donderdag 26 januari 2012

Flirten met het Parc National des Pyrénées en Parque Nacional de Ordesa

5-daagse tocht langs hoogtepunten aan beide kanten van de grens
Deze keer geen uitgebreid verslag.
Altijd wat moeite om mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen als ik in gezelschap ben.
Zoveel intenser zijn de ervaringen als je er alleen voor gaat en staat.
Gezelschap lijkt nivellerend te werken.
Het Nationaal park van Ordesa: ik was er al eens geweest maar geenszins bang voor de herhaling. Meer nog dan de vorige keer kon ik echt genieten van de grandeur van dit gebied. Ik hoefde me geen zorgen meer te maken over het terrein. Dat was inmiddels genoegzaam gekend.
De foto’s zijn een flauw afkooksel van wat je zintuiglijk ervaart.
Iedere dag heeft zo zijn hoogtepunten. Het mooie van deze tocht is dat je ook over de Faja de las Flores kan lopen zonder dat je de confrontatie aan moet gaan met de clavijassen vanuit Vall de Ordesa.
Iets wat bijna onoverkomelijk als je vanaf Torla in dit gebied zou willen doordringen
Toch is het niet direct een tocht voor beginners en goed zicht lijkt mij ook essentieel om ze tot een goed einde te brengen.


Periode:
12 september-17 September 2007

kaart:
Editorial Alpina kaart (1:40000) Ordesa/Monte Perdido

fotoalbum

Dag 1:Woensdag 12 september 2007

Met de nachttrein naar Lourdes waar we nog ruimschoots tijd hadden om even wat herinneringen op te halen vanuit mijn kindertijd.
We brachten een bezoek aan “De Grot” waar Maria verschenen zou zijn aan een herderinnetje. Omdat we met volle bepakking heel weinig devotie uitstraalden werden we door de behoeders van de kerk wat op een afstand gehouden.
Hier liggen de wortels van mijn trekkingsmicrobe toen ik ooit als kind met mijn ouders met de nachttrein richting Lourdes trok.
Voor het eerst in mijn leven dat ik een berg zag. In mijn kinderlijke geest ervan uitgaand dat achter deze groene toppen Spanje lag. Toen nog met een rasechte dictator.
En ja, er was ook de daguitstap naar Gavarnie waar we niet verder geraakten dan de souvenir winkels maar ik had wel, midden in de zomer, de toefjes sneeuw gezien.
Inmiddels oud genoeg om niet meer afhankelijk te zijn van mijn ouders en te lopen waar ik zelf lopen wil. Omdat het woensdag was ging er vanaf Luz-Saint-Saveur een middagbus (vol met schoolkinderen) naar Gavarnie.
Misschien goed om weten is dat er bij het pleintje in Luz een buitensportzaak is die allerlei brandstoffen verkoopt. Eens in Gavarnie zijn we direct begonnen met onze tocht. Het was inmiddels ook al rond 13 u.
Na de hotellerie even wat zoekwerk gehad om de aanzet van de klim te vinden. Over l’Echelle des Sarradets om hoog in de cirque onze tent neer te poten. Een royaal grasveldje.



Zoveel beter dan bij Refuge des Sarradets waar je op stenige ondergrond moet staan. De hut is vanaf hier duidelijk zichtbaar.
Stroompje met smeltwater van de alsmaar slinkende gletsjer binnen handbereik.
l’Echelle des Sarradets : Ik heb altijd gedacht dat deze moeilijker zou zijn. Niet de minste problemen ondervonden Wel pittig als opwarmer.

Dag 2:Donderdag 13 september 2007

In de ochtend relax richting refuge, over de stervende gletsjer waarna nog een klassiek stuk volgde door na Breche de Roland richting Taillon te lopen.
Ik had de indruk dat de zwarte kunststofbuis die onder de breche het water afvoert naar de hut om deze van water te voorzien inmiddels opnieuw verlegd is.
Ik zit me te bedenken dat, bij het afsmelten van de gletsjer, water wel eens een probleem zou kunnen zijn in deze buurt.



Le Taillon: waar anderen terugkeerden ‘liepen’ wij door en trakteerden we ons op een erg steile en vermoeiende afdaling over een puinhelling ZW van de Taillon om zo via Llanos de Salarons ons kamp op te slaan bij Aguas Tuertas. Nog maar af en toe hebben we een mens gezien. Gemzen des te meer.
Een andere optie : ik heb er geen ervaring mee, gaat over de graat vanaf de Taillon verder naar beneden richting Collado Blanco waar je via een duidelijk zichtbare route aansluiting vindt op onze route.
Verder kan je na de breche afdalen richting Llanos de Millaris om dan in westelijke richting naar Collado de Salarons te trekken. Van daaruit kan je ook tot bij Aguas Tuertas geraken. Deze route heb ik wel eens gelopen samen met mijn dochter. Ruig maar te doen.



Verder verwijs ik naar de eerste link op het einde van dit verslag.
Het was dit verslag dat de l’Escuzana in beeld bracht waarna ik het plan had om de nacht door te brengen op deze top.
Een top die trakteert op een mooi prentje als de zon vanaf de Monte Perdido ons de dag zou brengen. Mijn kaars was echter uit en er bleef te weinig energie over om nog eens 500m te gaan klimmen.
Verrassend weinig water te vinden op de plek waar het de vorige keer nog rijkelijk stroomde. Toen was het begin juli.
Een dode gems in het water. Om maar te zeggen dat het link is om hier onbehandeld water te drinken.
Aan de ZW kant van deze vlakte bij enkele rotsen zag ik anderen hun kamp opslaan. Korte klim om mij een oordeel te vormen over de grot die zichtbaar was vanaf onze kampplaats. Duidelijk een plek waar er geregeld overnacht werd. Even nog wat in zuidelijke richting gelopen.
Tozal del Mallo kwam in beeld maar hij lag toch wat te ver naar mijn goesting om tot daar af te dalen. Ik heb me dan maar voor een tijdje in het gras gezet om de mooie noordkant van het Valle de Ordesa te bewonderen. Beneden was het pad dat naar de Clavijas de Salarons liep goed te zien.

Dag 3:Vrijdag 14 september 2007


Wat we die ochtend nog niet wisten, de dag is langer geworden dan gepland.
Over de Fajas de las Flores, waarna we onze weg zochten doorheen een kalkstenen woestenij ten noorden van Circo de Cotatuero. Een stuk relaxed dan enkele jaren geleden toen ik hier met mijn dochter liep.
Laaghangende wolkenpartijen gaven het geheel toen een dreigende sfeer.
Goed zicht helpt om je hier een weg te zoeken dwars doorheen een landschap dat je volgens Ton Joosten eerder op de maan zou verwachten.


Verrassend was dat ik de steile klim van de ene naar de andere vlakte nu zonder hulp van anderen heb kunnen overbruggen.
Het blijft toch even spannend om je omhoog te tillen enkel gesteund door de tip van een schoen. (Deze moeilijke klauterpassage is te vermijden door 200m westelijker op een zeer eenvoudige grashelling het hoogteverschil tussen de 2 vlaktes te overbruggen.) Over Collado de Descargador naar Refugio de Goriz.
Plana de San Ferlus langs de noordkant overgestoken.
Zuidelijk van Faja Luenga is er ook mogelijkheid tot bivakkeren. Er is ook hier nog wat water te vinden maar het stroomt al lang niet meer.
In tussentijd getrakteerd op een onweer met wind, regen en hagel.
Ik had sinds vorige keer weet van mooie bivakplekken aan beide kanten van Collata Arrablo. In mijn gedachte zou er nog volop water stromen door de Barranco de Arrablo en daarom werd er bij Goriz niet bijgevuld.Wat een grote fout is geweest.



Het maakt wel degelijk een verschil als je hier begin juli of midden september komt. Er zat dus niets anders op dan verder af te dalen naar Fon Blanca, waardoor onze route die voor morgen op het programma stond niet kon doorgaan.
Ik had gehoopt om deze keer de ‘hoge route’ (ook met GR markering) vanaf Collata Arrablo tot Collado de Anisclo te lopen.
Watergebrek besliste nu anders.
Ook bij de bivakplekjes iets in de afdaling, oostelijk van Collata Arrablo was er (nog) geen water te vinden in de beek.
Persoonlijk vind ik het kamperen bij Fon Blanca minder mooi dan wanneer je nog even de moeite doet een eindje richting Collado de Anisclo te lopen.
Twee terrassen hoger zijn er enkel mooie spots.
Opnieuw fris water in de buurt voor een uitbundige wasbeurt. Enkele jaren eerder stond ik veel korter bij de col.
Zelfs bij Collado de Anisclo zijn er bivakplekken te vinden. Er is gedurende de klim nog redelijk lang aan water te geraken.

Dag 4:Zaterdag 15 september 2007

In de ochtend werd het laatste stuk tot Collado de Anisclo afgewerkt waar het enkel op’t einde even wat pittiger omhoog ging.



Dan steil maar relatief ongevaarlijk richting Vall de Pineta om halverwege over de Faja de la Tormosa naar onze eindbestemming te trekken. Tegen het eind van de dag zouden we onze tent opslaan ergens aan de zuidkant van Lago de Marboré. Nog voor je de Faja bereikt is er op de gr11 route een kleine bron te vinden die nog ‘volop’ water gaf. In mijn gedachte was het ontspannen lopen over de Faja maar dat bleek flink tegen te vallen.
Erg golvend, soms wat ruig. Nog voor we de waterval bereikten die vanaf Balcon de Pineta naar beneden viel zijn we van het pad afgeweken en hebben we zelf onze weg gezocht om aansluiting te vinden met het zig-zag pad dat vanuit het dal naar het groene meer gaat.



Zo moet minder worden geklommen. De vorige keer toen ik hier met mijn dochter en haar vriendin was stroomde er teveel water door deze beek om ze fatsoenlijk over te kunnen steken. Ik was verrast dat er toch nog vrij grote bivakplekken te vinden waren aan de zuidkant van Lago de Marboré om onze tent op te zetten.

Dag 5:Zondag 16 september 2007

De volgende dag was het plan om Monte Perdido te beklimmen vanaf zijn noordwand. Omhoog zou nog zijn gegaan maar om die steile rotswand in de afdaling te nemen, dat durfde ik niet aan. Het weer was ook erg onstabiel geworden. De top zat voornamelijk in de mist en af en toe regende het.



We hebben dan maar opgebroken en zijn doorgetrokken naar Gavarnie. Ik had nog enkel euro’s op zak en die heb ik in de geldkoffer gestoken die in Refuge de Tuquerouye was ingemetseld. Dat hadden ze nog tegoed van een vorige keer. Het was er nog druk binnen. Voornamelijk Spanjaarden met hun klimtuig. Buiten hangt er een mestgeur.
Er wordt niet veel moeite gedaan om enigszins op afstand zijn behoefte te doen. Zeker aan franse kant is het erg gesteld.
Hourquette d’Alans nodigde uit voor een pauze. Een hoek waar je gegarandeerd vale gieren kan spotten. Het was deze keer niet anders. Vroegere berichten over de camping aan de zuidkant van Gavarnie waren niet positief. Onterecht De wasplaatsen lijken nog niet zo lang geleden vernieuwd te zijn.

Dag 6:Maandag 17 september 2007

Op onze reservedag ben ik teruggekeerd richting Hourquette d’Alans om, nog een heel stuk voor deze col, het pad te nemen richting Pimené.



Tejo bleef beneden en had zich tegen de middag bij Cabane de Pouey d’Aspé in het gras gezet voor een picknick terwijl hij met zijn verrekijker de noeste klimmer in het vizier kreeg die zich een weg zocht naar de top.
Ik heb mij nog moeten reppen om voor het onweer terug in het dorp te zijn. Onderweg nog even binnengesprongen in Refuge des Espuguettes .



Voor de huttenwaard zat zijn seizoen er alweer op. Enkel het winterruim was nog open.
Niet alleen voor de huttenwaard want het viel op dat in de avonduren de straten van Gavarnie erg doods leken.
Het lijkt dat het begin van de winterslaap er staat aan te komen en na vandaag waarschijnlijk ook voor mij.

Conclusie

De scènes waar je doorheen loopt zijn indrukwekkend.
Hier kom je in contact met de grootsheid van de Pyreneeën.
Eigenlijk zou je deze tocht pas moeten gaan lopen als je eerst wat andere gebieden hebt verkend in de Pyreneeën want het gevaar zou wel eens bestaan dat je na deze tocht de andere delen mogelijk saai gaat vinden en dat is onterecht.
Soms moet je de charme ontdekken en komt de verwondering onverwacht.
Hier is dat niet zo.
Iedere dag is een visueel spektakel.
Let een beetje op de planning van de watervoorraad.
Dat zou later op het seizoen wel eens een probleem kunnen zijn.

Links:

Transport:
Treinplanner
Plaatselijk vervoer
Beelden en ideeën van anderen:
Escuzana
Balcon Gavarnie
Casque

dinsdag 24 januari 2012

zelfbouw: drie seizoens quilt

Hier staat een handleiding voor het zelf naaien van een quilt.
Ik heb de maten gebaseerd op de afmetingen van mijn 'Lafayette' van Valandré. Dit is een donszak met een verschil in grootte tussen de binnen en buitenvoering
(de zgn differential cut). Het maakt de constructie iets complexer maar zo worden koudebruggen vermeden. Een ander voordeel van het kopiëren van een bestaande slaapzak naar een quilt is dat je vrij zeker bent dat hij op maat is.






OVERWEGINGEN EN MATERIAALKEUZE:
-2,5 m ripstop-nylon-daunendicht buitentijk
-2,5 m nylon-taffeta-daunendicht binnentijk
leverancier:extremtextil
-baffle materiaal:no-see-um-gaas. (had ik nog in voorraad maar is ook bij extremtextil te koop.)
-dons:De dons haalde ik bij ateliersdelastour Het is ook de donsleverancier van Valandré.

Ik bestelde 500 gr dons van het type 021000 LD. gemiddeld komt die op een cuinwaarde van 800. Wat niet noodzakelijk slechter is dan de 900 waarde van bv Amerikaanse leveranciers omdat die er een ‘gunstiger’ meetmethode op nahouden. Ik betaalde 93 euro (verzendingskosten inbegrepen) voor 500 gr van duvet 021000 LD (15 euro/100gr).Inmiddels (januari 2012) betaal je 19 euro/100gr.
Voor de bepaling van het aantal grammen dons baseerde ik me op de vulling van een mirage. Deze heeft een –1°C als comfort rating.
Ik stak 400 gr dons in de zak.
Deze verdeelde ik verhoudingsgewijs over de 19 kokers die er door de baffles zijn gecreëerd (een totaal van 24,27 meter)

Andere mogelijkheid van berekenen:
Je bepaalt het totale volume van de ruimte gemaakt door de baffles
Als je weet dat 1oz dons bv 800 kubieke inch donsvulling geeft (dit is de cu.in van 800) kan je het aantal gram dons bepalen.
Gewoonlijk wordt er toch in meer of mindere mate ‘overvult’ omwille van de onvermijdelijke onnauwkeurigheden of om een extra ‘puff’ te realiseren.
Je voelt al aan dat er toch wat adders onder het gras zitten te loeren die dit soort berekeningen alweer wat complexer maken.
Een gevulde donszak heeft tussen twee baffles nooit geen rechte lijn en naarmate de baffles op een verschillende afstand van elkaar liggen zal die vorm alweer anders liggen (en dus ook het te vullen volume)
Na vulling van mijn quilt had ik ‘enkellaags’ een donsdikte van om en nabij de 4,5 cm(voor een bafflehoogte van 2,5 cm)
De baffles stonden op 10 cm van elkaar.
Ze hadden misschien wat verder van elkaar mogen staan(waardoor er gewicht bespaard zou kunnen worden) maar staan de baffles te ver van elkaar dan bestaat het gevaar dat bij te krap gemeten donsvulling er koudebruggen ontstaan doordat het dons 'breekt'.
Vergelijk de afstand bv met de quilts van katabaticgear
Algemeen wordt echter aangenomen dat hoe dikker de donslaag, hoe verder je de baffles uit elkaar mag leggen.
Een ander punt van aandacht bij het bepalen van de juiste maat is dat je extra lengte en breedte in moet lassen omdat na vulling de slaapzak verkort.
De lafayette had ik daarom zowel in de lengte als de breedte opgerekt bij het opmeten.
De totale hoogte (zonder kap) kwam op 192 cm.
Na vulling en losjes op de grond gelegd hield ik een effectieve hoogte van 170 cm over.
Toen de quilt klaar was heb ik eens berekend hoeveel dons ik werkelijk had moeten toevoegen.

Berekening
De quilt is (dichtgeklapt) een trapezium met basis van 66 cm en 47 cm met een hoogte van 175 cm. De donsdikte is gemiddeld ongeveer 8 cm. Dit geeft een volume van 79100 kubiek cm
-1 kubiek inch is 16,38 kubiek cm
-1 ounce is 28,34 gr
-met een gemiddelde cuinwaarde van 800 geeft 28,34 gr dons dus een volume van 800X16,38= 13104 kubiek cm
(79100 gedeeld door 13104)x28,34= 171 gram dons.
Laten we het nog afronden op 200 gr dan zit er zo'n 200 gr dons teveel in verwerkt.
Hij zal wel niet zo snel een ‘plat’ uitzicht geven als hij wat vochtig wordt dan een krap gevulde, maar echt lichtgewicht kunnen we dit niet meer noemen.

OPBOUW:

-1 Binnen en buitentijk:
De stoffen zijn niet breed genoeg om de binnenvoering en buitenvoering uit een deel te maken. Beiden zijn daarom opgebouwd uit drie delen.

Voor je begint te knippen zoek je uit wat de ‘foute’ zijde van de nylonstof is. Deze zijde is meestal gladder en glanzender. De fabrikant heeft deze zijde met warmte bewerkt zodat de stof “downproof” wordt. Op deze kant kan je dan met een stift de lijnen uitgezet waar de baffles worden gestikt. Teken een middenlijn op de lange zijde van de stof en zet daar de maat uit van de trapeziumvormige hoofdvorm van de quilt (vergeet links en recht, onder en bover de extra cm niet die je nodig hebt om de panden aan elkaar te kunnen stikken.)

Doe dit voor de binnen en buitentijk. De binnenvoering maakt je nog eens 2 cm langer. Van deze extra lengte wordt later (dubbelgeplooid) een lip (van 1 cm) gemaakt waar een tochtband aan wordt vastgenaaid.
Die tochtband is een koker die met dons wordt gevuld en zorgt ervoor dat bij het dichtsnoeren van de quilt rond de hals, tocht wordt vermeden.
Het was een vervelend prutswerk om die tochtband aan de lip te naaien. Maak niet de fout die ik deed en doe dit voor je de baffles vult.
De volgende keer zou ik zeker overwegen om de binnenvoering een twintigtal cm langer te maken om die daarna via een naad terug weg te werken zodat er een soort uitstulping ontstaat. De koker die zo ontstaat kan dan met dons worden gevuld. De uiteinden kunnen dan samen met de rest van de quilt worden gedicht.
Zet op beide delen de lijnen uit waar de baffles worden vastgenaaid. Snij de stoffen uit. De overblijvende panden links en rechts worden op maat gemaakt en aan de centrale stof vastgenaaid (ongeveer 6 steken/cm).
Ik gebruik gutermann/polyestergaren en een dunne 60 naald Verleng de uitgezette lijnen van de centrale vorm naar de randen toe
Over het knippen van de stof:
In plaats van de stof met de schaar te knippen sneed ik hem met een soldeerbout uit.
De verschillende draadjes waaruit de stof is opgebouwd, worden dan mooi aan elkaar gelast.
Zo verdwijnt ook grotendeels het gevaar dat de stof begint te rafelen of in het slechtste geval daardoor de naad los komt
Plan je om de stof te knippen dan kom je er niet onderuit dat je de uiteinden om moet plooien alvorens te naaien.
Dit is ook erg bewerkelijk.
Bij silnylon worden de nylondraadjes nog enigszins verenigd door de siliconencoating maar dat is hier niet het geval.

-2 Prepareren van de baffles:
De baffles zijn gemaakt van muskietengaas maar het zou net zo goed met andere stof kunnen. Of het bij ieder gaas zo is weet ik niet maar dit gaas is in een richting heel vormvast (schering) maar in de andere richting amper (inslag); zorg dat de baffles in de goede richting worden uitgeknipt. Het gaas laat zich moeilijk knippen zonder een tussenstap.

Leg het gaas op een vlakke ondergrond en kleef dit links en rechts met (papier)tape vast. Zet om de 3,5 cm een maatlijn (dit is de bafflehoogte met twee maal 0,5 cm voor het vastnaaien van de baffles) Verbindt de maatlijnen met andere tape en met een lat zet je een lijn uit tussen beiden punten . Je maakt het gaas langs de rand los en knipt de baffles uit over de lijn die is uitgezet en verwijder de tape.

Bepaal de lengte van iedere baffle (door de lijnen op de buitentijk te meten en trek er 3cm van af). Meet ook de lengte van de corresponderende lijnen op de binnentijk (lengte min 3 cm° en zet die beide gekoppelde maten op papier.
Maak alle baffles op maat. Je gebruikt voor iedere baffle de grootste maat.
De reststukken van het voeteinde kan je gebruiken voor de langere delen.
Met een heel losse steek en op 0,5 cm van de rand leg je daarna langs beiden zijden een naad.

Nu komt de truk:
Als je de gelegde naad bekijk zie je een lange draad. Over deze draad begin je met het fronsen van de baffle tot deze op maat is van de binnentijk. Links en rechts leg je met de draaduiteinden een knoop zodat de maat vast ligt. Tegelijk geeft die naad een goede houvast om, samen met de lijnen die op de stof zijn getekend, de stof gemakkelijk vast te spelden.
Voor alle duidelijkheid: de baffle laat je ongeveer 1,5 cm voor de ruwe uiteinden van de stof eindigen. Heel erg belangrijk is dat niet. Bij het sluiten van de quilt aan het voeteinde zal er een kleine opening blijven tussen de verschillende kamer omdat de baffles niet gesloten worden. Eenmaal gevuld zal het vrij bewegen van de donsclusters minimaal en verwaarloosbaar zijn.
Verder vond ik dat het naaien van de baffle een stuk gemakkelijker liep als ik kort op de naad over heel de lengte een stuk papier plakband plakte waar de voet van de naaimachine over kon schuiven.
Voor het naaien van de baffle aan de buitentijk was dit niet nodig daar het gaas hier strak en zonder fronsen is.
De plakband kan je meermaals gebruiken.
Zo verwerk je eerst alle baffles voor de binnentijk





Nadat alle baffles op de binnentijk zijn genaaid wordt het tijd om over te gaan naar de volgende fase.
Baffle na baffle wordt het ander uiteinde op de buitentijk genaaid.
Kon je bij de binnentijk de baffle gemakkelijk links en rechts centreren op 1,5 cm van de rand dan is dat door de kromming die de baffle nu maakt niet mogelijk.
Om de foutmarge zo klein mogelijk te maken begon ik met spelden vanaf het midden en werkte zo naar de buitenkanten toe.
De stiftlijnen op de tijk en de naad op de baffle maakt het gemakkelijk om op het rechte spoor te blijven.
Probeer ook weer op 1,5 cm van het eind te eindigen.
Desnoods frons je dat laatste stuk een beetje. Oprekken van de stof is niet altijd mogelijk.
Bij mij waren de baffles soms wat krap gemeten.
Eenmaal een baffle vastgezet, kan je nooit meer aan de vorige werken.
Zorg dus dat je een goede naad hebt gelegd eer je aan de volgende begint.
Heb je alle baffles in de binnen en buitentijk verwerkt dan is het grootste werk achter de rug.

Er bestaat nog een andere manier om de baffles te verwerken in de binnen en buitentijk. Ik heb het zelf niet geprobeerd maar de techniek waar de naad langs de binnenkant van de binnen en buitentijk komt liggen is volgens mij een stuk complexer.
Schematisch ziet het er zo uit.

Het wordt tijd om na te denken hoe je de bodem van je quilt af wil werken. Ik heb gekozen voor een rond voetstuk maar iedere vorm is mogelijk. Bepaal eerst hoe lang je gesloten deel aan de voeten moet zijn. In mijn geval is dit 90 cm.
Dit is vrij lang maar het is een bewuste keuze omdat ik op een verkorte mat slaap met een deel van de benen op mijn rugzak. Zo vermijd ik tocht.
Verbindt de twee uiteinden van de binnentijk over deze lengte met elkaar door een naad. Je zorgt er natuurlijk voor dat de ‘overlap’ langs binnen, tussen de donsclusters komt te liggen zodat je een gladde zachte en mooi afgewerkte binnenvoering hebt. Leg de naad op 5a8 mm langs de ruwe rand.

Neem een lap binnentijk stof en maak die op maat. Wil je een cirkelvorm dan meet je hoe groot de opening is van de koker die nu is gevormd.
Zo kan je de diameter bepalen. Tel ong. 1 cm bij die diameter en zet deze uit op de stof met een stift. Dit mag op de zichtbare zijde omdat deze lijn later toch niet meer zichtbaar zal zijn. Die extra cm is dan je zichtbare houvast om de binnentijk stof van de quilt mooi op vorm vast te spelden aan het sluitstuk.

Teken een tweede cirkel buitentijk stof die in diameter twee maal de bafflehoogte (2,5cm) groter is dan dan de cirkel die je daarnet hebt uitgesneden. Daarna snij je deze cirkel uit (natuurlijk niet op de getekende lijn want daar komt later een naad maar blijf een cm van de rand.
Bevestig een stuk baffle in het midden tussen de twee sluitstukken om de donsclusters enigzins onder controle te houden nadat het voetstuk is gevuld.
Spelt de voeringstof van de quilt aan het sluitstuk en naai beiden aan elkaar. Langs binnen gezien is de voet nu gesloten. Je maakt een lap buiten stof op maat. Je neemt dezelfde afmetingen als de voeringstof. Naai het andere uiteinde van de baffle vast aan de ronde lap van de quilt. Naai nu de twee delen aan elkaar en laat een opening (ik deed dat aan de onderkant) langs waar je later het dons kan vullen.
De binnenvoering had je al over (in mijn geval) 90 cm gesloten tot een cilinder. Doe nu hetzelfde met de buitenstof. Leg deze tijdelijke naad kort langs de rand. Deze naad wordt later onzichtbaar als hij bij de uiteindelijke afwerking naar binnen wordt weggewerkt. Als we later de quilt met dons gaan vullen openen we deze naad plaatselijk weer even

schematisch ziet het voeteinde er zo uit. Let op dat op deze tekening de baffle in het cirkelvormig voeteinde niet is getekend.



Is het voeteinde tijdelijk gesloten dan doe je dat ook voor het overblijvend gedeelte.
Het is misschien al een goed idee een kanaal/drain te maken aan de bovenkant van de quilt waar later een 3mm elastische draad doorheen wordt getrokken. Het is geen doorlopend kanaal maar het wordt halverwege onderbroken zodat de elastiek daar naar buiten gebracht kan worden zodat je de opening rond de nek kan dichtsnoeren.
Verstevig deze opening door de reep stof eerst een paar keer om te plooien alvorens je hem als een zoom om het ruwe uiteinde heen legt.


Het wordt tijd om de zak te gaan vullen.
Bereken hoeveel dons in ieder compartiment moet zitten.
Je hebt een digitale weegschaal nodig die tot op de gram nauwkeurig werkt.
Ik heb me een hulpstuk gemaakt om de dons relatief gemakkelijk in te brengen en wordt gemaakt uit twee PET-flessen.
De linkse fles heeft enkele gaten in de bodem. Over die bodem heb ik een zakdoek gelegd als filter. Van de rechtse fles heb ik de bodem helemaal afgesneden en over de ander fles geschoven. De dons werd afgewogen in een diepe emmer en met de mond zoog ik via de rechtse fles de dons in de linker fles om deze dan in de quilt te blazen. Als je behoedzaam werkt gaat er weinig dons lopen. In huis ging alles zijn gewone gang. Om het half uur zette ik de stofzuiger eens op de fles en ging de verloren gelopen donsclusters ophalen.
Je zou ook een stofzuiger (op een lage stand!!!) kunnen gebruiken om zuigkracht te genereren.
THV iedere baffle maak je de tijdelijke naad over een korte afstand open langs waar je de dons binnen blaast. Na vullen sluit je de naad weer.
Zo werk je verder tot alle compartimenten gevuld zijn.
Het eind komt in zicht als je begint met het leggen van de laatste naden.
Aan het voeteinde duw je de ruwe naad naar binnen en je spelt beide uiteinden aan elkaar. Doe dit zo nauwkeurig mogelijk om een mooie afwerking te krijgen. De definitieve naad leg je zo kort mogelijk langs de rand.
Mocht ik de quilt opnieuw kunnen maken dan zou ik deze naad langs de binnenkant leggen, uit het zicht terwijl de buitentijk afgewerkt zou worden zoals nu met de binnentijk is gebeurd. De quilt moet dan natuurlijk 'binnen/buiten worden gedraaid bij het vullen.
De overblijvende open delen worden op de rand twee keer omgeslagen en met een naad vastgelegd



Het halsgedeelte,dat dichtgeritst kan worden om tocht te verwijderen, daar zijn nogal wat mogelijkheden. Je kan met drukknopen werken of met een kleine gesp. Ik heb voor een 10mm gesp gekozen die aan de beide uiteinden wordt vastgenaaid. De elastiek die doorheen het kanaal loopt heb ik aan beiden uiteinden vast gemaakt. Het is misschien een goed idee om op de plaats waar je het elastiek naar buiten brengt een of ander 'handvat' te maken om ook in het donker de plek te vinden naar het elatiek. Het voeteinde is bij mijn ontwerp over een grote afstand dichtgenaaid en daarom moet ik voorlopig geen bijkomende lussen monteren om de quilt achter mijn rug te sluiten om zo tocht te vermijden. Kies je voor een dekenmodel dat over een groter gedeelte open is, dan zal je links en rechts enkele lussen moeten naaien waar je bv een elastiek doorheen rijgt (vergelijkbaar met een veter) om zo de quilt dicht te trekken als je ligt. Iedere fabrikant heeft zo zijn eigen systeem. Kies datgene wat jou het handigst lijkt. Zelf heb ik het nog niet gedaan maar het kan ook zinvol zijn om de overgang van het losse gedeelte naar de kokerte verstevigen door zowel langs binnen als langs buiten met wat stof een verstevigingsdriehoek te naaien.



Zoals altijd zou het bij een tweede ontwerp een stuk vlotter gaan en zou ik op een paar puntend afwijken van het plan zoals Roger Caffin het heeft uitgewerkt op BPL http://www.backpackinglight.com/cgi-bin/backpackinglight/MYOG_down_quilt_bag.html
Het is hier dat ik mijn mosterd heb gehaald.
Op BPL zijn er enkele andere (leesbaarder) ontwerpen te vinden mocht je geen lid zijn.
De eerste volgens hetkaro principe. Jamie Shortt heeft een handleiding gemaakt voor een zomerse quilt. Hier zijn er geen baffles in verwerkt maar is er een doorgestikte naad tussen de buiten en binnentijk.Goed voor een zomers slaapsysteem. Hij gebruikt materiaal (momentum) van thru-hiker. Je kan er zelfs een kit kopen om zelf aan het werk te gaan. Recent had ik bij thru-hiker een kit gekocht voor het maken van een donsjas. Ik moet zeggen, momentum is een heel mooie stof. http://www.backpackinglight.com/cgi-bin/backpackinglight/xdpy/forum_thread/46708/index.html
http://www.backpackinglight.com/cgi-bin/backpackinglight/xdpy/forum_thread/46105/index.html
http://www.backpackinglight.com/cgi-bin/backpackinglight/xdpy/forum_thread/42367/index.htm
http://www.backpackinglight.com/cgi-bin/backpackinglight/forums/thread_display.html?forum_thread_id=41535
Er zijn nog wel meer ontwerpen te vinden op andere sites. Een voorbeeld van outdoorseiten

zondag 22 januari 2012

Tegendraads over een stukje HRP

De opening van Ton Joosten’s 'petit refuge'
was de aanleiding om met een groepje (Boelo,Jan,Jelle,Jannick,Ivo) een week rond te trekken in het centrale gedeelte van de Pyreneeën.
Aan weerszijde van de Frans, Spaanse grens liggen uitzonderlijk mooie stille stukken te wachten.
We sluiten deze stevige zesdaagse trektocht met tent en rugzak af in zijn "kleine knusse herberg".
Het wordt tegelijk een soort ‘hulde’ aan de enige Pyreneist van de lage landen.
Was het Hendrik Consciense die ons Vlamingen leerde lezen dat is het Ton Joosten die lezend Vlaanderen door zijn schrijfsels,ons de Pyreneeën leerde kennen.




Kaart:
Carte de randonnées nr 6
Couserans-Cap d’aran

Periode: laatste week van augustus 2011

Aanloop: Brussel-Saint Lizier d’Ustou
We zitten met nogal wat overstapplaatsen opgezadeld eer we het dorpje tegen de Spaanse grens bereiken.
Het liep voorspoedig tot Saint-Girons maar dan liet het openbaar vervoer ons in de steek. Ik heb nog een poging ondernomen om “transport a demand” geregeld te krijgen maar de taalbarrière en de slechte telefoonkwaliteit maakte dat de transporteur het telkens op zijn heupen kreeg en de telefoon simpel neer legde.
Er zou volgens uurroosters op internet nog een vrijdagavondbus tot Aulus-les-Bain rijden maar dat bleek, eenmaal per plaatse, niet juist. Achteraf gezien een goede zaak want het zou ons opgezadeld hebben met een meer dan stevige eerste etappe dag om op schema te blijven.
Het leek ons dan maar het beste om een taxi te regelen.
Gezien het latere uur, zo net voor een weekend, het kleine busje om 5 mensen met rugzak in een keer te kunnen vervoeren, werd ons het duurste tarief aangerekend.
Wanneer we door Couflens de Betmajou reden kwam tegen de achtergrond, Mont Vallier prominent in beeld.
Een top die mogelijk onze laatste dag op het programma staat.
In Saint-Lizier d'Ustou stond de teller op 73 euro. Dit hebben we dan maar afgrond op 80 euro.
De camping municipal heeft zowaar een gemeentelijk openluchtzwembad naast zijn deur. Kosten nog moeite worden gespaard om deze steek levendig te houden door waar maar kan, het toerisme te promoten.
De avond viel snel en in het donker zetten we de tenten op. Het was nog warm en dat zou de rest van de week zo blijven.


Dag1: Een versnipperde begin
We zetten ons in beweging en worden op geregeld voorbijgereden door toeristen met een dagrugzak in de koffer. Ze gaan zich net als wij vergapen aan Cirque de Cagateille en doen misschien de uitgezette dagtocht met een bezoek aan Etang de la Hilette en Etang d’Arlet. Het is al aardig druk bij de parkeerplaats.
Na een pauze zwieren we de rugzak op de schouders en kunnen voor lange tijd het asfalt achter ons laten.

Op de vlakke aanloop, voor het pad dwars door Cirque de Cagateille gaat, zijn er tal van goede bivakplaatsen te vinden. Hoogtemeter 1500 hebben we gehaald maar dan werd het duidelijk dat Boelo de overgang van zijn vlakke land naar de bergen slecht verteerd had en niet in goede doen was.
Zijn tempo ging er zienderogen op achteruit.
Verlost van zijn rugzak gaf niet veel beterschap. Omdat Cabane de la Hilette nu korter bij was dan terug te keren naar de bivakplaatsen onder in de cirque, hoopten we dat een goede nachtrust misschien beterschap zou geven.
Met die wetenschap dreven we hem voort maar moesten constateren dat Boelo nog maar amper vorderde en geregeld uitgeblust naast het pad ging zitten. Beslist werd dat ik samen met hem af zou dalen terwijl Jannick, Jan en Jelle de tocht verder zouden zetten. Snel werden nog wat raadgevingen en gerief uitgewisseld en mogelijke alternatieve plannen bekeken om toch nog samen in Ayet te eindigen.
De mogelijkheden op rij gezet waren dat ik samen met Boelo langs Franse kant op de GR10 zou blijven richting Ayet of Boelo beslist morgen om met openbaar vervoer naar Ayet te gaan om ons daar op te wachten of verkiest om naar huis te gaan als zijn toestand niet verandert.

De vlakte hebben we gehaald maar ging niet vanzelfsprekend. De eerste vlakke plek die we tegen kwamen hebben we aangeslagen.
Hopelijk zou de nacht raad brengen
Een zwoele wind heeft de helft van de nacht voor aangename temperaturen gezorgd.
Even opgeschrikt door een stel paarden die in het midden van de nacht rond de tent kwamen hangen. Hun benen gevaarlijk dicht bij de spandraden.
Ze waren nogal weerbarstig en lieten zich niet zomaar verjagen.
Boelo lag onder het zeil terwijl ik mij in open lucht installeerde en zag die nacht enkele mooie vallende sterren.

Dag 2: Het afscheid en de 'vlucht' naar Spanje
Bracht de nacht raad dan was hij niet standvastig.
Zo tijdens het ontbijt oogde alles terug normaal en zouden we verder afdalen naar St Lizier d’Ustou om dan via de GR10 naar het westen te lopen maar tijdens zijn wandeling naar de beek voor een ochtendtoilet kwamen dezelfde verschijnselen als gisteren naar boven.
De beslissing werd daar gemaakt dat Boelo terug naar huis gaat.
Het was reeds middag toen ik bij de camping afscheid nam van Boelo.
(Liften is bij gebrek aan openbaar vervoer een goed alternatief en Boelo kreeg al vrij snel een lift rechtstreeks tot Toulouse aangeboden vanwaar hij de volgende dag de trein naar huis nam.)
Ik hoopte nog tegen de avond voorbij Port de Marterat te geraken en hield er flink de pas in.

Zo kon ik de anderen tegemoet lopen die, als alles volgens plan is lopen na Cabane de la Hilette de volgende dag ergens oostelijk van Col de Certascan hebben gekampeerd.
Hoofdschuddend liep ik voorbij de helling die vorig jaar bijna voor een persoonlijke ramp had gezorgd toen ik vroeg op het seizoen probeerde een doorsteek te vinden tussen Cabane de l’Arrech en de rechter zijde van de ruisseau d’Ossèse. Bij croix de la Portère kwam de grens in zicht.
Via een duidelijk pad ging ik in zigzag omhoog om dan een stuk de flank te dwarsen om later in zuidelijk richting Cabane de Marterat te bereiken.
Vanaf Port de Marterat kwam het Spaanse Estany deth Port in beeld.
Tegen 18u bereikte ik de oever en kon ik de dag als afgesloten beschouwen.

Zuiver water had ik niet direct bij de hand. Teveel paarden en maar weinig stroming in het water. Op enige afstand van mijn kampplaats waren er wel enkele kleine stroompjes te vinden die van Pic de Marterat naar beneden kwamen.



Dag 3: Hergroepering bij Noarra.
Vroeg opgestaan om er zeker van te zijn dat ik mijn groepsgenoten niet zou mislopen.
De afslag voor de route naar Estany de Mariola was goed aangegeven.

Ik volgde de rood-wit markeringen tot Noarra en begon aan de klim richting Coll de Certascan.
Na een klein uurtje geklommen te hebben, ging ik in de berm langs het pad zitten om te wachten op wat komen ging.
Er passeren mij een paar groepjes naar boven.
Zelf tijdens het groeten zo vinnig mogelijk uit de ogen kijkend.
Proberen te vermijden dat ze mij ervan verdenken dat ik hier zit uit te blazen.
Dat ego toch!!
Na een uur zag ik Jannick als eerste de berg afkomen.
We wisselen wat ervaringen uit over de voorbije dagen en lopen samen terug naar Noarra waar we in dit verlaten gehucht en korte pauze hielden bij een waterbak.
Ik maak daar kennis met Sjikke en Teije een fries koppel dat hun hart aan de Pyreneeën heeft verpand en afgaand op hun verhaal zijn hun routes uitdagend te noemen.
Ze hebben eerst enkele dagen bij Ton Joosten verbleven en waren enthousiast over hun verblijf. Dat belooft voor ons.
Over het eerste deel van de tocht richting Refugi Enric Pujol valt er niet veel te zeggen.
Gemarkeerd, maar het waren vooral de steenmannetjes die onze bakens waren. Halverwege de klim houden we onze middagpauze bij een cabane die op een open vlakte staat.

Met de blik op Mont Rouch gericht, zag het vervolg er enigszins onoverzichtelijk uit maar dat was, eenmaal onderweg, slechts schijn.
We komen nog een HRP loper tegen die naastig op zoek was naar een refuge waar hij zich kon bevoorraden of waar er iets te eten valt. Blijkbaar stoomt hij daarom nog door naar Refugi de Certascan.
Het laatste stuk tot de hut loopt steil over, door gletsjers, gepolijste rotsen die alle aandacht opeisen om niet onderuit te gaan.
Bij de onbemande hut was het niet druk.
Een Spanjaard (in pocketformaat) met zijn hond hield er een siësta. Hij houdt er een bijzonder beroep op na.
Blijkbaar wordt hij opgeroepen als er een schadeclaim is door beren veroorzaakt zodat de herders vergoed kunnen worden.
Men zou hier iets toleranter zijn voor bruintje de beer dan aan de andere kant van de grens.
Hij bracht zijn uren voornamelijk liggend door om dan op gezette tijden even naar een verhoog te lopen kort bij de hut waarna hij met de verrekijker op de neus de omgeving afspeurde om dan weer te gaan liggen.
Het Friese koppel hield even halt bij de hut om dan ergens aan een van de Gallina meertjes hun tent op te slaan.
Een geluk dat het water niet extreem hoog staat en dat iemand een stapsteen in de uitloop van het meer heeft gelegd anders zou dit kloofje tussen Estany de Llavera en Estany de la Gallina voor sommigen wel eens onoverbrugbaar zijn.
Jelle en ik klimmen naar de graat met het plan om tot Mont Rouch te lopen.
Het is erg winderig op de kam en de aanblik van het brokkengebied vanaf de col tot de top maakt dat we de laatste meters niet afleggen maar terugkeren naar de hut.
Het uitzicht vanaf de col was niet zo bijzonder.

Pic de Ventolau in het oosten staat morgen op het programma. Door zijn centrale ligging zullen de uitzichten hier wel uitzonderlijk zijn.
Straks zou een andere gast bij de hut ons het nakijken geven als hij wel door klimt naar de top. Nog een stuk over de graat loopt om dan ter hoogte van het tweede Gallina meer af te dalen waar het Friese koppel hun tent had opgezet.
De man was een boeiend verteller over de verschillende gemeenschappen, de verschillende talen die er worden gesproken in dit gebied.
Over een streek die klimatologisch bij Frankrijk hoort, waardoor de bewoners zich wat afzetten tegen hun huidig moederland en met het Aranees een eigen taal hebben.
Als groep hebben ze eeuwen terug als enigen weerstand geboden tegen de Moren.
Wat maakt dat ze iets meer met opgetrokken neus naar de rest kijken.
Misschien is het ook maar een vooroordeel net zozeer als die fransman in St-Girons die vroeg of wij racisten waren toen hij hoorde dat wij uit Vlaanderen kwamen.

Dag4:een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt
De ochtend zag er goed uit. Strak geregistreerd stond iedereen op tijd klaar. Een stralende dag ging het worden en Pic de Ventolau die hoog boven de meertjes de wacht hield, mocht zich aan een bezoek verwachten.

Het was ons nog niet duidelijk over welke route we naar de top gaan klimmen. We bekijken de mogelijkheden als we wat korter bij zijn.
We lopen naar het laatste en grootste Estany Major de la Gallina om dan aan de oostkant in zuidelijke richting tot de westelijke uitloper van Pic de Ventolau te lopen.
Bij dit meer lagen er nogal wat veren en donsclusters en in het water een dood schaap.
Het deed mij associëren dat een mens zich soms de haren uit het hoofd trekt als hij zijn doelen niet gerealiseerd ziet.
Volgens mij hebben de gieren hier van pure frustratie zichzelf de pluimen uitgetrokken omwille van dat onbereikbare schaap.

Het was een vermoeiende klim over puin dat niet altijd even vast lag maar eenmaal op de col, wanneer Els Estany (Estany de Ventolau) in beeld kwam, zette zich op ons netvlies een beeld vast die alle inspanning deden vergeten.
Op de top zetten we ons als groep op de foto en genieten van de omgeving.

Pic de Ventolau is een mooie uitzichtberg waar, vanuit een bivakzak, de zon onder- en opgang goed bekeken zou kunnen worden.

We dalen af om vanaf de zuidelijke col in westelijke richting naar een paar meertjes te lopen die van bovenaf zichtbaar waren.
Dit is een erg rustige hoek die een beetje van de vaste paden af ligt. Op de nattere delen met iets meer aandacht om de jonge kikkers niet plat te trappen die voor onze voeten wegspringen.
In de afdaling naar Estany de la Gola zien we voor het laatst Sjikke en Teije onder ons voorbij komen.
Ze verkennen nog enkele dagen dit gebied om dan volgens plan vanaf Port de Marterat in oostelijke richting over een wat ongebruikelijk traject tot St-Lizier te lopen.
Iets achter Coll de Curios met zicht op de laatste col van de dag houden we onze middagpauze.
We dalen af naar Estany de Tarera en zetten de klim in naar Coll de la Cornella. De eerste meters aan de westkant van de col lopen erg steil naar beneden op een ondergrond zonder veel grip.
Het is nog enige tijd afdalen over een brokkenveld om, als eenmaal het rond meertje in beeld komt, ons te verplichten tot het maken van een keuze waar we onze tent op gaan zetten.
Kiezen we voor intimiteit aan dit kleine meertje of verplaatsen we ons naar het dal voor een ruimtelijke kijk op de omgeving?
Omringd door bergen met hier en daar een waterval?
We kiezen voor het laatste en zetten ons wat op de rand van de vallei, kort bij Barranc de Comamala om water in handbereik te hebben.

De namiddag brengen we al luierend en zonnebadend door.
De shelter stel ik op maar hou hem achter de hand. Slapen doe ik buiten.

Dag 5: De lange gang naar Frankrijk
We zijn nog maar net onderweg naar het dal als een groepje ons pad kruist om het hogerop te gaan zoeken.
Er wordt hier niet veel gedaan aan het onderhoud van het pad. Op verschillende plaatsen begint het overwoekerd te geraken door laaghangende takken.
We leggen, eenmaal bij de asfaltbaan, nog even een lijn met het thuisfront.
Uit ervaring weet ik dat we verderop geen bereik zullen hebben.
Er waren de voorbije dagen plannen geweest om onder in het dal, langs Riu Noguera Pallaresa te bivakkeren.
Het zou achteraf gezien voor een heel lange, vermoeiende dag hebben gezorgd terwijl qua bivakplek het kader een stuk minder is.
Het zou deze dag wel een stukje korter maken.
Bij de alweer gesloten Refugi El Fornet krijgen we op enkele infopanelen een en ander te lezen over Chemin de la Liberte. Dit zijn vlucht-en verbindingsroutes die voor en tijdens de wereldoorlog zijn gebruikt tussen Frankrijk en Spanje.
De meest bekende loopt tussen Saint Girons en Alos de Isil en kan tegenwoordig als meerdaagse tocht worden gelopen.
Voorbij de hut eindigt het asfalt en gaat de weg onverhard verder. Bij de parking voor Borda Perosa houden we een vroege middagpauze.
De rest van de dag zal er hoofdzakelijk geklommen moeten worden.
We verlaten de valleibodem en gaan op zoek naar Barranc de Clavera
Hoewel roodwit gemarkeerd en hier en daar een wegwijzer blijven we toch niet altijd op het juiste spoor. Veesporen zorgen voor enige verwarring.
De richting is evenwel duidelijk.
Bij het ronde meertje dicht tegen de grens nemen we een langere pauze. De plek nodigt uit voor een bivak.

Ontsmetten van het water lijkt aangewezen omdat er maar heel weinig stroming in het water zit.

Langs Franse kant likken wolken aan de kam. Af en toe kruipt er eentje over de rand om aan de Spaanse kant op te lossen.
Het blijft werken tot Col de la Pale de la Clauère.
Als we zien dat het langs Franse kant geregeld dicht trekt en Etang Long aan het oog onttrokken wordt door de laaghangende wolken, maakt dit het kiezen gemakkelijker en we besluiten op hoogte te blijven door via Petit Vallier de doorsteek naar Refuge des Estagnous te maken.
Er is van hieruit ook een duidelijk spoor te zien van de hoge route die vanaf Port d’Aula tot Pic de la Pale loopt.
Een top die dadelijk op het programma staat.

We vergapen ons aan wat zich voor onze ogen afspeelt. Het wolkenspel maakt dat we in een steeds veranderende omgeving lopen.
Langs Spaanse kant ligt ieder dal badend in de zon en zijn tot diep in het binnenland nog hoge toppen te zien.
Aan Franse kant zijn ze minder ruim bedeeld als we uitkijken over een deken van wolken.
Vergapen doen we ons ook aan de steile helling die we krijgen voorgeschoteld om tot de Col de la Peyre Blanc te geraken.
Zelfbeheersing en vrij zijn van hoogtevrees is hier een must.
De wandelstokken worden opgeborgen of van ons af gegooid.
Handen en voetenwerk zijn nodig.
Snel vorderen we niet. Als organisator van dit evenement mag ik mijn twee handen kussen dat iedereen er zich goed doorheen heeft gewerkt. Zo’n open evenement waar iedereen op kan inschrijven….
Je neemt een risico met dergelijke passages in het programma.
Bij de col sluit ook de route aan die van Refuge d’Aula komt.
Onze route is vanaf nu geel gemarkeerd. We lopen onder Petit Vallier door. Als af en toe de wolken oplossen komt Refuge des Estagnous in beeld.

We zijn al 10 uur onderweg en niemand heeft nog zin om door te klimmen naar Mont Vallier.
Trouwens, de wolkenzee beperkt de uitzichten langs de oost en noordzijde zijde.
In mist komen we aan en trakteren ons op enkele pilsjes die door de lege magen al snel naar het hoofd stijgen.
De huttenwaard tuurt met zijn verrekijker de omgeving af.
Het is straks etenstijd en niet iedereen is al binnen.
Een Nederlandse, rad van tong, klaagt over het pokkenweer.
Ik volg haar niet in deze redenering.
De omgeving klaart op als we op zoek gaan naar een vlakke plek voor onze tenten.
Een laaghangende zon kleurt de berg rood.

In de nacht trekt een onweer over en tot de ochtend blijft het nat en koud.

Dag 6: Van mensen en de dingen die voorbij gaan
Jannick is de flinkerd van de dag als hij, aangekleed poolshoogte komt nemen hoe het met de anderen staat.
Stilstaan doet hem rillen en hij beweegt richting hut. Kort daarna gevolgd door de rest van het gezelschap.
Nog twee korten klimmen om dan hoofdzakelijk in de afdaling naar Ayet te gaan.
Bij Col de Pécouch volgen we de gele markeringen die naar de westkant van Etang d’Arauech gaan.

Hebben we boven de hogere route via Etang de Cruzous over het hoofd gezien?
Chemin de la Liberte is vooralsnog niet ingetekend op onze oude kaart.
Op de meest recente 1/50000 kaart staat hij wel ingekleurd. Bij Cabane des Espugues loopt hij via Col de Craberous richting Cabane de la Subra. De route is geel gemarkeerd
Het terrein wordt stilaan gemakkelijker.
We komen voorbij enkele cabanes die geschikt zijn voor een overnachting.

Bij Cabane du Clot d’Eliet houden we een droogpauze. We kijken uit over Vallee de Bethmale en onder in het dal komt het dorpje Ayet in zicht.
Straks steken daar bij het avondeten onze voeten onder tafel.
Over een breed bospad gaat het doorheen een mooi beukenbos om dan even halt te houden bij Etang de Bethmale.
Het verschil in wijze van ‘wandelstijl en beleving’ zorgt voor een dissonantie in ons groepje waarbij voor even de klanken verstommen in dit zo al rustige deel van de Pyreneeën.
We lopen langs verlaten boerderijen Ayet binnen.
Weinig volk op straat te bespeuren en de mensen die we zien zijn al op leeftijd.
De leegloop heeft zich al jaren geleden ingezet. De kerk doet nog maar zelden zijn deuren open en het schooltje is al lang gesloten.
In een landschap waar er vroeger aan landbouw werd gedaan, begint het bos langzaam terug terrein op te eisen.
De stippellijnen op de kaart verraden hoe het vroeger was maar de paden geraken langzaam overwoekerd.
‘Van de mensen en de dingen die voorbij gaan.’
Er worden pogingen ondernomen om de streek terug nieuw leven in te blazen door het toerisme te promoten.
Initiatieven als de opening van Le Petit refuge dragen daar zeker aan bij.

De ontvangst is hartelijk. De slaapplaatsen worden verdeeld en iedereen ondergaat de weldaad van een douche. Het avondeten wordt buiten geserveerd.
Nu kan het nog want morgen gaan de hemel sluizen open.

Dag 7:"huisje weltevree"
De laatste dag brengt iedereen op zijn manier door. De wolken hangen laag en het regent.
Ik besluit, ondanks het druilerige weer, om al wandelend de omgeving te verkennen. Ik ben het ook weer aan mezelf verplicht om nog wat baardmos te verzamelen dat door mijn vrouw verwerkt wordt in haar bloemstukken.

Loop terug naar Etang de Bethmale en ben daar getuige van een wonderbaarlijke visvangst als met een net en wat voer in een mum van tijd een vijvertje met forel wordt leeggevist om deze terug uit te zetten in het hoger gelegen Etang de Bethmale.


Dat die vissen steeds in dezelfde val lopen zegt iets over hun gebrekkig leervermogen.
Ik loop door naar Port de la Core. Het blijft mistig en daarom besluit ik om terug te keren.
Loop over een breed bospad richting Col de l’Arrech om dan een poging te ondernemen via vergeten paden terug te keren naar Ayet.
Nu kon ik aan de lijve ondervinden dat de natuur zijn werk langzaam maar zeker aan het voltooien is.
Ik loop me geregeld vast in het struikgewas.
De namiddag vul ik door een duik in de verzameling Pyreneeënboeken die Ton Joosten doorheen de jaren heeft verzameld. Binnen zitten heb ik niet als straf ervaren.
Ton is het bos nog ingetrokken op zoek naar cantharellen om ze te verwerken in het avondeten.
Helaas, de oogst was te mager.
Hij heeft ze dan maar zelf opgegeten.
We zouden er anders toch maar om hebben gevochten.

Dag 8: huiswaarts
Vroeg in de ochtend ging het al wandelend naar Les Bordes sur Lez vanwaar de bus ons terug naar Saint Girons bracht.
Het is zaterdag en dan is er markt.

We hebben nog tijd over om langs de verschillende kraampjes met streekproducten te lopen tot de bus ons naar Toulouse brengt.
Een mooie afsluiter van een avontuurlijke week.

foto's