spannen.
Het had een kleine tunneltent kunnen zijn maar het zou "voor de verandering" een vrijstaande koepel worden.
Die "vrijstaande" is een leugen. Iedere tent zal afgespannen moeten worden.
De keuze is gevallen op een kopie van een Soulo uit de Hilleberg familie.
Hopelijk bijt ik er mij door de complexiteit niet op stuk.
Tal van details moeten nog concreet worden gemaakt terwijl een eerste foutje al is gemaakt.
Hij zou wat hoger en iets langer worden.
Een foto op www.outdoor-magazin.com gevonden die de binnenmaten weergeeft.


In de hoogte heb ik er 5cm bijgeteld.
Kom nu aan 110 cm hoogte
De lengte in de binnentent moet toch minstens 230 cm zijn.
Met wat marge tov de buitentent: reken ik op een kleine 250 cm
Er werd eerst een 1 op 1 mal worden gemaakt die als basis dient om het patroon te kunnen maken.


Benodigdheden: PU-lijm, schroeven en genoeg pan- en tengel latten


Een catenary curve voor een vloeiende boog
Eerst maakte ik de drie bogen om die daarna in elkaar te "vlechten".


De omtrek wordt afgespannen met plastiek folie,
afgetekend en uitgeknipt.


Het begin is gemaakt.
En na de "Soulo kopie"?
Een echte winterslaapzak met minstens 1kg van de beste dons.
Maar helaas is momenteel Ateliers de Lastour
door zijn voorraad heen.
Mooie ontwerpen tegen gekomen van houten pulka's met epoxy bekleding.
Dat zal waarschijnlijk niet verder af geraken dan een imaginair beeld in het hoofd.
Mijn goed passende G1000 broek is compleet versleten.
Wat zou het een goed idee zijn om hem te ontmantelen als patroon voor een nieuw model.
In een donkere kleur graag...
Tussendoor loopt er nog een bestelling en ook de eigen 'trailstar-copie' moet wat worden bijgeschaafd.
Ze zijn thuis gewaarschuwd.
Het huis wordt ingepalmd.

zondag 15 september 2013

Sporen tussen de seizoenen: Van de zomer in de herfst (en weer terug)


Twaalfdaagse trektocht door Sarek

Periode: 22/8/13-4/9/13

Het blikveld wordt verruimd en verbreed.
Gewoon geweest om door de relatief smalle dalen van de Pyreneeën te lopen-waar Ordesa misschien een uitzondering op vormt.
Verkennende tochten gepland om om te gaan met de nattigheid.
Een soort generale repetitie in Schotland in het begin van het jaar.
De beslissing leek onafwendbaar.
Dit jaar een eerste verkenning van Sarek.
Familiebanden maakten dat we met twee gingen.
Met schoonbroer Tejo wist ik wie ik in huis haalde en wat ik mocht verwachten.
Al eens samen een tocht gelopen.
Een vereiste was dat we qua bepakking ieder er zijn eigen stijl op na zouden houden.
Op die manier kan ik mijn eigen systeem verder uitdiepen in functie van toekomstige tochten.
Een van de komende jaren hoop ik de Pyreneeën over te steken op een vrij sober dieet
waar een minimum aan brandstof voor nodig is. Eens zien hoe dat verteerd wordt.
In de voorbereiding altijd even zoeken om het openbaar vervoer te doorgronden.
We baseren ons op een beschreven tocht van Sander van der werf in het boek “Trekking in Zweden”
maar zoals gewoonlijk probeer ik toch wat eigen accenten te leggen.
Door de schrijver wordt “Dwars door Sarek en Stora Sjöfallet” beschouwd als misschien wel de mooiste tocht uit zijn boek.
Het schept verwachtingen.
Gaan ze ook worden ingelost?
Er zit een risico in. Een mens zou vergeten om het kleine ook te zien.
Nog verrast kunnen worden door wat zich in de eigen straat afspeelt.
Een hele uitleg en nog geen regel over onderweg.
Het zat in mijn hoofd dat de temperatuur wel eens flink zou kunnen zakken zo tegen het eind van de zomer maar de weerberichten gaven wat de lange termijn betreft relatief milde temperaturen.
Het deed me besluiten om de winterhandschoenen thuis te laten.
Nog even over het materiaal, dan zijn we weg.
Een nieuw statief , de Sirui t-025 gaat mee, lang nagedacht over het type.
Ik hoop op noorderlicht.
We vliegen van Zaventem naar Stockholm.
Rugzakken in de lockers van het busstation achter gelaten.
Enkele uren tijd om Stockholm te verkennen en gas te zoeken voor Tejo.
Zelf kook ik op Esbit.
Wat geïrriteerd dat de spanbanden op mijn rugzak dreigen los te komen van het frame omdat ik uit luiheid verzuimd heb de aanhechting te verstevigen.
Trakteren onszelf een paar keer op een koffie en gaan met minder dan 400 kronen op zak de wereld van asfalt en beton achter ons laten.
Net niet genoeg geld om de boot te betalen zodat we zo goed als zeker over Laitaure zullen moeten roeien.

Onze coupé in de slaaptrein is met vijf personen goed gevuld.
Krap maar goed genoeg en we sparen een overnachting uit.
Slapen doen we in de nok. Het heeft het voordeel dat de slaapbank al is open geplooid. In de restauratiewagen wordt er Sarek bier verkocht. Die marketing jongens toch…

Dag 1:
Een tussenstop in Stora Sjöfallets nationalpark

Tegen de ochtend verhuizen we naar de zitplaatsen waar er meer ruimte was om op ons gemak te ontbijten.
We rijden vooral door naaldbossen.
Vanaf Gällivare gaat het met bus 93 richting Ritsem.
De bus doet ook dienst als postbedeling, goederen vervoer. Geregeld wordt er een korte pauze gehouden.
In Kebnats wordt er op de boot gewacht die een lading rugzaktrekkers vanaf Saltoluokta fjällstation komt afleveren.
Opvallend hoe proper die lui van de boot stappen.
Bij Vietas tijd genoeg voor een koffie.
Bij suorva stappen we als enige uit. De buschauffeur doet nog moeite om uit te leggen hoe we bij de dam geraken.
Het ziet er allemaal wat verwarrend uit.
Alle poorten zijn dicht tot we besluiten zo ver mogelijk naar rechts te lopen tot waar het hek eindigt kort bij de waterlijn van het meer. Genoeg ruimte om langs hier binnen te geraken.
Niet heel duidelijk waar het pad begon eenmaal we het eiland hadden overgestoken tot een stel mannen met rugzak uit het bos kwam en ons zo op de juiste weg zetten. Er zijn wat werkzaamheden bezig.
Nieuwe palen waar later waarschijnlijk draad tegen komt. Geen idee of dat eenmaal het hek geplaatst dit gevolg gaat hebben om op de route te geraken.
Volgens de beschrijving kost het vanaf de parking ongeveer 6,5u om tot Garjep Atjek te geraken.
We zien wel waar we komen.
Er worden door Tejo nog ijdele pogingen ondernomen om de voeten droog te houden.
Het wordt tegen het licht van de geschiedenis die we zullen schrijven een hopeloze zaak.
Later in de klim wordt het spoor al wat vager maar dan zitten we al boven de boomgrens met een ruime terugblik op ons startpunt
Moesten later in Vuosskelvágge nog een kleine correctie uitvoeren om bij Vuosskeljávrre te geraken.
Aan de oostkant stellen we de tent op.
We houden het voor bekeken.
In de verte lonkt Ahkká, de berg die we morgen zullen ronden.
Hoe naïef van mij eer ik kon leven met de ondergrond hier in het noorden.
Waar ik gewoon was om elders een plek te zoeken met mals gras was dit even een mentale bijsturen. Vreemd gegeven dat het een tijdje heeft geduurd. De temperatuur is mild en ik blijf lang genoeg op om de zon te zien verdwijnen achter de horizon.
We leven boven onze stand.

Dag 2:
Door een heel grote rotstuin naar de wachters van Ruohtesvágge

Het wordt een erg winderig begin.
Verrast hoe lang de dagen hier nog zijn zo tegen het eind van de zomer.
Ons oog valt op een veelvraat die zijn weg zoekt tussen de rotsen.
Het lijkt dat hij ons niet heeft opgemerkt.
Dag twee zal gekenmerkt worden door uren stappen door brokken gebied.
Een rotstuin van enige omvang die de nodige aandacht vraagt zeker voor Tejo die het nog niet gewoon is op lage schoenen te lopen.
We ronden Vuosskeljávrre langs rechts om bij zijn uitloop de zuidkant van Garjep Atjek op te zoeken, dan een hoek te maken waarna de Niják ons richtpunt wordt.
Gaan we op zoek naar het kleine meertje onder de schaduw van Alep Gássavárásj.
Alles lijkt duidelijk maar door de gigantische afmetingen van het landschap was het even zoeken om het merengebied te ronden en het meertje te vinden.
We slapen niet bij de top maar zetten ons halverwege de helling.
Onder zonnig weer en met de aanblik op de verschillende gletsjers wordt de tent opgezet.

Dag 3:
Onder de schaduw van de Niják
Het terrein wordt vriendelijker maar ontzettend uitgestrekt.
We steken onze eerste gletsjer rivier over en kijken rechts van ons neer op een drassige vlakte met een grassoort die we later wel meer zouden tegen komen en garant staat voor natte voeten
en eens zover met “alweer een rijstveld” werd verwelkomd.
In een te grote boog rond de Niják als we plots geconfronteerd worden met de Nijákjågasj.
Echter geen straf om hier te lopen
Bij Ruohtesvárásj kwamen we tot de conclusie dat we aan de verkeerde kant van de berg waren beland en een 500 m op moesten schuiven naar het noorden.
In deze oneindigheid eigenlijk een peulschil.
We zien die dag welgeteld een persoon.
Weinig water bij Renvaktarstuga zodat we bivakkeren in de buurt van het stroomgebied van de Lavdaktjåhkkå.
Vandaag ook onze eerste rendieren tegen gekomen.
Tejo die zich al wat ongerust begon te maken dat hij ze niet meer zou kunnen zien
nadat hij op de Hardangervidda op zijn honger is blijven zitten.
En ik maar onder druk gezet om zo’n beest in de verte goed op de plaat te zetten.
Onmogelijk met een kit-lens.
Teleurgesteld om het resultaat kreeg mijn camera van hem het predicaat “waardeloos”
Zijn bij Tejo in het begin nog de schoenen uitgegaan uiteindelijk ging hij over stag
en liet ook hij zijn schoenen vol lopen bij iedere doorsteek.

Dag 4:
Beenworstelen met de gletsjer rivieren

Zoals voorspeld sloeg het weer wat om.
Winderig en kil met wat gemiezer uit de lucht.
Voor het eerst wat drukker eenmaal in de buurt van de schuilhut bij Mikkastugan.
Een koppeltje zit er te koken zodat we niet verder dan de deuropening kwamen.
De gletsjer rivieren tot nu toe waren gemakkelijk over te steken.
Enigszins andere koek werd het toen we voor de Tjågnårisjågåsj kwamen te staan.
Zelfverzekerd en met enige dapperheid, de verhoogde hartslag die toch wat angst verraadde werd er overgestoken.
Een viertal dat uit de richting van Bielajávrátja kwam zocht ook zijn oversteekplaats.
Als echte ramptoeristen liep de video camera om het tafereel op te nemen tot iedereen begon met het wisselen van de schoenen.
Smalende en enigszins hooghartige woorden van onze kant bij het aanschouwen van dit tafereel.
Het was wat zoeken naar een geschikte bivakplaats langs de Bielajahka. Hield me bezig met het maken van wat korte filmpjes.
Na een tijdje kon ik de omgeving waarin we verbleven best waarderen.

Dag 5:
Intimiteit en grandiositeit in een dag

Er staan een paar kortere dagen aan te komen.
Het uitzichtpunt in de buurt wordt even aangedaan en voor het eerst krijgen we een globaal overzicht van Ráhpaädno
de rivier die we de komende dagen zullen volgen.
De uitzichten zullen alsmaar indrukwekkender worden.
Net voor Spökstenen een mooi uitzicht punt met uitzicht over Rapadalen
met een klein stroompje in de buurt voor het noodzakelijke water.
Aanbevolen bivakplek.
De zijvallei Snávvávágge heeft Pyreneese allures.
Intiem
We houden er onze pauze na de pittige klim.
Prettig hoek om doorheen te lopen.
Het donker gesteente, het wolkenspel, zijn meer geeft het geheel karakter. Ruw maar niet onvriendelijk.
Steile afdaling om nog hoog boven de rivier op een plateau onze tenten op te zetten.
In de buurt een klein stroompje om het zweet wat af te vegen.
Klassiek leest Tejo en loop zelf wat rond om foto’s te maken.
De uitzichten mogen er zijn.
Beneden, net boven de boomgrens staat een Unna van Hilleberg.
De eigenaar zullen we later nog een keer tegen komen wanneer we op Skierffe staan.

Dag 6:
het oerbos en zijn bewoners

De herfst hangt al duidelijk in de lucht.
De berkenbomen beneden in het dal kleuren geel en heel wat bladeren beginnen hun greep te verliezen.
Volop paddenstoelen langs de kant.
Een heel ruige afdaling naar beneden.
De lage wolkenpartijen maakt de sfeer bijzonder.
Dreigend en ruw.
Vanaf boven zien we een eland de oversteek van Biellorieppávrre maken.
Water tot op schofthoogte.
We duiken het bos en dat voor de komende dagen.
Nog nooit zal ik zo lang door eenzelfde vallei gelopen.
Het vage pad durft af en toe wel eens spoorloos te zijn of er ontstaat een nieuw spoor.
Zeker bij oversteek van een van de beken is het vervolg niet altijd duidelijk.
Een vluchtige ontmoeting met een eland die zich snel uit de voeten maakt.
We maken kennis met de buurman die gisterenavond diep onder ons zijn tent had opgeslagen.
Draagt een hele voorraad rendiergeweien mee.
We passen de etappe indeling aan die Sander van der Werf voorstelt en lopen wat meer richting col tussen Alep Spádnek en Lulep Spádnek
om in de avond deze laatste te beklimmen en stranden op een mooie plek op enkele meters boven de rivier waar we ons kamp maken. Over het algemeen zijn goede bivakplekken niet ruim bezaaid en zeker groepen met enkele tenten zullen moeite hebben om in elkaars omgeving te staan.
Er was wat twijfel hoe doordringbaar dit bos is maar al bij al vielen de schermutselingen in onze weg naar boven mee.
Van bovenaf zien we dat er ook een planken pad loopt, iets hoger tegen de helling.
Wat betekent dat er verschillende sporen lopen door deze vallei.

Dag 7:
Geen man over boord maar het was nipt.

Een dag die in teken zal staan van een klim naar de Nammásj, de tweede top op onze route.
Eer het zo ver is ploeteren we verder langs de stroom die ons geregeld trakteert op adembenemend uitzichten.
Een enkele keer zien we een ander mens.
Wanneer de Nammásj korter bij komt besluiten we het spoor te verlaten en zetten we de weg verder,
haaks op het spoor richting top.
We komen wat hoger uit dan verwacht en besluiten de rugzakken achter te laten op de flank van de berg.
Diep onder ons is het rijstveld NW van de berg erg druk bevolkt met rendieren
en enigszins geïsoleerd van de anderen loopt er een eland met jong.
Draperen een dun boompje met een purper vuilniszak hoog in de top.
In de hoop dat dit een baken is om ons gerief terug te vinden op deze beboste helling.
Een idee van Tejo dat later goud waard blijkt te zijn.
De gps wordt in “man over boord” modus gezet en in principe kunnen we later met hulp van de satellieten via dezelfde weg terugkeren op onze stappen.
De Nammásj gaf wat beloofd door zijn geïsoleerde ligging tov de omgeving.
Ergens is een fout geslopen in de instelling van de GPS
zodat we op eigen houtje onze rugzakken terug moesten vinden op deze beboste helling.
Het heeft er toch wat om gespannen want we geraken de weg wat kwijt.
Een geluk dat we de tijd hebben genomen om de dierentuin op de open vlakte te bestuderen
zodat we uit onze herinnering toch een visueel beeld op konden roepen
en dan was het lopen tot dat beeld wat overeen kwam met de realiteit.
Het is het Elio Di Rupo strikje in de vorm van een geknoopte vuilniszak dat uiteindelijk onze aandacht trekt
als we toch al een tijdje op zoek zijn naar de open plek waar ons gerief ligt.
Het geploeter levert wel een eerste beren stront op.
Ik kan me amper voorstellen dat zo’n beest op zijn poten kan blijven staan van wat bessen.
We dalen door een relatief dicht begroeid bos af naar de vlakte en lopen naar de uitstroom van de beek die uit het moeras komt.
Komen al snel tot de conclusie dat het water stinkt en waarschijnlijk ondrinkbaar
lopen door naar de beek die van de Niehter af komt.
Zoeken in het bos een relatief vlakke plek vinden naast het water.
Standaard spoel ik mijn sokken en schoenen uit, was mijn voeten.
Nog een snel kattenwasje om mij dan comfortabel droog en warm te kleden.
Veel wildsporen te zien in dit bos. Deze nacht geregeld beweging gehoord rond de tent.
We zitten beschut tussen de bomen maar aan het geluid te horen waait er boven een stevige wind.

Dag8:
Een afscheid van Europees Alaska met vuurwerk.

Een dag die zijn hoogtepunt kreeg met een beklimming van de skierffe.
Een wat langere klim door het bos, zig zaggend omhoog wat zoekend naar een doorgang met de minste hinder.
Tot boven de boomgrens waar een pauze werd gehouden met een terugblik op de voorbije dagen.
Het vervolg was een heel geleidelijke klim langs de flank met op plaatsen een duidelijk spoor.
Waarschijnlijk van volk dat de doorsteek van Rapadalen langs boven doet.
Relatief veel rendieren in deze hoek.
Op skierffe een man die naar eigen zeggen met hoogtevrees zit opgescheept
en hoe korter bij de rand hoe krampachtiger hij zich gedraagt als hij zichzelf op de foto probeert te zetten.
Biedt hem aan om er een paar te maken vanop grotere afstand.
Verrast hoe keurig hij in het pak zit, niet het minste spatje vuil op zijn kleren.
Heeft geen rugzak bij maar die kan hij ergens bij de col achter hebben gelaten.
Zijn plan is om af te dalen vanwaar wij komen voor een overnachting om dan verder door te trekken.
We komen nog een oude bekende tegen.
De man met zijn Unna tentje die nog meer geweien mee heeft.
Vraagt zich hardop af of hij het grote exemplaar mee mag nemen op het vliegtuig.
We weten het antwoord ook niet.
Hij had er gisteren een stormachtige nacht opzitten vertelde hij.
Een bivak ergens in de buurt van Ridok (978m)
Bleven meer dan een uur wat rondhangen op de top. Het wordt tegelijk een afscheid van een monumentale vallei. Ik geef de Nammásj meer punten.
De afdaling naar Aktse werd ingezet.
Van bovenaf zagen we een roeibootje Lájtávrre oversteken
wat betekent dat het risico groot is dat we het meer wel drie keer moeten oversteken om ervoor te zorgen dat er langs iedere kant minstens een boot ligt.
Een optie die we weigeren in te calculeren.
In dat geval blijven we langs deze kant overnachten of proberen met net te weinig geld in onze zakken nog iets te regelen om met de motorboot over te steken.
Als we later zien dat het bootje terugkeert met een bootje op sleep
is het eerder lopend dan stappend richting waterlijn.
Hopelijk kan er een deal worden gesloten
Twee Duitsers , vader en zoon waren wat blij dat er van onze kant uit het aanbod kwam dat ze vrijgesteld waren van roeien als wij mee in de boot konden.
De jongste zoon wacht hun aan de overkant op.
Gedroegen zich als spel als een verliefd stel op een gondel in Venetië
terwijl de vader een lied begon aan te heffen en zijn dorstige keel smeerde met een schep water uit het meer.
Tejo begon met roeien en ik zou overnemen bij het eerste eilandje.
Lopend kan ik flink tempo maken maar als roeier ben ik waardeloos
zodat uiteindelijk Tejo terug over neemt en heel de rit voor zijn rekening neemt.
53 minuten doet hij erover.
Je zou de Sami kunnen verdenken dat ze bewust de roeiboot voorzien van waardeloze roeispanen om meer betalend vervoer te kunnen regelen.
Bij Laitaure staat er wat accommodatie in de vorm van een paar wc’s een schuilhutje en een hok voor het achterlaten van afval.
Enkele dikbuikige bierdrinkende Duitsers hebben hun tent opgesteld vlak bij het meer.
Zelf zetten we ons iets verder in het bos.
Net als de vorige dagen hoopten we op noorderlicht.
Alleen het op tijd wakker worden was een probleem.
Om een uur werd ik wakker en in een eerste blik zag ik bij het naar buiten kijken niets bijzonders.
Toch maar opgestaan tot er boven mijn hoofd een vreemd lichtfenomeen begon of te spelen dat ik niet zo direct in verband bracht met het Noorderlicht,
gewoon omdat het zo’n geconcentreerd bijna cirkelvormige vorm had waarin veel beweging van licht zat,
waarna heel de hemel begon op te lichten.
Later kreeg ik te horen dat dit waarschijnlijk pulserend noorderlicht zou kunnen zijn.
Met open mond naar dit voor mij nieuwe verschijnsel gekeken
al zit er vaag in mijn herinnering als kind een moment dat ook bij ons dit verschijnsel waargenomen kon worden.

Dag 9:
De zoektocht naar nieuwe doelen.

Ik mag de Duitsers als lui en vadsig hebben gequoteerd maar ze gaven ons wel het nakijken toen ik ze al gepakt voorbij zag stappen terwijl we zelf nog in onze slaapzak lagen.
Heel vroeg in de ochtend was ik naar het meer gelopen dat door de mist bij opkomende zon in een heel mystieke sfeer was gehuld.
De Duitsers lagen toen nog hoorbaar te snurken.
Het had gevroren deze nacht en ik had een plastiek vuilniszak in mijn slaapzak gestoken
die halverwege mijn bovenbenen kwam.
Net hoog genoeg om condens te vermijden aan het voeteinde.
Het was een dag waar we beiden een beetje de focus kwijt waren.
Twee stapdagen van het einde met nog een paar dagen extra op overschot.
Nog niet heel duidelijk hoe we onze tocht af zouden ronden.
Wat meer volk op de Kungsleden zodat we ons wat vrolijk maakten door allerhande commentaar te geven vanaf de zijkant tijdens onze pauzes.
Beetje als Statler and Waldorf in de muppet show.
Genoeg zelfspot en relativering over onszelf om het toe te laten.
Een heer op leeftijd gezien die een hogere vorm van wandelen beheerst en eerder schrijdt dan wandelt over het pad.
Bij de onbemande hut Jågge nemen we een korte pauze om kort daarna een zij dal oostelijk van Favnoajvve in te trekken.
Volgen de beek Jåkkejågåsj zo lang mogelijk tot de plek waar er nog voldoende debiet is om onze drinkwatervoorraad aan te vullen.
Overnachting in een vrij neutrale omgeving zonder uitgesproken toppen.
Ondanks het natuurgeweld van de laatste dagen kan ik het erg waarderen.
Bewolking en dus geen noorderlicht.

Dag 10:
Afzien wordt beloond met een onverwacht geschenk

We hebben ons een uitdaging opgelegd door vandaag naar het uitzicht punt bij Bågevárásj te gaan
om zo langs de zuidflank naar de delta te kijken.
Volgens Sander van der Werf een uitstekende bivakplek.
We voelen ons kleine mensjes in een groot kader als we in noordelijk richting Vájggántjåhkkå trekken.
Sombere dag met wind en regen.
De wolken hangen laag.
We nemen ons voor om terug, zo kort bij het eind terug wat rendiergeweien te verzamelen
maar voorlopig is er niets te vinden.
Achteraf gezien is het is niet de meest korte route als we het dal blijven volgen
om dan noord oostelijk naar de col te gaan in het verlengde van Bågevárásj.
We sukkelen verder in een landschap dat langzaam terug door wolken wordt ingepalmd.
Op ongeveer een uur loopafstand van de plek waar we willen stranden zien we dat er weer een slecht weer front staat aan te komen en het uitzicht in mist is gehuld.
Hebben amper een pauze genomen omdat stil zitten toch niet aangenaam was.
We houden het voor bekeken en keren terug en laten het uitzicht voor wat het was.
Lopen iets hoger tegen de flank van Vájggántjåhkkå terug naar het meertje Vájggánjávrátja waar we onze tent op zullen slaan. Onderweg vinden we het grootste gewei tot nu toe.
Ondanks het gewicht nemen we het mee. Het heeft gelijk al een bestemming.
Geen een moment op onze tocht hebben we iemand met een dergelijk groot gewei zien lopen.
Indrukwekkend.
We vinden een goede bivakplek op een heuveltje tussen de twee meertjes.
Krijgen nog wat schaarse zonnestralen maar het wordt een nacht met wind en regen.

Dag 11:
Een slot in stijl.

Het lijkt alsof we in tussentijd Sarek ademen
wanneer in de ochtend een rendier met kalf relatief kort bij de tenten polshoogte komt nemen.
Zo een met het landschap dat we erin op gaan.
Twee uur na ons vertrek stonden we op de top van Stuor Jierttá
een plek die omwille van het gure weer maar kort werd bezocht.
De toppen in het noorden ogen erg ongastvrij.
In tussentijd nog wat geweien verzameld tot een stop werd ingesteld.
Ongebaand naar beneden om de zwarte stippen op de kaart bij Pårek van kortbij te bekijken.
In mijn fantasie een authentieke Samen vestiging maar in realiteit lijken het eerder losstaande huisjes zonder al te veel verbinding met elkaar.
Toch staan er enkele meer authentieke huisjes tussen gemaakt uit lange stokken in piramide vorm en bekleed met aarde en beplanting.
We zoeken eigenwijs onze weg naar het meer Boarekjávrre maar zijn al lang blij wanneer we het pad kruisen dat in oostelijke richting verder gaat.
Anders waren we nog lang niet thuis geweest
Het laatste stuk ongebaand is achter de rug.
Terug planken op de meest natte delen.
De tent wordt opgesteld aan de zuidkant van het meer en geeft een ruime kijk op de hogere toppen.
Toppen die de voorbije dagen zich als echte wolkenvangers hebben gedragen
en ons meestal uit de zon en in de schaduw hebben gezet.
We lijken intussen aan hun invloed ontsnapt en de zon laat zich geregeld zien.
Voor het eerst kunnen we, zij het met enkele onderbrekingen een lijn met thuis leggen.
Aan de andere kant van de lijn wordt er enthousiast gereageerd op het bericht dat we paar rendiergeweien mee brengen.
Blijkt dat dit attribuut op dit moment erg in de mode is om binnen interieur en bloemsierkunst te verwerken.
Jammer dat ik dat zo laat wist anders hadden we geen moratorium ingesteld. Twijfelachtig of we op dat laatste iets drukker belopen stuk nog iets kunnen gaan rapen.
‘s nachts trok de hemel terug dicht.

Dag 12:
Met finish in Kvikkjokk

Onze laatste dag.
We zijn vroeg op en kunnen onder een opkomende zon ontbijten.
Het is met een temperatuur van 10°C zacht voor de tijd van het jaar.
Als de zon ons bereikt is het alsof we in een gouden omgeving zitten.
Wat zijn berkenbomen toch dankbare bomen.
Twee Waalse broeders tegen gekomen.
Vanop afstand te zien dat minstens een van de twee met lichtgewicht materiaal rondloopt.
Een Ula Epic draagstel en beiden dragen trailrunners aan de voeten.
Wisselen wat ervaringen uit over de gelopen route.
Ze hadden er al een 10 daagse opzitten vanaf Ritsem en na een bevoorrading in Kvikkjokk ging het richting Saltoloukta fällstation. Geroemd om zijn restaurant volgens een van de twee.
Zijn vol lof over het plateau Luohttoláhko.
Als een harmonica komen we elkaar geregeld tegen onderweg naar Kvikkjokk.
Eenmaal het loofwoud achter ons gelaten en terug op de Kungsleden was het vrij eentonig stappen
na alle geweld van de voorbije dagen.
De berghut van Kvikkjokk zag er gezellig uit, winkeltje met buitensport voeding.
We lopen naar de camping of wat ervoor moet doorgaan want veel stelt het hier niet voor.
Wat een mistroostige omgeving om in te verblijven.
De beheerder komt heel lethargisch over en sleept zich volgens mij doorheen de dag.
Misschien ziet in die negatieve sfeer het weer er voor iets tussen.
We huren voor een nacht een chalet. 360 kronen
Nog snel naar een winkeltje annex café wat verderop in de straat. Drie meter op drie meter, groter is het niet. Hoogstens wat drank en versnaperingen.
Daar wordt een mens ook niet vrolijk van.
Het moet dodelijk zijn om in dit gat je leven door te brengen.

Dag 13:

De reis naar huis de volgende dag zal 36 uren duren.
We moeten de bus van 5u30 hebben.
Die gaat eerst naar Jokkemokk waar we ons een 6 tal uren moeten bezig houden.
Wel een erg moderne bus want je kan met betaalkaart betalen als je wil.
Op het laatse stuk wordt wat schoolgaande jeugd opgepikt.
Blijkbaar dierendag of iets dergelijks want verschillende meisjes hebben hun hond bij.
Gaan paar koffies drinken. Voor mij voor het eerst sinds onze start.
Kopen een gebakje.
Bezoeken wat winkeltjes met artisanaal materiaal,
doen inkopen voor de middag en de avond.
Komen er wat laat achter dat er hier een museum is.
Van Jokkemokk met de bus naar Älvsbyn.
Onderweg vertraagt de buschauffeur even voor de watervallen van Storforsen.
De wereld is klein in het grote Sarek want in tussentijd zijn we de vader met zijn zonen opnieuw tegen gekomen
en delen samen het treincompartiment.
Ze moeten richting München en zullen nog een dag langer onderweg zijn.
Om wat voor reden ook nemen ze in Stockholm niet het vliegtuig maar moeten nog eens voor een nacht de boot op.
We drinken op de trein nu wel als afsluiter een schreeuwend duur blik Sarek bier.
Uren te vroeg op de luchthaven van Bromma.
Vraag aan iemand van het veiligheidspersoneel of de geweien als handbagage mee kunnen.
Hij roept er zijn baas bij die eens moet lachen met de vraag en knikt bevestigend.
In België is het nog enkele dagen hoog zomer wanneer het kwik met de dertig graden zit te flirten als ik in Zaventem land.
Van de zomer naar de herfst en weer terug.
Ik begin de warme kleuren van ginder alweer te missen.
Scandinavië, ze gaan me er zeker nog terug zien.
Nog heerlijk lange dagen terwijl de muggen grotendeels ingedommeld zijn.
Daar zijn nog een paar valleien die verkend moeten worden.

Foto's

Praktisch:
Vliegen op Stockholm Bromma met brusselsairlines

Met flygbussarna naar het centrum

Planning van trein en bus:
www.sj.se
Alle tickets kunnen op voorhand worden besteld.
Je krijgt ze binnen via mail die je verder af kan printen.

Kaart:
Fjällkartan 1:100000
BD10 Sareks nationalpark


zondag 8 september 2013

Sporen tussen de seizoenen: video

Twaaf daagse trektocht door Zweeds Lapland

Scandinavië is niet te vergelijken met Schotland hoorde ik Willem ooit zeggen. Veel weidser en door de restsneeuw op de hogere toppen krijgt alles een andere dimensie.
Het moest er ooit van komen dat ik mijn blik zou verleggen.
Net terug van een twaaf daagse tocht door Sarek samen met mijn schoonbroer Tejo


Sander van der Werf had een tocht uitgeschreven in zijn boek "Trekking in Zweden".
Her en der hebben we ze aangepast.
Een verslag gaat nog volgen. Neem eerst de tijd om de indrukken te verwerken en verder concreter uit te schrijven.


We hebben een heerlijke tijd achter de rug gehad met nog beduidend langere dagen dan hier bij ons terwijl er al volop herfst in de lucht hing.
Sarek is niet moeilijk maar bij momenten erg inspannend en zat vol onverwachte ontmoetingen
In afwachting een filmpje als opwarmer.

woensdag 12 juni 2013

“Into the wild”

door Fisherfield en Letterewe Forest


Dinsdag 14 mei 2013:

Een tijd geleden in drie jaar van Morar naar Sandwood Bay gelopen.
Een eigen Cape Wrath Trail. Het mooiste deel uitgekozen voor een nieuw bezoek.
Aangewakkerd door blogartikels als
planning the Fisherfield 6
Er zit wat overdrijving in de titel maar wat Schotland betreft moet dit zowat de meest verlaten steek zijn afgaande op de ondertitels als “the middle of nowhere” of “the great wilderness” van verslagen uit deze hoek.


Mijn laatste ontmoeting met Schotland heeft buiten een paar foto’s nooit tot een verslag geleid.
Ik zat toen niet zo goed in mijn vel, het weer wilde niet zo goed meewerken
en het zo noodzakelijke ritme wat je moet hebben onderweg was er maar zelden.
Ondanks die laatste ervaring die toch nog niet gans met stof bedekt is en mijn gemoed nog steeds‘bezwaard’
–om er nog een overdrijving aan toe te voegen-
kijk ik er wel naar uit.
Ook deze keer beloven de weerberichten mij geen bonus en alsof de duivel ermee begint te spelen,
de bagage afhandelaars op Zaventem besluiten om te staken. Alles loopt daar in de soep.
Ik heb er niet veel hoop op. De telefoon in Zaventem wordt niet opgenomen.
Besluit om toch maar te gaan zien. Biedt me aan bij de balie van Brusselsairlines voor informatie.
Ik zit hier met een volle rugzak met nogal wat verboden gerief in.
De beslissing of ik door mag wordt door de veiligheidsdiensten en douane genomen.
Het meisje achter de balie heeft haar twijfels over mijn wandelstokken als handbagage.
Ik besluit om ze helemaal te ontmantelen en in losse onderdelen in de rugzak te steken.
Een lichtpunt geeft ze mij.
Het is een avondvlucht naar Edinburgh en het vliegtuig zit zeker niet vol.
Dat kan in mijn voordeel zijn. Loop met mijn rugzak naar de bagagecheck en gooi hem op de band en loop zelf zonder problemen naar de andere kant.
Ze vertrouwen mijn rugzak niet.
Teveel gerief om te zien wat mag en niet mag en ook dat eten op de bodem, daar hebben ze bijzondere interesse voor.
Ik moet heel mijn rugzak leeg maken en alle gerief zal in aparte bakjes door de scanner moeten.
Het meisje achter het scherm haalt er enkel de baas bij als de punten van de stokken in beeld komen.
Hij geeft groen licht. Ik zie nog twee andere jongeren die met volle bepakking het vliegtuig opstappen.
Mijn rugzak krijgt een eigen stoel en wordt stevig vastgegespt.

Woensdag 15 mei:

Het bonkt in mijn hoofd.
Hoofdpijn ken ik niet maar uit het ritme, gebrek aan slaap, te weinig gedronken laat zijn sporen na.
Bijna 24 uur onderweg maar uiteindelijk rond 16u uit de bus gezet.
Gisteren avond nog wat rondgehangen in de luchthaven tot de laatste vlucht arriveerde.
Echt rustig wordt het nooit.
Als de laatste passagiers vertrokken zijn komen er reeds nieuwe mensen aan die de ochtendvlucht moeten halen en ze installeren zich in de zetels.
Een eind na middernacht blaas ik mijn matje op en leg mij neer waar de veegmachine van de poetsdienst al is voorbij gekomen. Echt slapen doe ik niet.
Rond 3u doet de politie zijn ronde om te zien wie ze hier allemaal in huis hebben.
Dat ik morgen om 9u mijn bus moet hebben blijkt te volstaan.
In de ochtend met de Airlink naar het centrum waar ik opnieuw een tijd mag wachten tot de bus naar Inverness vertrekt.
Genoeg tijd om uit te zien naar een overnachtingsplaats op de terugweg.
Ik vink de eilandjes aan in River Ness. Een park maar rustig genoeg voor één nacht.
In een laatste etappe gaat het richting Ullapool. Moet om de haverklap naar de WC. Vraag aan de buschauffeur of hij mij bij Braemore aan de splitsing van de A832 en A835 af wil zetten.
Hij maakt er geen punt van.
Verdien daarmee heel wat ponden omdat ik met eindbestemming Ullapool een super single te pakken kon krijgen.
Eenmaal van het asfalt duurde het welgeteld 30 seconden voor mijn schoenen vol water liepen.
Dat zou zo blijven de komende 9 dagen. Een nieuwe ervaring.
Nog volop sneeuw in op de hoge toppen van Fannich Forest.


Ongebaand tot de oostkant van Loch à Bhraoin om dan via een nieuw aangelegd stuk weg naar de noordkant te lopen.
Het wisselend weerbeeld gaf enkele mooie doorkijken vanaf het vrij brede pad.
De stortbui kwam pas toen ik de deur van bothy Lochivraon dicht deed.
Binnen zaten twee Duitsers. Een hut met een WC en ook een kraan met lopend water.
Natuurlijk niet uit een waterleiding maar ergens afgetapt van een beek.

Donderdag 16 mei:

Weinig conversatie gevoerd met mijn huisgenoten.
Om 8u de deur uit om dan aan de linkerkant van de rivier wat lopen baggeren langs de hellingen van Beinn Bheag
om dan bij Bealach na Croise het kleine dal over te steken richting Lochan Fada.
Wat een sombere hoek als de zon zich niet laat zien.


Dat verandert als het meer in beeld komt met op de achtergrond de besneeuwde top van Slioch
Een plezier om te lopen zonder te moeten zien naar de plassen onderweg
en ook zonder oponthoud brede waters over te kunnen steken.
Na een eerder experiment van enkel dikke wollen sokken, nu wel met liners.
Wat een verschil in gevoel.
Het pad naar Loch Maree blijft in eerste instantie ruim boven een diepe gorge waar Abhann an Fhasaigh doorheen stroomt.
In de voorbereiding had ik Slioch aangeduid als een plek om te overnachten
maar de voorspellingen voor de komende dagen zien er niet goed uit.
Door de sneeuw zou ik op mijn stappen terug moeten keren
terwijl in de voorbereiding ik een doorsteek had willen maken vanaf de col tussen Slioch en de andere top Sgurr an Tuill Bhain in het oosten om zo naar loch Garbhaig te kunnen.
Bij de brug naar Kinlochewe een mooie vlakke plek voor een bivak.
Even overwogen om hier te blijven maar toch maar een einde verder gegaan.


Nog erg vroeg.
Het tweede plaatsje, iets voorbij de ‘waterfall’ richting Letterewe heb ik wel aangeslagen.
Het is goed genoeg geweest voor vandaag en de uitzichten mogen er zijn.

Vrijdag 17 mei:

Nat zeil maar een zonnige begin van de dag.
Nog een tijdje door ruigte om dan over een zalig pad een eind boven loch Maree te open
met een doorkijk op de hogere toppen meer naar het westen.
Een deel van de beboste helling is omheind om de aanplanting kans te geven zich te herstellen van al die hongerige herten.
Ik zoek het pad op dat naar Fionn Loch loopt en het plan is om vanaf Bealach Mheinndh
rechts de toppen aan te doen en dan waarschijnlijk terug omdat het op hoogte alweer dicht zit.
Langs de rand geleidelijk omhoog genoeg water mee voor het geval dat ik toch nog van gedacht zou veranderen.
De wolken krijgen de overhand en liep ik opnieuw door de mist.
De rug bij Beinn Lair een beetje te breed om zonder kompas te lopen.
Genoeg vlakke stukken voor een kamp maar buiten de rand ontbreken de uitzichten.
Weinig aan op deze manier en loop door naar de ZO kant waar ik Slioch opnieuw in het zicht kreeg.
Besluit dan maar om een rondje te lopen. Het heeft geen zin om op hoogte te blijven.


Geeft me de kans om misschien morgen Beinn Airigh Charr aan te doen. Geroemd om zijn uitzichten.
Steil naar beneden tot bij Loch Garbhaig.
Verrast hoe diep Abhainn na Fuirneis een kloof heeft geslagen voor hij in Loch Maree uitmondt.
Ik sta op een plek waar ik al eens heb gestaan.


Toen alsof het de broedkamer van alle Schotse teken moet zijn, zo massaal waren ze aanwezig.
Het was deze keer niet anders.
Een familie wilde geiten laat zich even zien en zitten zich aan te staren.
De koekoek alom tegenwoordig. Gisteren kwam er een op de punt van mijn dak.
Ik verschoot mij een hoedje.
Nog voor hij zijn keel kon open zetten liet ik hem op zijn beurt daveren op zijn benen door eens goed aan de stok te schudden. Hij zal zich de rest van zijn leven afvragen wat daar aan de hand is geweest.
Een bericht aan het thuisfront dat ik hier vriendjes aan het maken ben door al die teken die ik overal zie verschijnen op mij vel maakt dat ik binnen de minuut een paniek telefoon kreeg om daar in hemelsnaam weg te gaan.
Ik probeer ze gerust te stellen.

Zaterdag 18 mei:

Niet veel zin, stappen lijkt een verplicht nummer te worden vandaag.
Zware bewolking maar met het voordeel dat het niet regent.
Geen bezoek aan Beinn Airigh Charr een top die via een redelijk geleidelijke helling beklommen zou kunnen worden.
Helaas, alles zit dicht en ik voel me genoodzaakt om in de vallei te blijven en trek via een parallel route door Srathan Buidhe naar Fionn Loch.
Toen het meer in beeld kwam kon ik de knop omzetten en kreeg het wandelen mijn acceptatie.
Rondom het meer was het een grauwe boel al kon ik het bijna dreigende van de omgeving best waarderen.


Voor het eerst zag ik enkele tentjes staan langs de oever.
Toen ik eenmaal langs de oever van Allt Bruthach an Easain liep viel het beeld weg.
Even wat kleur door een stel schoenen die daar zomaar langs het pad stonden.
Ze zagen er zo op het zicht nog goed uit en het hield mij een hele tijd bezig wat het verhaal erachter was.
Lang aan het twijfelen over het vervolgd.
Liefst hield ik het voor bekeken maar toen de afdaling naar Loch Beinn Dearg begon zat ik vrij snel onder het wolkendek.
Ik vorderde vlugger dan voorzien.
Het was nog vroeg op de dag zodat ik het zijdal Srath Beinn Dearg in trok.
Een vallei die ooit vol bomen heeft gestaan afgaande op de vele stronken die hier in de turf steken.
Het donkere gebergte doet me aan de Pyreneeën denken.


Aan de inloop van Loch Ghiubhsachain waren mooie vlakke perkjes,
relatief droog en dus geschikt voor een strandbivak.
Klim halverwege het meer langs oostelijke kant naar de col en kijk uit over Loch na Sealga.
Content terugblikkend over de route die ik heb gelopen.
In principe zou het nu richting Loch an Eich Dhuibh gaan om de volgende dagen de omgeving van An Teallach te verkennen
maar het zat er niet naar uit dat het weer zou verbeteren en ik laat die hoek voor wat het is
loop naar de bothy van Shenavall.


Het duurt iets langer dan ingeschat eer ik de meest oostelijke punt van Loch na Sealga bereik.
Loop tot de plek waar de twee beken samenvloeien en steek daar over.
Het water komt tot net onder mijn kruis.
Waar is de tijd van mijn waterpantoffels.
Ergens moet er nog een in de turf steken.
Een groepje dat waarschijnlijk van Beinn Dearg Mor is gekomen geef ik het nakijken
als ik door de vrijheid aan mijn voeten voorsprong neem.
Ze moeten richting larachantivore waar het minder diep is om over te steken.

Zondag 19 mei:

Beetje dom om de shelter bij de hut te zetten.
Zoveel mooiere wat lager richting Abhainn Srath na Sealga.
Ging ervan uit dat het daar te drassig zou zijn.
Afgeladen volle hut wat te verwachten was in een weekend.
Dat Munros baggers zich niet laten tegen houden door de mist begreep ik al snel.
Shenavall is hun uitvalsbasis.
Gans de nacht is het erg winderig gebleven.
In rechte lijn van Shenavall naar Larachantivore.
Ik heb mijn zinnen gezet op A’ Mhaighdean al hou ik er rekening mee dat ik geen steek voor de ogen zal zien.
Het is inspannend maar zorgeloos lopen door Gleann na Muice.


Langs het water bij de splitsing naar Gleann na Muice Beag , een heel mooie bivakplaats.
Net voor de klim naar Pollan na Muice op de vlakte ook nog keuze genoeg.
Het blijft werken om boven te geraken.
Boven is het erg drassig.
Verzamel nog wat water uit de steeds kleiner wordende stroompjes om,
mocht ik toch nog van gedacht veranderen om wel op deze top te blijven slapen.
Op wilskracht naar boven.
Er zit een venijnig stuk tussen maar inmiddels is alles dicht getrokken.
Genoeg plaats voor een tent maar ik kies eenmaal boven voor zekerheid en daal, neem ik mij voor, later op de dag terug af.
Ik hang wat rond in de buurt van de top in de hoop dat het op zal klaren.
Mijn geduld wordt uiteindelijk beloond.


Blijf er geruime tijd en neem de atmosfeer in mij op.
Tot nu nog niemand tegen gekomen Vreemd voor een zondag.
De afdaling, door het goede zicht, gaat als vanzelf.
Het stroompje op de westkant geeft een 200m onder de top al wat water.
Mooie stille hoek om langs af te dalen richting Gorm Loch Mor.
Enkel goede bivak plekken aan de oostkant van het meer.
Bij de uitstroom een heel geërodeerd gebied met verminkte turflagen.
Daal verder af en zet mijn tent op aan de meest zuidelijke punt van Dubh Loch langs een meanderend beekje.
Hier is het gras vlak en zo goed als droog.
Enkel natte knieën als ik ze in de grond plant.
Het is een stralende avond geworden.


Er verzamelt zich een kleine wolk rond de top van A’ Mhaighdean.
Een groepje komt nog vrij laat, eerder strompelend voorbij.
Hoop stiekem dat ze zich hier neer planten. Plaats zat.
Heb ik gelijk weer iets om te ‘begapen’ maar ze lopen door
Veel opties heb ik niet meer de volgende dagen wil ik woensdag namiddag terug bij de bushalte zijn.
Is het morgen open weer dan verken ik het gebied links en rechts van de route tussen Dubh Loch en Chach na Frithealaidh met alvast Sgurr na Laocainn als uitzichtspunt aangestipt.

Maandag 20 mei:

Het is een heldere nacht geweest maar vanaf het eerste licht begon het dicht te trekken.
Langer dan gewoonlijk blijf ik in mijn bed liggen.
De conclusie voor vandaag is dat het een korte dag tot Shenavall gaat worden
in zowat gelijke omstandigheden dan enkele dagen geleden.
Het valt mij op dat ik “in vrede” over het pad loop.


Alleen al om de ervaring gisteren kon dit verlof al niet meer stuk
ook al had ik nog een vijftal andere toppen op het lijstje staan.
Neem mijn tijd om wat filmpjes te maken. Het komt er niet van als dat statief op de rug hangt.
Mijmerend dat ik in tegenstelling tot een paar jaar geleden van heel wat kopzorgen gespaard ben gebleven door over te schakelen op lichte schoenen.
Eigenlijk is alleen de winter, bij gebrek aan ervaring nog een seizoen waar ik mijn vraagtekens bij heb
maar tijdens de andere periodes is het eigenlijk vrij simpel.
Een paar dikke wollen sokken over een liner en ervoor zorgen dat je ‘s avonds droge voeten hebt.
Gisteren de gtx kous eens langs de binnenkant eens bekeken.
Het viel me op dat er een scheurtje in het waterdicht membraan zat ter hoogte van de wreef op de overgang van het elastische deel en de rest.
Het zou niet mogen maar ik zal het relatief gemakkelijk kunnen herstellen eenmaal thuis.
Ga als het uitzicht niet verbeterd deze avond voor het comfort van de hut.
De schoenen die nog steeds langs het pad stonden toch nog eens goed bekeken.
Toen zag ik het euvel.
De zool was losgekomen van de rest van de schoen.
Gelummeld rond de hut.


Af en toe eens naar buiten om mij terug op temperatuur te brengen
Had gedacht met die zee van tijd om een plan voor een rugzak uit te werken
maar zo uit het hoofd stromen de ideeën niet vanzelf.
Beetje rommelig einde zal het worden.
Nog te weinig kilometers kunnen lopen en daardoor een overschot aan tijd.
Nog maar eens de tijdschriften van de MBA doorbladerd.
De geschiedenis van de hutten en zijn bewoners spreekt mij aan.
Ik acht de kans echter klein dat ik de komende jaren nog in Schotland zal komen.
Er zitten andere plannen aan te komen.
Poging om contact te leggen met het thuisfront maar krijg geen verbinding
Een zwijgzame man, het zijn er twee.
Hij en ik, bevolken de hut.
Hij heeft gisteren samen met zijn maten drie Munros afgewerkt.
Ze waren pas terug tegen 23u.
Vandaag nog twee toppen te gaan.
Voor het lijstje af te vinken en voor de sport want van de uitzichten zullen ze niet kunnen genieten.
Hij heeft een blaar vandaar dat hij hier is gebleven.
Ik ben het groepje tegen gekomen onderweg naar hier.
Toch verrast toen ik hoorde wat hun plan was
want ik vond dat er een paar tussen zaten met een slechte conditie. Teveel overgewicht.
Het was voorbij 22u toen het vijftal binnen kwam.
Ruadh Stac Mor en A’ Mhaighdean toegevoegd aan hun lijstje.


Tot laat getafeld bij een laaiend vuur. De schoenen rond de kachel.
Er wordt Welsh en Schots door elkaar gesproken, een onverstaanbaar soort Engels.
Die avond heeft iedereen binnen geslapen. Ik kan het begrijpen. Een koude motregen valt naar beneden.

Dinsdag 21 mei:

Was er al het vage plan om een paar toppen aan te doen richting Loch an Nid dan was de blik door het raam genoeg om aan dat plan te verzaken.
Nog juist op tijd mijn entree gemaakt in de ochtend om een man uit te wuiven die op de terugweg naar Kinlochewe nog eens de twee Munros meepakt rechts van Gleann na Muice.
Ze mogen dan een afwijking hebben om blind met hun gps alle toppen af te lopen om ze aan te kunnen vinken.
Die ene die recent van de tabel is getuimeld omwille van die ene voet te kort wordt meestal toch nog mee opgenomen in het plan.
Een flinke verslaving maar ik heb er alleen maar respect voor.
Dan ben ik hier een watjes tocht aan het lopen.
De hut werd opgeruimd, het vuur opnieuw aangestoken.
Ik had geen idee over het waarom tot ik zag dat alle overschotten het vuur in gingen,
plastiek verpakkingen, muesli, chocolade havermoutkoeken.
Ik veegde als bijdrage alle kamers uit.


Nam de schop voor een laatste toiletbezoek en ging als twee van de dag de deur uit.
Dan begon een zorgeloze korte tocht richting Lochivraon waar ik ruimschoots mijn tijd voor nam.
Geregeld wat gefilmd .
Het verdrijft de tijd, is leerzaam en tegelijk heb ik aandacht voor details onderweg.
Geregeld een goed bivakplekje tegen gekomen.


De boomgaard iets voorbij Achneigie, aan de noordkant van het meer en op het einde verschillende plekken naast de beek.
Het genietend simpelweg wandelen maakt een deel van de frustraties goed over een etappe indeling die met haken en ogen aan elkaar hing. Teveel "niet wandel tijd".
Niet naar mijn goesting daarvoor was ik niet gekomen.
Tegelijk kieskeurig omdat ik niet in de mist wil lopen.
Hij moet weten wat hij wil.
Bothy Lochivraon mocht ik deze keer niet gebruiken .


Tussen 20 en 29 mei exclusief voorbehouden voor scholen in kader van een project.
Er stond voor een kapitaal aan branders.
Loop terug om de tent op te zetten op een vlak stuk naast de beek.
Tegen half zes kwam heel de bende de berg af.
De hut zal aardig vol zijn als iedereen binnen is.
Kruip in mijn slaapzak en bereid van daaruit mijn potje.
Val wat later in slaap en wordt voor het eerst opnieuw wakker als het duister begint te worden.

Woensdag 22 mei:

Hevig windje, geregeld buien en een mooie regenboog.
Ik neem het besluit om de voormiddag toch maar nuttig te spenderen alvorens ik naar de bushalte loop.
De top A’ Chailleach in het vizier.


Tot de col ging het nog maar dan kwam hagel en felle wind het plezier verstoren.
Niet slim om met mijn dunne broek naar boven te trekken.
De wind blies alle warmte uit mijn lijf en ook de voeten kregen het voor het eerst koud.
Besluit dan maar om alles af te blazen.
Eigenlijk een godsgeschenk deze ingeving want ik zat nog amper 1/2u in mijn tent
toen een rukwind die ik al hoorde aankomen voor hij begon uit te halen een van de haringen uit de grond trok en heel de trailstar plat legde terwijl het binnen op een markt leek waar alles was uitgestald.
Eigenlijk had ik het allemaal moeten voorzien.
Graai met handen en voeten wild om mij heen om alles tegen te houden
en in een hels tempo in de rugzak te steken terwijl ik ook nog eens probeerde de shelter tegen de grond te houden.
Na nog geen halve minuut kwam de omgeving tot rust.
De jeugd kwam voorbij, zittend op een voertuig met acht banden en een aanhanger.
Later zag ik ze bezig met het planten van kleine boompjes.
Een land vergeven van de herten en ik heb de indruk dat ze dat zo willen houden.
Zal flink voor sommigen flink wat geld in het laatje brengen tijdens het jachtseizoen
terwijl het tegelijk fortuinen kost om gebieden te omheinen om bomen een kans te geven.
Besluit na het voorval van daarnet helemaal op te breken om dan in een slakkengang naar de weg te sloffen.
De wijsheid om mijn regenbroek als windstopper aan te doen kwam er pas toen ik aan het bushokje stond te wachten.
Dat scheelde een heleboel en gelijk had ik het een stuk warmer.
Voorheen had ik een kort ommetje gemaakt naar wat ik dacht dat het een plaatselijke bezienswaardigheid was
maar mijn mond viel open van verbazing en bewondering voor Corrieshalloch Gorge.
Wachtend op een bus die maar niet kwam begon ik mij ongerust te maken of ik nog wel in Inverness kon geraken.
Eigenlijk een ticket gekocht vanaf Ullapool.
Ik sta hier aan een bushalte waar er verder niets te zien valt.
Gok erop dat de bus in Ullapool wacht op de veerdienst opdat de mensen hun aansluiting niet zouden missen.
Niet onmogelijk dat hij vertraging heeft met een dergelijke wind.
Ik hou nauwgezet de weg in de gaten om al arm wiekend de chauffeur teken te geven dat ik mee wil.
Vijftig minuten voorbij de uurregeling begin ik te liften tot die bus toch verschijnt
maar de buschauffeur gunt mij geen blik en stuift voorbij.
Miserie miserie hoor ik onze antiekverkoper uit F.C. de kampioenen in mijn naam roepen.
Hou me flink en begin met een indringende blik in de ogen de voorbij rijdende auto’s aan te kijken.
Nog geen half uur later kan ik mee met een al op leeftijd zijnde rechter
die blijkbaar een heel vermoeiende dag achter de rug heeft.
Hij zit constant te geeuwen en moet over zijn gezicht wrijven om zich wakker te houden.
Begin te vrezen voor mijn leven;


Ik kom uiteindelijk toch ongehavend aan in Inverness.
Nu zit de tocht er echt wel op.
Stap stevig door om op temperatuur te komen en loop richting river Ness naar de meest zuidelijke punt van de eilandjes in de rivier waar ik mijn tent opstel.


Ik wacht niet tot het donker is.
Ik ben vermoeid en heb het koud.
Het is nog drukker dan gedacht.
Geregeld komt er volk voorbij, of om de hond uit te laten of al joggend.
Ik trek er mij niets van aan.

Donderdag 23 mei:

In de ochtend breek ik heel vroeg op en neem mijn tijd om naar het busstation te lopen.
Als de deuren open gaan zet ik mij aan een tafeltje en bestel mij een koffie.
De eerste sinds mijn vertrek.
Minimaal gekookt en zo kon ik een beperkt aantal esbit tabletten meenemen.
Het sneeuwt stevig wanneer we door het Cairngorms National Park rijden.
In principe moet ik in Perth overstappen op een latere bus.
Dat heb je met die goedkope tickets
maar er zijn nog plaatsen over zodat ik kan blijven zitten tot Edinburgh.
Dit keer zit het vliegtuig meer dan vol.
Een passagier waar er wat twijfel is op administratief vlak zorgt voor oponthoud
en wordt uiteindelijk toch van het vliegtuig geplukt en kan niet mee naar huis.