zondag 25 december 2011

Maak je eigen silnylon stuffzak

aanvulling: In een nieuw artikel heb ik een filmpje geplaatst. Hopelijk geeft dat wat meer duidelijkheid dan de paar vage foto's hier beneden.

Een ideaal beginnersproject. Er zijn tal van schema's te vinden.
Deze is uitgewerkt voor cubentape maar zonder problemen toepasbaar voor silnylon. De silnylonstof wordt in dit geval gelijmd met een dunne laag siliconen.
Ik raad je aan om eerst een test uit te voeren om te zien of de stof goed reageert op de siliconen.
De kans is groot dat deze methode niet werkt op nylonstof die met een waterafstotende laag is behandeld.
Gebruik zuivere siliconen en geen een of andere mastiek.
Ik heb voor dit opbergzakje (voor een zelfbouw trailstar) een overlapping van 18 mm gebruikt (en na 2 jaar houdt de lijmverbinding nog goed stand)
Je zet de silnylon vast op een plaat piepschuim en brengt met een dunne alcoholstift de maten over op de stof. Daarna snij je de stof op maat. Ik gebruik altijd een soldeerbout.
Dit heeft het voordeel dat de randen niet rafelen maar door de hitte van de bout de individuele nylondraadjes aan elkaar worden gesmolten.
Daarna begin je systematisch de verschillende panden te verlijmen.
Te beginnen met het omzetten van de driehoeken.
De bodem komt het laatst aan de beurt.
Je zet de stof best vast met wat kopspelden op een plaat piepschuim.
Je brengt een dunne rups siliconen aan die je met een plamuurmes dun uitsmeert.
Hou een stuk keukenrol in de buurt om de overtollige siliconen af te vegen
Op de plaats waar je wil werken breng je eerst wat plastiek inpaktape aan omdat anders de siliconen de neiging heeft om het piepschuim op te lossen.
Siliconen kleeft niet op de inpaktape.
Zijn er restjes siliconen op de tape terecht gekomen dan kan je die, eenmaal verhard met de vinger afrollen.
Neem je tijd om de siliconen de kans te geven toch enigszins uit te harden.
Hoe dunner de laag hoe sneller.
Een vlakke lat in de buurt hebben is handig om even wat druk te zetten op de verlijmde naad.
Plaatselijk wat druk zetten met een kopspeld kan helpen.
Luchtbellen kan je met de vinger gemakkelijk verwijderen maar duw niet te hard want de silnylon heeft de neiging om te vervormen.
Als je een ietwat ronde bodem wil kunnen de punten worden afgeknipt maar dan heb je een naaimachine nodig om de naad te dichten.
Vind je wat extra plooien niet storend dan draai je het zakje binnenste buiten en met naald en draad naai je de uiterste punten aan elkaar om daarna het zakje terug naar de goede kant terug te plooien.
Wat (helaas vage) foto’s om een en ander te illustreren.

zaterdag 24 december 2011

To the Cape: Soppen langs NW Schotland (Deel1)

Tussen Knoydart en (bijna) Torridon.
Een eerste kennismaking met Schotland.


Periode: 17 mei 2005-25 mei 2005

kaarten:
Ordnance Survey 40/33/25
Gelopen route

Het begon als een eerste kennismaking met Schotland maar tegen het einde van de tocht was Schotland zo goed bevallen dat ik verder ben blijven lopen. Niet datzelfde jaar maar gespreid over 3 jaren. Zo zette ik mijn eigen Cape Wrath trail uit.

Dag 1: Zoersel - Loch Morar

Vorig jaar aanbevolen door een toevallige ontmoeting met een wandelaar boven op 'Scarfell Pike', Engeland's hoogste top.
Wat postings op hiking.be/hiking-site.nl en mijn beslissing was snel gemaakt.
Na de mentale opdoffer en mijn heropleving in het tweede deel tijdens mijn toer door het lake-district wilde ik mezelf opnieuw een uitdaging voorschotelen.
De Knoydart regio als startplaats en verder noordelijk zolang de tijd het mij toeliet.
Het lake-district met een plus.
Een plus voor verlatenheid, regen en veen.
Met veel enthousiasme aan het plannen geweest.
Alleen of met meerderen dat was niet zo direct het punt.
Een voor een potentiële 'meeloper' waarschijnlijk heel onaantrekkelijke uitnodiging geplaatst op een forum.
Zo ongastvrij, met de nodige voorwaarden, dat er zelfs geen hond op zou reageren.
Wat dus het geval werd.
Kwestie om de kans tot quasi nul te herleiden zo leek het wel.
Na de planning, iets wat ik met veel enthousiasme doe, zo enkele dagen voor het vertrek, worden de demonen in mijn hoofd losgelaten.
Hoe vreemd ook. Steeds moet ik mezelf over de drempel sleuren en mezelf op straat zetten als de dag van vertrek is aangebroken.
Het was deze keer niet anders.
Weg van het vertrouwde.
De reis met Ryanair ging als vanzelf. Los van de nodige argwaan bij de controlepost op de luchthaven. Heel veel interesse van de beveiliging voor de pakjes ontbijtmengeling die ik in mijn handbagage meedroeg om zo de 15 kg niet te overschrijden. Wandelschoenen doe ik standaard al uit voor ik de poort passeer. Gegarandeerd dat het begint te piepen. Bij Prestwick even rond gekeken hoe ik daar mijn laatste avond door zal brengen voor het vliegtuig mij de volgende dag naar huis zou brengen. Er is een mooi golfterrein tussen de luchthaven, het spoorstation en de zee. Daar zal wel een mooi plekje te vinden zijn.
Ik schijn Morar, een zakdoek groot, niet goed uit te spreken. De treinconducteur van wie ik mijn kaartje koop lijkt het niet te kennen. Dan maar de kaart erbij gehaald om de verwarring op te helderen.
Bij Tiso in Glasgow, tijdens de run van het ene station naar het andere, snel wat brandspiritus en een bijna 100% DEET mengsel om de eerste midges te lijf te gaan.
Dan begon de site-seeing vanachter het raampje.
Stations in de middle of nowhere waar de trein even een stop maakt met een john Cleese type als conducteur.
Het ging goed tot Fort William hoewel de trein al enige tijd de nodige kuren vertoonde .
Het licht was uitgevallen, de automatische deuren van de WC werkten niet, het begon al wat kil te worden.
Aangedampte ramen.
Er werd wat over en weer gepraat in een onbegrijpelijk taaltje. Blijkbaar iets op til.
Het gezelschap stapt uit…..iedereen stapte uit.
Ben ik dan de enige die zijn reis verder zet?
Het laatste stuk tot Mallaig zou met de bus gebeuren werd mij duidelijk gemaakt. Ik schiet nog snel mijn wandelschoenen aan en ga naar de bushalte buiten het station.
Waar was iedereen gebleven?
Om een lang verhaal kort te maken.
Ik bleef alleen achter.
Er was blijkbaar afgesproken om voor de ingang van het station samen te komen.
Al de anderen, vrolijk met elkaar, in een bus, verder door het Schotse landschap terwijl ik mij aan het bezinnen was hoe het verder moest.
De volgende trein zou pas tegen 23u komen. Camping opzoeken, Wildkamperen?
Waren ze uiteindelijk toch zo vriendelijk zeker om deze buitenlander verder te helpen.
Scotrail had een taxi voor mij besteld en deze zou me afzetten in Morar.
'Al-taxi' reed in een noodgang door het dal want Al kent zijn weg. Al was hier geboren en getogen. Nog voor Glenfinnan passeerde hij de bus. Hij zette mij af aan de kop van Loch Morar. De teller stond toen op 45 pond. Veel zal Scotrail vandaag niet aan mij verdiend hebben. Wat een service, op het onwezenlijke af. Nog een kaartje voor als ik nog eens van zijn diensten gebruik zou willen maken. Betalend wel te verstaan.
Tent opzetten in het begin is geen optie. Overal bordjes met vriendelijk verzoek dit niet te doen. Wat we dus niet deden. Ik liep nog even door tot voorbij het laatste stuk asfalt om een eind achter Bracorina, op een landtong de tent neer te zetten.
Een bewogen dag is het geweest. Ik was er bij de planning van uitgegaan dat ik mogelijk pas tegen middernacht, met de laatste trein in Morar aan zou komen omwille van het strakke schema van de verschillende opeenvolgende vervoersmiddelen.
Het is wel erg vlot gelopen. Deze morgen de voordeur achter mij gesloten en nog op tijd om de zon te zien boven Loch Morar.
Dit loch zou ook zijn monster huisvesten doch ik merkte geen enkele rimpel op het water.
Al mogen kennis maken met de eerste midges van dit jaar.
Negeren is het sleutelwoord.


Dag 2: Loch Morar - bothy Sourlies

7u50 plaatselijke tijd:
Fluitend onder een stralende zon zette ik mijn eerste stappen. Goed pad met onderweg, op enkele landtongen, plek voor een klein tentje. Een eerste schapenkadaver bij de ruines van Brinacory.
De stank van rottend vlees. (Iets wat ik meermaals nog zou ruiken onderweg.)
Swordland lodge, hagelwit geschilderd.
Voorbij Tarbet was de kermis gedaan en kon er overgeschakeld worden op een lagere versnelling.
Ongebaand terrein langs Loch Nevis tot bij Sourlies.
Is het nu het best lopen langs de, voor het moment, eb lijn of moet ik het hoger zoeken?
Blij dat ik een eerste steile passage via diezelfde eb-lijn kon vermijden.
De enige sporen van leven, buiten aangespoelde afval, waren schapenkeutels.
Een tijd gedacht dat door "denk schaap" ik een patroon kon ontwaren om op het rechte pad te blijven.
Een verplaatsing in het brein van een schaap als de oplossing voor mijn routebepaling.
Helaas het werkte niet helemaal en het is dan maar een combinatie geworden van verschillende systemen.
Geen schaap wat de gedachte zal krijgen:"Zal ik vandaag eens naar Sourlies gaan?"
Een systeem, maar nooit zonder hoogtemeters te moeten maken. Best pittig zo zonder pad. Hoog lopen is ondanks het groter aantal hoogtemeters voordelig omdat zo een beter overzicht te maken is over de nog te lopen route.
Het land valt hier werkelijk stijl in de zee.
Ruim op tijd, zo rond 14u30 was ik bij Sourlies. Voorspelling van 'showers' maakte dat ik mij maar binnen heb geïnstalleerd.
Zo'n 3u later is het hier al flink aan het vollopen. Wat raadgevingen van een echte Schotse Schotlandloper en zijn Nederlandstalige vriendin. Voor de eerste keer hier en dan ook nog zo'n tocht uitzetten? Ontzag voor mijn plan maar tegelijk een hoop waarschuwingen dat ik er maar niet te licht over moet doen. Ongebaand terrein en dan met mist opgescheept komen te zitten. Ik zou de eerste niet zijn die in de problemen is gekomen.
Na een eerste vriendelijke weigering toch nog aan de alcohol gezeten. Een of ander soort whisky en als afsluiter een 'Glenn-wodka'. Waar 'Glenn' vermoedelijk een marketing toevoeging is om hier ter plekke de verkoop wat op te drijven.
Dat bonzende hoofd de volgende dag heb ik er maar bijgenomen.
De als tegenprestatie aangeboden warme chocolademelk viel niet in de smaak.
Opvallend snelle wisselingen van eb en vloed.
Een speurtocht naar verse mosselen heeft niets opgeleverd. Dat was onderweg anders. Ganse strengen zomaar voor het plukken.
Het hout, voornamelijk drijfhout, is inmiddels helemaal opgestookt door mijn gezelschap. Erg dankbaar voor diegene die zich daar onnozel aan heeft zitten sleuren.
Zat ik hier allen, ik zou er niet aan denken om de stoof aan te steken. Zomaar voor de gezelligheid alles opstoken terwijl bij slecht weer enige warmte 'levensnoodzakelijker' zou kunnen zijn.
Twee tentjes op het veldje voor de hut. Binnen sliepen we met zes personen plus hond.
Heel zuinig met mijn nieuwe slaapzak. Zijde lakenzak met kap om het 'vet' van mijn haren te laten, daar waar het thuis hoort.
Dit terwijl mijn buurman samen met een kletsnatte hond onder dons gaat.


Dag 3: Sourlies - Barrisdale Bay

Rond 8u de deur uit.
Om 13u was ik aan de monding van Abhainn Ghrugaig in het Loch an Dubh-Lochain
Om 15u bij de body van Barrisdale, een niet zo'n bijster gezellige privé hut
Drie pond om binnen te mogen slapen. Stromend water en WC.
Om te kamperen op het veldje voor de hut betaal je 1 pond. Ondanks het feit dat het niet helemaal droog is gebleven kijk ik terug op een mooie dag. Het mag duidelijk zijn, de “bagger areas” zijn begonnen.
Carnoch is nog het gemakkelijkst te bereiken lopend langs River Carnach. Een doorsteek, de kortste weg, maken levert gegarandeerd natte voeten op. Kamperen is hier verboden. Massaal veel herten. Blijkbaar niet schuw zo buiten het jachtseizoen.
Wie van hen houdt de kalender bij?
Tot het moment is aangebroken dat geen mens meer te vertrouwen is.
Robin Hood mocht er al eens eentje schieten met zijn pijl en boog.
Ik als een speer omhoog naar Mam Meadail.
Hoe hoger ik kwam hoe meer ik mij in de Ariège waande.
Mooie gedachte.
Sobere bergen van donker graniet.
Boven een doorkijk naar de zee met zijn schiereiland Rubha.
Gleann Meadail oogde in de eerste fase niet zo aantrekkelijk maar dit veranderde met Inverie River in zicht .
Berk, els en rotsen met dikke koppen van mos.
Schotse hooglanders die lui in het midden van het pad lagen.
Alles redelijk droog gekregen voor de avond viel.
Een avondwandeling naar de zee. Volmaakte rust hier bij Barrisdale Bay.
Zo met de zee steeds in mijn nabijheid was het een tocht door een heel gevarieerd landschap.
https://lh5.googleusercontent.com/-O9JJgJW7hXg/R44r-PxyQOI/AAAAAAAAAvA/XpiY1idXm5k/s400/schotland%252520deel%2525201%252520020.jpg
Zeekusten zoals ik ze nog nooit had gezien.
Knoydart (noida uitgesproken) stelt vooralsnog niet teleur.
Die nacht bleef het constant plenzen.


Dag 4: Barrisdale - Glenshiel Forest

Deze morgen vertrokken om 8.30u om het rond 16u voor bekeken te houden.
Kamp gemaakt boven bij Allt a Choire Chaoil.
Een goed begaanbaar pad naar Kinloch Hourn maar het verandert regelmatig van hoogte, wat het toch inspannend maakt.
Loch Hourn opgesmukt met enkele eilandjes. Af en toe wat motorbootverkeer.
Ze vangen mijn blik.
In het begin, in de diepte, links van het pad de ultieme plek voor een kamp. Grasveldje boven op een rotsplateau. Net buiten bereik van de zee.
Een paar grasveldjes, bijna bij Kinloch Hourn geven nog mogelijkheid tot bivakkeren. Daarna zijn er langs het water weinig goede plekken te vinden.
Kinloch Hourn heeft zijn camping bij de brug. Één pond te betalen bij de boerderij.
Steil naar de hoogspanningsmasten over een goed pad. Het volgt de contouren van de bergflank. Niet de kortste weg waardoor het allemaal niet erg snel gaat.
Het kent een plots einde bij de oversteek van Alt Coire Mhalagain.
Nogal wat moeten ploeteren om vanaf de linker flank geleidelijk hoogte te maken tot Bealach Coire Mhàlagain.
Terug voor even een goed pad tussen Forcan Ride en Meallan Odhar (en zo waarschijnlijk verder naar Glen Shiel).
Niet eenvoudig te zien van bovenaf wat de beste weg is.Steil naar beneden, op eigen inzicht.
Het eerste grasveldje heb ik aangeslagen.
De regen valt al uren met bakken uit de lucht. Morgen nog een korte afdaling tot aan de kop van Loch Duich.


Dag 5: Topstek in Kintail Forest

Gisteren was niet slecht qua stek maar vandaag zit ik op een "toplocatie". De route enigszins ingekort om de avond, voor zover ik buiten kan zitten in dit wisselend weer, in een prachtig kader door te brengen.
Deze morgen in één uur naar Shiel Bridge gelopen. Zoals de kaart het al aangaf is het ieder voor zich op het eerste stuk. Niet het minste pad te bespeuren.
In zo'n drassige omgeving zal er nooit tot een vergelijk gekomen worden wat de 'beste' route is. Het schaap achterna blijkt toch een van de strategieën te zijn die werken.
Gisteren reeds gemerkt. Dit vreet energie. Niet alleen voor het beendergestel ook voor het hoofd dat tracht; in de overvloed van prikkels aan zijn voeten, de juiste signalen uit te zenden om de schoenen zo weinig mogelijk in contact te laten komen met water.
Tot het punt komt dat dit geen zin meer heeft omdat alles toch even nat is.
Dan is het moment aangebroken om gewoon stug, zonder na te denken verder te soppen tot bij Shiel Bridge met zijn winkeltje en telefooncel.
Gleann lichd waar River Croe doorheen stroomt moet tot op het eind verkent worden om ervan te kunnen genieten. Het begin oogt niet zo bijster maar gaande weg wordt het plaatje compleet.
De twee stroompjes die samen River Croe vormen overgestoken en dan begint een klim die geen moment verveelt. Iedere bocht die wordt gemaakt laat weer een ander plaatje zien. Bij momenten is het pad zelfs 'geplaveid'. Heel wat uitlopers van bergruggen komen hier bij elkaar en geven een grillig maar adembenemend mooi prentje. Diep beneden zoekt allt grannda zijn weg. Watervallen fleuren het geheel nog verder op.
Vandaag ook voor het eerst een koekoek gezien. Gehoord had ik hem al iedere dag. Ondanks de enkele toefjes sneeuw op de toppen is het al volop lente. Het lijkt dat het weer wat stabieler wordt. Al enkele uren geen regen gehad.
Rommel dat een mens kan maken. Overal ligt er wel wat in de tent. Hoe moet dit als ik volgend jaar een nog aan te kopen éénpersoonstent mee zal nemen?
Qua eten heb ik het goed ingeschat. 150 gr ontbijtpap, 2 snickers en een droge koek, halve reep druivensuiker onderweg en 's avonds soep, pasta chocolademelk en koffie combinatie.


Dag 6: Kintail Forest - Inverinate Forest

Een vergissing van één uur. Deze morgen was 7u eigenlijk 6u, dus ruim op tijd terug onderweg. Prachtige staalblauwe lucht met een strak windje. Ideaal weer voor wat vochtverdamping.
Hoe mooi ook het begin, het einde van de dag is enigszins in mineur geëindigd. Gestrand ergens langs de linkerkant van River Elchaig.
Veel koeien, schapen en water waar ik nog maar weinig geloof in heb. Vermits ik zelf al vanaf Alltbeithe de waterloop volgde die zich bij de Falls of Glomach naar beneden liet storten had ik nog maar weinig vertrouwen in zijn drinkbaarheid. Mijn hoop gesteld op de blauwe lijnen die noordelijk van Inverinate Forest naar River Elchaig liepen. Blijkt dat de meeste beekjes enkel regenwater afvoeren. De indruk dat het meeste water zuidelijk zijn weg zoekt naar loch Duich.
Deze morgen was ik fluitend op pad richting bothy Camban gegaan met de zolderverdieping als slaapzaal. Er lag een rugzak, slaapzak met mat. Een pas begonnen nieuw huttenboek vertelde dat de man vertrokken was om de Five Sisters te beklimmen. Rotzooi op een hoop en hout van de hut zelf dat gebruikt is voor te stoken van de kachel. Het stemt me triest.
Tot de brug voor de jeugdherberg Alltbeithe was er een duidelijk, redelijk stenig pad. Na de brug voor de rest van de dag voornamelijk zonder pad.
Zompig en daarom moeilijk lopen. Aan de kop, toen de meertjes in zicht kwamen kreeg het dal kwalitatief enkele sterren meer. Ook hier nog sporen van mountainbikes. Ik zag ze gisterenavond ook, met hun fiets aan de hand toen ik vanaf mijn topje de omgeving bewonderde.
Uit het veen oude halfverteerde boomstronken. Geef mij hier toch maar het schotland terug met zijn bomen. Hoeven ze ook niet de hut rondom de kachel op te stoken.
Zou het kunnen dat de Schot zelf, er weinig mee bezig is? Zolang er schapen en herten zijn kan hij goed leven. Wat niet gezegd kan worden van de jonge scheuten.
De koekoek en andere nestbouwers die voor hem het voorbereidende werk doen moeten toch hinder van ondervinden van deze woningschaarste?
Kikkers zijn er dan weer in verschillende soms erg kleurrijke jasjes.
Gleann Gaorsaic gevolgd via de linkerflank een vijftigtal meter boven het water.
Minder nat als Gleann Gniomhaidh.
Door de meertjes beneden, de schaduwwerking op de geërodeerde veenlaag was dit een mooi hoekje. Een tentje in de ZO hoek van loch a Bhealaich met enkele stippen die hun weg naar beneden zochten vanuit het zadel tussen Sgurr Gaorsaic en Beinh an t-Socaich. Ik volgde vanaf de W-oever mee met de berg flank tot het niveau van de beek Allt a Ghlomaich. Zo kwam ik vanzelf bij de Falls of Glomach waar ik een paar kemels achter elkaar heb geschoten. De eerste door te denken dat het pad vlak naast het water naar beneden zou lopen, maar wat doodliep op een uitzichtpunt. Dan klakkeloos terugkerende wandelaars gevolgd. Een flinke zig-zag naar boven die eenmaal op hoogte verder ZW liep.
Verkeerde kant uit. Dan maar naar rechts. Ongebaand mijn weg naar beneden gezocht tot ik dood liep op de steiltes boven Allt na Laoidhre. In de ogen kijkend van enkele herten die hier iedereen, behalve een mens, dachten aan te treffen.
Werd het dan toch tijd om er de kaart eens bij te halen.
Met enige voorzichtigheid en niet zonder moeite kon ik afdalend over een bergrug om zo aansluiting vinden met het pad.
De rest van het verhaal is gedaan.
Leeg geploeterd en natgeregend lig ik hier voor dood op de mat.
Zo tegen de avond, met een ondergaande zon zag het er allemaal al een stuk vriendelijker uit.
Buiten de midges gerekend, die waren vervelend aanwezig.
Plan voor morgen is om via Glen Ling naar Attadale te gaan, doorlopen tot Strathcarron om dan noordelijk richting Loch Coire Fionnaraich te lopen.
Mogelijk staat er halverwege een bothy.


Dag 6: River Elchaig - bothy Coire Fionnaraich

18u bothy Coire Fionnaraich
Brandspiritus in de brander, het vuur ontstoken om straks een heerlijk bamigerecht achter de kiezen te steken.
Het had ook anders kunnen aflopen maar deze jongen zit nu breed glimlachend achter zijn schrijfblok. Het weer is vandaag voor hem alles behalve vriendelijk geweest.
Regen die met bakken uit de lucht viel.
Laaghangend wolkendek.
Nog net niet in de mist.
Hij lacht breed omdat hij in een juweel van een bothy terecht gekomen is.
Van oorsprong was dit een jachthut. Nu door de MBA onderhouden. Tussen 1 september en 20 oktober is deze hut gereserveerd door 'the estate'.
Het moment dat geen hert veilig meer is.
Deze keer niet vernield, vervuild of met bergen afval. Naast het gelijkvloers leidt een heuse trap met leuning naar twee grote kamers. Alles mooi afgetimmerd met hout.
Als het weer niet betert blijf ik hier tot woensdagochtend om dan af te zakken naar Glasgow.
Wat was het verhaal van vandaag?
Geen zucht wind geweest voorbije nacht, veel condens tegen het tentzeil.Bij de boerderij zonder problemen de rivier Elchaig over kunnen steken.
Deze keer liep ik voor enige tijd over een uitvinding van de Schot Mac Adam. Uitvinder van het asfalt. Water aangevuld bij Allt a Ghlas Choire. Dost geleden deze nacht. Geen chocomelk gisteravond. Geen koffie deze morgen.
De bosjes lieten een rijke begroeiing zien van lijsterbes,berk,els en daaronder verschillende voorjaarsbloeiers. Auto's zijn niet toegestaan in dit dal. Nog voor Killilan wordt de weg afgesloten voor niet plaatselijk verkeer.
Nonach lodge, "priveweg enkel voor Nonach", stond er geschreven. Niets van aangetrokken. Even moeten zoeken naar het pad. Ik zat te hoog op de berg. Vermoedelijk begint het pad tussen het huis en de schuur of nog voor de woning via het hek?
Anders als op de kaart loopt er nu een hoogspanningslijn richting Attadale. Ik heb de -naar oriëntatie- gemakkelijkere rechtse route gevolgd over een steeds duidelijk herkenbaar pad. Vanaf Carn Allt na Bradh over een lelijk geërodeerd bospad.
Landschappelijk moet het geheel een beetje inboeten aan schoonheid. Bij Attadale house is een siertuin die desgewenst bezichtigd kan worden.
In het wachthokje van het spoor bij de halte Attadale even overleg gepleegd met mezelf.
Alle bergen zitten dicht. Het regent voor de verandering nog maar eens pijpenstelen. Veel alternatieven zijn er niet.
Heel even werd de poort geopend van een kinderlijke beleving.
'Naar mama bellen dat ze me moet komen halen.'
Het enige alternatief voor deze inmiddels grote jongen is doorlopen.
Er kan een klein stuk afgesneden worden door het pad net voorbij de brug over River Carron te nemen maar om de snelheid erin te houden ben ik over asfalt blijven lopen.
Ondanks de regen oogt Fionn Abhainn mooi. Het is gokken op een hut of hopen op een vlak plekje voor de tent. Ik zou pas naar dit laatste gaan uitkijken als ik voorbij het bouwsel ben dat aangegeven staat op de kaart.
Het leek me bijna ondoenbaar om nog een droog stuk te vinden. Ik wil diegene die zweert bij een tarp wel eens spreken in deze omstandigheden.


Dag 7: Bothy Coire Fionnaraich

We hebben ons op deze laatste dag nog best vermaakt. Deze morgen alles ingepakt met toch in het achterhoofd hier nog een laatste nacht te blijven. Dagje omgeving verkennen. Eindje lopen naar Loch Coire Lair, wat het oorspronkelijke plan was (om dan beneden het dal bij Achnashellach aansluiting te vinden met de lijn naar Inverness).
Torridon,de zee, zijn eilanden in het vizier vanaf Craeg na h-Airigh-fraoich. Spijtig dat het weer niet heel helder is.
Allemaal duidelijke paden. Hier zijn heel wat mogelijkheden om de dag door te brengen.
Muisstil was het bij de meertjes tussen twee colletjes bij Bealach Ban, met beneden Glen Torridon. De natuur in al haar glorie. Hier kom ik volgend jaar terug om mijn tocht verder noordwaarts te zetten was de gedachte die in mij opwelde.
Toen ik tegen de avond op een stoeltje, voor de hut zat heb ik nog enkele dagstappers op hun terugweg gezien. Waarschijnlijk mensen die de 933 m hoge Maol Chean-dearg zijn gaan bewandelen/beklimmen. Eigenlijk spijtig dat ik vandaag niet mijn eerste munros beklommen heb. Hij lag zomaar bij de voordeur.
Van kop tot teen gewassen. Slijk van schoenen en gamachen. Broek uitgewassen. Ze hangt nu te drogen in de zon.
Morgen wordt het reizen. Tegen 12u moet ik in Strathcarron zijn voor de trein naar Inverness. Overstappen in Perth zo richting Glasgow waar ik tegen de avond aan zal komen
Zo sponsor ik toch nog Scotrail voor hun taxi geste en moet ik nu op dit moment niet in Kyle zitten rondhangen om morgen de Citylink bus naar Glasgow te nemen. Dan toch liever op een stoel voor deze hut.
Maar bitter weinig momenten dat ik het echt heb verwenst heb om onderweg te zijn. Gisteren was het landschappelijk een mindere dag. Mocht ik het over doen zou ik zeker Attadale mijden door Glen Ling verder door te lopen om via Attadale Forest naar Strathcarron te gaan of na de Falls of Glomach noordelijk door Killilan Forest naar b.v. de bothy Maol-bhuidhe.
Aan de fysiek heeft het niet gelegen. De schoenen waren nat doch er stond geen water in. Gamachen onder de broek, als eerste laag, houden de regen buiten de schoenen als het water langs mijn benen loopt.
Omgekeerd is dat niet het geval. Het spaart een regenbroek uit.
Heidestruiken maken het in dit dal bijna onmogelijk om een kampplaats te vinden.
Dat één persoonstentje wordt zeker een volgende aankoop.
Qua kledij zit ik op het minimum wat eten betreft begint er zich een standaard te ontwikkelen.
Veel meer in plastiek verpakt dan in allerhande potjes.
Spaart weer wat grammen.
Het begin van zwemband op de heupen is verdwenen.
Enig coördinatievermogen en kompaskennis is hier toch wel nodig. Zit je opgezadeld met mist dan loop je hier prompt verloren. Te weinig volk om raad te vragen.


Dag 8: Bothy Coire Fionnaraich - Prestwick

Deze morgen om 3u even opgestaan. Sfeer snuiven op dit ochtendlijke uur. Het was al niet geheel donker meer.
De koekoek, hees geroepen, niet erg toonvast meer.
Klonk als "koe-euk".
De indruk dat ze steeds in concurrentie zijn met andere kleinere vogels die als het er blijkbaar op aankomt toch best hun ei willen uitbroeden.
Deze keer wel het pad genomen dat langs River Carron in een boog rond New Kelso loopt. Net voor de brug, verscholen tussen hoge brem, bij malse grasveldjes duidelijke sporen van bivak activiteit.
Een miezerige regen, loodrecht naar beneden.
Het weer staat stil, geen wind maar de wolken zwaar. Een beetje zwoel tijdens de afdaling.
Strathcarron: een van de stations waar er nooit iets schijnt te gebeuren
Postkantoor, een winkeltje en een trein die mij terug naar huis zal brengen.
De volgende keer moet ik het slot beter plannen of alternatieven zoeken om de reistijd in te korten. Twee reisdagen om terug thuis te zijn. Veel te lang naar mijn goesting.
Scotrail wil niet aan mij verdienen, 25.8 pond voor Prestwick. Ik dacht dat enkel voor de dag van de reis zelf er korting wordt gegeven doch zijn computertje op de trein accepteert bestemming 'Prestwick' niet anders. Het vervoer is goed geregeld. Treinen wachten op elkaar. Van Inverness naar Edinburgh met overstap in Perth.
Vanachter het raam in een rijdende trein:
Regendruppels maken kapriolen tegen het raam;
Het Schots landschap mag niet te uitgestrekt zijn.
Dan wordt, als het weer niet meezit, het te desolaat voor mij.
De lammetjes onderweg, het lijkt alsof ze de stemming erin willen houden.
Als een gek door elkaar remmend als een zoveelste trein voorbij komt.
Iemand van de Mormoonse geloofsgemeenschap voor mij. Ik zie hem vanaf de rug. Laat een veelbetekende geeuw als hij een eerste blik werpt op zijn bijbel.
Aankomst bij de luchthaven van Prestwick als de avond al in de lucht hangt. Rotweer terwijl er op het golfterrein nog volop balletjes worden geslagen.
Zo vanaf de brug, over het spoor, gezien lijkt het mij minder evident om er te bivakkeren. Campings zijn er niet in Prestwick. Ik word geadviseerd om naar het caravanpark te gaan op de weg richting Glasgow. Er valt misschien daar iets te regelen.
De man in het kantoor leek medelijden te hebben met mij.
Hij kon het zich niet voorstellen dat ik in dit hondenweer nog buiten wilde slapen.
Een gratis overnachting in mijn tentje op het grasveldje voor het sanitaire blok waar ik zelfs gebruik van mocht maken. De sleutel morgenochtend gewoon in de brievenbus van het kantoortje steken.
Vriendelijke mensen die Schotten.
(aanvulling:dit jaar was dat zo, het daaropvolgende jaar werd ik bedrogen en zien ze me er nooit meer terug. Gewoon in het luchthavengebouw gaan slapen)


Dag 9: Epiloog

Stijlvroeg, trekken de eerste vliegtuigen zich boven mijn hoofd op gang.
Straks kan ik mee naar huis.
Volgend jaar tot de kop van Schotland?

Al bij de eerste kennismaking ben ik overweldigd door dit landschap. De zee steeds in de buurt met wondermooie zeekusten. Bij helder weer is het een plezier om door dit open landschap te lopen en je te oriënteren op de omgeving. Geen boom die je het zicht zal belemmeren. Bij mist is het volgens mij erg link maar zit het weer mee dan moet je je laten omarmen door het landschap, je er in durven gooien, accepterend wat het voor jouw in petto heeft. Leren leven met de natte voeten die je zeker krijgen zal. Omdat op tal van plaatsen er zo goed als geen pad is, je soms door kniehoog gras en heide je weg moet zoeken, drassige stroken zo goed mogelijk vermijdend is het een zware tocht.
En de midges: de midges waren zo goed als afwezig. Ik begrijp daarom niet goed waarom veel mensen voor de zomermaanden kiezen. Ik heb het al in het verslag aangegeven. Ik was bij aanvang niet van plan om er een “Cape Wrath trail” van te maken. Ik zou, mocht ik het nog eens overdoen de route zeker herzien op enkele punten. Asfalt lopen zou dan quasi tot nul herleid kunnen worden. Het deel vanaf River Elchaig tot Coulags is landschappelijk erg saai.

Fotoalbum

Transport:

Zolang Ryanair tegen de middag op Prestwick landt geraak je zonder problemen bij het startpunt.

Je spoort voor halve prijs als je je bevestigingsmail laat zien tussen Prestwick en Glasgow. Betalen op de trein kan met betaalkaart. Sporen naar het noorden betekent dat je in Glasgow Central moet overstappen. Heb je nog geen gas of iets dergelijks kom je op je weg naar station Queen Street de buitensport winkel Tiso tegen. Halve prijs geldt ook voor de terugweg maar Prestwick moet wel het eindstation zijn. Zelfs als je de dag voor de terugvlucht de trein neemt. Ik heb het niet echt uit aan het pluizen geweest maar zelfs met korting vermoed ik dat de Citylink bussen goedkoper zijn. Het is mogelijk om in de luchthaven zelf te overnachten; Gestrande reizigers worden naar het bovenverdiep verwezen. Je improviseert daar dan je eigen slaapplek. WC en stromend water in de buurt.

* Busverbinding met Glasgow:www.stagecoachbus.com
* Vanuit Glasgow verder met:www.citylink.co.uk
* Afgelegen plekken bereikbaar met de Postbus:http://www.royalmail.com/

Enkele degelijke routeplanners:


http://www.transportdirect.info


h4. Verhalen van anderen

5degreechallenge
watershed
capewrathtrail
hewat

To the Cape: Soppen langs NW Schotland (Deel2)

Further to the Cape: Tussen Stathcarron en Lochinver.


Periode:
Tussen 3/5/2006 en 10/5/2006
Kaarten:
Ordnance Survey: kaarten 25/19/20/15
Routeoverzicht

Het begon vorig jaar als een eerste kennismaking met Schotland maar tegen het einde was Schotland zo goed bevallen dat ik verder ben blijven lopen. Zo zet ik mijn eigen Cape Wrath trail uit. Zeker zo goed als het origineel.

Dag 1:Zoersel - Bothy Coire Fionnaraich

So far so good.
Ik zit op exact dezelfde plek als waar ik vorig jaar mijn eerste deel naar Cape Wrath geëindigd was.
Het is begin mei.
Enkele weken vroeger dan vorig jaar, wat te merken was aan de plakken sneeuw op de toppen.
De hut in een even perfecte staat als toen: 4 grote cleane kamers.
Ik ben hier, omstreeks 22u, in een plensbui aangekomen.
De zoektocht naar de bijna onmogelijke verbinding om hier nog dezelfde dag aan te komen.

Met Ryanair naar Prestwick.
Toen ik een stoel bij de nooduitgang te pakken kreeg werd het qua beenruimte business klasse voor de prijs van economy.
Het nadeel heb ik pas achteraf gemerkt.
Je zit dan aan het eind van een lange rij te wachten bij de pascontrole terwijl minuten slinken en de opties om vandaag nog mijn eindbestemming te bereiken alsmaar minder worden.
Om 12.03u plaatselijke tijd met de X77 bus naar Glasgow busstation. De trein was reeds vertrokken.
Op de bus word ik aangesproken op de visgeur die ik met mij meedraag.
Pas veel later wist ik wie de dader was.
Eerst dacht ik nog dat in een van die plastiek zakken die ik bij had ontdooide diepvries vis heeft gezeten maar het bleek de specifieke geur van esbit te zijn.
Voor de zekerheid nog snel bij Tiso 500ml brandalcohol gehaald.
Deze zomer ga ik enkel op esbit stoken.
Een testtocht om te bepalen hoeveel tabletten ik dagelijks nodig heb.
Nog binnen de tijd voor de citylink bus naar Perth.
In Perth de trein naar Inverness en zo verder tot Stratcarron. Helaas niet aan halve prijs
“Prepare for a plague of wee beasties.” las ik in een krantje op de trein.
Berichten zijn zo alarmerend dat deze zomer Schotland best vermeden kan worden.
Ganse zwermen midges zullen het land teisteren.
De milde winter en het slechte voorjaar zouden de schuldigen zijn.
De DEET producent gaat gouden zaken doen dit jaar.


Dag 2:Bothy Coire Fionnaraich - Loch Coire Mhic Fhearcheir

7.30u: de tijd genomen om nog wat te schrijven.
Ik heb een MP-3 spelertje meegenomen.
’s Avonds voor wat muziek te beluisteren als ik in de slaapzak lig en door de dag om eventueel wat indrukken in op te slaan.
Inspreken in een micro, het is voorlopig een grens.
Stress en gedachten die niet komen. Voorlopig met de pen.
Tijd om op stap te gaan.
Helder blauw maar er beginnen zich toch al wat wolken te vormen.
Pogen over Bealach Ban te geraken voor het helemaal dicht zou kunnen zitten om dan op eigen inzicht naar Glen Torridon af te dalen.
Om 8u sloot ik de deur achter mij. Zoals het er nu gaat uitzien wat dit mijn enige overnachting in een bothy.
De eerste dag werd al gelijk een ware beproeving.
Tot Ling Hut (11u) ging het nog wel ook al had ik mij bij Bealach Ban al in een regenjas moeten hijsen.

Er moest worden gesopt in de afdaling met een enkele keer een uitschuiver tot ik op een goed pad terecht kwam. Mogelijk loopt het pad door tot de verbindingsroute tussen Bealach Ban en Coire Lair.Verder een mooi breed pad langs All a Choire Dhuibh Mhoir richting col toen de wind in kracht begon toe te nemen.
Geen constante, maar af en toe van die plaagstoten die mij het evenwicht deden verliezen.
De laatste meters tot Loch Coire Mhic Fhearcheir zelfs over een pad geplaveid met stenen.
Ontzetting dat er zo weinig gras te vinden was voor het opzetten van de tent.
Ik had uiteindelijk een plekje gevonden, na een eerste poging om een gladde rotsplaat te gebruiken en de spanlijnen met zware stenen vast te zetten.
De wind bleef uithalen en stuwde het water op tot een echte golfslag terwijl mijn tent de meest bizarre vormen begon aan te nemen.
Lang gewacht maar tegen 17u beslist om het hier voor bekeken te houden.
Dit zou nooit goed zijn gekomen als ik hier boven was gebleven.
Met de grootste moeite de tent opgeplooid.
Ik baalde een beetje als ik mijn weg terug naar beneden zocht.
Iets in de afdaling, enigszins beschut een klein grasveldje.
Echt niet lang getwijfeld.

Beneden in het dal een plek zoeken zou best tegen kunnen vallen.
Munros als puisten in een verdronken land.
Diarree, zou dat bruine water van gisteren hier voor hebben gezorgd?
Komt nog bij dat ik nu reeds met 4 lege accu’s zit.
Wie weet geraak ik toch nog op Suilven om dan te moeten concluderen dat ik hiervan geen bewijzen kan afleveren.
Hoewel al die “topstekken” waar ik wil gaan bivakkeren?
Ik begin er sterk aan te twijfelen of dit allemaal wel zo verstandig is.
Nu zat ik nog maar op amper 500m hoogte.
Middernacht opbreken?
Ik moet er niet aan denken
Heb dan maar een muziekje opgezet om mijn gemoed wat tot rust te brengen.
Tanden poetsen en dan de slaapzak in.
De wekker op 5u.


Dag 3:Loch Coire Mhic Fhearcheir - Letterewe Forest


Vertrokken rond 6.30u.
De waterval overgestoken.
Te ver afgedaald richting Allt Coire Mhic Fhearchair zodat ik terug met een klim werd opgezadeld. Nogal wat bulten in het landschap zodat het niet zo eenvoudig was om een overzicht te krijgen van de ‘gemakkelijkste’ route. Bij Maol Cheannan zijn er de nodige zweetdruppels gelaten.
De kaart geeft goed aan waar het pad begint.
Eerst nog een klim en dan gestaag naar beneden richting A832.
Nog voor het pad begint zijn er enkele bivakplekken.
Tot dan was het volgens mij niet mogelijk om een tent op te zetten. De ondergrond is er veel te nat.
In kinlochewe (11u) een telefoontje naar huis gedaan.
Een flinke ommetje om aan de ander kant van Kinlochewe River te geraken.
In het begin is het pad nog duidelijk maar na Abhainn an Fhasaigh, soms niet meer dan een veespoor.
Zeer mooi kampeerplekje bij coördinaten 988680.
Waterval en ruines van een woning.
Klein strandje en aan de kampvuurstenen te zien hebben wel meer mensen het gedacht gehad het hier voor bekeken te houden. Helaas voor mij nog niet het geval omdat ik anders hopeloos achterop mijn schema blijf.
Schuchtere pogingen van de berk om al blad te vormen. De eiken hebben nog hun winterkleur. Nog ver te gaan maar om de haverklap gestopt om te genieten van het landschap.
Het tweede deel van het pad langs Loch Maree is subliem.
De bijna witte stammen van het eikenbos op een ondergrond van mos en tegen de achtergrond, Loch Maree waar de wind het water schuimstrepen laat vormen.
Aan de overkant zijn de Munros gedrapeerd met sneeuw.
Bij de eerste landhuizen zijn er grasveldjes, het domein zo groot dat je er niet zou opvallen.
Ook bij het bruggetje voorbij Furnace kan betrekkelijk anoniem gebivakkeerd worden.
Zwaar weer en een felle wind die opsteekt.
Maar direct besloten om niet op hoogte te kamperen
Dus niet bij Bealach Mheinnidh gebivakkeerd, wat eerst de bedoeling was maar in het begin van de klim waar twee beekjes samenkomen en samen met het water van Allt Folais als een waterval naar beneden vallen.(NG 952 718)
Teveel wind om, ondanks het windscherm, goed te kunnen koken. Omringd door droog gras en daarom op het voetpad gaan staan in plaats de luwte van de tent op te zoeken. Er wordt op die manier nogal wat alcohol door gejaagd.
De mankementen van dit mooi strandje waar ik eerst stond werd achteraf pas duidelijk.
Net als gisteren opnieuw moeten verhuizen. Het is hier vergeven van de teken. Zo vlug ik thuis kom zal er iemand mijn rug moeten inspecteren.
Grondige wasbeurt sinds lang maar ik bleef wassen want bij iedere gang door het gras werd ik opnieuw besprongen door die kleine krengen.



Dag 4:Letterewe Forest - Coir a Ghiubhsachain

Deze nacht onweer gehad met rond 5u bij het aflopen van de wekker enkele felle regenbuien. Het is vandaag weer een pokkeneind te lopen.
De wekker in snoezel stand. Nog niet direct alle hens aan dek of toepasselijker: ‘even nog niet uit mijn pijp komen’.
Sinds ik een reiswekker meeneem, slaap ik veel rustiger.
“Should I stay or should I go” klinkt het in mijn hoofd.
Het is koude pap geworden. Durfde het niet aan om onder de luifel te stoken. Ik heb het al eens gepresteerd om in een vorige (binnen)tent enkele gaten te branden.
Om 6.30u vertrokken.
Een mooi gevormd hertengewei als cach verstopt. Teveel gewicht om mee te nemen.
Diegene die het wil ophalen. Het ligt verstopt buiten de kraal waar ik geslapen heb.
Linker hoek, tussen een meidoornboompje en de stenen muur.
(Inmiddels ligt het er niet meer en heeft dit gewei een eigenaar gevonden.)
Hogerop was er ook een goed bivakplekje op de splitsing bij het pad naar Srathan Buidhe.
Nog mogelijkheden zijn er bij Coir an Taoibh Riabhaica, een watervalletje en slapen op zacht mos.
Nogal wat schuwe herten in de buurt.
Om 7.40u steek ik Bealach Mhèinnidh over. Net voor de col zou het niet mooi bivakkeren zijn.
Helemaal geen uitzicht meer op Loch Maree.
Dan is er aan de andere kant veel meer te zien. Een vlak heuveltopje, meanderend waterstroompje richting loch.
Ik zie mezelf al zittend voor de tent, uren kijkend naar de stromingen op Fionn Loch en Dubh Loch.

8.30u:
ik begin aan mijn klim naar Clach na Frithealaidh.
De scène bij Dubh Loch is adembenemend, ruw donkergrijze rotsen met restanten van menselijke activiteiten.
Na de klim een klein valleitje waar het water even de kans krijgt om op adem te komen voordat het zich in Dubh Loch stort.
Breed goed onderhouden wandelpad loopt links van Allt Bruthach an Easain.
Naast een goede bivakplek ook dat achtergebleven lege blik.
Jammer.
Het pad slingert zich verder omhoog om links van een rotsbult uit het zicht te verdwijnen.
9.40u
Pauze op splitsing naar Ruadh Stac Mor.
Ik volg volgens de kaart de bovenkant van het meer, moeiteloos tot Clach na Frithealaidh. Achter mij een onafgewerkte sfinx alleen de kop mis ik nog, voor de rest past Ruadh Stac Mor perfect in het prentje wat ik in mijn geest oproep.
Bewolkt, wat winderig, eigenlijk goed wandelweer.
Later een brandende zon die haar licht doet weerkaatsen op het water van Abhainn Gleann na Muice. Het doet me wat aan de Pyreneeën denken, rustig valleitje en bivakplekken a volonté
Een koppeltje:
zitten ze te wachten tot de zon ondergaat of begint hun dag pas?
Het zit hem in de details. De dame in kwestie is haar tanden aan het poetsen. Hun dag lijkt pas te beginnen.
Dit is ook vakantie. Lang liggen luieren, luisterend naar de natuur.
De wind die langs de oren fluit doch verder een volmaakte stilte.
De plek leent er zich goed toe.
Schaarse elzen, bomen klein en knoestig gehouden door het ruige schotse klimaat.
12u: pauze bij Loch na Sealga. Ik probeer door stroomopwaarts te lopen een geschikte oversteekplaats te vinden.Water tot aan mijn kruis, maar ik bereikte de overkant. In plaats van noordoostelijk hogere delen op te zoeken bleef ik voornamelijk, de waterschoenen nog aan, oostelijk richting Shenavall lopen.
Dit had ik niet moeten doen.
Een kleine misstap en ik zat met één been tot aan mijn dij in de prut met als gevolg dat ik mijn waterschoen achterliet in de diepte. Ik ben nog een half uur bezig geweest door op dezelfde plek mijn been in de prut te steken en dan alle warme modder op te woelen rondom mijn been in de hoop dat mijn schoen terug zou komen boven drijven.

Ik kon mezelf wel vervloeken om na het verliezen van een waterschoen ook nog eens het verkeerde pad te nemen.
Ik had aan Shenavall links omhoog moeten gaan terwijl ik een tijd Abhainn Srath na Sealga bleef volgen.
Ik dacht toch al dat het heel aardig liep terwijl ik Meall a Chlaiginn nog op zou moeten.
15.50u:
westelijk van Lochan na Brathan aangekomen om nu in noordelijke richting naar Coir a Ghiubhsachain te lopen.
Geen zin om nog verder door te klimmen naar Loch Toll an Lochain en daarom maar de afdaling ingezet.

De hoogtelijnen laten anders vermoeden maar het was een hele klus om een geschikte overnachtingsplaats te zoeken. Net alsof ik op één grote spons loop. Nog wat teken verwijderd voor ik ging slapen.

Dag5:Coir a Ghiubhsachain - (almost) Seana Bhraigh

6.30u: de zon komt op en kleurt de toppen van An Teallach rood.
Blij dat ik kan vertrekken van deze plek. Weg van deze spons.
Gisteren, bij aankomst geen zin gehad om nog iets te doen.
Lethargie
Vreselijk lopen hier, mijn weg zoekend door de slumps.
Het vreet energie.
Vroeg uit mijn pijp gekomen om er terug een lap op te geven.
Over rotsplaten door een bos van rododendrons.
Dundonnell River over, een pad volgend wat zich door roestbruine heuvels slingert.
Richting oosten, de zon in het gezicht.
Hoopgevend is dat er allerhande sporen van tweevoeters zijn met Vibam motief dus dat zit wel goed.
Pauze om 8.30u: ik mag alweer een kaart opbergen.
Zicht op Loch an Tiompain om na een klimmetjes stijl af te dalen naar Croftown.
Seana Bhraighh ook al in het gezichtsveld.
Geluk dat er in de afdaling steenmannetjes waren om mij op de route te houden.
Slecht onderhouden, niet uitgelopen spoor richting bosjes.
Die door een storm neergeslagen dennen die op het pad lagen waren niet van gisteren.
Langs een draadomheining, mij een weg door brem gebaand.
Hindernissen parcours.
Een schematische voorstelling op de grond hoe er rondom de boerderijen gelopen moet worden, doch al lang niet meer leesbaar.
Langs muurtje door een poort, over beekje om dan via een trap naar een vervallen woning te lopen.
Komende van de andere kant krijg je meer hulp hoe je om de huizen heen kan lopen en zo de mensen hun privacy kunt gunnen.
Duidelijk een schapenboer die hier woont. Landerijen omzoomd met muurtjes of rasterdraad.
Een schapenhoeder die goed heeft geboerd en er warmpjes lijkt in te zitten.
Alles behalve armoedig.
Stukje asfalt en dan hebben we het weer gehad voor een tijd want we gaan naar een van die afgelegen Munros: Seana Bhraigh.
Al zal het bezoek niet voor vandaag zijn dacht ik mij bij mezelf.
10.30u Inverlael met telefooncel
Telefoon naar huis gedaan. Een pond is er zo doorgejaagd.
”Nu al gedaan?” hoor ik nog zeggen en toen volgde een klik.
“Ik zal niet op schema kunnen blijven na vandaag”.
Profetische woorden: Zo zal later nog blijken.
Een mens kan te voet nogal wat afstanden afleggen als ik zo terugblikt naar de plek waar ik gisteren stond.

Naarmate ik hoger klom en de bewoonde wereld zich terugtrok werd het erg rustig.
12.15u:
pauze aan een tweesprong van Allt Gleann a Mhadaidh.
Lekker zonnetje.
Mij even in het gras gelegd, ogen gesloten en toen de bollen en spiralen volgend die dansend tegen een rode achtergrond allerhande kapriolen uitvoerenden.
De eerste schapenwolkjes, zacht briesje.
‘t Is weer een tijdje geleden dat dit vakantiegevoel mij overviel.
Het zijn de contrasten die het trekken zo verslavend maakt.
Om 15u hou ik het voor bekeken.
Boven op een hoge met mos begroeide top uitkijkend over River Douchary met uitzicht op alle grote kanjers op een rij: “Ben Mor Coigach, Cul Mor, Suilven… te winderig om hier de tent op te zetten.
Het vervolg is voor morgen.
Vroeg opstaan om na een pittig klimmetje langs de steiltes van Cadha Dearg naar Seana Bhraigh omhoog te gaan en van bovenuit een foto maken van de zonsopgang.


Dag 6:Gestrand bij Seana Bhraigh.

5u: de wekker loopt af.
Om 6u lig ik nog in mijn nest.
Blijkt dat mijn stemming toch heel erg afhankelijk is van het weer.
Ik zie geen 20 m ver.
“Should I stay or should I go?” galmt het weer door mijn hoofd.
Gisterenavond op het topje weer zo’n euforiemoment doch naarmate de zon verdween,alles verkilde en ik de dode kikker opmerkte in de poel waar ik mijn drinkwater uit haal bekroop me toch terug de gedachte:
“Wat zit ik hier te doen?”

In dit water gaat het er niet proper aan toe. Het krioelt van leven maar niet van het leven dat ik in mijn drinken wil.
Blijkt deze berg toch redelijk bezocht te worden. Gisterenavond kwam een 3-tal, licht bepakt de berg op.
In de aanzet naar Seana Bhraigh hoorde ik hun stemmen nog.
Het geluid draagt heel ver.
Gisterenavond lag alles hier even plots in een dikke mist.
Geen foto van de zonsondergang.
Onverantwoord maar misschien lukt het zonder veel moeite om toch te vertrekken want ik kan eigenlijk maar een kant uit.
Er zijn steiltes links en rechts als richtingaanwijzers doch tot zover de theorie.
7.30u: besloten om niet te vertrekken.
Desnoods blijf ik een dag en keer ik op mijn stappen terug. Lopende langs bredere wegen naar Lochinver.
Iets wat ik al heb uitgevogeld.
Je ziet toch geen steek dus van de uitzichten moet je het ook niet hebben....
Voor de rest van de dag heb ik rondgehangen, rondgelegen, rondgezeten , naar de chaos van een flapperend tentzeil in de wind gekeken en geluisterd naar de herrie die dat ding veroorzaakt.
Ik heb uren op de kaart zitten kijken, allerhande gekke gedachten over “hoe geraak ik hier weg?”,
“geraak ik wel terug thuis?” tot
“ik wil naar huis!”.
Kou geleden, vastgekluisterd aan mijn tent, een ganse dag lang, meer dan 12u op 2m².
Ik wist niet dat ik zo slecht tegen verveling kon.
Vandaag heb ik leren wachten.
Echt leren wachten.
Alleen met mezelf en die ontzaggelijke leegte in dat eigen hoofd als de prikkels ontbreken.
Geen zin om iets op te schrijven
Een dag van “zinloosheid van de gedachte”. “[url=http://picasaweb.google.nl/ivovanmontfort/ToTheCapeDeel2/photo#5160916938833009570]mist in de kop[/url]”.
Soms meer dan op het terrrein.
Maar misschien heeft het zo moeten zijn.
Ik heb zelfs geprobeerd boodschappen te detecteren die er verborgen zouden zitten in de liedjes van mijn dochters MP-3 speler, boodschappen die zeggen wat ik moet doen.
Ik geraak niet verder dan Clouseau als ze zingen:

“Laat de zondvloed maar komen
laat het regenen in stromen
voor altijd, voor altijd
laat de regen maar komen
ik heb jou in mijn dromen
voor altijd, voor altijd”


Dik gezever...waar hou ik mij in godsnaam mee bezig?
Iedere avond diarree, ik weet niet hoe het komt, zit te denken dat het aan de soep zou kunnen liggen.
‘Twee bouillonblokjes’ zou wel eens één teveel kunnen zijn.
22u: Wat brengt morgen?
op dit onchristelijk uur, op deze onchristelijke dag toch nog zeggen dat de bergen mooi kunnen zijn.
Volle maan, de toppen net boven de wolken en tegen de horizon het rood van de ondergaande zon.
Nevelslierten onder langs de berg.
Ik ga slapen met de verwachting van….?




Dag 7:Seana Bhraigh – Strath Canaird

Deze morgen klokslag 8u stond ik op Seana Bhraigh.
Het stormt hierboven.

Ik moet me laag houden om niet weggeblazen te worden.
Enkele vlakke plekken waar een tent had kunnen staan.
Hier en daar een klein stroompje met vers water.
Af en toe trok het even open, kon ik de omgeving terug zien.
De top, de sneeuwhelling waar ik eergisteren langs ben gelopen.
Niets stond vast van wat het plan zou zijn tot ik dan maar besliste om een punt uit te zetten waar ik heen zou lopen. Toen ik aan het volgend meertje kwam, een nieuw punt bepaald en toen ben ik maar blijven lopen.
Het was zoals bij Forest Gump.
Eenmaal gestart met lopen wist hij ook van geen ophouden.
Door hei en over een gruishelling naar beneden richting Allt a Choire Bhuidhe.
Het beekje gaat geregeld ondergronds.
Al minstens twee lagen uitgespeeld. De zon begint hier al lekker te branden.
Gisteren was een voorbeeld van iemand die in zijn eigen kleine microkosmos zit waardoor de wereld er soms helemaal anders uitziet dan door de ogen van de rest van de wereld.
Toch nog met mijn werk bezig maar nu was ik de patiënt.
Het beekje wordt breder en gaat trapsgewijs naar beneden.
Een stuk drassiger nu ik door de vlakte loop.
Ik zie aan een spoor dat ik hier niet als enige ben geweest, tenzij het van herten zou zijn.
Ik heb de kaart erbij gehaald en besluit aan de overkant iets tegen de helling van Meall nam Bradhan te lopen en dan kom ik vanzelf het andere pad tegen dat mij naar Loch Daimh zal brengen.
Ik zie een ganse kudde herten, erg op hun gemak en een weg, driebaan breed met afdrukken van hun kleine voetjes.
Vermits herten hier al veel langer rondlopen ga ik ze, voor zover ze de zelfde richting uitgaan, maar volgen en dat lijkt vooralsnog geen slecht gedacht te zijn.
Een gedachte die ik vorig jaar had toen ik mij richtte op schapensporen.
Geen noemenswaardige slump partijen tegengekomen.
Even niet volgens schema gelopen.
Zonder nadenken het eerste grote brede pad gevolgd ook al was er een stemmetje achter in mijn hoofd dat riep dat in gelezen verslagen dit een smal spoor zou moeten zijn.
Even moeten zoeken waar ik dan wel terecht ben gekomen.
Anders dan op de kaart is er een 4x4 spoor bijgekomen dat eindigde bij Lochan Badan Glasliat.
Ik loop op een rug tussen beide meren om dan bij de uitloop van het water verder ongebaand te traverseren over de helling richting Allt nan Caorach.
Door het dal van dit valleitje gelopen. Dit lijkt me weer zo’n plek om een lange luie dag te houden. In het valleitje ligt hout , er kan zelfs gestookt worden. Het water gaat hier op plaatsen soms wel even ondergronds.
Tegen de steile helling uit het valleitje om dan ongebaand mijn weg te zoeken naar Loch an Daimh. Het stikt hier weeral van de teken.
Een reden meer om toch met lange broek en getten te lopen.
Even gaan zitten is er hier niet bij.
De afslag voor het pad dat in noordelijke richting tussen Loch an Eilean en Clar Lochan loopt is gemakkelijk te vinden doch het wordt vager en vager en er moet wat volgens eigen inzicht links en recht van Allt nan Clar Lochan een weg worden gezocht.
Erg desolaat, wat eentonig hier. Een landschap gekenmerkt door weinig uitgesproken heuvels.

Je moet het hier hebben van de details, kleine klaterende watervalletjes en van de kleine visjes met als levensdoel pogen tegen de stroom in te zwemmen.
Bij de samenvloeiing van twee beken is het inmiddels een rustig kabbelend water geworden.
Ik heb hier rond 13u een korte pauze gehouden. De kaart erbij gehaald en een slaapplaats voor deze nacht aan het zoeken geweest.
Ik had vandaag mijn dochter kunnen feliciteren met haar verjaardag. Ik zit achter op schema. Hopelijk dat ze zich thuis niet te ongerust maken.
Allt Beinn Donuill is gemakkelijk te volgen tot het pad zich verwijderd en alsmaar vager wordt.
Noordwestelijk lopen tot je een meer tegenkomt met aan zijn noordzijde een steile klif en dan kom je vanzelf terug op een uitgetreden pad. Maar een goede neus hebben voor de richting lijkt wel belangrijk. In die zin moet je bijna van meertje tot meertje lopen maar er liggen zoveel meertjes dat het moeilijk oriënteren is. Je zal niet omkomen van de dorst maar ik zou er niet aan durven beginnen bij mist.
Een goed uitgetreden pad hoog boven Allt Duasdale Mor. Heerlijk wandelen in een mooi kader. In de vallei waren er goede plekken voor een tent maar gezien de aanwezigheid van schapen niet direct mijn eerste optie.

Tent opgezet op een open winderige plek waar een klein beekje uitmondt in Allt Duasdale Mor (NC 182 012).
Niet adembenemend qua kader maar het gras is hier kort en het water wat ik hier aftapte had volgens de kaart maar een korte looptijd en zag er wat dat betreft safe uit.
Dag 8:Inverpolly national nature reserve

Deze morgen vroeg opgestaan. Ik wil een telefoontje doen naar mijn dochter om mijn felicitaties over te brengen voor dat ze naar school moet vertrekken.
De longen uit mijn lijf gelopen over een pad (naar Langwell Lodge) dat eigenlijk geen pad is, naar een telefooncel bij de A835 die niet bleek te werken.
Geklopt, gerammeld op het toestel, euro’s ingestoken, ponden met extra gewicht in de gleuf gestoken. Het bleef stil aan de andere kant.
Al lopend terug naar een vroege vogel die bij Strathcanaird aan het werk was om een briefje van vijf pond te wisselen.
Blijft die telefooncel het niet doen.
Het is nu al 3 dagen geleden dat ik nog iets van mij kunnen laten horen en als ik Inverpolly national nature reserve zal binnentrekken komen er nog minstens twee dagen bij.
Een GSM zou toch geen slechte aankoop zijn.
Het zou mijn gemoedsrust ten goede komen.
9.30u:
Ik sta aan het begin van klim naar Loch an Doire Dhuibh.
Definitief beslist dat ik doorloop tot Lochinver.
De tweede optie was dat ik na een korte verkenning van Coigach en omstreken terug zou keren naar Ullapool.
Er was eerst een plan om te bivakkeren bij Lochan Dearg a Chuil Mhoir. Een meer zuidelijk van Cul Mor maar het is nog vroeg op de dag en daarom besloot ik door te lopen om ergens tussen Fionn Loch en Loch Veyatie het water over te steken om er een bivak op te zetten.
Nu is het nog droog weer en ik weet niet of bij regen het water nog over te steken is.
Daarbij wil ik niet in de mist verzeild geraken en met slechte zichtbaarheid of af te rekenen hebben in deze buurt.
11.10u:
pauze op het tweede balkon van Cul Mor (rond de 350m) om op adem te komen en te genieten van het uitzicht.

Het pad dat naar Stac Pollaidh leidt is van hieraf goed te zien.
De verschillende meren met hun zandstrandjes. Westelijk komt de zee in zicht.
Wat moet een mens nog meer hebben en dat bij een onaards Schots zomerweertje.
Wat moet het mooi zijn om hier met een kajak rond te peddelen.
Beek die in Lochan Gainmheich uitmondt zonder problemen kunnen oversteken met een paar grote sprongen om dan schuin tegen een grashelling, langs een verroeste draad, het laatste stuk vrij steil om op een vlakker deel te geraken.
Vlak genoeg voor en kamp en kleine waterstroompjes die water afvoeren naar beneden.
Ik loop door naar de noordwest hoek van Cul Mor. Rond 13.30u bereik ik een klein meertje wat niet als dusdanig op de kaart staat. Het brengt me enigszins in verwarring.
Ik kijk uit op de vallei waar Allt a Chinn Ghairbh doorheen stroomt en richt me op het langwerpig meer noordelijk hiervan.
Steile probleemloze afdaling om dan de uitloop van dit meer te volgen.
Suilven steekt met kop en schouders boven alles uit en komt steeds dichter.
Enkele straaljagers vliegen laag over Loch Veyatie richting Fionn Loch, de stilte bruusk verstorend.

15.10u:missie volbracht. Ik zit hier aan een perfect bivakplekje (NC 145 162) om deze Schotland vakantie in schoonheid te eindigen.
Bij Suilven, de berg waar ik in mijn overmoed dacht op te kunnen slapen.
Toen ik nog niet ervaren had hoe de wind hier kan uithalen.
Wat ben ik blij dat ik niet ben teruggekeerd naar Ullapool.
Uidh Fhearna heb ik een eerste keer overgestoken op de plek waar volgens de kaart het pad eindigt. De zoektocht naar een vlak stuk kon beginnen. Tot ik aan de overkant, op de plaats waar de rivier een bocht maakt, een droom van een grasveldje zag. De schoenen konden opnieuw uit. Aan de resten van een kampvuur te zien ben ik niet de eerste geweest. In de namiddag heb ik mijn kleren gewassen zodat ik morgen redelijk toonbaar ben als ik de wereld terug binnen stap.



Dag 9:Slotakkoord

8.30u:
vertrokken bij stralend weer.
Ik blijf aan deze kant lopen, inham met mooie rietkraag gerond.
De indruk dat het water alsmaar lager komt te staan maar ik kan me voorstellen dat bij regenweer dit hier gemakkelijk 0.75m kan stijgen en dan wordt het een hachelijke onderneming om over te steken.
11.30u:
terug op het asfalt terecht gekomen.
Het was best nog een pittig stuk wat ik heb gelopen. Voornamelijk langs Fionn Loch tot voor Falls of Kirkaig om dan meer landinwaarts te trekken.
De verschillende meren bezocht die ik op mijn weg tegen kwam, Loch a Ghille langs zijn noordkant, Loch a Chapuill vanaf het zuiden om dan tussen lochan Fada en het lager gelegen Loch a Choin uiteindelijk de zee terug in zicht te krijgen.
Bij Loch a Chapuill ben ik er bij gaan zitten. Door zijn grillige vorm krijg je steeds een ander beeld op het netvlies bij het ronden van dit meer.

Er was het plan voorbij Lochinver naar Suileag te lopen om daar te overnachten maar dat plan viel onder de categorie “overmoed”.
Ik zou het kunnen bewaren voor volgend jaar.
Een geluk dat ik nog een noodrantsoen had want Lochinver heeft wel accommodatie om te overnachten maar er is geen enkele voedingswinkel.
De mens is toch wel een heel efficiënte machine lijkt mij.
Met 5 kg brandstof legt hij meer afstand af dan eender ander voertuig.
In het postkantoor ben ik me gaan vergewissen of de postbus wel werkelijk rijdt.
Morgenvroeg om 9u neem ik de postbus naar Lairg en als alles meezit stap ik 33u later de eigen voordeur binnen.
In zekere zin ligt Schotland toch wel in een uithoek van de wereld.
Mijn tent heb ik opgezet aan de betonnen dam bij Loch Bad na Goibhre.

Tegen de avond beklom ik een kleine top in het zuiden om de zon te zien ondergaan boven de zee. Een vissersboot die uitvaart en de maan die zichtbaar zijn weg verder zet tegen het firmament.
Suilven dominant op de achtergrond.
Een mooie afsluiter.

Conclusie:
Landschappelijk is dit deel nog mooier dan vorig jaar.
Het gebied ten noorden van Glen Torridon heeft een grote indruk op mij gemaakt.
Een ander hoogtepunt was Letterewe Forest.
Terugblikkend vanaf Shenavall, de mond open van verwondering.
Het spectakel kwam op het einde.
Dwars door Inverpolly Nature Reserve.
Hier zien ze me volgend jaar terug.
Dan bivakkeer ik echt op Suilven.

To the Cape: Soppen langs NW Schotland (Deel3)

Stranden bij Sandwood Bay: Tussen Lochinver en Sandwood Bay

Periode:2/5/2007-10/5/2007

Kaart:Ordnance Survey: Landranger 9/15

Het sluitstuk van een driejarig project. Het begon als een eerste kennismaking met Schotland. Tegen het eind van mijn eerste tocht besloot ik er een eigen 'Cape Wrath trail' van te maken. Sandwood Bay leek mij een plek om in schoonheid te eindigen. Niet tot Cape Wrath zelf want dat laatste stuk is erg saai lopen.

Dag 1:Zoersel – Lairg

Trein “to the north”
Ik zweef in de schemerzone tussen slaap en waak
Onderuitgezakt op de bank.
Erupties van losse droombeelden werpen zich omhoog,
Ongrijpbaar en zonder samenhang,
als de trein zich een weg zoekt naar het noorden.
Ik ben ver weg, in de eindeloosheid van de geest terwijl het landschap vaag aan mij voorbij schuift.
‘if you happy and you know it clap your hands, if you happy and you known it,...then your face will surely show it...klinkt het naast mij.
Het moet een tienermoeder zijn geweest toen haar eerste spruit kwam.
Nu heeft ze er drie en allemaal nog in luiers gehuld.
De reis lang en van hun blaas nog niet zeker.
Ze doet haar best, haar hart lijkt groot maar komt handen tekort om afleiding te bieden aan haar kinderen.
Station Lairg,

eerst mijn drinkbussen gevuld aan een buitenkraantje.
Links van het treinhokje richting ‘To the North’ loopt een pad. Kwartiertje verder
heb ik me een slaapplek gezocht.
Midden op een pad.
Geleerd uit de ervaringen van vorig jaar.Teken kunnen erg hinderlijk zijn.
Einde van een dag waarvan de reis vlekkeloos is verlopen, de geest weinig stress heeft ervaren en nog stevig op zijn fundamenten stond.


Dag2:Lairg – Suilven

Suilven wacht op mij.
Zakje korstmos en baardmos geplukt wat ik verstopt heb achter het wachthokje.
Ik pik het op bij mijn terugreis.
Het klassiek presentje voor mijn creatieve bloemschikkende vrouw.
Op een perronbankje in de zon,
opgefrist sinds vorig jaar.
Sporen die verdwijnen achter de horizon.
Een voormiddag die voorbij gegleden is
“Mijn naam is Asjer Lev”, het boek wat ik bij heb.
De achterflap zegt:‘Potok blinkt uit in het schrijven van dialogen waarin meer verzwegen wordt dan uitgelegd’.
In heel de stilte die mij nu omringt ben ik het verhaal beginnen lezen van mensen die vanuit hun eigen zijn, en daarom soms zonder het te beseffen elkaar ontzettend kunnen kwetsen. Volwassenen die trachten programma’s in te schrijven in het nog prille wezen om het te sturen maar daarbij krachten losmaken die het soms daarom net van richting doen veranderen.
Tegen de middag als het plaatselijke vervoer arriveerde.
Wachtend op de trein vanuit het zuiden.
Broederlijk naast elkaar: busdienst tot Durness en de postbus naar Lochinver.
Ik neem de laatste.
De ‘driver’ is een oude bekende.
Vorig jaar voerde hij mij van Lochinver terug naar Lairg.
Onderweg stapt hij geregeld uit om her en der post te leveren of om deze mee te nemen.
Heel de aanloop vanaf Lochinver –even nog over asfalt- was er de verwachting van wat komen zou.

Suilven weerkaatsend in het rimpelloze water van Loch an Alltain Duibh
17.45u Loch na Barrack
Potje gekookt en een deel van mijn gerief verstopt tot morgenvroeg.
Verstoppen is niet echt nodig. Ik ben nog niemand tegengekomen.
Suilven op, om na een half uur over Bealach Mor te stappen en dan ...
na een afgebroken poging vorig jaar, uiteindelijk een reeds lang uitgezet punt bereikt.
Nu, hierboven nagenietend van een ondergaande zon.
Her en der zijn er al wat mistpartijen in de lagere regionen maar ik vrees (voor een keer) dat ze zich niet zullen uitbreiden.
Ooit een foto gezien van een door de eerste zonnestralen verlicht bivak boven op Suilven.

Toen de bult uitstak boven de wolkenzee.
Een beeld wat mij nu twee jaar later tot hier heeft gebracht.
Op een vlakke plek ergens halverwege de route naar Caisteal Liath staat nu mijn tent.
Canisp, een topje dat morgenochtend op het programma staat blijft nog onzeker.
Mijn rechter achillespees blijft zeuren, en dat doet ze nu al weken.


Dag 3:Suilven – Dubh Loch Mor

Vanaf 4u begon het licht te worden. Een rode gloed die zich langzaam oostelijk verplaatste.
Nog even voor de zon boven de horizon verschijnt.
Een droge windstille nacht was het geweest.
Rond 2u opgestaan om bij maanlicht het kader waarin ik sta in mij op te nemen.
Later stelling ingenomen om het eerste licht te fotograferen wat op mijn bivakplek zou vallen.

Een glorieus begin van mijn avontuur voor de komende dagen.
Een kleine 45minuten om van de plek waar ik sta terug beneden te geraken.
Alweer een grote puinhoop in mijn rugzak. Tandpasta die zoek blijkt te zijn.
Eten opwarmen en binnenwerken vind ik corvee, ik kan er niet van genieten.
In tegenstelling tot gisteren de pap wel warm gemaakt en met meer water geprepareerd.
Ze was als een blok op mijn maag blijven liggen.
Niet zo bijster fris water in het Loch a Choire Dhuibh.
Terugkijkend lag Suilven er mooi bij in mijn klim naar Canisp en viel de wolkenzee op die poogde het land in te palmen.
Verder stelt de route niet zoveel voor. Het laatste stuk is ongebaand zoals aangegeven op de kaart.
Op de graat naar de top wel enkele vlakke grasveldjes waar een tent kan staan.
Uitzicht is niet slecht maar er is geen water meer te vinden.
Op Canisp rond 10u.
Enkele primitieve muurtjes om lekker te ‘chillen’ na de geleverde inspanning met een goed overzicht op het vervolg van de route voor de komende uren.
Een kunstige steenman in de vorm van een (wereld)bol.

In plaats van de voetbrug ten noorden van Loch Awe te nemen(volgens de kaart is er geen maar ze bestaan wel) een zo recht mogelijke route uitgezet, wat toch nog betekend dat er in een boog gelopen wordt naar de A837, tot de plek waar Allt nan Uamh uitmondt in River Loanan.
Het is al enkele dagen droog weer geweest en daarom voorzie ik geen moeilijkheden bij het oversteken van dit water.
Inmiddels 13.30u
Vertrokken na een korte pauze bij River Loanan.
Volgende richtpunt is Breabag.
Even water getankt bij Fuaran Allt nan Uamb omdat daarna de beek droog bleek te staan of minstens ondergronds is gegaan.
Vanaf toen werd het eindelijk terug erg aantrekkelijk stappen op een grazige ondergrond.
Een heel ander gevoel dan na Canisp waar er voornamelijk over puin gelopen mocht worden.
Breabag stond aangegeven bij de splitsing naar de bone Caves maar dat was het dan ook.
Niet lang daarna hield het pad op en was ik terug op mezelf aangewezen.
Eerst een eindje zuidelijk om dan in een boog geleidelijk omhoog te lopen. Terug wat kleine beekjes onderweg die het water afvoeren.
Toch nog een heel eind te gaan
Vervelend werd het echter nooit. Mooie wandeling door gras en lage heide.
De witgrijze graat die mij staat op te wachten en de terugblik mag er ook mag zijn.
14.30u: klein meertje, net voor de col. Mogelijkheid om te bivakkeren.
Ik heb het even overwogen maar het betekende dat mijn routeschema iets te vroeg overhoop werd gezet.

Dubh loch nan is al van ver te zien maar gaf zich niet zomaar gewonnen.
Ik heb mogen improviseren om er te geraken.
Het venijn zat hier letterlijk in de staart.
Van hieruit oogde River oykel diep beneden mij erg landelijk maar met het bereiken van Breabag zat ik zelf terug midden alpine gebied te ploeteren.
Om 16u kon ik mijn dag als afgesloten beschouwen.
De eerste uren bezig met het afwerken van mijn dagelijkse rituelen die samengaan met het bereiken van het einddoel. Het uitkiezen van de landingsstrook waar ik deze avond kan crashen, het dromerig opgaan in de scène waarbinnen ik zit, watervoorraad bijvullen. Een snel kattenwasje om dan lekker in droge kleren kruipen. Het koken van mijn potje, de afwas…

Inmiddels is het 21u en de zon is verdwenen.
Ben alweer razend benieuwd voor wat zich morgen gaat aandienen.
Benen worden alweer zwaar als ik naar de klim kijk die voor morgenochtend op het programma staat.
Spannend.


Dag 4:Dubh Loch Mor - Bothy Glencoul

Rillen komt na chillen (ook in het woordenboek)
Even aanpassen geweest. Winderig weer. Bij het inpakken snijdt de wind door mijn lichte nylon wandelbroek.
Handschoenen en muts waren nu erg nuttig geweest maar ze liggen thuis.
“Verblind”als ik was door de reeks zon-pictogrammen bij een laatste check van de weersberichten.
Het beeld van gisteren nog in mijn hoofd want hogerop tot halverwege de graat tussen Ben More Assynt en Conival is alles in een laag wolkendek gehuld.
7.30u: de eerste stappen voor vandaag worden gezet.
Het begin niet meer dan een opwarmer.
Voornamelijk langs de beek omhoog.
Geen spoor te zien.
Vanaf het moment dat de ondergrond voornamelijk uit puin bestaat en het gras zeldzaam werd ben ik in noordelijke richting getrokken, de puinhelling op.
Langer dan verwacht blind geklommen tot zich tegen de achtergrond doorheen de mist enkele donkere vlekken begonnen af te tekenen.
Grote rotsblokken boven op de rand.

Dit hebben we dan alweer gefikst.
Veel vreugde was er niet te beleven op deze brede graat. Alles zit hier dicht en de wind trekt de warmte uit mijn lijf.
Het pad vanaf Conival naar de col in het noorden was redelijk goed uitgelopen.
Onderweg overleg met mezelf hoe ik het verder aan boord ging leggen.
Hoewel er mogelijk niet zo heel veel zou kunnen mislopen heb ik toch maar beslist om de route aan te passen .
Geen idee hoe laag dit wolkendek hangt en daarom zou ik afdalen langs Gleann Dubh.
Een goede keuze was het.
Al snel onder het wolkendek en terug een pad waar al wandelend rondgekeken kon worden eenmaal het steile deel achter de rug was.
Zorgeloos.
Een trio dat mijn weg kruist tijdens hun klim naar boven.
Tegen het eind van de week zou het weer omslaan wisten ze me te vertellen.
“Wanneer moet jij wel niet vertrokken zijn deze ochtend?”
Altijd al een prettig gevoel gevonden als ik tegengesteld met het merendeel van de wandelaars onderweg ben.
Verraste blikken ontmoet van:
“Waar komt die vandaan?”
“Heb je daar geslapen?”
Allemaal onder de noemer: ego-strelerij
Terug het idee dat ik een tocht aan het lopen ben.
Ik zit tenminste niet tegen de eigen grens aan te werken waar de verhoogde stress me wel eens parten kan spelen maar loop weer eens naar mijn gevoel erg relax midden in het landschap.
Ritmische is mijn ademhaling.
De wind, die is inmiddels gaan liggen.
Stilstaand, hoor ik vooral het ruisen in mijn oren.
De omgeving oogt wat minder aantrekkelijk vanaf de afslag in NO richting waar het pad boven Allt Poll an Droighinn blijft.
Geen elementen die er echt uitspringen.
Suilven laat zich af en toe nog eens zien.

13u: Loch Fleodach Coire
Zijn oever heeft enkele zompige bivakplekken.
Beter zijn de plekken verderop, links van het pad.
Een pad dat een redelijk zichtbaar spoor blijft.
Vreemd, op een internetfoto zag dit meer en het kader waarbinnen het lag, er veel aantrekkelijker, veel ruiger en sprekender uit.
De col tussen Glas Bheinn en Beinn Uidhe nog net zichtbaar onder het laag hangend wolkendek.
Van kortbij bekeken leek het toch niet zo aantrekkelijk om over Beinn Uidhe te lopen.
Nog zo’n brokkengebied.
Ik kan het begrijpen dat hier weinig mensen iets komen zoeken.
Zoekmachine Google lustte hem niet erg toen ik een en ander aan het opzoeken was over deze ‘hoge’ route.
Dat het een heel lange dag ging worden daar was ik, sinds mijn routeaanpassing van deze morgen ook zeker van geworden.
De waterval die van loch nan Caorach naar beneden komt lijkt nog eindeloos ver.
Afdalen naar Abhainn an Looch Bhig was iets van niets.
Eerst een pad wat met een grote boog naar beneden ging om dan vrij plots op te houden.
Het teken dat vanaf nu iedereen zijn plan mocht trekken.
Mooie afdaling, steeds in de buurt van een beekje dat zijn weg naar beneden zoekt.
Eenmaal in de vallei, verstand op nul richting Loch Beag.
Met een brandstofmeter die al erg laag stond.
Te veel ruig gras en hei in het dal om met goed fatsoen een tent neer te zetten.
Al lang uitgemaakt dat ik in de bothy van Glencoul ga slapen.
Een hut waar ik om 16.30u, doodop de deur van open deed.
Negen uur onderweg geweest.
Wat tijdschriften van de MBA gelezen die hier lagen.
Leverde toch weer een paar nieuwe namen op.
‘The lookout” op Skye bijvoorbeeld ziet er aantrekkelijk uit.
Volgens de bothyboek wordt er, komende van Glencoul geregeld fout gelopen op weg naar hier.


Sleutelpassage ligt blijkbaar bij het ronden van de landtong. Hoog genoeg blijven anders loop je vast tegen een veel te steile helling.
Verder werd er nog middels een affiche gewaarschuwd voor een ‘Bothy-thief’.
Een “lookalike buitensporter” die het gemunt heeft op ’t geld van argeloze trekkers.
Criminaliteit in de highlands.


Dag 5:Glen Coul – An Dubh Loch

Weer zo’n heel lange dag.
Minstens tot Lone en dan zullen we wel zien wat het vervolg gaat zijn.
Rugzak strategisch ingepakt.
“Het lijkt niet droog te zullen blijven” zegt een sombere stem in mij.
Gisteren avond erg vermoeid en leeg aangekomen, het lijkt zich nog vastgezet te hebben op mijn lijf en in mijn geest.
Het pad ligt hoger dan op eerste zicht gedacht.
Kleine beekjes overbrugd door vlakke keien.
Het lijkt een redelijk oude verbindingsroute te zijn.
Mooie terugblik op Glencoul.
Ik heb er weer zin in.
Bij het ronden is het uitkijken. Het pad lijkt daar nogal uit te waaieren waardoor het moeilijk volgen is.
Geraamte van een volgroeid hert met een mooi gewei.
Het huiswaarts slepen van die horens zou menig zweetdruppel vragen.

Eenmaal terug op het pad doorheen een sprookjesbos van berken om zonder problemen de brug te bereiken.
In omgekeerde richting lopend is het de kunst dit pad te pakken te krijgen.
Bij de brug was de richting naar Glen Coul niet heel duidelijk.
Het is weeral een mooie voormiddag, in een omgeving die atmosfeer uitstraalt.
Aangenaam warm, bewolkte lucht waar af en toe de zon door komt piepen.
Alle bergen liggen terug open.
Twee schotten: Yeh, yeh, …
het klonk als een echo bij iedere uitgesproken gedachte die uit hun mond kwam.
Een echte tik als je erop begint te letten maar het ging met toch te ver om, zoals ik ooit in een reisverslag las, hen daarom als ‘miserabel’ te bestempelen.
Ze hebben de voorbije nacht in Glendhu overnacht.
Een feliciteerde me met de keuze van mijn schoenen en het feit dat ik mijn huiswerk goed had gemaakt toen we even van gedachten wisselden over de route die ik zou lopen en hij enkele bothies opsomde.
Ze waren reeds aangekruist op mijn kaart.
“Sandwood Bay, het kan treffen of tegenvallen”.
“Je moet je dag maar hebben.”
De andere beschreef deze plaats “bij een juiste sfeer” als mystiek.
Yeh, yeh…
Toch maar proberen door te trekken tot Bealach Horn in de aanzet naar Foinaven
Het goede nieuws is dat het weer vandaag ook nog goed blijft.
De bothy bij Lone met zekerheid gesloten zal zijn.
Steeds als een hut te kort bij een openbare weg ligt blijft hij gevoelig voor het aantrekken van volk van de foute soort.
Ik gok dat het hier ook wel eens het geval kan zijn.
Oude knollen die hier rondom Glendhu grazen hebben een erg deeltijdse job tijdens hun leven.
In het jachtseizoen mogen ze, op plaatsen waar er geen jeep kan geraken, de herten dragen die geschoten zijn.
Breed pad tot bij de brug over Maldie Burn waar een kleine hydro-centrale staat.
Een korte pauze gehouden.(11.30u)
Quinag laat steeds een ander aspect van zichzelf zien. Alsof hij van gedaante wisselt bij het passeren.
Bij Bealach nam Fiann kwam een ander gebied in beeld. Ben Stack, Arkle…
Om 12.50u was ik aan de A838.
Over een stille weg tot Lone.
Goede bivakplekken in het bosje boven Lone.
Hoogmoed kwam voor de val (ook in dit verhaal)

16.50 de tent is geïnstalleerd.
Anders dan voorzien sta ik bij An Dubh loch.
Bij Bealach Horn was het me te winderig, geen water en daarom het besluit genomen om het ‘geluk’ maar lager te zoeken en Foinaven te laten voor wat hij was.
Het plan was om hem de volgende dag integraal over te steken, en de ‘kortste’ weg naar Gualin te nemen.
Scène waar ik nu zit kan zo zijn weggeplukt uit de Pyreneeën.
Verlaten meer, donkere rotsen met uitzicht op een waterval die van Lochan Ulbha naar beneden valt.
Met een even onrustig windveld dan boven op de col.
Het waaide en het bleef waaien en naarmate de avond vorderde leek de wind nog in kracht toe te nemen.
Tegen middernacht lag ik klaarwakker op mijn rug.
Door de onderdruk aan de luwzijde bolde het tentzeil op en bij ieder rukwind kwam de rits van de deur steeds verder open te staan terwijl de regen met bakken uit de lucht viel.
Op bepaalde momenten kreeg de tentstok het heel hard te verduren en zag ik dat hij wel een heel vreemde hoek had gekregen.
Over een boog kon ik niet meer spreken.
Er niet beter op gevonden dan onder de ‘boog’ te gaan zitten in de hoop deze enigszins te kunnen ontlasten.
Ik wil niet aan denken wat het noodplan was mocht hij breken.
Om 2u het besluit genomen om alles in te pakken en mij klaar te houden voor evacuatie. Zittend in een tent die zichzelf meer en meer leek te ontmantelen.
Het waren al lang geen plaagstoten meer die we hier te incasseren kregen.
Toen ook nog de kevlar tentstokjes aan de koppen uit de houders begonnen te schieten, de haringen hun greep begonnen te verliezen,
besloot ik de boog plat te leggen om zo minder wind te vangen.
Ik lag plat op de grond met de tent als een deken over mij heen.
De flap van de deur in mijn hand vastgeklemd.
Het waren geen doodsangsten maar ik begon ze toch aardig te ‘nijpen’.
De vrees de tent te verliezen en niet zeker of ik het brede pad zou kunnen bereiken dat doorheen Srath Dionard loopt.
Volgens de kaart zou de berg wel eens erg snel in het Loch Dionard kunnen vallen.
Door de stress moest ik om de haverklap naar buiten om te plassen.
In wat voor een richting ik ook ging staan tijdens het plassen,
ik werd er niet droger op.
Er zat hoegenaamd geen richting in de wind.
Water tornado’s op het meer en de waterval had inmiddels de vorm van een staand watergordijn aangenomen.
Vreemd was dat de rukwinden zich aankondigden.
Dat aanzwellend geluid… waarna flink werd uitgehaald.
Tegen 8.30u had ik beslist, met de moed der wanhoop, om alles in te pakken in een poging hier weg te geraken.


Dag 6:An Dubh Loch - Bothy Strathan

Het was deze nacht een les in bescheidenheid geweest.
Nog vlug een droge koek en wat slokken water om toch nog wat energie op te slaan. Een rustig ontbijt was het niet -ik schrijf het nu zo luchtig op maar op dat moment zat ik met de daver op het lijf.
Eenmaal begonnen met het inpakken van de tent was er geen weg terug.
Mezelf schrap zettend als het geluid begon aan te zwellen en nog werd ik omvergeblazen.
Nog geen honderd meter verder en bij het oversteken van wat gisteren nog een smal stroompje was had ik al prijs.
Het beekje dat vanaf Bealach Horn naar beneden kwam was uitgegroeid tot een fikse stroom die heel wat sediment meevoerde en het water tijdelijk ondrinkbaar maakte.
Voeten nat en ze zouden niet meer droog worden deze tocht.
Het bleef ploeteren bij het meer en vroeg het nodige inzicht om doorheen dit moeras te geraken.
Springend van het ene eiland naar het andere. Geregeld op mijn stappen moeten terugkeren om een andere route uit te proberen.
Eilandhoppen in het klein om de weg te bereiken.
Dan begon de lange loop doorheen Srath Dionard.
In een striemende regen en een wind die bleef geselen.
Ik had daar boven nog lang kunnen wachten op beterschap.
“Dit nooit meer.”
Het ‘prut’ lopen zo hartsgrondig beu dat ik
–achteraf gezien een moment van zwakte-
besloot om over het asfalt via Rhiconich naar Kinlochbervie te lopen om daar naar een overnachting te zoeken.
Ik durfde het niet aan om bij Gualin House de doorsteek te maken richting Strath Shinary door wat ik beleefd had daarboven en nu nog links en rechts van de berg af zag stomen in mijn ‘draf’ doorheen Srath Dionard.
Eenmaal onderweg over de A838 begon ik mij echter te realiseren dat ik dan toch een ander plan zou moeten hebben om niet totaal gefrustreerd het einde zitten af te wachten.
Tot er een vliegtuig was wat mij naar huis zou brengen.
Wat zou ik immers gaan doen tijdens de twee overblijvende dagen?
Zo smerig en nat als ik al was, toch niet het prototype van iemand die zich aandient aan de receptie van een hotel.
Bij de afslag naar Kinlochbervie, in een ruim openbaar toilet heb ik een korte pauze gehouden.
Mijn handen opgewarmd onder een warme-lucht blazer, drinkbussen bijgevuld. Kort bericht naar huis gestuurd.
De knoop doorgehakt en beslist me aan mijn oorspronkelijke plan te houden.
Een overnachting in bothy Strathan.
Later, eenmaal terug thuis had ik begrepen dat ik mijn tent op een wel heel slechte plaats had neergepoot.
Dorpsgenoot Joery, ook gek van de bergen en in het dagelijks leven, weerman vertelde me het volgende
“Toen ik je plekje zag op de kaart kon ik me al levendig inbeelden hoe het daar aan toe moet zijn gegaan al vorens je beschrijvingen hier te lezen. De beste plek in de buurt leek me ten zuidwesten van Creagan Meall Horn, maar daar beneden... oeioei.
Een algemene regel: Je kan bij stormachtig weer best nooit bivakkeren aan de lijzijde (de windafwaartse kant dus) van een brede col, of in een open dal achter een bergrug of met een brede col aan het dalhoofd! Je hebt hier dan namelijk kans dat de windstroming naar een zogenaamde superkritische stroming overspringt en dat is hier duidelijk gebeurd. Om dit het best uit te leggen kan je het vergelijken met een stroomversnelling van water in een rivier, of bij een stuw.
Bij stormachtig weer gebeurt in berggebieden achter bergruggen en cols nu net hetzelfde met de lucht als met het water in een bergrivier. Bij voldoende snelheid gaat de vloeistof juist achter het obstakel versnellen, de stroming wordt superkritisch. Klinkt misschien raar, maar de snelheid kan zo meer dan verdubbelen in het dal ten opzichte van op de bergrug. Op het punt waar de stroming weer te veel weerstand ondervindt, dus beneden in het dal, schiet de stroming weer van superkritisch naar subkritisch. Er treed hier dan een zogenaamde hydraulische sprong op, in de rivier is dat die kolkende golf aan het einde van de stroomversnelling. Bij lucht is dat een gebied met hevige turbulentie. Vandaar die "watertornado's" op het meer.”_

Alweer iets bijgeleerd.
Een veilig gevoel om met een weerman op stap te zijn.
Op automatische piloot ging het over het asfalt tot voorbij Oldshoremore.
De OS Landranger Map 9 heeft het wel niet overleefd. Onderweg van kaart moeten wisselen in een gietende regen.
De wind deed de rest.
Dan over een pad dat toch niet echt een pad meer is.
Over een hangbrug die eigenlijk al lang niet meer die term waardig is.
Zo een die het ieder moment zou kunnen begeven.
Er leek rust te komen in de atmosfeer boven mij.
Al eens een enkele keer een droog moment op het laatste stuk.
Het moet rond 18u zijn geweest dat ik Strathan bereikte.

Mijn veilige haven voor de volgende dagen.
Deze bothy moet niet onderdoen met de andere hutten.
Ik denk dat ik die mannen van MBA maar eens ga steunen voor het goede werk wat ze leveren.
Een hut die niet zoveel bezocht wordt want het was toch niet vanzelfsprekend doorheen dit natte gebied te geraken. De weg naar hier moet gezocht worden ook al staat hij met een streepjeslijn op de kaart.
Het lijkt me wel een ideale route om eens te proeven of trekken doorheen Schotland smaakt.
Onderweg is Loch Mor a Chraisg is een goed ijkpunt.
De hut bestaat uit drie delen.
Links, ik zou ze de natte kamer noemen. Koud en vochtig met een betonnen vloer. Er hing een tent te drogen.
De middelste kamer,
enigszins verhoogd met wanden en vloer van hout en plaatmateriaal. Ze is de kleinste maar moet de droogste en warmste kamer zijn.
Ingenomen door een jonge man uit Edinburgh met een zwaar Schots accent.
Wat spaarzame woorden gewisseld.
Ik heb hem niet veel gezien de rest van de avond.
Hij bleef nog tot de ochtend om dan huiswaarts te keren. Vooral geïnteresseerd in mijn reisroute om terug in Glasgow te geraken
Zelf heb ik mij geïnstalleerd in het rechterdeel.
De houten vloer breekt de koude wat.
Toen de jongen de volgend ochtend vertrok had ik even zijn kamer ingepalmd doch omdat ze me zo clean leek ben ik toch maar naar mijn eerdere hoek getrokken., het plekje in de woonkamer waar ik me het prettigst voelde.
Met tegen de muur een foto van Nelly: “lady of Strathan”. Schijnt hier geboren te zijn en opgegroeid, een 70 tal jaar geleden.
Is dan getrouwd en geïmmigreerd naar Nieuw Zeeland.
Alles “nieuw” opbouwen, weg uit deze turfstekerij.
Je ziet van op een afstand in het landschap, waar er turf is gestoken.
Onderweg is dit niet altijd even duidelijk.
Geraak je in zo’n afgegraven stuk terecht, zit je direct in de smurrie te trappen.
Poging ondernomen om wat gedroogde peat (turf) te stoken.
Geen vuur, alleen veel rook.
Heerlijk geslapen.


Dag 7:Sandwood Bay

Deel van mijn gerief laat ik achter.
Een korte verwijzing in het bothy boek gemaakt wat mijn plannen zijn voor vandaag.
Moet ik links?
Wil ik rechts?
Verkeert lopen is er niet meer bij.
De richting is duidelijk.
Ongebaand boven Sandwood Loch.
De zon begint te schijnen.

Sandwood, aan de overkant van het meer niet meer dan een ruïne.
Rondom grasveldjes om een tent te zetten.
De doorsteek gisteren in plaats van over asfalt had met de juiste morele instelling wel gelopen kunnen worden.
Dat Foinaven niet is gelukt geeft geen zwart randje.
Dat was toch niet haalbaar geweest met deze wind maar dat steriel stappen over asfalt was het wel.
De lucht boven Sandwood Bay lag open. Moment van overpeinzing gehouden toen ik naar mijn laatste voetafdrukken in het zand keek alvorens de zee te bereikten.
Wat drie jaar geleden begon als een eerste kennismaking met Schotland kreeg hier zijn voltooiing.
Achter de horizon verdwijnen om opgeslorpt worden door het landschap.
Waar een mens slechts gast is.
Kan het nog mooier zo kort bij huis?
Bothy Strathchailleach bezocht.

Ze lijkt authentieker. Straalt meer sfeer uit maar ook met de daarbij horende ongemakken van vocht en kilte.
Medelijden met de mensen die hier vroeger gewoond moeten hebben. Wat moet dat niet in de winter zijn geweest.
Deze hut heeft ook iets onnatuurlijks omdat ze naar bothy normen wel erg kleurrijk is beschilderd.
De muren vol met dotten verf, naast een bonte verzameling muurschilderingen.
Een bothy boek die een veel lange geschiedenis verhaalt van wat toevallige passanten hebben neergeschreven.
Korte break om dan, eenmaal over de heuvel voorbij Lochan Beul na Faireachan, parallel met het dal terug te lopen.
Nog minder gelet hoe ik de voeten zette.
Het kon mijn niet meer deren.
Ik heb een mooie tocht op zak.


Dag 8:Bothy Strathan – Prestwick - Zoersel

Wist ik veel dat ik mij de volgende dag nog ferm heb moeten reppen om de bus te halen.
Tot Loch Mor a Chraisg liep het goed maar dan was ik het “pad” volkomen kwijt.
Besloten om dan zelf maar een rechte lijn uit te zetten door dwars doorheen het landschap te lopen, in de richting waar Kinlochbervie ongeveer zou moeten liggen.
Voordeel was dat ik amper asfalt zou moeten lopen en nog eens een laatste keer mocht soppen.
Dan begon de lange reis naar het zuiden.
Anders dan vorig jaar besloot ik in de luchthaven van Prestwick te overnachten.
Gestrande reizigers en vroege vogels van morgen worden systematisch naar het bovenverdiep verwezen waar hen meestal een heel oncomfortabel nacht te wachten staat.
Zelf hees ik mij voor de laatste keer in mijn slaapzak. Geslapen heb ik amper.
Geboeid door de verscheidenheid van mensen die hier op een kleine ruimte bij elkaar waren gebracht en overspoeld door indrukken van de voorbije dagen en jaren.
Dit ‘project’ is afgelopen.
Maar geen moment in heel die nacht zette er zich in mijn geest een beeld vast waar ik volgend jaar zou kunnen zijn.
Voorlopig nog niet.

Het is moeilijk kiezen waar ik dit traject plaats tov de andere delen. Was het mij gelukt om over Foinaven te trekken en had ik bij Gualin de kortste weg tot Strathan genomen dan zou het landschappelijk gezien op gelijke hoogte komen met deel 2.

Het hoogtepunt was mijn kamp op Suiven. De regio rond Conival en Ben More Assynt samen met het sprookje Glencoul Glendhu blijven nog scherp als beeld in mijn geheugen gegrift.
En Sandwood Bay? Het klinkt als een cliche maar ik vond het 't mooiste strand dat ik ooit zag. Het orgelpunt van een boeiend 'stuk'.

Een overzicht van de verschillende etappes vanuit de ruimte vind je [url=http://picasaweb.google.nl/ivovanmontfort/ToTheCapeDeel3/photo#5164627975260350274]hier[/url]
Het kost je nogal wat tijd op ter plekke te geraken. Het is me deze keer niet gelukt om op een dag to bij het startpunt te geraken. De weg naar huis duurt ook weer langer dan één dag.

fotoalbum:ToTheCapeDeel3