vrijdag 21 december 2012

Natte voeten tocht


Eind november, de temperatuur begint al wat te zakken.
De takken hebben de greep op hun verdorde blad meestal al verloren.
Trek erop uit voor een voorzichtige eerste test door koud en nattigheid.
Verderop in de week gaat hier de eerste sneeuw vallen.  
Ben dan al weer thuis. Iemand wordt naar zijn laatste rustplaats begeleid en wil erbij zijn. Twee gebeurtenissen die stilistisch met elkaar verbonden worden door een lied van Jan de Wilde 


Waarom ik per se met natte voeten wil lopen?
In de overgang van de zomer naar de winter wil ik Lapland gaan verkennen.
Sinds ik een tweetal jaar mijn tochten op trailrunners probeer te lopen zal mij dit voor nieuwe uitdagingen plaatsen.
In principe zouden hoge GTX sokken kunnen volstaan maar ik vertrouw die sokken toch niet helemaal.
Meer dan eens lees ik dat ze sneller lekken dan gedacht. Ik kan dus beter voorbereid zijn op natte voeten. Bij wijze van experiment  zal ik mijn summit kousen van Bridgedale
dragen op een stel flyroc 310 van inov-8.  Plus een paar korte zelfbouw getten uit codura 500 om te vermijden dat er zooi langs boven binnen komt. De GTX kousen van Rocky draag ik eenmaal de bivakplaats bereikt.
Trek naar de hoge venen die na Joery's reportage zeker aan populariteit zullen winnen. Beperk me tot het gebied waar ik nog wat oude kaarten van heb liggen.
De 50/1-2 van regio Sart-Xhoffraix herzien in 1987 en de wandelkaart “aan de rand van de venen” uit 1996.
Zwicht onder de  lichte druk van het thuisfront, die mij gek verklaren dat ik de eerste bus naar Antwerpen wil nemen waardoor ik pas rond 9uur de deur uit ga.
















Maandagmiddag in Eupen zoek ik de Helle die ik op de voet kan blijven volgen.
Van het eerste stuk heb ik geen kaart maar ik hoef alleen maar de GR-markeringen te volgen. Stuit al vlug op aanplakborden met jachtdata. Ik heb geluk en kan zonder probleem het  Hertogenwald in.
Steek een paar uur later via de brug de Helle over. Om 16.30u hou ik het voor bekeken als ik mijn tarp op een kiezelstrandje naast het water neerpoot. Wissel van sokken.
Mijn eten is sobere kost. Poeder voor één liter soep, zakje couscous van 100gr aangelengd met 500 ml kokend water. Spoel mijn kousen uit in het bruine water.
Turf laat zich niet tegenhouden door het gaas van mijn schoenen.  Het idee om de GTX kousen aan te houden in de quilt laat ik varen.
Ze slorpen teveel water op langs de buitenkant .
Slapen is een probleem. Het wordt stilaan een traditie dat ik met hazenslaapjes de lange nacht probeer door te komen.
Moet nog wennen aan de sombere kil en natte omgeving waarvan ik denk dat dit  in Lapland hoogstens het voorgerecht zal zijn.
 
 Het opkomend licht in de ochtend doet mij zin krijgen. Eet mijn muesli mengsel op en ga op stap. In principe zou ik doorsteken naar Mont Rigi maar bij Pont Marie Anne Libert  wordt ik verzocht om afscheid te nemen van de Helle en ze loodsen me langs de oostkant van de venen richting zuiden. Tussendoor heb ik al tot de knieën in een veenpunt gezeten. Vergeten te peilen met mijn stok.
Bereik gemakkelijker dan gedacht het begin van rau de Ghâster om dan later NW naar de ‘bron’ van Rau de Bayehon te lopen. Bij de brug trekt het open en  zie ik de blauwe lucht. Een koppel kijkt me vreemd aan wanneer ik midden de stroom ga staan om zoveel mogelijk modder uit de broek en schoenen te spoelen. Voorbij de waterval dient zich, wanneer ik door loofbos loop een aantrekkelijk stuk aan. Later brede boswegen met links en rechts een kaalkap om bij Pont de Bèleu voor even de GR markering langs de Polleur op te pikken.
 Steek door naar het begin van Rau de Statte.
Moet mij tevreden stellen met een eerder armtierig plekje langs het water voor een bivak.
Een zacht bed van dennennaalden maar onaantrekkelijk omdat ik omringd ben door een dicht donker naaldbos.
Spoel opnieuw mijn schoenen en sokken uit. Ik merk dat de wol toch vrij ruw aanvoelt en dagenlang aan de voeten geeft mij dit gegarandeerd schuurwondjes. 
Een fijne ondersok lijkt noodzakelijk.
Koud heb ik het niet wanneer ik de droge sokken aan heb maar ik voel aan de tinteling en het wat voze gevoel onder de zolen dat de nattigheid en koude toch al zijn effect heeft.
Hoe het verder gaat evolueren, daarvoor zal deze tocht te kort zijn.
De temperatuur zit rond de 7°C. Morgen gaat hij in principe nog wat zakken.
 De volgende dag een korte vloek wanneer ik merk, amper 500m verder dat ik door een mooi
open beukenbos loop met een vlakke ondergrond.
Het valleitje van de Statte wordt er alleen maar mooier op. Tal van aanpassingen om het de wandelaars gemakkelijk te maken. Ondanks de steile helling rechts zie ik nog tal van mooie bivakplekken.
In plaats van de GR op te pikken richting Hoëgne loop ik nog even door naar Solwaster  waar gemeentearbeiders een lading kerstbomen lossen.
Hou er flink de pas in tot Passerelle de Bell-Hé om dan mijn tijd te nemen onderweg tot Passerelle du Centenaire waar ik nog een paar happen tourbrood binnen werk. De temperatuur is inmiddels gezakt tot 4°C. Ik draag over mijn basislaag een silnylon dampremmend/windblokkerend jasje en verder een vrij dunne fleece.
Blijf de Hoëgne volgen over een breder pad om het modderig parcours langs de Polleur terug op te pikken.
Fagne de Polleur, een natuurgebiedje voor het brede publiek, van kinderwagens tot rolstoelen rond ik wijzerszin. Leer nog wat bij over de turfstekers. Bij het waarnemingsstation staat de thermometer op 2°C. Mijn lijf heeft het nog warm genoeg maar met mijn handen gaat het minder. Wachtend op de bus naar Eupen heb ik de grootste moeite om mijn jas en ritssluiting dicht te krijgen en de handschoenen uit de rugzak te vissen. Alle kracht is eruit.
Niet goed bezig geweest.
Veel woorden voor een vrij korte tocht.
Een wat langere ervaring van het lopen op trailrunners bij kou en nattigheid is op het blog van Willem te lezen.

fotoalbum 

donderdag 8 november 2012

Rondje Val d’Aran( bis).

“Toeren onder de schaduw van Pic d'Aneto”

Kaarten:mogelijkheden
-Online kaart
-carte de randonnées nr 22 pica d’estats-aneto (1:50000)
-editorial alpina carte de randonnées: Val d’aran

Ik had deze laatste 1:40000 kaart bij.
Ze bestrijkt een veel kleiner gebied als carte de randonnées nr 22.
Op beide kaarten mis je een klein stuk van het begin en eind van de route maar dat hoeft geen probleem te zijn


Fotoalbum

Periode:
2 oktober tem 13 oktober 2012

-In de vermelde duur zijn pauzes en missers inbegrepen

In het voorjaar werd mijn advies gevraagd over enkele routes door de Pyreneeën.
Welke, uit de suggesties, ik het meest aantrekkelijk vond?
Het ging daarbij ook over het Parc National d’Aigüestortes. Mijn andere correspondenten die dezelfde vraag kregen voorgelegd schoven dit gebied naar voor.
Ooit was ik er geweest met mijn dochter maar mist heeft toen een deel van de tijd roet in het eten gestrooid.
Naar aanleiding van die gebeurtenissen en aangewakkerd door de motivering van collega bergwandelaars besloten om dit jaar eens terug te keren.
Variaties op een eerdere routes in dat gebied.
Nu hou ik het liefst van tochten in lijn, waar er een zekere druk is om het eind te halen.
Terwijl ik voor korte tochten waar in een rondje wordt gelopen soms met het gevoel achter blijf dat ik rond een kerktoren aan het lopen ben waardoor ik ze gevoelsmatig als niet zo uitdagend ervaar.
Ik heb het rondje dan maar wat groter gemaakt. Starten zou ik in Luchon met Coll d’Airoto als meest oostelijke punt.
Dan zuidelijk naar Aigüestortes om daar de noordkant aan te doen om zo terug naar Luchon te lopen.
Het plan nog niet in detail uitgewerkt maar met de natte vinger gaf ik mezelf 12 stapdagen om deze klus te klaren.
De voorbereiding van de tocht liep wat hectisch omdat ik nog wat eigen gemaakt gerief wilde meenemen. Gerief dat qua ontwikkelingsfase soms nog een vage idee in het hoofd was.
Als voornaamste een rechthoekige klassieke tarp.
De laatste dagen voor het vertrek keerde de rust terug en voor mijn doen leefde ik relatief ontspannen naar het moment toe dat ik de voordeur achter mij zou sluiten.
De eerste dagen werd er volop zon beloofd. Het heeft het voordeel dat ik na enkele dagen in een ritme ben zodat ik veranderingen wat beter de baas kan. Ik begin op bekend terrein, dat scheelt ook.
Ik stel over het algemeen weinig eisen hoe ik reis maar met de nachttrein kies ik altijd het onderste bed van de drie omdat ik mij rugzak dan veel beter kwijt geraak dan dat ze mij in de nok steken.
Voor de goedkoop zou de terugreis in een zetel gebeuren.
Het rondje zou ik in wijzers zin lopen.
Iets vriendelijker terrein in het begin waar ik nog niet geconfronteerd zou worden met brokken zones
en Coll de Molières op de terugweg van zijn gemakkelijkst kant bedwongen kon worden terwijl het gewicht van de rugzak tegen dan al flink gereduceerd zou zijn.
Voor de zekerheid toch maar de stijgijzers meegenomen en qua kledij ben ik ook ingesteld op winterse toestanden.
Drieëntwintig kg hef ik op mijn rug als ik de deur uit stap. Eten voor 12 dagen, de twee liter water en de wandelstokken reeds vastgemaakt op de rugzak inbegrepen.
Niet slecht, het is ooit anders geweest.


Dag een:Een voorzichtige aanloop
Duur:6 uur

Ik heb er in de nacht niets van gemerkt maar met een vertraging van twee uur kwam ik in Toulouse aan. De trein was ingereden op een stel roekeloze herten.
De rechtstreeks trein naar Luchon was al lang vertrokken. Nu zou het met een overstap moeten waarbij het laatste stuk met de bus wordt afgelegd.
Vanaf het station zoek ik de GR10 op.

Bij Artigue vul ik de drinkbussen en nog eens de twee extra lege 500ml flesjes die ik heb meegenomen uit de trein. Twee liter vond ik bij nader inzien wat krap.
Zo ging het richting grens tot bij Col des Taons de Baconère waar een restant staat van een toren toen hier een kabelbaan liep voor het transport van erts van Spanje richting Frankrijk.
Kom tegen het eind van deze klim nog een druppelend bron tegen die ijzerhoudend water geeft.
Vooral voor de verre uitzichten vond ik het traject tussen Artigue en Cabane de Sauères bijzonder.
De gletsjer van de Aneto duidelijk in beeld en gedurende deze tocht zou dat niet de laatste keer zijn.
Volg het advies van Louis Audoubert die een bivak voorstelt onder Pic de Montmajor (2082m).
De bron die water moet leveren aan een cascade van drinkbakken staat droog. Zet me op een heuveltje en heb van daar een mooi overzicht op de route van morgen.

Dag twee:Een stille maar niet lege hoek.
Duur:8.30u

Beneden in het dal brandt het licht nog in de dorpjes Bausen en Canejan wanneer ik voor een eerste keer op sta. Nog niets aan de horizon doet vermoeden dat er een nieuwe dag staat aan te komen. De afstand tussen ik en zij benadrukt nog eens extra de stilte die er in deze hoek heerst.
Het is een warme nacht geweest maar toch flink wat condens opbouw.

Het eerste zonlicht valt relatief snel op mijn bivakplek. Bij een cabane in verval was het even zoeken naar “échelle de Sa Plan” die me tot Bausen moet brengen. Dit pad is een overblijfsel toen hier aan mijnbouw werd gedaan.
Als vanzelf geraak ik in Bausen waar het me opvalt dat het hoger in deze vallei noordelijk van Rio de Bausen het ooit een levendig gebeuren moet zijn geweest. Nu resten er slechts verlaten terrassen en verkommerde boerderijen.
Op een man na die hout aan het hakken is, kom ik niemand tegen in dit slapend dorp. Typisch zo’n dorp waar er hoogstens in de zomermaanden nog leven is en waar de leegloop jaren geleden is ingezet.
Vul mijn drinkbussen aan een bron in het dorp en over een onverhard pad loop ik naar het dal. Afstekers van de verharde weg.
Steek Pont Dera Lana over om het pad op de rechter oever van de Garone te volgen. Er zijn in het begin wat trappen en kabels aangebracht om een wat steiler stuk te overbruggen.
Op een asfaltweg moet het even naar links om dan het GR pad op te pikken naar Canejan.
Ik loop over een heel mooi breed, goed onderhouden pad en ooit de hoofdbaan uit de tijd toen er nog geen auto’s waren. De terrassen houden nog goed stand tegen de druk die de berg geeft op de muren. Ik blijf altijd vol bewondering voor de energie die het de bewoners moet hebben gekost om deze bergen in cultuur te brengen.
Het is tegen de middag als ik op het pleintje voor het gemeentehuis mijn middagpauze hou en de slaapzak en tarp laat verluchten.
In Canejan is er wat meer leven dan Bausen. Verrast hoe zo’n vesting ontstaat midden een steile helling.
Vul opnieuw alle bussen met fris water uit een fontein omdat ik niet zeker ben of ik hogerop nog iets zal vinden en zoek bij de kerk het pad op dat mij langzaam via Pujol-Amelech naar de grens zal brengen.

Het kost de man wel een uur
Om de straat uit te lopen
Voetje voor voetje schuifelt hij voort
Met een hand aan de muur


zingt Bram Vermeulen in het lied ‘Willem Twee’. Ik voel me even net zo oud.
De conditie, die moet duidelijk nog wat groeien.
Buiten alle verwachting kom ik vrij hoog tegen de flank van de helling bij een stel drinkbakken nog een bron tegen die spaarzaam water geeft.
Ik vul terug bij.
Verrast als ik twee Duitsers tegen kom op mijn pad die net als ik, zich na de laatste bomen ongebaand een weg zoeken door hoge varens en heide tot de grens.
Stoot daar langs Franse kant, rechts van Tuc de Pan op een goed pad dat ik volg tot de col onder Cap de la Pique. Onderweg een grijs, door de zon gebleekt perkament omhulsel wat ooit een rund was.
Vakkundig uitgehold door de gieren. In het noodwesten diep in het dal ligt het Franse dorpje Fos
Van daaruit is het ook mogelijk om via Bois de Mont Caubech de graat te bereiken bij Pas de Trentenada.
Probeer verbinding te maken met het thuisfront maar dat lukt niet
Veesporen en hier en daar een steenman maar vooral op eigen inzicht loop ik naar Cabane dera Trauèssa die ik al van ver zie liggen.

Ik heb al flink wat voorsprong op de Duitsers die blijkbaar ook mijn kant uitkomen.
De herder maakt, al is het niet rechtstreek, snel duidelijk dat binnenslapen geen optie gaan zijn en verwijst naar de cabane bij Plan verderop in het oosten.
Ik vraag hem of ik hogerop bij de hut mag bivakkeren wanneer ik zie dat de hut een waterpunt heeft. Geen probleem maar hij verwittigt mij dat hij morgenvroeg zijn koeien gaat halen bij Plan en dat het hier wel eens druk zou kunnen worden.
Geen vlak stuk te vinden tegen de helling zodat ik de tarp niet opstel en mijn bivakzak open leg in een kuil. Het belooft opnieuw een heldere nacht te worden.
Benieuwd wat de Duitsers gaan doen want afgaand op de maat van hun rugzak hebben ze geen kampeergerief bij.
Flarden woorden die mij bereiken doen mij besluiten dat de herder zijn zelfde verhaal doet en wat later zie ik de Duitsers afdalen naar het zuiden. Die moeten bijsturen zit ik te denken. Ik vermoed dat ze de Gr211 op moeten zoeken voor een overnachtingsplaats. Mogelijk refugi dera honeria?
Krijg nog kort bezoek van een jonge man met rugzak en nogal wat fotomateriaal rond zijn nek.
Hij is hier om foto’s te maken van de edelherten. Ik herkende hun geburl op de achtergrond uit eerdere tochten. De mannetjes zijn in competitie met elkaar wie de hoogste in rang gaat worden om dan te paren met de hinden. Dag en nacht in de arena. Amper tijd om te eten en drinken. Waar ieder ander mannetje een concurrent is mag de aandacht niet verslappen.
Wolken likken de toppen langs Franse kant.
De avondlucht kleurt rood voor de nacht valt maar stil wordt het nooit.
Ook deze nacht is de strijd en het imponeren blijven doorgaan.

Dag drie:‘Laatste’ avond met een oude bekende
Duur:6.30u

Droge nacht
De flessen gevuld, veel water geeft de bron niet meer maar de smaak is nog goed.
Ik trek verder naar het oosten. Geen echt duidelijk pad maar ik laveer wat van spoor tot spoor tussen varens en brem. Niet echt een geharkt pad. Als de koeien het ooit voor bekeken gaan houden zal het alsmaar moeilijker worden deze route te nemen die, naar ik vermoed niet veel belopen wordt zeker nu er wat lager in het dal de GR 211 loopt.
Blijf op een afstand van Cabane Plan en loop in eerste instantie naar een bouwsel dat vermoedelijk ooit een pyloon is geweest van een kabelbaan voor het transport van erts en werk me langzaam naar Coma d’Arbe. Het duurt door de lage begroeiing allemaal iets langer dan verwacht maar de richting is duidelijk.
Eenmaal boven, met zicht op Estanh Long de Liat hou ik een langere pauze om dan de gele markering op te pikken die mij zonder veel moeite naar het balkon brengt dat later op de dag toegang zal geven tot Port d’Urets.
Het moet wel de vierde keer zijn dat ik op dit stuk loop en vereeuwig mij op een foto.
Ik bedenk mij dat ik dit grensgebied erg waardeer. De grenstoppen liggen er heel gracieus bij.
De grashellingen geven het een vriendelijk er toegankelijke look.
Er komen ter hoogte van Port de Hourquette een paar routes bij elkaar. Ik hou Estanhets de Maubèrne rechts onder mij om dan hogerop terug op de rood wit markeringen te komen. Een geleidelijke klim gaat eerst tot deze meertjes om zich dan langzaam naar Port d’Urets te bewegen.
Zie vaag het spoor dat naar Tuc de Maubermé leidt. Nog voor Port d’Urets pik ik een gele markering op waar ik even een iets moeilijke manoeuvre moet maken over de leistenen ondergrond om de col noordelijk van Tuc de Crabes te bereiken. De kleur van de ondergrond is hier bijna zwart.

Anders dan gewoonlijk stel ik mijn tent aan de westkant van Lac de Montoliu op.
Een meer dat ik koester
Het is vier uur, is het een schande of straf om nu te stoppen?
Dacht van niet.

Dag vier:Industrieel erfgoed in niemandsland
Duur:7u

Louis Audoubert stelde een intiem bivak voor bij het hoger gelegen meertje aan de noordkant van Lac de Montoliu maar de volgende dag merkte ik tijdens de klim naar Colada Nera dat het droog stond.
Ik neem afscheid van een hoek waar ik met veel warme herinneringen aan terug denk en neem mij voor hem enkel nog te bezoeken als het zou passen bij een of andere georganiseerde trekking samen met anderen.
Verken de gebouwen en de mijngangen van Mines deth port d’Urets. Loop bijna tot Port d’Urets om dan terug via de flank naar Colada Nera te lopen.
Volgens mij hebben ze geen vrijwilligers gevonden om dit traject te markeren want de rood wit markeringen laten me in de steek en op de kaart hoef ik ook niet rekenen want die legt de route over Pic d’Homme (Tuc der Ome) volledig fout.
Ook vandaag blijft de gletsjer van de Aneto nog lang in beeld en hij zou ook de komende dagen een baken blijven.

Zet een eigen route uit tot de top van Pic l’Homme om dan over zijn rug naar het oosten te lopen dan daal ik naar een klein naamloos meertje. Dat ik deze route kies heeft te maken met het feit dat ik de verlaten Mines deth Horcalh wil bezoeken. In eerste instantie had ik vanaf Lac de Montoliu de route over Taula de Parros willen nemen met Tuc de Parros als hoogste punt maar vanaf mijn bivakplaats gisteren was ik er niet zeker van of de graat altijd even gemakkelijk te belopen viel.
Eenmaal bij het meertje loop ik op de rechterflank parallel met de dalbodem naar Mines deth Horcalh. Geleidelijk wat aan hoogte winnend. Beetje verrast hoe hoog ik boven de gebouwen uit kom. De omgeving bevalt me meer dan uitstekend door het verlaten gevoel wat heel de scene bij mij oproept. De puinhopen rond de mijngangen, het achtergebleven materiaal.

Sporen die langzaam door de tijd worden uitgeveegd. Het kost me enige moeite om de gebouwen te bereiken.
Ik had al uitgemaakt voor mezelf dat ik waarschijnlijk Cabana de Marimaha niet meer zou kunnen halen. Even overwogen om vanaf de mijngebouwen naar de dalbodem af te dalen om zo de beek naar het zuiden te volgen. Blij dat ik dat niet gedaan heb maar op de gr 211 ben gebleven.
Langer in afstand maar veel gemakkelijker te lopen op dit bijna vlak pad waarover vroeger de wagonnetjes richting port d’Orle liepen. De vallei met zijn waterval roept herinneringen op toen ik er samen met mijn dochter door het stille dal tussen Sarrat Blanc en Sèrra Deth Lastoar steil onze weg naar beneden zochten.
Inmiddels hebben ze een brug gelegd op de plaats waar de Arriu de Vernatar en Arriu deth lastoar in elkaar samenvloeien . Hou een pauze en leg mijn tourbrood in de zon. Gisteren gemerkt dat het begon te beschimmelen. Eigenlijk had ik het kunnen weten. Ik had het brood al na een dag in plastiek zakken gestoken. Het was veel beter geweest had ik het thuis nog enkele dagen langer had laten uitdrogen. Cellofaan folie heeft het voordeel dat het toch nog een beetje dampdoorlatend schijnt te zijn.
Al bij al was ik er gerust in dat ik de zaak nog onder controle ging krijgen. Na een paar van die drooppauzes de daarop volgende dagen is de schimmel langzaam weggegaan.
De ruïne bij es de Cabau bestaat niet meer. Er staan nu een heel riante woning.
Over een onverharde weg gaat het dan naar Montgarri. De Refugi Amics de Montgarri is nog open. Ik hou er geen pauze maar loop door naar Pont de Marimanha. Het is tegen vier uur. Overweeg nog even om de klim in te zetten maar merk dat het vet van de soep is en ik beter bivakkeer langs La Noguera Pallaresa.
Water haalde ik uit Barranc de Marimanha maar die gaf minder water dan gedacht. Ik vermoed dat het merendeel al ondergronds is gegaan.

Beetje uit luiheid zette ik de tarp niet op. Maak nog gebruik van de laatste zon om mijn onderkledij uit te spoelen te drogen.
Mijn linker elleboog zit te zeuren en maakt een stroef geluid, net alsof hij droog is gelopen. Overbelast door gebruik van de stokken.

Dag vijf:Blinde en impulsieve maneuvers.
Duur:9u

Luiheid wordt onmiddellijk afgestraft.
Het was een heldere nacht en zo zonder beschutting van bovenaf zakte door de uitstraling de temperatuur stevig en was ik erg verrast over de hoeveelheid ijsopbouw tussen bivak zak en slaapzak tijdens de overgang van nacht naar dag. Een beginnersfout die ik niet had hoeven maken omdat er onder de bomen genoeg plaats was geweest. Er stak ook een vapor barrier liner in mijn rugzak in de vorm van twee aan elkaar gekleefde vuilniszakken. Had zeker ook een verschil gemaakt.
Ach het stelt gelukkig allemaal niet zoveel voor. Het lijkt erop dat het terug een zonnige dag gaat worden en er voldoende tijd gaat zijn om de slaapzak te laten drogen.
Zoals ik ook al in Willem’s verslag las was het even opletten om het goede pad op te pikken.
Zo vroeg op de dag zit ik nog vol energie.
Sneller dan verwacht, binnen het uur, kwam Cabana de Marimanha in beeld. Een eind van de beek op een heuvel gelegen.
Het was daarnet erg druk in de lucht als een dertigtal gieren boven mij rondjes beginnen maken. Wat later zag ik de aanleiding. Afgaand op zijn bruine kleur lag daar naar “Gierse normen” een relatief vers karkas van een rund. Enkele minder schuwe gieren waren aan tafel blijven zitten. Gieren blinken over het algemeen niet uit in tafelmanieren.
Het goede pad begint langzaam over te gaan in een met steenmannen gemarkeerde route.
Ik verlies meer dan een uur als ik na een pauze klakkeloos de steenmarkeringen blijf volgen. Ik voelde al aan dat er ergens iets niet klopte. Haalde een paar keer kaart en kompas naar boven maar het was pas bij de aanblik van de col links van Tuc de Beret en het ‘ontdekken’ van Lacs de Marimanha dat ik zeker was dat ik niet meer op mijn route zat.
Ik heb het wel eens meer dat, als ik naar een bergketen kijk , ik de opening naar een zijdal niet schijn op te merken. Er zit niet anders op dan op mijn stappen terug te keren.

Uiteindelijk bereik ik Estanhons de naut de Marimanha vanwaar ik zonder al te veel problemen tot Coll d’Airoto verder klim.
De afdaling naar het Estanyet de Marimanya d’Isavarre zuidelijk van coll d’airoto erg steil. Moet mij nog door heel wat puin werken om Collada dels Plans te bereiken waar ik uitkijk over een prairie achtig landschap waar er enkele meren liggen en een weerstation op zonne-energie.
“hiha” riep deze cowboy.
Neem een pauze omdat ik mij redelijk leeg voel na de inspanning en ik moet wringen om een hap van mijn tourbrood binnen te krijgen.
Ik rekende op 1,5 stuk per dag en krijg met moeite een stuk door de keel. Kom daar ook nog eens tot de conclusie dat ik mijn kompas ergens onderweg ben kwijtgespeeld. Het maakt de stemming er niet beter op en een kleine onrust maakt zich meester van mij.

Het landschap is zo open dat ik geen moeite doe om een pad te zoeken en loop tegenwijzerszin rond Estany Superior del Rosari om dan op goed geluk naar het zuiden te trekken richting Estany del Rosari d’Arreu.
Vroeger dan gedacht zit ik tussen struikgewas en de bomen zodat de laatste meters tot de waterlijn al ploeterend verlopen.
Het valt me wat tegen. Ik had hier een meer open landschap verwacht. Volgens de kaart moet er langs de zuidkant van het meer een pad lopen. Het pad langs de oostkant ligt volgens de kaart een stuk hoger en ik heb geen zin om daar naar op zoek te gaan.
Steek de uitloop over en kom al snel een duidelijk, geel gemarkeerd spoor tegen dat na tijdje via een brug terug naar de linkerkant gaat maar ik geraak het spoor bijster en loop mij suf te zoeken naar het vervolg.
Zoveel aan het zoeken geweest dat ik op de duur moeite heb om mijn laatste duidelijke spoor terug te vinden. Ik zie dat ik niet goed zit.
Bomen, staande en omgevallen door elkaar, het struikgewas tegen de helling maken me benauwd. Dit is geen plek om te stranden als het avond wordt.
Zoek me een weg terug tot ik toch nog een pad tegen kom dat in een zig zag naar de rivier daalt. Ben al blij dat ik weer een houvast heb maar de route komt in het heel niet overeen met de kaart. Ik vind geen enkel spoor dat mij naar het dal, waar Barranc del Muntanyo door stroomt, kan brengen.
Neem dan het besluit om de route helemaal om te gooien om verder in ZO richting af te dalen naar een gebied dat ver buiten mijn kaart valt. Wetende dat mij dit morgen op zou zadelen met een onbekend aantal kilometers asfalt.
Ik ben het hier wat beu en wil er weg.
Achteraf gezien is dit niet zo’n wijs besluit geweest omdat ik gewoon op mijn voetstappen terug had moeten keren om van Estany del Rosari d’Arreu naar Estany de Garrabea te lopen.
Vanaf hier was ik al met mijn dochter naar Vall de Gerber gelopen.
Ook niet altijd even duidelijk maar ik zou dan tenminste opnieuw door een open landschap lopen.
Ik deed het dus niet en zocht via een niet al te duidelijk pad mij een weg naar beneden. Het merendeel van de weg heb ik relatief jachtig afgelegd omdat ik van hogerop kon zien dat het hier over een vrij lang dal ging en ik niet in kon schatten hoeveel tijd ik erover zou doen.
Dan kwam ik een oud gehuchtje (bordes d’arreu) tegen waar alle woningen zwaar in verval waren.
De natuur begon het terug op te eisen.
Het stond er vol braamstruiken met sappige dikke bessen. Ritste enkele handen vol van de struiken terwijl ik mij even wat rust gunde .
Nog lager kwam ik bij een groepje huizen van meer recentere datum. Van de buitenkant nog in een vrij goede staat maar ze waren allemaal onbewoond. Dit gehuchtje (Arreu) was enkel maar te voet bereikbaar.

Ik werd er even stil van en mijmerde wat over de vergankelijkheid van de dingen.
De mensen met hun plannen die ze tussen de wieg en het graf maken. Maar waar generaties voortbouwen op wat was, wordt er soms een andere richting in geslagen.
Eenmaal dicht bij de weg heb ik even moeten zoeken naar een goede slaapplaats. Liep eerst door naar een oude romaanse brug maar zo kort bij de weg waren er niet zo’n goede opties en het water dat hier door een diep uitgesleten bedding liep was niet bereikbaar.
Ik keerde terug richting Arreu en bij een weiland waar ze via buizen water aftapten hogerop uit de beek voor de bevloeiing van het veld zette ik mijn tarp recht.
Friste me op, iets dat ik door het mooie weer iedere avond heb kunnen doen.
Op eerdere tochten vond ik het nodig een wasbak mee te nemen om met enkele druppels afwasmiddel als ontvetter mij af te kunnen spoelen.
Nu had ik ervoor gekozen om enkel een washandje mee te nemen en mij met zuiver water af te spoelen. Wat harder schurend als het echt vuil was. De voeten bijvoorbeeld.
Gelijk een nadeel van luchtige trailrunners is dat via het gaas en bij droge omstandigheden, zich nogal wat fijn stof afzet op de voeten.
Maak nog even verbinding met het thuisfront en berust in mijn lot dat ik de volgende dag een onbekend aantal kilometers asfalt voor de boeg ga hebben voor ik terug houvast ga krijgen op de eigen kaart.

Dag zes: Een oranje kooi van Faraday als rustpunt.
Duur:7.30u

Na 5u stevig doorstappen waar het via Esterri d’Aneu richting Port de la Bonaigua ging zat ik ter hoogte van de skiliften terug op de route door Vall de Gerber.
Ik had natuurlijk kunnen liften.
Heb het ook even overwogen maar dit is per slot van rekening een wandelvakantie en dan moet ik er de consequenties maar bijnemen zei ik streng tegen mezelf en moet het gevolg van mijn keuzes maar accepteren.
Achteraf thuis zag ik dat ik onnodig veel asfalt heb zitten lopen. Een doorsteek vanaf Boren via Sorpe zou mij uren tijdswinst hebben opgeleverd maar toen had ik geen notie hoe dit gebied er uitzag.
De serie haarspelbochten voor de Port heb ik wel grotendeels via afstekers in kunnen korten.
Ik was de voorbije uren enkele kleinere plaatsen gepasseerd en heb moeten concluderen dat de situatie hier niet veel beter is dan de verlaten gehuchten die ik gisteren tegen kwam.
Heel veel nieuwbouw maar bij het merendeel van de huizen zijn de luiken gesloten. Veel bordjes met te koop. Als de toeristen weg blijven is het hier even doods als daar boven op de berg.
Dan lijkt het bijna alsof de mensenwereld zich langzaam terug trekt naar de lagere delen van het land.
Het vervolg was een vrij geleidelijke klim door Vall de Gerber waar voor het eerst het landschap wat herfstkleuren liet zien.
Drie uur te gaan wist een bord te vertellen. Het was vrij miezerig weer door de mist die er hing.

Estanyola de Gerber is een alleraardigst klein rond meertje.
Estany Petit stond droog maar Estany de Gerber mocht wel weer worden gezien. Eenmaal aan de hut maar direct de grote plastiek fles gepakt die er stond om terug het heuveltje af te lopen naar het Etang de l’Illa om water te halen.
Een oude pan heb ik even misbruikt als waskom. Deze keer deed ik wel enkele druppels afwasmiddel in het water.
De hut voor mij alleen.

Dag zeven: Met een dartelend gevoel in Aiguestortes
Duur: 8u

Ik had voor het eerst een goede nachtrust gehad. De opkomende zon kleurde de hemel rood.


De vorige keer hebben we een eigen route naar Coth der Lac Glaçat gelopen. Nu zag ik dat er beneden een bord stond en dat er vanaf de hut gele markeringen vertrokken. Voor het eerst zag ik een paar gemzen
Terug weer paar vervelende brokkenvelden die toch wat extra aandacht vereisten. Daar gaapten soms diepe kloven tussen de rotsen.
Lac Glaçat liet zich vanaf de col door het ochtendlicht in al zijn glorie bewonderen. De gele markeringen hielpen me nog een tijdje op weg. Hielden dan plots op en hun taak werd overgenomen door steenmannetjes die mij zonder al te veel problemen naar het zadel leiden tussen Tuc de Saboredo en Pic d’Amitges.
Waar het even zoeken was naar het vervolg omdat er ook een route leek te lopen in oostelijke richting die weinig hoogteverlies had tot ik enkele steenmannen zag links van de dalbodem. In de verte kwam Refugi d’Amitges reeds in beeld.
Wat lager kwamen de gele markeringen terug . Deze keer houten paaltjes met een gele kop..
Ik vond de aanloop naar de hut niet zo bijster mooi. Een vrij smal ingesloten, stenig dal waar ik door moest afdalen. Op het eerste oog zag ik ook geen steenmannetjes richting col tussen Pic d’Amitges en Pics de Bassiero, een col die ook verbinding maakt met Refugi Mataro
Aan het meer een jeep en wat dagjestoeristen die rondhingen bij het meer. De aanloop naar Port de Ratèra mocht er wel zijn, een goed pad dat in een boog geleidelijk omhoog gaat. Een overvloed aan markeringen op deze vrij brede col.

Beetje overbodig maar toen ik hier vorige keer was, komende van Refugi de Saborèdo, en in dichte mist de overgang van het ene naar het andere dal maakte was ik blij dat ze er waren.
Over het vervolg voor de komende dagen was ik nog aan het twijfelen maar al lopende hield ik voor vandaag wel alle mogelijke bivakplaatsen in de gaten.
In eerste instantie zou ik direct de hoge route volgen richting Port de Colomèrs maar ik zat nog goed op schema om wat langer bij het Circ de Colomèrs te blijven rondhangen.
Ik was ook niet zeker of er nog gebivakkeerd kon worden hogerop en om nog door te trekken voor een illegaal kamp bij Estanys de Colieto bracht me al veel te ver naar het westen.

Daalde dus af om de kleine merenroute te volgen en zag al direct dat er aan de zuidoostkant van Lac Long een mooie plek was.
Bezocht vervolgens Lac Major de Colomès, Estanh Mort, Garguilhs de Jos en Estanh des Cabidornats om dan terug naar die heerlijke spot te trekken. De twee refugi onderweg waren dicht. In het noorden zag ik het de toppen die de grens vormen waar ik op dag drie onder langs ben gelopen.
Het dartelend water van aiguestortes.
Ik had ook dat dartelend gevoel achter mijn vel en de miserie van de voorbije dag was alweer lang verteerd.

Dag acht: Expeditie Aneto of toch niet?
Duur:8u

Ruim de tijd genomen om mijn kamp op te breken.
IK moet maar een klein stukje op mijn stappen terugkeren richting Lac Obago.
Door de ochtendmist leek het alsof ik door een heel ander landschap liep. De rode markering was duidelijk. Op tal van plaatsen hogerop was het nog mogelijk om een bivak op te slaan bij een van de meertjes maar het is zoeken voor een plek omwille van de stenige bodem. De route loopt voorlangs Tuc de Podo.
Op de bergrug krijg ik een duidelijk beeld van Port de Colomèrs die straks op het programma staat.
Voor ik aan de klim begin neem ik een uitgebreide pauze leg mijn gerief te drogen in de zon.
Het is geen rechttoe rechtaan afdaling eenmaal bij de Port maar de richting is duidelijk omdat Estany Tort al van boven te zien is. Het duurde al bij al nog een hele tijd eer ik de hut bereik.
Hoe korter bij de hut hoe charmanter en vriendelijker ik het landschap vond. Gisteren even overwogen om vandaag Punta Alta te beklimmen om dan een nacht illegaal binnen het parc te overnachten maar er was sinds gisterennacht een ander plan aan het broeden. Ik loop al gans de tocht met een stel ongebruikte stijgijzers op de rug.
Zou er genoeg tijd over zijn om eens de gletsjer van de Aneto op te lopen nu hij er nog ligt?
Opvallend veel wandelaars bij de hut zowel een gezin dat een dagtocht doen als een groep die doortrekt richting Refugi d’Estany Llong. Ik zie dat alle deuren gesloten zijn. Geen winterruim te vinden
De doorsteek naar Coret d’Oelhacrestada (Coll de Crestada) is niet zo heel boeiend maar er loopt een heel duidelijk pad naartoe. Een bord wijst dat ik Estany de Travessant langs rechts moet ronden. Ik laat de klim naar Col Tumeneia voor wat het is. Ik heb op dit moment weinig zin om over, naar ik vermoed, vage routes te lopen. In de voorbereiding heb ik deze optie ook maar heel even bekeken. Ik verkies om naar Lac deth Cap deth Port te lopen, naar dat vlakke grasveldje net naast het water. Een goede plek om de avond door te brengen.

Haal nog eerst wat water uit de beek die het meer gevuld houdt en loop naar de oostkant van het meer. Niet van plan om nog veel te bewegen.
De wind is niet standvastig en in de nacht staat hij weer pal op de ingang.

Dag negen: Van de zomer in de herfst.
Duur:7u

Opvallend hoe op korte tijd de temperatuur begint te zakken wanneer de zon op komt. De condens op het zeil slaat wit uit. Neem foto’s van de opkomende zon.


Erg benieuwd hoe ik de route langs Lac de Mare ga ervaren.
Het water in Lac Restanca staat laag. De route alweer erg duidelijk. Een wegwijzer wijst de doorsteek naar refugi Ventosa i Cavell aan.
Dus toch een vrij courante route over Serra de Tumeneia richting hut. Van hier gezien lijkt de aanloop naar deze col de natuurlijke lijn te volgen die in het landschap zit.
De route langs het meer is een mix van goed begaanbare stukken maar waar ook geïmproviseerd moet worden. Het vreet toch alweer veel energie
Aan de westkant loopt het fout als ik de steenmannen blijf volgen zonder notie te nemen waar ik naar toe loop. Een grote groep gemzen die zich bij de grote grasvlakte ophield heeft zich al uit de voeten gemaakt.
Het was pas ver voorbij een stel meertjes en het uitzicht op een gekartelde graat dat ik, puttend uit mijn herinnering me begon te realiseren dat het hier foute boel was.
Ik heb niet lang op de kaart moeten kijken om zekerheid te krijgen van mijn vermoeden dat ik naar de Besiberri kam aan het lopen was.
Het heeft me meer dan een uur vertraging opgeleverd eer ik op Colhada de Lac de Mar dit meer de rug toe kon keren. De laatste aanblik mocht er zijn.

Erg steile overgang.
Handen en voeten moeten gebruiken.
De andere kant liet een totaal ander landschap zien. Estanh dera Colhada wist nog stand te houden.
Ik had er al over gehoord maar toen zag ik zelf voor het eerst hoe laag de waterstand van Lac Tort de Rius was.
De gebleekte rand die achterblijft, de lichtgroene kleur van het resterende water maakt dat ik dit schoonheid vond in al zijn lelijkheid. Het kwam mij allemaal zo onwezenlijk over en daarom trok het aan .
Zit opnieuw in een regenjas gehuld als een storing voorbij trekt. Rondt het meer, ga over op de GR11 om dan eerder op automatische piloot af te dalen naar Vall de Conangles.
Ik moet glimlachen wanneer ik Barranc de Conangles nader en ik het eerste vlakke plekje zie waar een tent zou kunnen staan en ik me herinner dat we dit veldje verschillende jaren geleden hebben aangeslagen. De stam waar toen onze sokken hingen te drogen ligt er nog steeds. Veel overschot aan energie zullen we waarschijnlijk niet meer hebben gehad. Ik sta er even bij stil hoe goed mijn dochter de tocht heeft doorstaan. Het terrein is niet altijd even vriendelijk geweest. Doe boven de tunnel een telefoontje naar huis.
Liep door naar Pleta de Molieres waar ik een plek zocht die zo min mogelijk met schapenkeutels is bedekt, kort langs het water.
Al bij al valt de omgeving hier mee. Een kudde schapen zit zijn avondeten bij elkaar te schrapen.
De herfst hangt duidelijk in de lucht.


Dag 10: Coll de Mulleres, een kantelpunt.
Duur:5u

Gedurende de nacht overloop ik de mogelijke opties voor de overblijvende dagen. Een klim naar de Aneto zal er niet meer inzitten. Ik kom net een dag te kort.
Zoals ik het nu inschat is het onmogelijk om vanaf de vallei naar de top te klimmen, af te dalen om dan nog eens de grens met Frankrijk over te steken voor een bivak.
Hoewel ik overmorgen pas rond 17u mijn trein moet halen in Luchon wil ik voor de zekerheid alle moeilijkheden achter de rug hebben.
Mij langs Franse kant bevinden vind ik dan een noodzaak. Het is duidelijk dat het weer minder stabiel is geworden
Ik haal mij de woede van een herder op de hals als ik midden in zijn kudde terecht kom en ik het peloton in stukken doe breken wanneer de angstige dieren alle kanten uitschieten.
Ervaar toch flink wat stress op deze ochtend waar somberheid troef is als ik aan mijn klim begin terwijl het hier stilaan dicht begint te trekken. Wordt net voor Refugi de Molières voorbij gestoken door een koppel. Het was eerder toevallig dat ik doorheen de mist de hut zag liggen. Ik volg voor het gemak het spoor van de twee mannen die ik, hoewel in een hoger tempo nog geruime tijd in het vizier kan houden.
De laatste honderden meters onder Coll de Mulleres kom ik in een onweer terecht. Er valt natte sneeuw uit de lucht. Het duo keert terug op zijn stappen. Een van hen maant mij aan tot voorzichtigheid wanneer hij hoort dat ik toch de graat over wil steken.
Ik had natuurlijk een uitwijkmogelijkheid achter de hand gehouden mocht het weer tegen vallen maar zo kort bij het kantelpunt joeg ik mezelf verder. Eenmaal Coll de Mulleres gepasseerd krijg ik immers terug wat speelruimte.
Ik haast me verder omhoog. Mijn vingers zijn nat, krijgen het koud maar zo kort bij de Coll laat ik ze in de rugzak maar gesp wel snel de stokken vast aan het draagstel. Te steil hier om van nut te zijn. Neem de tijd niet om de omgeving in mij op te nemen hoe de route loopt maar klim, handen en voeten gebruikend zo snel mogelijk naar de rand, daal even om wat meer beschutting te vinden.
Ik kom in een brokkenveld terecht en door de mist heb ik geen overzicht op het vervolg.
Probeer zoveel mogelijk te dalen al weet ik dat ik eerder nog wat meer naar het westen moet.
Wat lager trekt het wat op en komt het eerste van de Estanys de l’Escaleta in beeld.
Ik werk mij naar gladgeslepen rotsen waarlangs water naar beneden loopt.
Nu het moeilijkste achter de rug is en er terug beeld is neem ik de tijd om de omgeving in mij op te nemen en wordt haast ontroerd door wat ik zie.
De wolken die door hun spel karakter geven aan het landschap en rechts van mij een bergrug die een rijk geschakeerd van vorm is.
Het blijft een ruige afdaling. Wat later verlaat ik de route en klim door naar Coth des Aranesi waar ik de nacht door zou brengen.
In mijn fantasie is het goed wakker worden in de ochtend als het eerste zonlicht op de gletsjer van de Aneto valt

Aangename namiddag doorgebracht. Ik zie dat er plaatselijk terug kalksteen te vinden is in de ondergrond. Volgens plan daal ik morgen af naar Estanhon des Pois richting Refugi de Artiga de Lin om dan terug naar Pas de l’Escaleta te klimmen voor een bivak bij Etang de la Frèche.
Er zijn wel enkele plassen water te vinden op deze brede col maar daal toch af voor vers water.
In de nacht begint de wind opnieuw te draaien en staat pal op de opening. Er waait wat natte sneeuw naar binnen en ik kruip nog wat dieper weg onder de tarp.
Zet de voorraadzak als een muur aan mijn hoofdeinde zodat ik nog wat beter afgeschermd ben.
Het doet me besluiten dat, eenmaal thuis ik nog eens goed moet gaan overdenken hoe ik die voorkant, indien nodig ook af kan sluiten.
Ik sla gedurende de nacht een paar keer tegen het zeil om de sneeuw te verwijderen. Het zeil zakt sneller door dan gedacht. Hoewel ik niet van nattigheid hou voel ik mij erg comfortabel in mijn nest.
Grote verbetering van heel mijn slaapsysteem is dat ik dat eeuwig schuivend plastiek onderzeil heb thuis gelaten en met mij Tyvek bivak zak gewoon op de grond leg. Als deze versleten is maak ik hem een fractie groter.
De indruk dat hij iets te krap zit als ik op mijn zij lig.

Dag 11:Terug tussen de mensen, voor even toch.
Duur:4u

Geen eerste zonlicht op de Aneto maar overal mist. Estanhon des Pois, het meer dat gisteren zo fraai in beeld kwam is niet te zien. Ik besluit om de kortste weg naar Franse kant te nemen en begin mijn afdaling naar Plan dels Aigualluts.


Wat lager, onder het wolkendek merk ik dat het toch nog vrij aardig weer is en dat de lucht plaatselijk open trekt.
Het merendeel van de wolken blijft tegen de bergen hangen.
Beneden bij de parking is het een drukte van jewelste. Een af en aan gerij van auto’s.
Altijd heel vermakelijk om te zien hoe mensen zich prepareren voor hun bergtocht waar je van uit kan gaan dat ze niet langer gaat duren dan een half uur verwijderd van de auto.
Je pikt ze er zo uit. Meestal met fonkelnieuwe schoenen.
Niet fraai maar soms word ik overweldigd door dat gevoel van zelfgenoegzaamheid dat ik dan toch maar weer snel onderdruk
omdat ik voor een stuk ben grootgebracht met het spreekwoord dat hoogmoed voor de val komt.
Ik neem een heel ruime pauze omdat ik anders veel te vroeg op mijn bivakplaats ben en het waarschijnlijk daar boven tegen dan terug erg somber zal zijn.
Eenmaal korter bij de Franse grens duik ik alweer de mist in. Bij Pas de l’Escalette zoek ik mijn weg naar beneden. De route is blauw gemarkeerd maar geeft door de mist veel minder houvast dan de steenmannetjes.
Het is bij Etang de la Frèche maar een erg natte bedoening. Het regent zachtjes en het is zoeken naar een vlakke plek waar de ondergrond niet zompig is. Het lijkt dat zich hier veen aan het opbouwen is.
Ik blijf het grootste deel van de namiddag in de slaapzak liggen en lig dromerig te staren naar de regendruppels op het zeil. Hoe ze zich op een bepaald moment in beweging zetten en in hun parcours andere druppels meenemen. Even overwogen om af te dalen naar het dal om in de buurt van Hospice de France te overnachten maar dan wordt het wel een heel korte laatste dag. Trakteer me op een extra kom soep.

Dag 12: Een onverwacht cadeau.
Duur:3,5 u

Gedurende de nacht klaart het uit.
Lig wakker en de film van deze tocht speelt af in mijn hoofd. Hoe diep ik soms zat door het geploeter over de rotsen, hoe blij ik was met de steenmannetjes als houvast. Ik neem mij voor om een ode te schrijven aan de steenmanbouwer. Het gevoel van afscheid te nemen van een heel bijzondere hoek. Als het ochtend wordt kijk ik uit over een wolkenzee. De zon moet nog aan zijn klim beginnen. Op vrij korte tijd begint de temperatuur opnieuw te zakken. Een stevige bries doet de beide vleugels van de tarp opbollen als was het een vleermuis.


Maak foto’s van het eerste licht op de flank. Neem mijn tijd om te genieten van het spektakel. Ik heb het koud maar dat deert mij niet. Ik neem dit onverwacht cadeau met beide handen aan.
Het is pas nu dat ik voor het eerst dat lager gelegen meertje opmerk waar ik vorig jaar heb geslapen. Ik vond het al vreemd dat ik de omgeving waar ik nu stond niet herkende.

Ik krijg er een warm gevoel bij nu ik tijdens het schrijven terug denk aan de afdaling doorheen dit zonnig herfstig landschap . Een slot dat kan tellen.
Cabane de la Frèche is recent opgeknapt maar er staat niets van meubilair. Als je er wil slapen zal het op de vloer moeten.
Voor ik bij Hospice de France ben zit ik alweer onder het wolkendek. Ik stimuleer een koppel dat zich klaar maakt voor een trip om door te gaan tot boven. Jullie weten niet wat je anders mist.
Neem de in aanvang een smalle geasfalteerde weg die verderop met een slagboom is afgesloten. Bij de splitsing naar Plateau de Campsaure ga ik naar links tot bij een klein beekje waar ik van kleren wissel en mij van kop tot teen wassen.
Zo buiten het seizoen is het erg rustig in Luchon. Loop eerst naar het station om er zeker van te zijn dat ik vervoer tot Toulouse heb.
De winkel op de rand van het dorp gaat pas later op de namiddag open. Koop als het zo ver is wat fruit. Prepareer voor het laatst de rugzak. Tussen nu en morgenmiddag leef ik op de overschot van mijn toerbrood. Rekende op 375 gram voor de maaltijden tussendoor maar ik at amper 250 gram.
Echt snelheid wordt er niet gemaakt op het eerste deel van het traject. De trein puft en steunt als hij een helling moet nemen.
Met het verstand op nul breng ik de laatste uren door in het station van Toulouse. Wachtend op de nachttrein.
Enkele zwervers doen vervelend, zijn luidruchtig en laten nogal wat troep achter in de hal.
In een stoel ipv een bed ging het huiswaarts waar alleen op het traject Parijs-Brussel nog iets te beleven viel toen werd afgeroepen of er een dokter of verpleegkundige op de trein zat en hij dringend gevraagd werd naar de restauratiewagen te komen.
Toch maar eens gaan kijken of ik iets kon betekenen al was ik beschaamd om hoe ik eruit zag. Zo iemand wil je niet aan je bed hebben in die vuile broek en op sportschoenen.
Zwangere vrouw die volop haar weeën had.
In mijn opleiding ben ik wel eens gaan kijken naar een bevalling en ik heb onze huisarts ook wel in de weer gezien met zweetdruppels op het voorhoofd tijdens de geboorte van onze drie dochters.
Ze hebben nog even aangedrongen: “misschien kan je assisteren als er een arts is”
Bedankt voor het vertrouwen maar toch maar snel op mijn plaats gaan zitten met de boodschap “dat jullie mij wel vinden als het echt nodig zou zijn.”
Afgestapt in Brussel zag ik ambulanciers langskomen met een vrouw, diep onder de lakens, daaroverheen nog een glimmende folie.
Ze lag in een foetushouding. Kon nog even haar ogen zien en toen wist ik dat alles goed was gegaan en er weer een nieuwe wereldburger was bijgekomen.

Als ik terugblik op deze tocht denk ik dat er potentieel in zit om er een klassieker van te maken.
Je loopt door een heel gevarieerd landschap. Her en der wat relikwieën uit de tijd van toen om dit wat tastbaarder te maken. Een mix van gemakkelijk en moeilijker terrein. Gebaand en ongebaand gebied. Het is veelal stil onderweg. De uitzichten groots. Voor twaalf dagen eten mee nemen weegt wel door. Het alternatief is dat je halverwege je zou kunnen bevoorraden in Salardu.
Gelijk gaat dit de laatste buitenlandse tocht zijn voor dit jaar. Ik plan nog wat winterse tochten in onze eigen Ardennen. Eens zien hoe goed mijn wollen sokken nog isoleren als de voeten nat zijn.
Wat volgend jaar gaat brengen staat nog niet helemaal vast.
Sarek hoogstwaarschijnlijk ergens op de overgang van zomer naar herfst.

dinsdag 30 oktober 2012

Bye bye Nikon D60

Lang zitten twijfelen maar uiteindelijk toch beslist om mijn Nikon D60 in de herfst van zijn leven met pensioen te sturen.
Hij heeft er al wat jaren op zitten en hij wilde niet meer zo goed automatisch scherp stellen.
De voorbije maanden de ontwikkelingen binnen de fotografie industrie zitten volgen.
Het eerste wat mij begon op te vallen was de korte groei, bloei en uitdoof periode die een camera heeft voor er weer een nieuwe tot leven wordt geroepen
en hoeveel mensen steeds weer opnieuw van de ene naar de andere camera hoppen.
Het heeft zo zijn voordelen voor lui, waar ik mij onder reken, dat de prijzen soms gelijke tred houden.
Duur in het begin maar dan kennen ze meestal een neerwaartse trend.
Momenteel wordt zo de sony5N afgeschreven.
Een toestelletje dat over het algemeen goede kritieken krijgt

Gisteren op mijn fiets gesprongen richting Breda om er mij een aan te schaffen. Op dit moment was daar het meeste voordeel te halen.
Veertig kilometer heen en met tegenwind terug. Het kleinood in de fietszak.
Of ik nog wat langer had moeten wachten?
De toekomst zal uitwijzen of ik mijn ongeduld duur heb betaald.
Ach, als ik met dit toestelletje een langdurige relatie aan zal gaan, wat ik hoop
dan betekenen die extra euro's niet zoveel.
Een viewfinder zal er waarschijnlijk ook wel komen maar daarvoor ga ik mijn dochter inschakelen die op dit moment orkaan Sandy zit te verwerken.
Hoef ik, ook een flink eind richting 'herfst', ook niet meer zo diep te buigen dan bij toestellen met een vaste zoeker.


zondag 28 oktober 2012

Roclite 315: eerste ervaringen

Vorig jaar voor het eerst met Flyroc 310 trailrunners onder de voeten gelopen. Geen enkele klacht over hun pasvorm maar het viel me bij tochten op ruw terrein wel al op dat de stiksels flink te lijden hebben. Naast de rotsen waar ze soms onbedoeld tegen schuren speelt volgens mij ook de wijze van loopstijl, de behendigheid en manier van voetzetting een grote rol.

De opbouw van een flyroc 310 maakt dat er nogal wat stiksels zijn gelegd en ik al in de weer ben geweest om een en ander opnieuw te versterken.
Ik had hierover een vraag gesteld op backpackinglight waarbij ik de tip kreeg om ze op voorhand te beschermen met een laagje aquaseal en er mee te leren leven dat ze sneller zullen slijten.

Begin van de zomer heb ik een bezoek gebracht aan mijn dochter in New York. Het moment om mij een extra stel aan te schaffen voor de volgende tochten. Besloot om het opnieuw bij een schoen van inov-8 te houden maar te kiezen voor een duurzamer type. Liet mij door Running Warehouse een stel Inov-8 Roclite 315 'aan huis' leveren.
Al op het zicht kon ik zien dat ze voor ruw terrein een stuk duurzamer zullen zijn

Ze hebben over heel hun omtrek een veel steviger, hogere stootrand terwijl het aantal stiksels beperkt is.
Tegelijk is de bovenkant van de schoen uitgevoerd met twee lagen luchtdoorlatend gaas.

Ik behandelde de stiksels met aquaseal.
Deze lijm wordt in Europa, beetje vreemd, onder een andere naam verkocht nl aquasure.
Deze lijm hardt uit onder invloed van de luchtvochtigheid.
Een aangebroken tube leg je in de diepvries. Dat verlengt de houdbaarheid.

Nog niet zo lang terug van een 12 daagse tocht door de Pyreneeën waarvan ik toch een 6 tal dagen af te rekenen kreeg met flink wat brokkenvelden.
De neus heeft al wat klappen gekregen maar geen enkele naad heeft erg moeten lijden door de bescherming.
Er valt qua 'loopervaring' weinig verschil te melden. Zowel de Flyroc als de Roclite voelen eenmaal vast geveterd als gelijkwaardig aan. De Roclite is wel veel ruimer dan de Flyroc. Zeker in de punt is er meer ruimte.
De Roclite is dus vooral geschikt voor mensen met 'massiever' voeten of die dikke (winter?) sokken willen dragen.
Een ander klein verschil zit, hoe de veter aan de schoen wordt vastgemaakt. De Flyroc begint met een lus in het midden waar de tong van de schoen begint terwijl een Roclite enkel lussen aan de zijkant heeft. Dat maakt dat bij het gebruik van getten het 'aanhaken' anders moet gebeuren.
De laatste dagen was het wat natter onderweg. Ik droeg over mijn sokken GTX sokken van Rocky. Bij de Flyroc was het mij nog niet opgevallen maar door de voetbeweging en de pompwerking die dat geeft op het water wat zich tussen de sok en de schoen bevindt werd er flink wat schuim gevormd bovenop de schoenen.
Ik hoop de komende maanden te ondervinden waar, als de temperatuur begint te dalen en bij nattigheid, ik de GTX sokken niet hoef te dragen zonder met koude voeten te zitten.
Hou er verder rekening mee dat bij droog weer je bijna iedere avond met 'zwarte voeten' zal zitten omdat er zich toch veel fijn stof op je huid vast zal zetten als je geen GTX sokken draagt.

zondag 21 oktober 2012

Steen leggers


Hij heeft een steen gelegd.
Ik heb het dan niet over het lied van Bram Vermeulen of over stratenmakers die beroepshalve de ene steen naast de andere plaatsen en zo straten maken die ons richting geven.
Er is wel een verband.
Ik wil het in deze gedachte hebben over de anonieme mens die zich de moeite getroost om in berggebied een steen te leggen om zo een route aan te duiden.
De zogenaamde steenmannetjes kom je in de meest afgelegen gebieden tegen.
Zo lang er natuurlijk stenen voorradig zijn.
Je hebt er die strategisch zijn geplaatst, waar afgetekend tegen de lucht hun silhouet reeds op grote afstand zichtbaar wordt.
Eeuwige roem voor de maker zonder naam.
Daar zijn er die uitmunten in eenvoud.
Een simpele kei op een rots.
Er liggen wel meer stenen op elkaar maar van deze weet je dat hij er niet vanzelf is gekomen.

Dan zijn er stapels waar het evenwicht wankel is.
Maximum een steen breed en dan de kunst zo hoog mogelijk te geraken. Effect gaat voor op de bedoeling.
De torenbouwer heeft er zijn tijd voor genomen.
Gaat de natuur hem die ook?
Dan kwam ik er tegen waarvan ik vermoed dat de maker er stijlelementen in heeft willen verwerken.
Smaakvol en volgens de gulden snede. Ware kunst.
Dan liggen er stapeltjes waarvan je zit af te vragen:
"Wie steekt daar nu nog zijn energie in?"
Een diep uitgesleten spoor nog eens uitbundig opgefleurd met rood wit markeringen.
Overbodig om hier te markeren.
Is het kopieergedrag van de dagjesmens die het buitengebeuren daar op de flank ten volle wil beleven en meent door deze daad daar een bijdrage aan te leveren?
Van anderen vermoed ik dat de maker alleen maar een teken van zijn aanwezigheid heeft na willen laten.
Dat stapeltje op een onbeduidend heuveltje.
Niet meer dan een molshoop groot.
Akkoord, hij heeft ook een top maar zakt in het niets tegenover de giganten die hem omringen.

Bij anderen voelde ik medelijden met de maker wanneer ik wat hoger tegen de helling over een goed spoor beneden tussen het puin van de dalbodem steenmannetjes moeizaam hun weg zag zoeken door het brokkenveld.
Er bestaat geen alleenrecht in de steenman bouw.
Iedereen mag eraan meedoen met het gevolg dat er op plaatsen wildgroei ontstaat.
Waar iedereen zijn zeg wil doen krijg je dan het gevoel van het kastje naar de muur te worden gestuurd.
Op kruispunten van routes is het uitkijken!!!
Je bent niet zo belangrijk om te veronderstellen dat anderen jou zijn voorgegaan om je de weg te wijzen naar jouw doel.
Het is me deze tocht twee keer gelukt deze regel met de voeten te treden met als gevolg dat ik met een beschamende blos op de wangen op mijn stappen ben moeten terugkeren.
Gelukkig was het heel stil langs de route en hoorde ik het hoongelach van de toeschouwers op dit gebeuren slechts in mijn hoofd.
Ik moet bekennen, zelf heb ik er nog nooit aan meegedaan.
Dat heeft zijn redenen.
Ik ben niet zo iemand die zich geroepen voelt anderen richting te geven of het gevoel heeft ‘het weten’ te bezitten.
Tijdens mijn laatste tocht heb ik de hemel bedankt dat de steenmannetjes er waren.
Ik wil al de anonieme werkers huldigen die doorheen de jaren met inzet in de weer zijn geweest om me de gemakkelijkste weg doorheen het labyrint te wijzen.
Zonder hen was het onmogelijk of met zoveel extra inspanning om mijn doel te bereiken.
Ik wil hen ook bedanken voor de ondersteuning die ik meende te voelen op die plaatsen waar ik zat te zwoegen.
Te weten dat zij samen met mij deze momenten hebben moeten doorstaan.

donderdag 27 september 2012

fotostatief

Natuurlijk heb Ik al verlekkerd zitten kijken naar de lichte carbon statieven van bv gitzo maar voor mij gewoon onbetaalbaar.
Tot nu heb ik een klein tafelstatief meegenomen maar ik merkte dat dit amper uit de rugzak kwam.
Gewoon te omslachtig om zo laag bij de grond het kader juist te krijgen als zoeker en scherm vast staan.
Ik besloot om een heel simpel houten statief te maken, gewoon om te ervaren of het in de toekomst een zinvolle investering zou kunnen zijn.

Simpel betekent dat dit statief zijn beperkingen ging hebben.
Niet inschuifbaar en om scharnieren te vermijden zou ik de drie poten op en afschroefbaar maken. Ik had hier nog een klein waardeloos tafelstatief liggen waarvan ik de kop kon gebruiken.

Het bolvormig houten klosje haalde ik uit een oud stoeltje met gedraaid poten.
Zo op het oog zaagde ik er in een hoek drie vlakke stukken uit met centraal een gat dat via een schroef de aluminiumkop vast zou zetten.
Boorde drie gaten rondom en zette met wat epoxy de bussen met een schroefdraad van 5mm vast

De poten zijn van 15mm beukenhout rondhout. Gegroefd omdat deze stokken worden gebruikt om er deuvels van te maken.
Boorde centraal een gat van 4mm en schroefde er en stuk 5mm draad op.
Drie 15 mm koperen bussen (vastgezet met epoxy)uit het sanitair rek van een plaatselijke DHZ om te vermijden dat de stokken zouden barsten.

Om het zwaartepunt te verlagen blijft het altijd mogelijk om centraal een gewicht te hangen om het statief extra te stabiliseren. Dit zou kunnen door een kleine lus, vastgeschroefd via een van de poten.

Na een laagje PU-vernis weegt het geheel 518 gram terwijl de camera op 1m boven de grond staat.
Als bonus kan ik een van de stokken gebruiken voor de achterkant van mijn tarp.
Dit geeft mij de mogelijkheid om mijn twee wandelstokken aan de ingang in een V te plaatsen zodat het in en uitkruipen wat gemakkelijker gaat verlopen.

woensdag 19 september 2012

zelfbouw: PFD

Als je je zit af te vragen "Wat is een PFD?"
Geen probleem ik had het ook.
28 mei kreeg ik een mail binnen:

onderwerp:PFD probleem
Ik hoorde het eerst in Keulen donderen.
De mail zag er zo uit:

Hallo Zoerselnaars,
Ik kom er op de valreep mee, maar goed. Ik had als reddingsvest voor m'n trip een opblaasbare vliegtuigreddingsvest gekocht op een tweedehandssite, maar daar zat een serieus lek in en dus heb ik ze teruggestuurd (geld teruggekregen wel).

Feit is nu wel dat ik 3 dagen voor het begin van de trip nog geen deftig lichtgewicht PFD heb. Daarom kom ik maar even met de vraag of jij zoiets kan maken, Ivo? Ik denk dan aan een modelletje zoals die van Joery, waar je waterzak of PET-flessen in kan steken. Graag zou ik ook wel de mogelijkheid hebben om iets van drijfkracht achteraan bovenop de schouders te steken (achterin de nek dus), dit lijkt me veiliger omdat het hoofd dan steeds boven water blijft.

Ivo, vrijblijvend dus de vraag of jij zoiets kan maken gebasseerd op Joery z'n PFD? Van materialen om mee te knutselen heb je meer verstand dan mij, een compromis tussen lichtgewicht en duurzaamheid zou uiteraard ideaal zijn. Ik zou je uiteraard alle kosten vergoeden plus nog wat extra.

Packraften is pas vanaf augustus en m'n gerief wordt thuis verstuurd midden juli, dus er is nog wel wat tijd.

Laat maar weten of je dit ziet zitten en welke details je nog nodig hebt.

Groetjes,
Willem


Willem wil dus dat ik voor hem een personal flotation device maak.
Voor diegene die Willem niet kent:
Inmiddels is hij aan de laatste 500 km bezig van zijn Transscandinavia trip
Zes september heeft hij zijn blog aangevuld met wat uitleg en een resem foto's.
Op een ervan zag ik dat hij het vest draagt wat ik heb gemaakt.
Het is een schaamteloze kopie van Joery's vest geworden.

Chinese toestanden in de Antwerpse kempen.
Al bij al een gemakkelijk project.
Het moeilijkst van al was om een keuze te maken uit welk stof ik dat vest zou maken.
Epic kon ik niet te pakken krijgen. (Het materiaal van Joery's vest.)
Een vest wat trouwens niet te koop is maar waar Ron Bell van mountainlaureldesigns er slechts een paar van heeft gemaakt. (bv voor Andrew Skurka)
maar tot een produktie is het nooit gekomen. Luisterde indertijd naar de naam "mopacka"
Na lang twijfelen toch maar gegaan voor supplex uit de cataloog van extremtextil
Achteraf gezien toch niet de beste keuze omdat deze stof meer water op zal slorpen dan epic en zwaarder is.
Af weegt hij 180gr.

Met als extra een hoes waar een PET fles in past die thv de nek wordt bevestigd in de veronderstelling dat dit het hoofd extra gaat ondersteunen (tot zover de theorie maar of het in het echt gaat werken? Op de foto zijn de lintjes alvast niet meer te zien)
De ritssluiting(YKK 5C) had een maatje lichter gemogen maar ik heb mij
gebaseerd op die van MLD.
Met dank aan Joery voor zijn raad en het uittesten van een en ander tussen de karpers van het Klokkeven in OOstmalle















Kilometers malen

Begin september op bezoek bij mijn dochter. Goed dat ze is uitgeweken naar het iets rustiger Brooklyn om de heksenketel van Manhattan achter zich gelaten.
(Maar de heksen zijn er wel mooi)
Plan was om toch voor even de stad achter ons te laten en ons drie dagen op de Appalachian trail voort te bewegen. Helaas te weinig tijd binnen onze planning.
Ik besloot dan maar om wat kilometers te gaan maken in onze eigen Ardennen, kwestie om mijn spieren toch nog eens aan te manen tot enige activiteit zodat ik toch niet totaal geatrofieerd aan mijn najaar tocht in de Pyreneeën zou beginnen.
Twee dagen en 90 km verder om het traject tussen Melreux en Gouvy af te malen, lopend over de gr57. Een trainingstochtje waar er weinig tijd zal overblijven om er bij te gaan zitten om wat atmosfeer te proeven.
Om de laatste dag niet tot een stuk in de nacht te moeten lopen zakte ik donderdag al af naar het zuiden.
Een geluk dat ik enkele overuren terug kon nemen op donderdag zodat ik nog een tweetal uren kon stappen voor het donker begon te worden. Hotton heeft enkele mooie grasveldjes rond de kerk waar je waarschijnlijk zonder al te veel problemen enkele uren zou kunnen pitten. Ik liep door tot op de kam van Bois de Hampteau waar ik op een bedje van beukenblad voor het eerst mijn nieuwe tarp op kon stellen.

Op tijd opgestaan zodat ik de hemel nog in brand zag staan onderweg naar Waharday. Aan de oriëntatietafel bij de kapel van Notre-Dame des Champs een korte pauze gehouden.

Voorbij Hodister om dan door te stomen naar La Roche-en Ardenne. Onderweg naar Maboge liep het even fout en was ik de weg kwijt. Werd weggestuurd door een paar boswerkers omdat ik mij op privéterrein bevond.
In Maboge aangebeld om mijn watervoorraad aan te vullen. . Donderdagmiddag vertrokken met 5 liter water maar met een reserve van 1,5 liter onder in de rugzak toch te weinig om de nacht nog door te komen.

In de voorbereiding had ik de Keltische site van Le Cheslé aangeduid als een mogelijk plek om te overnachten maar nog genoeg uren daglicht om verder te baggeren langs de Ourthe waar ik nog voor Belvédère aux deux ourthes een mooi vlak plekje vond voor een tweede nacht. Met als bonus een comfortabele zitbank in de buurt.

Ik had maar een minimum aan gerief meegenomen. Buiten nog wat restjes tourbrood uit de diepvriezer leefde ik enkel op crunchy.
Geen rechtstreekse regen gehad op de bivakzak maar met een lucht zwanger van het vocht waaide er geregeld een mistige, natte wolk naar binnen.
Stevige regenbuien onderweg naar Houffalize. Opvallend hoe bedrijvig de eekhoorns zijn nu er geoogst moet worden en hoe als ware acrobaten ze in een minimum van tijd een hazelaar leeg kunnen halen. Vermakelijk om te zien.
Bij Cetturu besluit ik de route in te korten door over asfalt naar Steinbach te lopen.
Vorig jaar was het troosteloos lopen door het Bois de Lihérin omdat de mens hier bomen aan het “oogsten” was geweest. Het was niet de eerste keer deze dagen dat ik door zo’n productiebos liep.
Wat een ravage eenmaal de machines hun werk hebben gedaan.
Toen het bord “Brisy” langs de weg stond te prijken wist ik alweer hoe laat het was. Foute splitsing genomen bij Cetturu.
Er zat niets anders op dan over het asfalt via Rettigny verder te sloffen tot Cherapont waar ik het laatste stuk terug over rood-wit verder kon.

Om 13u in Gouvy.
De trein van 14:27 nog een 5 uur later de eigen straat in te lopen. Ik kom te weinig in de Ardennen en zou dergelijke uitstappen wat meer moeten doen om de conditie op peil te houden.

Landschappelijk, daar moet ik het niet voor doen. Te weinig stukken die echt beklijven.
foto's