woensdag 29 februari 2012

zelfbouw: donsjas


Gedaan met het meesleuren van verschillende fleece truien om het bij winterse omstandigheden nog warm te houden.
Ik had voor mijn komende sneeuwschoentocht dringend nood aan een echte donsjas.
Natuurlijk had ik zelf een patroon kunnen maken, afgaand op een bestaand model dat ik van Joery kon lenen om daarna alle materiaal apart aan te schaffen.
Deze keer koos ik voor het gemak van de kit van Thru-hiker.

Breng je naaitechniek op een hoger niveau
Na de bivakzak, enkele shelters, een donsquilt was dit een van de moeilijkere projecten.
Aan de handleiding heeft het niet gelegen want die was,
ook met mijn beperkte kennis van het Engels relatief gemakkelijk te volgen.

In de handleiding wordt de techniek uitgelegd om met een vlam de randen van de stof te sealen
zodat de stof niet begint te rafelen.
Ik sneed de verschillende panden uit met een soldeerbout.
Ik hield nog meer dan voldoende stof over om ook nog een stuffzak te maken.
Op het patroon zijn de instructies te lezen op welke manier je een langere jas kan maken.
In dat geval moet je toch goed uitkijken dat je een beetje economisch de verschillende panden op de stof legt.
Ik koos ervoor om het patroon over te tekenen op een stuk plastiek.
Dit gaf een stijver patroon en zo kon ik gemakkelijk het patroon overtekenen op de stof.
Toch een beetje uitkijken dat je geen pen gebruikt die de inkt laat doorslaan naar de andere kant.
Voor de lijnen die in het zicht kwamen gebuikte ik een klein restje harde sunlight zeep die een goed zichtbare (tijdelijke) lijn achter liet op de stof.

De stof liet zich relatief gemakkelijk verwerken en zag er zo op het oog kwalitatief erg goed uit.
Ook een simpele vergelijkende test met een andere donssoort zag er goed uit.
Ik bestelde 0,5 oz extra dons om voor wat meer 'overstuff' te zorgen.
Van Joery kon ik een weegschaal lenen die tot op de gram nauwkeurig werkte en toch is het beter om uit te zien naar een nauwkeuriger weegschaal.
Dat werkt veel beter en misschien moet je dan achteraf minder correcties aanbrengen wanneer je op het zicht beoordeelt of alle compartimenten evenveel 'puff' leveren.
Een geluk dat ik nog wat dons over had van eerdere projecten of ik zou met een tekort hebben gezeten.
Het valt, bij gebrek aan een nauwkeurge weegschaal te overwegen om op voorhand de dons al te verdelen over verschillende kleine zakjes om er zeker van te zijn dat je alle compartimenten kan vullen.
Een ander idee, (wat ik niet heb uit geprobeerd) zou erin bestaan om de mate van loft als referentie te gebruiken.
Kijk hiervoor eens naar de donstest herboven. Je zou een bepaalde hoeveelheid dons af kunnen wegen (pak 15 gram)
om deze dan in een hoge koker te steken en hem op te schudden tot een maximale loft. Daarna zou je onderverdelingen kunnen maken die als maat kunnen dienen voor andere gewichten.
Een probleem wat dan om de hoek komt kijken is:
"hoe hou ik de donsclusters in bedwang?"
Hou toch maar de stofzuiger in handbereik.
Voor het inbrengen van de dons gebruikte ik hetzelfde hulpstuk als bij de .quilt
Voor mijn bereidwillig model had de jas iets te lange mouwen en voor mezelf had hij misschien iets groter mogen zijn maar al bij al ben ik relatief tevreden over mijn werk.

dinsdag 21 februari 2012

Singer naaimachine

Voor pa
Vanuit het perspectief van de appel liggend in een boomgaard is het soms moeilijk uit te maken bij welke stam hij hoort.
Waar ik wel zeker van ben is, dat ik de onweerstaanbare neiging tot het doe-het-zelven van mijn vader heb meegekregen.
Toen de dampen van zijn lasrups zich verdunden met de lucht en de atmosfeer begon op te klaren, kwam zijn einde veel te snel.
Net geen tijd meer om zijn laatste project af te maken.

We schrijven eind 2008.
Ik loop al een paar jaar met een rugzak door de Pyreneeën en heb me een tijdje bezig gehouden met het bouwen van mijn eigen brandertjes, windschermen in een poging het rendement te verhogen en aan gewichtsbesparing te doen.
Tot zover is dat niet vreemd.

Ik heb metaal leren bewerken op de 'vakschool' voor ik de hulpverlening in stapte.
Dan bekruipt mij, als uit het niets, de goesting om zelf een opvolger te bouwen voor mijn huidige tent; een akto, Zweedse degelijkheid van Hilleberg.
Zelf bouwen, dan is daar is een naaimachine voor nodig.
Niet super mannelijk maar ik had weinig affiniteit met een toestel dat dient voor het verwerken van stoffen.
Er huist geen Bikkembergs in mij.
De naaimachine die al heel onze gezamenlijke levensloop mee is verhuisd, heb ik nog nooit van kort bij bekeken hoewel ze door mijn altijd ijverige vrouw meermaals is gebruikt om onze schattige kinderen nog meer uitstraling te geven.
De kinderen worden al lang niet meer ambachtelijk in het nieuw gezet en de Singer naaimachine staat nu jaren werkloos in de hoek van onze slaapkamer tot ik ze op een namiddag midden de tafel zet.
De kap wordt eraf gehaald en ik begin hem te bestuderen, handleiding bij de hand.
Wat legt die draad toch een ingewikkeld parcours af voor hij door het oog van de naald moet.
Naalden in allerlei diktes, garens in allerhande kwaliteit.
Dan spreken ze ook nog over “instellen van de juiste draadspanning”.
Ingewikkeld allemaal. De kinderen weten niet wat ze zien:
“ons vader achter een naaimachine”.
Ik spring de Veritas van Turnhout binnen.
Beweeg me naar het diepste punt van hun winkel.
Het walhalla van iedere handige huismoeder.
In het begin een beetje onwennig.
Kiezend en keurend, koop me wat basismateriaal en het kapotte lichtje boven de voet wordt vervangen.
De volgende dag druk ik voor de eerste keer op de pedaal.

We zijn nu 2 jaar verder.
Ik merk dat ik alsmaar fijner werk af kan leveren.
Geregeld koop ik wat nieuwe tentstof aan de overkant van de Atlantische oceaan.
Het ene project volgt het andere op.
De zoektocht naar de, in werkelijkheid onbestaande, ideale tent gaat verder.
Voorbijgangers zien in onze tuin soms allerhande vreemdsoortige constructies opgebouwd uit koord staan.
Ze vormen de contouren, een 3D voorstelling.
Ik rol mijn matje uit, ga zowat dagelijks voor een poos onder het dradenwerk zitten.
Probeer te voelen hoe de werkelijkheid kan zijn.
Het moet een eigenaardig zicht zijn.
Communiceer erover met anderen en wordt zo stilaan een bekende in onze kleine forumgemeenschap voor buitenlui.
Nadat ik voor een dorpsgenoot en ook gek van de bergen een tent had beloofd en hij er een reportage van had gemaakt, stromen de orders binnen.
Ik moet hen echter teleurstellen.
Er huist geen zakenman in mij.
naar het oosten
Dat was hij ook niet.

zondag 19 februari 2012

Donsvergelijking "les ateliers de lastour" en "thru-hiker"

Een voorzichtige kleine test tussen twee donssoorten.
De eerste komt van les ateliers de lastour.
Hij is ook de leverancier voor de slaapzakfabrikant Valandre.
Ik gebruikte de ‘duvet d’oies grises du Périgord 95/05 réf 021000LD de 750 à 820 cuin.
Van donstest

Een overschotje na het maken van een quilt
Deze kwaliteit van dons kost 19 euro/100 gram (januari 2012)
De tweede is de 900 fill power white goose down van Thru-hiker
Deze dons wordt gebruikt in de whitney donsjas kit. die ik heb aangeschaft.
Van donstest
In beide gevallen gebruikte ik 20 gram dons.
De glazen stolp is 67 cm hoog en heeft een diameter van 17 cm.
Van donstest
De testdons behandelde ik steeds op dezelfde manier.
Eerste klopte ik hem zo luchtig mogelijk op en eenmaal in de buis kliepte en schudde ik de stolp in horizontale stand om compressie door het eigen gewicht zo laag mogelijk te houden.
Daarna zette ik de stolp recht en liet de dons onder invloed van zijn eigen gewicht tot een evenwicht komen.
Dit is de eerste maat. Voor de 'ateliersdelastour' dons kwam ik uit op 59 cm
Van donstest
terwijl de 900 fill power white goose down uit kwam op 61 cm
Van donstest
Daarna kwam er over het gehele oppervlak een stamper van 37 gr (gemaakt van een 2 cm plaat pu schuim met in het midden een metalen staaf)
die boven op de stolp via een klein gat centraal een extra ondersteuning kreeg zodat de stamper horizontaal bleef.
Het gewicht compresseerde de dons verder.
Van donstest
De duvet d’oies grises du Périgord 95/05 kwam tot 37 cm
terwijl de 900 fill power white goose down tot 28 cm zakte
Van donstest
De 900 fill power white goose down heb ik in de buis gelaten,
opnieuw opgeklopt en hem een nacht in de buis laten staan.
In de ochtend was de dons gestabiliseerd tot 56 cm
Van donstest
Deze keer gebruikte ik een stamper met een lager gewicht door het centrale metalen staafje te vervangen door een kleine schroef (gewicht: 20 gram).
De thru-hiker dons compresseerde nu tot 37 cm
Van donstest
Ik herhaalde de test opnieuw voor de duvet d’oies grises du Périgord 95/05 en merkte dat met een stamper van 20 gr
ik een donskolom over hield van 49 cm
Van donstest
Conclusies?: De donsclusters van de duvet d’oies grises du Périgord 95/05 zien er robuster uit doch lijken allemaal veel minder uniform dan de donsclusters van de 900 fill power white goose down.
In het dons van de Franse ganzen zitten er een aantal kleine veertjes in verwerkt terwijl ik in de dons van de witte ganzen amper een veertje op kon merken.
Los gestapeld in de stolp zijn de luchtruimtes van de grijze ganzen dons veel groter terwijl de dons van de witte gans er een stuk compacter uit ziet.
Ik heb wel de indruk dat ook de kleine veertjes veel meer structuur en ondersteuning geven aan de donsclusters dan wanneer ze afwezig zouden zijn.
Dit verklaart misschien waarom de dons van Thru-hike veel minder bestand is tegen druk maar het moet gezegd dat de dons van thru-hiker een veel egaler uitzicht gaf en er nog maar amper luchtholtes te zien waren.
Wat de impact hiervan is op de isolatiewaarde, daar heb ik het raden naar.
Het verklaart wel het verschil in donsdikte tussen de beide donsprodukten.
Het is niet onmogelijk dat je tot andere waarden komt als je een bredere buis zou nemen of de donskolom minder hoog zou maken
omdat de donsclusters ook een zijwaardse druk geven op de wand van de stolp
waardoor de vrije beweging van de donsclusters in vertikale richting toch wat worden afgeremd.
Fotoalbum